Diverse mogelijkheden voor synergie bij URSES

Op dinsdag 12 april 2016 kwamen de onderzoekers van URSES – Uncertainty Reduction in Smart Energy Systems – samen in Paushuize te Utrecht; ook waren er leden van de programmacommissie en de consortia en gebruikersgroepen aanwezig. Centraal stond de vraag hoe de kennis die de URSES-onderzoekers ontwikkelen, door inzet van samenwerking tussen de verschillende projecten nog meer kan worden toegesneden op daadwerkelijk gebruik in de praktijk.

Erik Langereis over de 'route Energie Transitie'

De middag startte met een uiteenzetting van Erik Langereis over de 'route Energie Transitie' binnen het traject rond de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). In feite lopen er verschillende trajecten tegelijk – naast de NWA – waarin de input van energieonderzoekers zeer welkom is. Langereis drukte iedereen op het hart om deel te nemen aan deze trajecten.

De groepen aan de slag met de vragen zoals: wie zij als kennisgebruikers beschouwen

Vervolgens verkenden de aanwezige onderzoekers en andere stakeholders onder leiding van kenniscommunicatieadviseur Ymkje de Boer met welke andere mensen in de zaal ze verder zouden willen overleggen over samenwerking en het bereiken van synergie ten behoeve van kennisutilisatie in de praktijk. Al snel ontstonden er vijf subgroepen, waarbij telkens betrokkenen van minimaal twee verschillende projecten bij elkaar zaten. De groepen gingen aan de slag met de vragen wie zij als kennisgebruikers beschouwen, welke eindproducten ze zullen opleveren en hoe er via samenwerking een voor de praktijk mogelijk nog interessanter eindproduct kan worden bereikt.

Chemicus Allard Friedrich (ex-Shell), 'sustinnovator'

Na het werk in de subgroepen kwamen twee gastsprekers aan het woord, die vanuit hun achtergrond als innovatoren en netwerkers in maatschappij en bedrijfsleven het belang van cross-sectorale samenwerking benadrukten. Chemicus Allard Friedrich (ex-Shell), 'sustinnovator', is actief bij onder meer de Young Club of Rome en Springtij. Hij gaf verschillende voorbeelden van hoe hij met leggen van ongebruikelijke verbindingen tussen mensen hielp bij het op gang brengen van innovaties en het inzetten van nieuwe fases in innovatieprocessen. Belangrijk bij innovaties en transitie noemde hij: bottom up-initiatieven die gesteund worden door de top-down-structuren. De overheid steunt NGO's en burgeriniatieven: dan komt er wat van de grond. En binnen bedrijven: het topmanagement dat de creatieven op de werkvloer steunt. Een ander belangrijk punt in Allard's ervaring was dat mensen die bezig zijn met nieuwe ideeën, producten en kennis zich kwetsbaar opstellen en hulp durven te vragen aan anderen. Hij benadrukte daarbij het toepassen van ongebruikelijke werkvormen: intervisiesessies op het strand, alle sleutelfiguren samen op een boot laten varen, mensen uitdagen om elkaar te blijven bevragen op ambities.

Boudewijn Klaversteijn is een collega van Friedrich en noemt zichzelf 'innovatiesjerpa': 'Ik ondersteun uitvinders.' Hij vertelde eveneens uit ervaring over samenwerkingsvormen in vroege stadia van innovatie. Hij gaf onder meer als tip om in consortia en gebruikersgroepen niet zozeer samen te werken met zomaar een vertegenwoordiger van een bedrijf, maar op zoek te gaan naar de mensen die op de werkvloer aan het 'worstelen' zijn en open staan voor innovatie.

Daarna was het woord aan vertegenwoordigers van de vijf subgroepen die eerder aan het werk waren geweest. Zij koppelden kort terug waar ze op uit waren gekomen. Het volgende passeerde onder meer de revue:

De twee projecten die Tennet als eindgebruiker zien (ENergy-Based analysis and control of the grid: dealing with uncertainty and mARKets en PMU Supported Frequency-Based Corrective Control of Future Power Systems), zien zeker mogelijkheden voor samenwerking en synergie. De onderzoekers constateerden verder dat ze verschillende contactpersonen hebben binnen Tennet en dat dit wellicht ook geadresseerd moet worden.

De vier projecten op het gebied van de social sciences hebben verder nagedacht over het dichten van de kloof tussen wetenschap en praktijk. Zij stelden onder andere voor om innovatieve vormen van speeddating toe te passen, verder te werken aan een gezamenlijke taal en meer samen te werken met de onderzoekers uit de andere projecten/disciplines.

Ook de twee projecten rond 'The Car as a Power Plant' en 'Gaming beyond the Copper Plate' zagen mogelijkheden voor samenwerking vanwege de complementaire kennis die ze opleveren. Zij kunnen daar zeker verder mee.

Dit gold ook voor vertegenwoordigers van Emerging Energy Practices in the Smart Grid, Realizing the smart grid: aligning consumer behaviour with technological opportunities en Gaming beyond the Copper Plate, waar zowel een decision support system werd besproken als een gezamenlijk beleidsadvies.

De laatste subgroep bestond uit vertegenwoordigers uit de projecten DISPATCH (Congestion management with forecasting and legal issues) en STASCADE (Load balancing through partitioning/clustering using SLAs). Als je die twee invalshoeken bij elkaar optelt, krijg je: multi-level capacity management in urban settings!

Na de presentaties en vragen en discussie uit de zaal, stelde Han La Poutré, voorzitter van de URSES programmacommissie en middagvoorzitter, nog enkele andere zaken aan de orde. Het idee om een gezamenlijke conferentie in het najaar te houden met andere NWO-energieprogramma's werd ondersteund in de zaal. Een deel van de dag zouden de programma's dan onderling kunnen besteden in parallelle zalen. Verder praten en onderling informatie uitwisselen gebeurde aansluitend op de borrel.