Wetenschappelijk Adviescollege

Het Wetenschappelijk Adviescollege (WAC) van het domein Sociale en Geesteswetenschappen beoordeelt de geschiktheid van aan te schrijven referenten in subsidierondes en beoordeelt de voortgang van onderzoeksprojecten. Het domeinbestuur vindt dit belangrijk omdat - analoog aan het principe dat aanvragen door onafhankelijke deskundigen in beoordelingscommissies worden beoordeeld - ook de keuze van referenten en het evalueren van voortgangsverslagen door onafhankelijke en niet bij het project betrokken deskundigen moet geschieden. De leden van het Wetenschappelijk Adviescollege zijn benoemd door het domeinbestuur.


Het adviescollege, dat momenteel uit 47 leden bestaat, heeft tot taak:

1.   het kiezen van de referenten

Het beoordelen en selecteren van onderzoeksvoorstellen en het financieren van het beste onderzoek is de centrale taak van NWO. In het beoordelingsproces zijn de verschillende bevoegdheden gescheiden. De keuze van de referenten is een essentiële en zeer belangrijke stap aan het begin van een beoordelingsronde. Om een aanvraag adequaat en fair te kunnen beoordelen, is het uiterst belangrijk dat deze wordt voorgelegd aan de meest geschikte experts op het gebied van het voorgestelde onderzoek.

Werkwijze: het NWO-bureau maakt een eerste keuze van onderzoekers en controleert of zij in principe geschikt zijn om als referent op te treden (controle op evenwichtige beoordeling, belangenverstrengeling, beschikbaarheid, bereidheid etc.). Vervolgens worden de namen als advies voorgelegd aan het WAC-lid. De namenlijst zoals die door het WAC-lid wordt geaccordeerd is de lijst waarmee het NWO-bureau aan de slag gaat. Wanneer een referent om welke reden dan ook geen advies kan of wil uitbrengen, dan wordt een dergelijke referent ook altijd zelf verzocht met mogelijke alternatieven te komen.  

De beoordelingscommissies hebben tot taak om aan de hand van de aanvragen, de adviezen en het weerwoord van de aanvrager het domeinbestuur te adviseren over de selectie van de aanvragen. Het bestuur besluit welke aanvragen gehonoreerd kunnen worden en welke niet.

2.   het beoordelen van voortgangsverslagen

In toenemende mate worden onderzoeksresultaten gemeten op het punt van beoogde resultaten en impact. Voorwaarde daarbij is dat het gefinancierde onderzoek tijdens de looptijd wordt bewaakt op voortgang en (tijdige) afronding. De verslagen halverwege en bij de afronding van een onderzoek vormen daarbij de belangrijkste instrumenten. De eindverslagen worden door het bureau beoordeeld; de tussentijdse door WAC-leden.

Voor het aanwijzen van de meest geschikte referenten is ruime kennis noodzakelijk van het wetenschappelijke veld, zowel nationaal als (in toenemende mate) internationaal, evenals kennis van paradigma’s, methodes, benaderingen en scholen binnen een bepaalde discipline. Ook is ruime ervaring van het wetenschappelijk bedrijf nodig voor het goed kunnen beoordelen van de inhoud van de wetenschappelijke verslagen en dus voor het adequaat inschatten van de voortgang van door NWO gefinancierd onderzoek. Leden van het wetenschappelijk adviescollege worden dan ook uitdrukkelijk benoemd vanwege hun bewezen expertise en onderzoekservaring.

De leden hebben op persoonlijke titel zitting in het college en geven zonder last of ruggenspraak uitvoering aan de bovengenoemde taken. Zij mogen om die reden hun WAC-taken niet aan anderen overdragen. Om de zuiverheid en objectiviteit van de NWO-procedures zoveel mogelijk te garanderen, zijn de leden van het adviescollege gehouden aan het NWO-protocol inzake belangenverstrengeling zie www.nwo.nl/gedragscode en de geheimhoudingsplicht conform artikel 2:5 van de Algemene Wet Bestuursrecht. Een formele vastlegging daarvan is vereist.

Volledigheidshalve zij nog opgemerkt, dat leden van het Wetenschappelijk Adviescollege tijdens hun zittingstermijn zelf aanvragen kunnen indienen. Uiteraard zullen zij bij hun eigen aanvragen niet worden geraadpleegd over de eventueel aan te schrijven referenten.