Onderzoek 8. Beeld Krista van der Niet.

Op naar 100 procent open

Sinds 2009 streeft NWO ernaar dat alle publicaties voortkomend uit haar financiering open access beschikbaar zijn. Hoe staan we er nu voor? Draagt open access bij aan de impact op wetenschap en samenleving? ‘Gevestigde tijdschriften met naamsbekendheid en een hoge impactfactor zorgen nog steeds voor geduchte concurrentie.’

Afbeelding van een stuk papier met daaruit een deel weggesneden. Dat deel ligt afgesloten onder het glas
Beeld: Krista van der Niet

Tekst: Arno van ’t Hoog

‘Dat in 2020 ruim tachtig procent van de publicaties die voortkomen uit door NWO en ZonMw gefinancierd onderzoek open access beschikbaar was, is een enorme stap vooruit’, zegt Robert-Jan Smits, collegevoorzitter van de TU/e. ‘Vergeet niet dat begin 2018 het percentage open access-publicaties wereldwijd op elf procent lag. Ik verwacht dat die laatste procenten de komende jaren volgen.’ Smits werkte als directeur- generaal onderzoek en innovatie bij de Europese Commissie, voordat hij in 2018 werd benoemd tot Europa’s special envoy open access. Zijn aanstelling mondde later dat jaar uit in Plan S en eind dit jaar publiceert hij het boek Plan S: Science, Shock, Solution. Kort samengevat eist Plan S (Shock) dat onderzoek gefinancierd met publiek geld direct beschikbaar wordt gesteld, zonder betaalmuur en zonder embargo. Bovendien is hergebruik van de inhoud toegestaan met een CC-BY licentie.

Kenniseconomie opbouwen

Al jaren wordt er gepraat over het belang van open access. De eerste manifesten dateren uit 2002. Ook de Europese onderzoekministers stelden in 2016 dat onderzoek met publiek geld niet achter een slotje bij een uitgever hoort. Smits: ‘Dat is gewoon niet in het belang van de wetenschap en de samenleving. Open access stimuleert innovatie. Het direct vrijgeven van publicaties en data rond covid-19 bewijst dat: het heeft enorm geholpen om snel vaccins en behandelingen te ontwikkelen. Daarnaast hebben we bijvoorbeeld een verantwoordelijkheid richting ontwikkelingslanden, die een kenniseconomie moeten kunnen opbouwen.’

Status quo op de schop

Ondanks alle consensus was er nooit echt enthousiasme om de status quo op de schop te nemen, volgens Smits. ‘De vijf grootste uitgevers hadden er geen enkel belang bij. Laten we niet vergeten dat er in het wereldwijde wetenschappelijk publiceren vijftien tot twintig miljard euro omgaat. Sommige journals hebben een winstmarge van twintig tot dertig procent.

Uitgevers dachten dat het onmogelijk was, maar de regels van Plan S zijn ingegaan

Robert-Jan Smits

Een groot deel van de wetenschappers voelde zich ook wel goed bij het bestaande systeem. Publicaties en citaties in high impact journals leveren een eenvoudige maatstaf om prestaties te scoren en de universiteitsbibliotheken betaalden via abonnementsgeld de rekening. Het systeem was verre van perfect, maar er was niet veel motivatie om het te veranderen.’

Gedwongen mee te bewegen

Ook wetenschapsfinanciers namen volgens Smits weinig verantwoordelijkheid, terwijl geld het spel bepaalt. Als er publicatievoorwaarden worden verbonden aan financiering, moeten onderzoekers kiezen en worden uitgevers gedwongen mee te bewegen. ‘Maar geen organisatie wilde in zijn eentje de sprong wagen. NWO heeft als een van de eersten de nek uitgestoken en zich gecommitteerd. Vervolgens sloten steeds meer landen zich aan, waaronder grote spelers als Engeland, Frankrijk en stichtingen zoals de Wellcome Trust en Gates Foundation. Zo konden we een vuist maken. De uitgevers dachten dat het onmogelijk was, maar de regels van Plan S zijn – een jaar later dan gepland – ingegaan op 1 januari 2021.’


Open Science Fund

Eind 2020 lanceerde NWO het Open Science Fund om een impuls te geven aan het erkennen en waarderen van open science. Met dit instrument steunt NWO innovatieve projecten op het brede terrein van open science. Bijvoorbeeld projecten gericht op vernieuwende manieren van (open) publiceren, het delen van FAIR-data of software, of projecten die bijdragen aan de cultuurverandering die nodig is om de transitie naar open science te realiseren. ‘Onderzoekers zijn nog altijd terughoudend in het delen van “hun” onderzoeksresultaten’, zegt Frank Miedema, hoogleraar open science aan de Universiteit Utrecht. ‘En wetenschappers die het wel doen, worden nog onvoldoende beloond. Dit initiatief om financiële ondersteuning te geven aan de koplopers die open science concreet in de praktijk brengen, is hard nodig.’


Contracten uitonderhandelen

Uit de recent uitgekomen Open Access Monitor van het Centre for Science and Technology Studies (CWTS) blijkt dat respectievelijk 85 en 83 procent van het door NWO en ZonMw gefinancierde onderzoek uit 2020 open beschikbaar is. Dat de open access-teller op dit moment nog geen honderd procent aangeeft, komt onder andere omdat sommige tijdschriften zoals The Lancet van Elsevier nog zijn uitgezonderd van de overeenkomsten tussen universiteiten en uitgevers.

Het is lastig onderzoekers te verleiden met een nieuw, goedkoper tijdschrift

Ludo Waltman

De zogenaamde transformative agreements moeten zorgen voor een extra versnelling richting open access. In 2019 sloot uitgever Wiley bijvoorbeeld Projekt DEAL met Duitse onderzoeksinstellingen. In 2020 deden Nederlandse universiteiten, hogescholen, NWO en KNAW hetzelfde met Elsevier. ‘Die contracten kosten vaak jaren om uit te onderhandelen’, zegt Ludo Waltman, hoogleraar quantitative science studies in Leiden en adjunct-directeur van het CWTS. ‘Ze omvatten zogenaamde read and publish deals. Uitgevers ontvangen een bedrag zodat onderzoekers open access in journals kunnen publiceren. Ze krijgen tegelijkertijd toegang tot de volledige inhoud van een groot aantal journals, ook van titels waarin ze niet publiceren.’


You share, we take care

In maart 2020 riepen NWO, ZonMw en andere financiers de Nederlandse onderzoeksgemeenschap op om covid-19-gerelateerd onderzoek direct open access te publiceren. Niet veel later werd het het project You share, we take care gedeeld op openaccess.nl. Dit initiatief is in 2019 door de Nederlandse universiteitsbibliotheken opgestart om onderzoekers te helpen bij het open delen van gerelateerde literatuur – óók als deze aanvankelijk niet open access was – via de repositories van de universiteiten.


Harde einddatum

Sinds open access echt van de grond komt, is er een wildgroei aan hybrid journals die betaalmuur en abonnement combineren met vrije toegang. Het aandeel hybride open access-publicaties met NWO-gelden steeg van vijftien procent in 2015 naar 38 procent in 2020. Toch is dat tijdelijk, want de organisaties achter Plan S tolereren het hybride model tot eind 2024. Zo’n harde einddatum is logisch, volgens Waltman. ‘Als steeds meer artikelen in een journal door betaling van een article processing charge (APC) vrij toegankelijk zijn, is de vraag waarom je tegelijkertijd een kostbaar totaalabonnement zou nemen. Universiteiten betalen dan dubbel: voor het open access publiceren van artikelen en voor een abonnement via de universiteitsbibliotheek.’

APC’s van 9.500 euro

Volgens Waltman stimuleert Plan S ook nieuwe initiatieven. Uitgeverijen gelieerd aan universiteiten kunnen daar een rol in spelen. ‘Ik ben bijvoorbeeld gestopt als hoofdredacteur bij een Elsevier journal en ben een nieuw open access-tijdschrift begonnen bij MIT Press. Die uitgever levert meer maatwerk en auteurs betalen ruim de helft minder.’ Toch voelt hij de concurrentie van gevestigde tijdschriften met naamsbekendheid en hoge impactfactor. Die verzilveren hun reputatie onder wetenschappers met APC’s van tot wel 9.500 euro (lees meer daarover op pagina 10). Ondanks die prijzen is het lastig onderzoekers te verleiden met een nieuw, goedkoper tijdschrift. ‘In sommige landen zeggen onderzoekers: als ik in jouw open access-titel publiceer, heeft dat in mijn beoordeling geen enkele waarde. Doe ik het in een bekend journal, dan kan ik over een paar jaar misschien promotie maken. Dat is een sterke dynamiek, zeker in Oost-Europa en Azië.’
Smits merkt ook dat het meten en waarderen van academische prestaties soms kan schuren, een onderwerp waar op pagina’s 5 en 6 verschillende wetenschappers over in gesprek gaan. ‘Ik heb altijd gezegd dat open access pas echt goed geregeld kan worden als we naar een nieuw systeem van erkennen en waarderen gaan. Je wordt op de universiteit voornamelijk beloond voor publicaties in high impact journals achter een betaalmuur. Maar dat doet geen recht aan de universiteit en de mensen die er werken. Ik denk dat het universitair management een grote verantwoordelijkheid heeft om jonge onderzoekers op een andere manier te belonen, dan op basis van klassieke metrics. Onderwijs mag hierbij meer erkenning krijgen.’


Gratis CRISPR-Cas licenties

Begin september kondigde Wageningen UR aan dat onderzoekers wereldwijd kosteloos toegang krijgen tot de door de universiteit gepatenteerde CRISPR-Cas-technologie. NWO is mede-octrooihouder. Het vrijgeven van licenties gebeurt op initiatief van de Wageningse microbioloog John van der Oost, een van de pioniers in het CRISPR-onderzoeksveld: ‘Het is een flexibele technologie, waarmee duurzame methodes kunnen worden ontwikkeld om de groeiende wereldbevolking te voeden.’ CRISPR-Cas is een moleculair gereedschap uit bacteriën dat het wijzigen van erfelijk materiaal in plant en dier mogelijk maakt. Voor niet-commercieel gebruik in bijvoorbeeld voedselonderzoek hoeven onderzoekers geen licentiegelden af te dragen. Meestal hebben biotechnologische bedrijven dit soort sleutelpatenten geregistreerd, maar bij CRISPR zijn juist de met publiek geld gefinancierde instituten dominant. Van der Oost: ‘We zijn blij dat we onze kennis kunnen delen en we hopen dat meer patenthouders ons voorbeeld zullen volgen. Ook dit is een vorm van open science.’