Interview met Kas Maessen

Kas Maessen is vanaf 1 april 2017 Hoofd Procesvoering en Kwaliteit bij het domein Exacte en Natuurwetenschappen.

Wie is Kas Maessen?

Kas Maessen (Kerkrade, 1957) studeerde natuurkunde in Eindhoven. Daarna verhuisde hij naar Utrecht waar hij binnen een FOM-projectruimteproject promoveerde op onderzoek naar amorf silicium, een materiaal voor zonnecellen.
Tijdens zijn promotietraject kwam hij tot de ontdekking dat hij onderzoek doen te specialistisch vond. Hij kon in 1988 aan de slag bij FOM als programmacoördinator, op het voor hem aantrekkelijke snijvlak van beleid en wetenschap.
Maessen herinnert zich de begintijd: “Ik heb er het vak geleerd. Het uitvoeren van subsidie-instrumenten en bekijken of je de juiste tools hebt. Na zes jaar ben ik overgestapt naar NWO in Den Haag, omdat ik meer uitdaging wilde.” Maessen werkte daar gelijktijdig bij de stafafdeling van het Algemeen Bestuur en bij het bureau van Exacte Wetenschappen.
Hij vertelt dat het EW-bureau destijds uit vier mensen bestond, ENW nu honderdtwintig medewerkers telt.
De rode draad in zijn werk is het optimaliseren van primaire processen. Maessen: “We moeten zorgen dat we procedures van hoge kwaliteit hebben die ook bogen op een draagvlak in het veld. Ze moeten bijdragen aan de ontwikkeling van de wetenschap.” Als voorbeeld noemt Maessen het stroomlijnen van de calls for proposals: “Toen ik bij NWO kwam, ontwierp elke beleidsmedewerker zijn eigen call liefst met een eigen logo en format. We hebben vervolgens een NWO-breed sjabloon gemaakt, zodat een aanvrager steeds dezelfde opzet voor zich krijgt.”

De liefde voor grote infra

Financieringsinstrumenten die Maessen uitvoerde waren onder meer NWO Groot en Vernieuwingsimpuls en de Dieptestrategie (nu Zwaartekracht). Deze bestaan ook nu nog. Later kwam daar de Nationale Roadmap bij.
Nu heeft NWO  een permanente commissie voor grootschalige infrastructuur benoemd, waarvan Maessen de secretaris  is.
Maessen vindt die aanpak een belangrijke verbetering omdat er voor het eerst regie op financiering van grote infrastructuur plaatsvindt: “Het gaat om grote bedragen die voor lange tijd het beeld van een vakgebied bepalen. Dat vraagt om een langetermijnvisie. Je kunt niet het lint doorknippen en er vervolgens geen geld meer voor hebben. NWO heeft beperkte middelen, dus moeten we zoeken naar andere structurele financieringszekerheid.  Na een inventarisatie bleek de bestedingsbehoefte tien keer groter dan het beschikbare geld. Vervolgens heeft de commissie de faciliteiten die in een vergelijkbaar gebied werken gevraagd om binnen hun veld tot prioritering te komen. Dat was spannend, want van oudsher zijn de faciliteiten in competitie en nu moesten ze in samenwerking een keuze maken. Het pakte goed uit: in de Nieuwe Roadmap uit 2016 bestaat meer dan de helft van de faciliteiten uit geclusterde initiatieven. De commissie juichte de integrale benadering van de UMC’s toe, die waarin de infrastructuur voor de volle breedte van de gezondheidszorg langs prioriteitslijnen presenteerden.”

Kas MaessenAfbeelding: Kas Maessen

Einstein Telescoop

Projecten van supercategorie zoals de Einstein Telescoop en de square kilometer array (SKA) kunnen nooit alleen met financiering van NWO en de academische wereld  tot stand komen, stelt Maessen. Hij hoopt van harte dat de ministeries, bedrijven en lokale overheden daar geld voor over hebben.
Maessen: “Het zou fantastisch zijn om in Nederland een grote internationale onderzoeksfacilteit te kunnen huisvesten. Overigens past het bij het niveau van de Nederlandse wetenschap om enkele grote faciliteiten van wereldklasse te hebben. HFML (met FELIX) is een goed voorbeeld. Nederland moet keuzes maken en slim omgaan met de beperkte middelen. Daarom zoekt de Permante Commissie ook nadrukkelijk de samenwerking met alle betrokkenen. Het is ook interessant om te kijken naar mogelijkheden voor internationale samenwerking tussen bijvoorbeeld de NWO’s van verschillende landen. Dan kun je kosten delen.”

Het takenpakket

Naast grote infra bevat het takenpakket van Maessen ook procesvoering en kwaliteit, de vrije competitie van ENW, de Talentprogramma’s van ENW, de financiën van het domein, kengetallen en evaluaties. Dat lijkt een vol bord, voor één man. Maessen reageert laconiek: “Ik heb de afgelopen tijd bekeken waar we eerst iets aan moeten doen. Ik wil dolgraag het projectbeheer op orde hebben. Ik hoop dat ISAAC zo snel mogelijk een ondersteuning voor de mensen op het bureau wordt, zoals dit ooit bedoeld was. Er is veel focus geweest op een betere inrichting voor indieners en referenten en nu is wat mij betreft de binnenwereld aan de beurt.”

Wanneer is Maessen over vijf jaar blij?

"Als we de vier gebieden binnen het domein kunnen omvormen naar één ENW. Ik denk dat het kan. Ook zal ik juichen als we processen kunnen stroomlijnen, zoals de financiële processen bij lopend onderzoek. We verzamelen de best practices en komen samen tot een nog betere manier van werken. We brengen een team bij elkaar om beleid te ontwikkelen over het inrichten van de vrije competitie. Het bestuur van NWO beraadt zich op de talentinstrumenten. De uitkomst daarvan zal kaders geven voor de inrichting bij ENW, waar we veel mensen met schaarse middelen moeten bedienen."
Met de collegahoofden Procesvoering en Kwaliteit van de andere NWO-domeinen TTW en SGW overlegt Maessen regelmatig over de NWO-brede kaders en over het harmoniseren van bijvoorbeeld de vrije competitie, nu nog een vergaarbak van allerlei uiteenlopende instrumenten. Er zijn op allerlei gebied grote verschillen in werkwijzen tussen de voormalige gebieden. Maessen: "Dit is heel verwarrend voor de buitenwereld, vooral voor onderzoekers die multidisciplinair werken en elke keer door een andere hoepel moeten springen. Ook werken we aan op het oog gedetailleerde zaken, zoals bijvoorbeeld de mappenindeling op de servers en het archief. Je wilt overal op dezelfde manier dingen terug kunnen vinden."

Fan van de transitie?

Maessen antwoordt meteen volmondig 'ja': "Deze transitie biedt ruimte voor de gewenste harmonisatie. Voor het eerst is het een onderwerp op het hoogste NWO-niveau. Ik vind het ook winst dat negen gebieden als één NWO op gaan treden. Daarmee wordt onze positie naar de buitenwereld krachtiger."