Veelgestelde vragen (LTP)

NWO biedt sterke publiek-private consortia de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor een tienjarig programma. In een LTP kunnen activiteiten plaatsvinden bij wetenschappelijke partijen én bij andere partijen uit de kennisketen. Lees hieronder de meest gestelde vragen van dit nieuwe instrument.

  • Is dit de enige mogelijkheid om een LTP aan te vragen?

    NWO wil tijdens deze KIC-periode twee calls in hoofdlijn 3 openzetten. De huidige call is het budget van 2020 en 2021. Dat betekent dat er in 2022 nog een call verwacht wordt. 

  • Waarom vraagt NWO zoveel commitment bij de vooraanmelding?

    NWO selecteert op basis van de vooraanmelding welke LTP-initiatieven de mogelijkheid krijgen om een uitgewerkt plan in te dienen. Voor deze initiatieven maakt NWO een budgetreservering. Dat betekent dat NWO van dat bedrag geen ander onderzoek kan financieren. Daarom vinden we het heel belangrijk om bij de keuze voor LTP-initiatieven zo goed als zeker te weten dat het initiatief het waar kan maken.

  • Moet in de vooraanmelding het hele langetermijnprogramma beschreven worden, of alleen het deel dat NWO financiert?

    Alle activiteiten in het LTP moeten beschreven worden, de onderlinge samenhang moet worden toegelicht en alle activiteiten moeten duidelijk bijdragen aan het overkoepelende doel van het LTP. Er moet expliciet gemaakt worden welke activiteiten van de NWO-subsidie gefinancierd worden.

  • Mag er alleen wetenschappelijk onderzoek gedaan worden?

    Nee, er mogen ook andere activiteiten plaatsvinden. Van de NWO- subsidie en ten minste 50% van de private bijdrage moet wetenschappelijk en/of praktijkgericht onderzoek (aan hogescholen) gefinancierd worden. De deelnemende kennisinstellingen dragen 10% in-kind en/of cash bij. Het overige deel van de begroting mag ook worden gebruikt om ketenbrede samenwerking te realiseren. Hier kan dus een deel van de private bijdrage, en andere financiering, worden gebruikt om onderzoek bij bijvoorbeeld RKI of TO2-instellingen van te bekostigen. Andere activiteiten zijn ook mogelijk. Van alle inzet moet duidelijk worden gemotiveerd hoe ze bijdragen aan de doelstelling van het LTP.

  • Welke partijen gelden als privaat?

    NWO sluit in dit programma aan bij de RVO-definitie van privaat: alle partijen anders dan een onderzoeksinstelling, inclusief NWO en de KNAW, en geen openbaar lichaam. Voor partijen die zowel publieke als private financiering ontvangen geldt bovendien dat moet worden aangetoond dat de beschikbaar gestelde middelen van private oorsprong zijn. Een onderzoeksinstelling is hierbij breder dan de in de NWO-subsidieregeling genoemde lijst.

  • Is er een a-priori verdeling over de KIA’s?

    Er is geen budgettaire verdeling over de zes kennis- en innovatieagenda’s van het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid. Voor ieder voorstel moet worden uitgelegd hoe het bijdraagt aan het missiegedreven beleid en, onder andere, waarom dat specifieke voorstel voor tien jaar financiering zou moeten ontvangen. Aanvullend zal er worden gekeken of de set geselecteerde vooraanmeldingen een strategisch goed geheel vormt. 

  • Mag een andere subsidie gecombineerd worden met een LTP-subsidie?

    Dit is niet op voorhand uitgesloten. NWO verwacht dat een LTP voor minimaal 30% privaat gefinancierd wordt  en 10% door de kennisinstellingen. NWO financiert ook 30% met een maximum van 25M€. De resterende 30% van de begroting is vrij in te vullen.  Hierbij moet duidelijk worden aangetoond welke activiteiten er van deze middelen worden gefinancierd en hoe die bijdragen aan het LTP.

  • Mogen buitenlandse bedrijven meedoen?

     Ja. Hierbij is het van belang om toe te lichten hoe deze deelname aansluit bij het (nationaal) strategisch belang van het LTP

  • Waarom wordt er gewerkt met medefinanciering? Wat is het verschil met cofinanciering?

    Cofinanciering loopt (meestal) via NWO en de inzet van cofinanciering moet volgens de NWO-subsidieregeling. Medefinanciering loopt niet via NWO en er is ruimte om de medefinanciering deels voor andere activiteiten in te zetten. Hiermee maken we samenwerking tussen meerdere partijen mogelijk. Een bijdrage van bijvoorbeeld een regionale partij kan als medefinanciering worden ingebracht.

  • Wat gebeurt er als de begroting van het LTP zo groot is, dat de maximaal bij NWO aan te vragen subsidie minder is dan 30% van de begroting?

    In dat geval financiert NWO een lager percentage dan 30%. De maximaal bij NWO aan te vragen subsidie is altijd gemaximeerd op 25 miljoen euro. Bij een financieringspercentage van 30% leidt dit tot een maximale LTP-omvang van 83,3 miljoen euro. Een groter LTP indienen is toegestaan. Voor alle LTP’s moet het overtuigend zijn dat de NWO-financiering noodzakelijk is voor het starten van het programma. Voor LTP’s waar een relatief kleiner deel van de financiering bij NWO wordt aangevraagd is het raadzaam hier expliciet aandacht aan te besteden.

  • Waarom moet er een stijging van de VSNU-tarieven worden opgenomen op de begroting?

    Een LTP moet méér zijn dan twee keer een aantal aio’s aanstellen. Er moet een duidelijke opbouw zitten in het personeel en de activiteiten. Dat betekent dat niet al het personeel in het eerste jaar wordt aangesteld, en een deel van het personeel dus volgens een hoger VSNU-tarief wordt aangesteld. Dit kan niet uit de NWO-subsidie gefinancierd worden. NWO vindt het belangrijk dat hier op voorhand rekening mee wordt gehouden zodat het voor alle partijen duidelijk is hoe dit gefinancierd wordt.

  • Hoe sluit het LTP aan op het groeifonds?

    Het groeifonds en het LTP zijn verschillende financieringsinstrumenten. In de begroting van een LTP is het mogelijk om andere publieke financiering mee te nemen, waarbij deze wel specifiek moet zijn voor het doel van het LTP. Alle financiering en activiteiten in een LTP moeten bijdragen aan het overkoepelende LTP-belang. Per initiatief kan gekeken worden hoe de financiering wordt opgebouwd en waar het wenselijk is om activiteiten te combineren of op elkaar te laten aansluiten.