Beeld: Vijselaar en Sixma

Tussen applaus en fluitconcert

Zelden waren zoveel onderzoekers in de media te vinden als tijdens de coronacrisis. Heel Nederland kijkt naar de wetenschap voor begrip en perspectief. Toch wordt de deskundige niet op een voetstuk gehesen. Zelf de regie houden, tijdig nee zeggen en kritiek incasseren blijven noodzakelijke vaardigheden.

Beeld: Vijselaar en Sixma
Tekst: Arno van 't Hoog, foto: Vijselaar en Sixma

Roddelsite Mediacourant noemde hem na een optreden bij Op1 ‘de Peter R. de Vries onder de virologen’. Ab Osterhaus haalt er zijn schouders over op. ‘It’s all in the game. Ik volg de Nederlandse media niet’, zegt hij aan de telefoon vanuit Hannover, waar hij sinds zijn pensionering bij het Erasmus MC een virologisch instituut leidt aan de Tierärztliche Hochschule. ‘Je vangt gewoon veel tegenwind als je als eerste iets signaleert. Ooit werd ik gekscherend de ophokprofessor genoemd, toen ik wees op de rol van trekvogels bij het overbrengen van de vogelgriep op vrije-uitloopkippen. Het ophokken van pluimvee tijdens het trekvogelseizoen is tegenwoordig een standaardmaatregel.’

Hausse van kritiek

Tijdens de coronacrisis zijn Osterhaus’ talkshowoptredens vaak kritisch. Hij wijst op tekortkomingen in overheidsbeleid of te snelle versoepeling van de maatregelen op advies van het Outbreak Management Team (OMT). Ook toen hij zelf in de jaren negentig in het OMT zat, werd hij weleens voor doemdenker versleten. ‘Ik vind het een logische verantwoordelijkheid van wetenschappers: als je in een bepaald gebied werkt en je ziet een gevaar opdoemen, dan moet je daarvoor waarschuwen.

Ik werd in die periode koninklijk onderscheiden en tegelijkertijd een oplichter genoemd

Ab Osterhaus

Beter een keer te voorzichtig dan een keer te achteloos.’ Mede op basis van Osterhaus’ waarschuwingen kocht de overheid in 2009 miljoenen vaccins in tegen de Mexicaanse griep. ‘Achteraf viel de uitbraak mee, mede door de vaccinatie. Dan krijg je een hausse van kritiek en valse beschuldigingen dat ik er geld aan verdiend heb. Ik werd in die periode koninklijk onderscheiden en tegelijkertijd een oplichter genoemd. Zeker dat laatste was onterecht, maar dat beeld wis je nooit meer uit.’

Je moet niet overdrijven

Volgens Osterhaus verandert de coronacrisis niet veel aan het imago van de wetenschap. ‘Ik vind dat de wetenschap zich altijd goed moet verkopen, want onze welvaart drijft erop. Virologen staan nu gewoon wat meer in de schijnwerpers. Dat geeft risico’s op harde kritiek en toch vind ik dat ik als deskundige de media moet blijven bedienen. Al merk ik wel dat veel jonge wetenschappers dat idee erg bedreigend vinden.’ Sociale media en mail zijn wat dat betreft vervelend, vindt Osterhaus. Ook kritiek van sommige collega’s kan stevig zijn. ‘Ik roep al twintig jaar dat we ons moeten voorbereiden op een pandemie. Uit eigen gelederen klonk dan regelmatig: Ab, je moet niet overdrijven. Sommige mensen staan gewoon snel klaar met een oordeel. Toch gaat het altijd twee kanten op. Naast hatemail krijg ik ook veel steunbetuigingen van collega’s die zeggen: ga vooral door.’

Doodsbedreigingen per post

Wie kiest voor het mediapodium, moet zich voorbereiden op negatieve reacties en persoonlijke aanvallen, beaamt Beatrice de Graaf, hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. ‘Sommige dreigementen kunnen je echt onderuithalen. Vooral televisieoptredens rond de opkomst van rechtsextremisme leverden mij doodsbedreigingen op, ook per post. Dat is zenuwslopend. En aangifte doen kan lang niet altijd, omdat de bedreiging concreet en herleidbaar moet zijn.

Bedreigingen moet je vaak in je eentje dragen, je krijgt zelden steun van hogerhand

Beatrice de Graaf

Virologe Marion Koopmans zei recent in een interview ook dat vervelende mails en rotopmerkingen reden zijn om even te stoppen met mediaoptredens.’ Experts in de media worden regelmatig op niet-inhoudelijke gronden aangevallen en bedreigd. Vrouwen krijgen het daarbij extra te verduren, volgens De Graaf. ‘Het speelt vooral rond polariserende onderwerpen, zoals terrorisme en extremisme, maar ook de COVID-19-crisis is inmiddels een redelijk gepolariseerd onderwerp. Ik ken collega’s die afknappen op dat soort ervaringen. Bedreigingen moet je vaak in je eentje dragen want je krijgt zelden feedback of steun van hogerhand. Wetenschappers worden gestimuleerd om naar buiten te treden, dat levert applaus op. Maar als je dit soort aanvallen te verduren krijgt, staat er eigenlijk niemand klaar. Het zou best goed zijn als NWO, VSNU en OCW daar meer oog voor krijgen.’

In de Rolodex

De Graaf wordt regelmatig gebeld door journalisten en redacteuren van talkshows, ook naar aanleiding van de coronacrisis. Naamsbekendheid werkt dat in de hand: media zoeken vertrouwde deskundigen, want bekende namen hoeven niet opnieuw te worden geïntroduceerd. ‘Dat beperkt wel het aantal gezichten in de media, want als je eenmaal in de Rolodex zit, word je ook over onderwerpen buiten je vakgebied gebeld. Ik probeer soms jongere of onbekendere collega’s naar voren te schuiven, zodat die een kans krijgen. Ik sla ook veel uitnodigingen af, want het moet echt toegevoegde waarde hebben. Je wilt geen talking head worden.’

Voor De Graaf moet een optreden nieuwe inzichten of extra vakinhoudelijke duiding toevoegen aan het publieke debat. Bijvoorbeeld met onderzoek uit haar groep naar internationale veiligheidsmaatregelen en samenwerking rond de pest en cholera in de negentiende eeuw. ‘Soms luidt de vraag van een redactie: heb je zelf een idee voor een onderwerp? Dan moeten we vanuit ons onderzoeksveld echt iets kunnen toevoegen en er moet geen andere deskundige zijn die het beter kan vertellen. Ik probeer ook te bedenken: zit het publiek hierop te wachten? Is er een aanleiding, is het urgent?’

Recht op goede duiding

Luchtvaartdeskundige Joris Melkert, docent bij de faculteit luchtvaart- en ruimtevaarttechniek van TU Delft vindt dat coronadeskundigen hun rol inhoudelijk goed vervullen. ‘Ze geven aan wat ze weten én wat nog onzeker is. Bij moderne vliegrampen weten we al snel veel meer, omdat de media er bovenop zitten en er protocollen zijn om vliegrampen te onderzoeken. De coronacrisis is wat dat betreft een ramp in slow motion met veel vraagtekens.’

Redacties bellen Melkert soms onverwacht met nieuws en het verzoek er liefst direct in een radio-uitzending op te reageren. ‘De MH17 werd rond drie uur in de middag neergehaald en toen ik rond zes uur werd gebeld, wist ik nog van niets. Ik ben altijd voorzichtig en speculeer nooit, zeker niet als een ongeluk net is gebeurd. Als je goed luistert, dan hoor je dat ik op zo’n moment los van de feiten bijna niets zeg. Bij de vliegramp bij Tripoli heb ik bijvoorbeeld tegen een programmamaker gezegd: ik weet het ook niet, maar kan wel een aantal vragen formuleren waar ik zelf een antwoord op zou willen weten. Die vragen hebben we toen doorgenomen op televisie. Je moet als deskundige niet afwachten wat er op je afkomt, maar vooraf zelf bepalen wat je kwijt wilt.’ De luchtvaart heeft veel invalshoeken, zoals milieu, economie en zelfs gevolgen van de coronacrisis. Er gaat eigenlijk geen week voorbij waarin Melkert niet wordt gebeld door journalisten. ‘Iedereen die een nette vraag stelt, krijgt een net antwoord. Wij zijn een door het Rijk gefinancierde instelling en de belastingbetaler heeft recht op een goede duiding bij het nieuws. Een voordeel is dat ik een generalist ben zonder cameravrees.’

Wetenschap geen bak vol feiten

Volgens Henk de Regt, hoogleraar filosofie van de natuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen stelt de coronacrisis bijzondere eisen aan deskundigen op het raakvlak van wetenschap en samenleving. ‘Het is interessant om de coronacrisis met de klimaatcrisis te vergelijken. Daar liggen de gevolgen op een heel andere tijdschaal, terwijl er soortgelijke zaken spelen: het probleem is complex, er zijn veel onzekerheden en feiten staan soms ter discussie.’ De Regt heeft de voorbije jaren veel onderzoek gedaan naar begrip in de wetenschap. Dat onderzoek levert ook lessen op voor publiekscommunicatie. ‘Begrip is iets anders dan feitenkennis. Vaak wordt wetenschap gepresen teerd als een bak vol feiten en wordt publiekscommunicatie gezien als kennisoverdracht. Maar begrip van een onderwerp draait ook om inzicht in hoe kennis tot stand komt en redeneervaardigheden om met kennis om te gaan.’ Een ogenschijnlijk eenvoudig voorwerp als het mondkapje illustreert die complexiteit van wetenschappelijke kennis. ‘Je kunt alle publicaties over mondkapjes bijeenvegen en beargumenteren dat gebruik zinvol is of dat het juist weinig toevoegt. De vraag of mondkapjes werken klinkt objectief, maar de werking is ingewikkeld. Het hangt niet alleen af van materiaalkunde en epidemiologie, maar ook van de context, psychologie en hoe mensen zich voelen en gedragen. Er spelen sociale en psychologische factoren mee, die per land kunnen verschillen.’

Hoe komt kennis tot stand?

Volgens De Regt leert het publiek door dit soort discussies hopelijk hoe wetenschap werkt en corrigeert het een naïef beeld dat onderzoek simpelweg de waarheid ontdekt en dat een wetenschapper zeker weet hoe het zit. ‘Wetenschap biedt geen absolute zekerheden, omdat inzichten kunnen veranderen en wetenschappers in verschillende disciplines andere perspectieven en waarden hanteren. Tegelijkertijd kan discussie over onzekerheden en de relatieve status van feitenkennis het vertrouwen in de wetenschap ondermijnen. De vraag is daarom hoeveel van die achtergronden je als deskundige moet delen. Het moet verder gaan dan simpelweg zeggen: mondkapjes werken niet. Dat leidt tot verwarring, want volgens wetenschappers in China en Duitsland werken mondkapjes blijkbaar wel. Het publiek moet dus een beetje begrijpen hoe kennis tot stand komt. Dat levert wel een dilemma op: onderzoekers willen autoriteit en deskundigheid uitstralen en tegelijkertijd is er nog veel onzeker. Maar als je dat laatste te vaak benadrukt, gaat het publiek misschien denken: de wetenschap staat met lege handen. Dát zou onterecht zijn.’

Onderzoek 4. Wetenschap en media