Organisatie

NWO is een zelfstandig bestuursorgaan met een wettelijk vastgelegde missie en taken en valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De raad van bestuur (RvB) is eindverantwoordelijk voor de gehele koepel. De onderdelen hebben locaties over het hele land, met een kantoor in Den Haag en in Utrecht. In totaal werken zo´n 2.500 mensen bij NWO, waarvan ca. 1.400 onderzoekers bij de NWO-instituten.

NWO

Landkaart met NWO-onderdelen per 1 januari 2017. Klik op de afbeelding voor een grotere versieLandkaart met NWO-onderdelen per 1 januari 2017. Klik op de afbeelding voor een grotere versie

De NWO-domeinen,  onderzoeksinstituten en regieorganen voeren de kerntaak van NWO uit: het bevorderen van kwaliteit en vernieuwing in de wetenschap. De NWO-domeinen organiseren de programma’s en financiering voor onderzoek. Zowel de raad van bestuur als de NWO-domeinenbesturen hebben de bevoegdheid om publieke gelden voor wetenschappelijk onderzoek te verdelen.

Bij de NWO-instituten wordt onderzoek gedaan. Regieorganen zijn tijdelijke onderdelen met speciale aandacht voor één, vaak multidisciplinair, onderzoeksveld.



Raad van bestuur

De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor het beleid en de bedrijfsvoering binnen de gehele NWO-koepel. Het stelt ook de budgetten van de domeinen en instituten vast en benoemt de besturen van de NWO-domeinen. Daarnaast neemt het bestuur formele toekenningbesluiten voor NWO-brede programma’s, zoals de Vernieuwingsimpuls, Spinoza, Zwaartekracht en de Nationale roadmap voor grootschalige onderzoeksfaciliteiten.

 


Governance

Als zelfstandig bestuursorgaan met bevoegdheid om publieke middelen te verdelen, valt NWO onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van OCW. In de NWO-wet zijn de taken en bevoegdheden vastgelegd. In het NWO-reglement is vastgelegd wat de spelregels zijn binnen NWO. De regeling subsidieverlening beschrijft het kader van het beoordelingsproces en projectbeheer. NWO hanteert de Code Goed Bestuur als richtsnoer om verantwoording af te leggen over haar public governance structuur.