Slotconferentie 11 maart 2019

Alle hens aan dek voor energietransitie

Het energiesysteem verandert. Zon en wind, maar ook warmte- en koudeopslag in de grond en waterstoftechnologie vervangen straks de fossiele bronnen. Deze duurzame opties leveren ook allerlei nieuwe problemen op – met name in de afstemming van de energievraag op het minder goed voorspelbare energieaanbod. Hoe daarmee om te gaan? Onderzoeksprogramma URSES maakte elf wat grotere onderzoeksprojecten en acht kleinere plusprojecten gericht op toepassing in Amsterdam mogelijk. Dit leverde inzichten en aanbevelingen, modellen en andere tools op vanuit verschillende wetenschappen: exacte, technische en sociale. In het Scheepvaartmuseum te Amsterdam ontmoetten onderzoekers en andere experts elkaar in maart 2019 om het programma af te sluiten.

Tracy MetzTracy Metz had voor de gelegenheid een jasje aan met grote windmolens erop.

Wendie Kingma (NWO), secretaris van URSES, heette iedereen welkom. ‘URSES is een programma dat bol staat van de co-creatie. Wetenschappers en stakeholders uit de energiepraktijk werkten met elkaar samen in projecten. Ook binnen NWO zelf hebben verschillende domeinen de handen ineen geslagen om URSES mogelijk te maken. En dan is URSES als geheel ook nog eens een initiatief van verschillende financiers. Naast NWO waren dat het AMS Institute, Shell en TKI Urban Energy.’

Slechtste van de klas

Tracy Metz was dagvoorzitter. Zij is journalist/publicist, moderator en directeur van het John Adams Institute, podium voor Amerikaanse cultuur (‘want er zijn in dit tijdperk toch echt ook Amerikanen die wél goed nadenken’). Metz: ‘We hebben vandaag een belangrijk en actueel onderwerp bij de kop. Klimaat en energietransitie staan dagelijks in de krant en hoog op de politieke agenda. We investeren als samenleving in onderzoek zoals URSES. Tegelijkertijd is Nederland de slechtste leerling van de klas wat betreft het gebruik van groene energie. Wat mij daarbij altijd nog verrast, is waarom in het maatschappelijk debat mensen zich wel steeds afvragen wat het wel niet kost om de energievoorziening te vergroenen, maar zich niet afvragen wat het wel niet kost om dat niet te doen!’

Diederik JekelDiederik Jekel zette de thematiek helder neer.

Software, gedrag en governance

Wetenschapsjournalist Diederik Jekel zette vervolgens de thematiek van URSES helder neer. ‘Waar energieopwekking ooit natuurlijk op kleine schaal opkwam, hebben we nu te maken met een vrijwel wereldwijde afhankelijkheid van netwerken waarin energiecentrales met elkaar zijn verbonden. Nu er weer veel meer sprake is van decentraal opgewekte energie, is het de vraag hoe stabiel de samenwerkende netwerken nog kunnen zijn. Het netwerk vangt pieken en dalen op, wat relatief makkelijk is met de technologie die bij fossiele energie hoort. Maar met die variabele zon en wind plus huishoudens en industrie die op verschillende momenten om elektriciteit vragen, ligt dat moeilijker. Om vraag en aanbod flexibel op elkaar te kunnen blijven afstemmen, moeten we onder meer werken aan slimme software voor het meten en regelen van de techniek en vraagstukken rond de markt van vraag en aanbod. Maar net zo hard zijn veranderingen in gedrag en beleid, wet- en regelgeving nodig. We hebben het hier dus niet alleen over een probleem van Tennet. Dit gaat ons allemaal aan.’ Metz: ‘En toch hoor je hierover bijna niemand. Dit is onterecht geen sexy onderwerp!’

Mathijs de WeerdtMathijs de Weerdt: ‘Consumentenflexibiliteit is essentieel.’

Slimme systemen voor de markt

De middag ging verder met drie paneldiscussies. De eerste werd geleid door Talitha Muusse, door Metz aangekondigd als ‘frisse millennial en columnist bij NRC’. Muusse: ‘Wat goed dat URSES bestaat en dat zoveel onderzoekers vier tot vijf jaar van hun leven in dit onderzoek hebben gestopt. Mijn generatie maakt zich in toenemende mate zorgen over de toekomst – en gelukkig zijn er oplossingen.’ Georgios Methenitis zat op het podium namens STASCADE (STAble and SCAlable DEcentralized power balancing systems using adaptive clustering): ‘We hebben een benadering ontwikkeld rond zogenoemde energieclusters. Dit zijn kleine groepen gebruikers in een bepaald geografisch gebied. Het gaat dan niet alleen over huishoudens, maar bijvoorbeeld ook over de dienstverleningssector zoals de horeca. Met onze kennis wordt het mogelijk om een lokale markt van vraag en aanbod te ontwikkelen, inclusief de lokale opslag van elektriciteit.’ Claudio de Persis sprak namens project ENBARK (ENergy-Based analysis and control of the grid: dealing with uncertainty and mARKets): ‘Wij hebben gekeken naar dynamische beprijzing van elektriciteit in combinatie met controle van het grid. De modellen die we hebben opgeleverd zou Tennet in de praktijk kunnen gaan testen. Een apart aspect is dat veel consumenten bang zijn voor dynamische beprijzing. Om dat op te lossen hebben we de kennis van de sociale en gedragswetenschappen nodig.’ Mathijs de Weerdt namens Gaming beyond the copper plate (ook over dynamische beprijzing) vulde aan: ‘Wat we nog niet goed weten, is hoe we energiegebruikers kunnen beïnvloeden om hun energievraag aan te passen. We moeten die vraag meer spreiden in de tijd. ‘Consumentenflexibiliteit’ is essentieel.’ Psycholoog Ellen van der Werff van de RUG lichtte desgevraagd vanuit de zaal toe dat gedragswetenschappelijk onderzoek aantoont dat mensen vooral goed aanspreekbaar zijn op duurzaamheidsmotieven. ‘Als je mensen vooral financieel prikkelt, en je haalt de prikkel weg, dan verdwijnt ook het gewenste gedrag.’

Diederik Jekel interviewde het panel met de technische wetenschappers.Diederik Jekel interviewde het panel met de technische wetenschappers.

Kennis voor grote en kleine netwerken

Het tweede panel werd geleid door Diederik Jekel. Ilya Tyuryukanov en Jose Chavez Muro vertegenwoordigden het project PMU Supported Frequency-Based Corrective Control of FuturePower Systems: ‘Als er ergens een storing in het netwerk van energiecentrales ontstaat, kunnen we die met een nieuwe techniek veel sneller opsporen. We kunnen dan voorkomen dat de storing zich als het ware voortplant in de rest van het netwerk. Door supersnel in te grijpen kunnen andere centrales de energievraag verder opvangen en zorgen dat het aanbod op peil blijft, zodat een totale black out wordt voorkomen.’ Tennet gebruikt de kennis al. Johann Hurink sprak namens DISPATCH (Distributed Intelligence for Smart Power routing and mATCHing). ‘Wij hebben onder meer gekeken naar de spelregels die je nodig hebt om de positie van kleinere, lokale energiedistributeurs te versterken. De hele governance rond decentrale opwekking en de lokale markt van vraag en aanbod moet over twintig jaar decentraal geregeld zijn.’ Jekel: ‘Welke bestuurders  moeten dit gaan regelen?’ Hurink: ‘Alle! Het gaat om een herontwerp van het totale energiesysteem, waarbij we bijvoorbeeld ook het mobiliteitssysteem moeten betrekken.’

Verschillende disciplines

Tamás Kevicky van Aquifer Thermal Energy Storage Smart Grids vertelde over zijn project rond de lokale afstemming en samenwerking rond warmte- en koude-opslag in de grond. Zijn team combineerde hiervoor kennis uit de geohydrologie, de technische bestuurskunde en de meet- en regeltechniek. ‘Steeds meer partijen willen daar gebruik van maken. We hebben een slimme ICT-oplossing bedacht die het mogelijk maakt om zonder verdere communicatie toch de beschikbare grond met elkaar te delen. Hiervoor zou je zelfs het vergunningensysteem niet hoeven te veranderen.’ Zofia Lukszo van Car as a Powerplant vertelde dat ook in haar team, net als in dat van Kevicky, verschillende disciplines en invalshoeken aanwezig waren. ‘We hebben technisch én economisch gekeken naar het systeem van de waterstofauto als lokale energiecentrale – bijvoorbeeld op de parkeerplaats van een ziekenhuis. We doen daar nu praktijkexperimenten mee in the Green Village op de campus van de TUD waar studenten wonen die het systeem al gebruiken.’ Ook Shell gaat ermee aan de slag, vertelde Ewald Bruinisse vanuit de zaal.

Lea Diestelmeier en Ellen van der Werff.Onmisbare input van de sociaal-wetenschappen via Lea Diestelmeier en Ellen van der Werff.

‘Goed’ en ‘kwaad’ zijn fluïde

Het derde panel stond onder leiding van Gertjan Lankhorst van New Energy Coalition – nu met uitsluitend sociaal-wetenschappers. Lankhorst: ‘Ik vind het geweldig dat er in URSES ook vier sociaal-wetenschappelijke projecten waren, want het betrekken van deze disciplines in energieonderzoek gebeurt nog veel te weinig.’ Derk Loorbach van TRAPESES richtte zich op de onzekere, disruptieve en chaotische processen tussen verschillende partijen in een periode van transitie. ‘We hebben meer inzicht gekregen in hoe je twee verschillende werelden kunt verbinden: enerzijds die van de gevestigde partijen en anderzijds de meer zogenoemde niche-partijen. Als je mensen samenbrengt blijken ze bijvoorbeeld op hun eigen tekortkomingen gaan reflecteren. Ik zou eigenlijk wel af willen van die strikte tweedeling tussen ‘de slechteriken van de fossiele energie’ en de ‘groene goeien’. Zo strikt is dat onderscheid in de praktijk namelijk helemaal niet te maken. In beide ‘kampen’ zijn er mensen die juist progressief of juist behoudend zijn.’

Gedrag en instituties

Ellen van der Werff van Realizing the smart grid: aligning consumer behaviour with technological opportunities ging in op de motivatie van mensen om groener te handelen. ‘Een van de dingen die we ontdekt hebben, is dat mensen zich meer gemotiveerd voelen en duurzamer handelen als ze het gevoel hebben dat hun organisatie duurzaamheid voorstaat. Dat is belangrijk in verband met het feit dat van de elektrische voertuigen het merendeel via de leasemarkt gaat.’

Gert Spaargaren van Emerging Energy Practices in the Smart Grid vertelde over de Home Energy Management Practice-benadering. ‘We hebben het dan over het niveau dat tussen het individuele consumentengedrag en het grote maatschappelijke systeem in ligt. Dit is een niveau dat voor beleidsmakers en energiebedrijven interessant is. Ik spreek expres niet van ‘prosumers’, omdat het mij gaat om het gemiddelde energiegedrag van huishoudens: lang niet elk huishouden wekt zelf energie op. In de meeste huishoudens is energie gewoon helemaal geen issue.’ Lea Diestelmeier vertegenwoordigde het project SmaRds (Smart Regimes for Smart Grids), dat ging over recht, wet- en regelgeving. ‘Onze conclusie is dat de wet- en regelgeving veel meer flexibiliteit moet toelaten nu het hele energiesysteem in feite flexibeler wordt. We zien dat verschillende ‘system users’ – voorheen: consumenten – een verschillende bereidheid tot flexibiliteit hebben. Daar moet de regelgeving op inspelen.’

Paulien Herder leidde de laatste sessie (foto AMS Institute).Paulien Herder leidde de laatste sessie (foto AMS Institute).

Kennis voor de samenleving

Paulien Herder, hoogleraar in Delft en binnen het Topteam Energie vertegenwoordiger van de kenniswereld, leidde de slotsessie met drie panelleiders. ‘Het lijkt me essentieel dat de URSES-kennis wordt ingebed in de zogenoemde Multiyear Mission Driven Innovation Projects. Thema’s daar zijn de systeemintegratie, digitalisering, sociale innovatie en menselijk kapitaal.’ Punten die werden gemaakt in de slotdiscussie betroffen een noodzakelijke vernieuwing in het opleiden van jonge mensen, meer wetenschap in het maatschappelijk debat, meer integratie van kennis (en modellen) en meer  praktijkexperimenten. Talitha Muusse: ‘Nederland loopt weliswaar achter met vergroenen, maar waar we wel een voorloper in kunnen zijn is in de toepassing van kennis in de praktijk. We hebben immers ervaring met samenwerking tussen heel verschillende stakeholders – denk aan ons polderen.’ Jekel had het laatste woord, met de opmerking die velen in de zaal uit het hart gegrepen was: ‘Onderzoek als dit is onmisbaar om mensen die in de media maar wat roepen – zoals sommige politici – van deskundige repliek te kunnen dienen. Als je kennis de samenleving niet bereikt, dan had je die net zo goed niet hoeven ontwikkelen. Bij kennisontwikkeling hoort dus ook een flink budget voor kennisdeling. We hebben dit soort kennis echt nodig in de samenleving van dit moment.‘

Bron: NWO