Onderzoeksprojecten binnen het programma Omstreden democratie

Onderstaand de projecten die deel uitmaken van het programma Omstreden democratie, onderverdeeld in de rondes 2007 / 2008 / 2009 / 2010:

2010

Kortlopend onderzoek

Rechterlijk kosmopolitanisme en democratisch legitieme rechtspraak
Prof. mr. dr. L.H.J. Adams (UvT)
Het proces van globalisering heeft inmiddels ook de rechterlijke macht en de praktijk van de rechtspraak bereikt. Sommige rechters en gerechtshoven gedragen zich als echte wereldspelers, die hun uitspraken volop onderbouwen met verwijzingen naar buitenlands recht. Rechters en gerechtshoven treden aldus wereldwijd met elkaar in dialoog over de betekenis van het nationale recht; ze vormen een wereldrechtscollege. Deze praktijk is omstreden. Maakt het gebruik van buitenlands recht ten behoeve van gerechtelijke besluitvorming geen inbreuk op basale noties van democratie? Dit project onderzoekt vooral de democratische legitimiteit van deze praktijk in de context van een aantal continentale West-Europese hoogste gerechtshoven.

Voting advice applications and the politics of citizen competence
Dr. J. Anderson (UU)
Democratische regeringsvormen ontlenen hun legitimiteit aan de burgers die ze besturen, maar de kwaliteit van de overwegingen en beslissingen van burgers wordt vaak in twijfel getrokken. In het hart van discussies over democratie staat een eeuwenoud vraagstuk: hoe om te gaan met de beperkte competenties van burgers? Deze aloude discussie krijgt een nieuwe draai door de recente opkomst van elektronische applicaties die kiezers helpen bij het bepalen van hun stem, zoals in Nederland de StemWijzer en het Kieskompas. Dit project onderzoekt de implicaties van de opkomst van stemwijzers voor een adequaat begrip van burgerschap en de competenties die van burgers verwacht kunnen worden. Daarmee hopen we tot concrete beleidsadviezen te komen over het gebruik van stemwijzers.

De omgang met nieuw leiderschap en het verleden door de beleidsmedewerker van morgen
Prof. dr. J.C. Kennedy (UvA)
In de huidige democratie is veel aandacht voor politiek leiderschap. De politieke leider opereert in een historische context en succesvol leiderschap is tijdsgebonden: iedere tijd vraagt zijn eigen leider. Een gevolg van deze verandering van de democratie en de rol van leiderschap is dat de overheid steeds veranderende beleidsvoorkeuren te verwerken krijgt. Dit onderzoek laat zien dat de overheid met de tijd en visies van leiders kan meegaan door vernieuwingen te laten aansluiten bij historisch gegroeid beleid en te leren van het eigen organisatieverleden. Daarvoor is ontwikkeling van historisch bewustzijn nodig. Uniek is de grote betrokkenheid van de ambtenaren in dit project.

Adrift or adroit? On the sources of electoral volatility in the Netherlands, 2006-2010
Dr. T.W.G. van der Meer (UvA)
Het Nederlandse electoraat is beweeglijker dan ooit. De steun van Nederlandse burgers aan politieke instituties en aan politieke partijen toont sinds 2002 grote en groeiende bewegingen. De Nederlandse verkiezingen behoren inmiddels tot de meest volatiele van Europa. Over de oorzaken van deze electorale volatiliteit is echter uitermate weinig bekend. Waarom is de publieke opinie zo veranderlijk? Wie veranderen er van mening? Hoe? Onder invloed van welke gebeurtenissen? En hoe moeten we de veranderlijkheid van kiezers interpreteren? In dit project worden bovenstaande vragen beantwoord met behulp van panelgegevens waarvoor een reeks burgers gedurende een langere tijd is gevolgd.

Verkennende studies

The Local Politics of Attention: Local policy agendas in a comparative and historical perspective
Dr. P.W.A. Scholten (EUR)
Je zou het niet zeggen als je kijkt naar de berichtgeving, maar het lokaal bestuur in Nederland heeft wel degelijk een eigenstandige democratische legitimiteit en kent vaak heel specifieke beleidsagenda's. We weten echter nog heel weinig over hoe de lokale beleidsagenda's van diverse steden zich over de voorbije decennia ontwikkeld hebben en in welke opzichten deze verschillen van de nationale beleidsagenda. Dit onderzoek brengt de verschillen in kaart tussen de beleidsagenda's in een aantal Nederlandse steden. Waar houden de steden zich mee bezig, wat onderscheidt ze en hoe hebben de steden over de voorbije decennia een specifiek eigen beleidsagenda ontwikkeld?

Two-track public services? A longitudinal empirical perspective on tensions between democratic equity and liberalisation of public services
Dr. S. van de Walle (EUR)
Publieke diensten als gas- en elektriciteitsvoorziening, telefonie en openbaar vervoer zijn de afgelopen twintig jaar in hoog tempo geliberaliseerd. Deze vrijmaking van publieke diensten heeft echter ook de vrees aangewakkerd voor een tweedeling in de (semi-) publieke dienstverlening.

Aangezien de overheid, ondanks liberalisering en privatisering, nog steeds verantwoordelijk wordt gehouden voor het functioneren van de voorheen publieke diensten, kan deze tweedeling de democratische legitimiteit van de overheid aantasten. In dit project worden longitudinale trends in attitudes tegenover zogeheten 'diensten van algemeen belang' en gerelateerde gerapporteerde gedragingen in kaart gebracht. Vervolgens wordt nagegaan of deze trends er voor verschillende socio-economische subgroepen hetzelfde uitzien. Ten slotte wordt getracht eventuele verschillen in deze trends te verklaren.

2009

Kortlopend onderzoek

Improving inter-municipal democracy
Dr. L. Schaap
Gemeenten werken steeds meer samen met andere gemeenten. De lokale representatieve democratie, i.c. de gemeenteraden, heeft weinig greep op hetgeen in samenwerkingsverbanden gebeurt. De lokale democratie wordt daardoor uitgehold. De vertegenwoordigende democratie biedt te weinig mogelijkheden voor democratische controle. Daarom wordt in dit onderzoek de vraag aan de orde gesteld, of de democratische legitimatie van gemeenten in geval van intergemeentelijke samenwerking vergroot kan worden, en of andere vormen van democratie daarbij behulpzaam kunnen zijn.

Citizens as 'trustees': deliberative democracy in local security policies
Dr. B.A.M. van Stokkom
In dit onderzoek worden enkele vormen van burgerbestuur waarin participanten de bevoegdheid hebben besluiten te nemen over de aanpak van onveiligheid in de wijk, nader onderzocht. Nagegaan wordt of die vormen van burgerbestuur aan de veronderstellingen van het trustee model beantwoorden en aanknopingspunten bieden om het 'democratische tekort' te boven te komen. Tevens wordt nagegaan wat vanuit het oogpunt van effectief beleid de kansen en problemen zijn van dergelijke vormen van burgerbestuur en in welke opzichten de legitimiteit van het lokale bestuur en de lokale democratie kan worden vergroot.

Verkennende studies

Politicizing deliberative democracy
Dr. H.H.A. van den Brink
Deliberatieve democratie staat voor een grotere inspraak van burgers in politieke processen middels zorgvuldig vormgegeven fora waarin burgers hun mening kunnen vormen en uiten in het licht van goede informatie over een bepaalde politieke kwestie. Filosofisch onderzoek naar deliberatieve democratie is vaak erg abstract en algemeen van aard. Vele meer empirisch werkende wetenschappers vragen zich af hoe informatief filosofische theorieën zijn. In het voorgenomen onderzoek worden empirische onderzoeksresultaten over de mogelijkheid en de moeilijkheden van deliberatieve democratie gebruikt om de filosofie te confronteren met haar al te algemene ideaal van deliberatie.

Boerenpartijen en democratisering in Oost-Europa rond 1900
Dr. W.P. van Meurs
Deze verkennende studie richt zich op een vijftal Oost-Europese landen en onderzoekt de debatten en keuzen van grotere boerenpartijen ten aanzien van parlementarisme, algemeen kiesrecht en partijopbouw. De vergelijking van vijf Oost-Europese staten wat betreft de rol van boerenpartijen in het algemene Europese democratiseringsproces kan de opmaat zijn voor verder onderzoek en ook voor West-Europa nieuwe ideeën en of tenminste nieuwe vragen opwerpen.

Immuniteit van Nederlandse parlementariërs vanuit een Europese context bezien
Mr. dr. R Nehmelman
Tijdens een parlementaire vergadering of het schrijven daarvoor genieten de leden van de Eerste en Tweede Kamer zogeheten immuniteit. Dat houdt in dat zij alles mogen zeggen en schrijven wat zij willen in de Eerste of Tweede Kamer. Onderzocht zal worden of een volksvertegenwoordiger niet alleen binnen het parlementaire debat maar ook daarbuiten immuniteit moet hebben, zodat het democratische debat in volle omvang kan worden gevoerd. Toch kan men ook bedenkingen tegen een volledige immuniteit hebben, immers waar houdt de vrijheid van meningsuiting op, is dat bijvoorbeeld als een volksvertegenwoordiger aanzet tot haat of oproept tot geweld? Deze vragen zullen bij de behandeling van dit onderzoek worden uiteengezet en beantwoord aan de hand van onder meer de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens op dit terrein.

2008

Kortlopend onderzoek

The Virtualization of Citizenship in Dutch National and Local Citizenship Policies
Dr. W. Schinkel (EUR)
Dit project analyseert de overgang van de prominentie van formeel burgerschap naar moreel burgerschap in burgerschapsbeleid in Nederland van de afgelopen 20 jaar. In Nederland is 'integratie' sinds 1994 gedefinieerd als 'burgerschap'. Dat betekent dat een groep personen ontstaat die formeel burger zijn, maar niet volledig 'geïntegreerd' zijn en wiens burgerschap aldus geproblematiseerd wordt. Dit behelst een 'virtualisering van burgerschap' in die zin dat burgerschap een potentie in plaats van een actualiteit wordt en in de zin dat het een virtus, een deugd wordt. Dit project maakt een analyse van de virtualisering van burgerschap en van beelden van de 'actieve burger' in nationaal en lokaal burgerschapsbeleid. Dit levert waardevolle informatie op omtrent de veranderingen die de democratie ondergaat in een tijd van migratie, multiculturaliteit en mondialisering.

Decline in Political Party Membership
Dr. W.H. van Schuur (RUG)
Burgers vinden dat ze te weinig invloed hebben op de politiek, maar maken van hun eigen partijpolitieke participatie (nog) geen prioriteit. Ruim een kwart van de Nederlanders geven aan het lidmaatschap van een politieke partij als goede mogelijkheid te zien om de politiek te beïnvloeden. Echter, minder dan drie procent van de Nederlandse kiezers is lid van een politieke partij. In de hier voorgestelde studie onder leden, ex-leden en niet-leden van politieke partijen proberen we, in samenspraak met die partijen, te achterhalen welke beleidsalternatieven de overheid en de politieke partijen hebben om het ledental van politieke partijen te doen toenemen. Hierbij zullen we kijken naar kenmerken van niet-leden, en hun percepties van politieke partijen, maar ook naar de ervaringen van leden en ex-leden over het functioneren van de politieke partijen zelf. Beleidsalternatieven worden gezocht zowel in betere voorlichting over wat politieke partijen doen, alsook in voorstellen over verandering in partijcultuur, die het lidmaatschap van een politieke partij aantrekkelijker kunnen maken.

Verkennende studies

The Body of Democracy: Conceptualisations of Democracy in Dutch Debates on (Homo)sexuality and Multiculturalism, 1991-2007
Dr. S.P. Dudink (RU)
In recente Nederlandse debatten over multiculturalisme en integratie neemt homoseksualiteit een opvallende plaats in. Acceptatie en gelijke behandeling van homoseksuelen verschijnt in deze debatten geregeld als een belangrijk aspect van Nederland als democratische samenleving. Minder dan dertig jaar nadat het uit het Wetboek van Strafrecht verdween, heeft homoseksualiteit in Nederland een plaats verworven in definities van democratie. In dit project wordt onderzocht waarom homoseksualiteit zo een belangrijk aspect is geworden van conceptualiseringen van democratie in Nederlandse debatten over multiculturalisme en integratie. Daarnaast komt de vraag aan de orde welke conceptualiseringen van democratie voortkomen uit de verknoping van acceptatie en gelijke behandeling van homoseksualiteit met democratie.

The Administrative Behaviour of the Heads of European Union Agencies: From National Democracy to Supranational Eurocracy?
Prof. dr. Th. A.J. Toonen (TU Delft)
Het aantal onafhankelijke agentschappen op Europees niveau is de laatste jaren sterk gegroeid. Deze groei kan belangrijke gevolgen hebben voor de bestaande machtsverhoudingen in de lidstaten. Dit onderzoek verkent de autonomie die de directeuren van deze EU agentschappen hebben en de manieren waarop ze verantwoordelijk worden gehouden. Het onderzoek probeert het gedrag van de directeuren van EU agentschappen te duiden in het licht van het ontstaan van een supranationale 'Eurocratie' die haar tentakels uitspreidt tot ver in nationale democratieën.

Islamic Democratic Repertoires
Dr. E. van der Zweerde (RU)
De vraag is of en, zo ja, hoe de islamitische traditie zich verder kan ontwikkelen in de richting van een meer principiële deelname aan de liberale democratische rechtsstaat dan tot dusver volgens de leer mogelijk is. In deze Verkenning wordt de haalbaarheid onderzocht van een vergelijkend onderzoek tussen de islam en de ontwikkeling die de christelijke (protestantse, orthodoxe en rooms-katholieke) tradities hebben doorgemaakt. Deze tradities kennen immers ook een theocratisch verleden, maar hebben zich ontwikkeld tot geloofsgemeenschappen die de democratische rechtsstaat uit innerlijke overtuiging steunen. De vraag is welke argumentaties in welke omstandigheden daarbij een rol hebben gespeeld, welke 'repertoires' binnen deze tradities ontwikkeld zijn en of zich vergelijkbare ontwikkelingen in de islamitische traditie kunnen voordoen.

2007

Langlopend strategisch onderzoek

Data democracy or deliberative democracy? Democratization paradoxes in the Dutch steering philosophy 'from taking care of to making sure that'
Prof. dr. B.J.M. Arts (WUR)
Onze representatieve democratie staat onder druk. In bijzonder de (aangenomen) kloof tussen politiek en burgerij is onderwerp van publiek debat. Om deze crisis op te lossen heeft de Nederlandse overheid de filosofie 'from taking care of to making sure that' (TCMS) aangenomen. De hoofdvraag van het onderzoek is: wat zijn de implicaties van deze filosofie voor de democratie?

Political Legitimacy and Transformations of Party Democracy
Dr. W. van der Brug (UvA)
Gebruikmakend van de kennis en methoden uit de politieke theorie, de vergelijkende en empirische politicologie, de nieuwste geschiedenis en de communicatiewetenschap, geeft dit project nieuwe theoretische inzichten in de gevolgen van de huidige veranderingen in de partijdemocratieën. De resultaten zijn van belang voor actuele discussies over de gevolgen van staatsrechtelijke vernieuwingen, de vermeende kloof tussen burger en politiek, en het belang van openbaarheid en transparantie van besluitvormingsprocessen.

Contested Constitutions: Exploring the foundations of modern democracies
Prof. dr. L.W. Gormley (RUG)
Dit project richt zich op de debatten rondom constituties, met name op de verhouding tussen de debatten voorafgaande aan de constituties en de debatten die bij de toepassing van constituties werden gevoerd. Het onderzoek bevat vergelijkend historisch onderzoek naar constitutievorming in de VS, Frankrijk, Duitsland en Italië. De resultaten vormen de basis voor een leergeschiedenis van de positie van Nederland in de Europese eenwording waarmee Nederlandse beleidsmakers in van het verleden kunnen leren.

Alternatives of parliamentary democracy. The Netherlands in a European comparative perspective, 1880 to the present
Prof. dr. I. de Haan (UU)
Dit onderzoek is drieledig: 1, onderzoek van de traditie van ideeën en debat over alternatieven voor de parlementaire democratie vanaf 1880. 2, onderzoek van de ontwikkeling van vormen van functionele representatie na 1945. De geschiedenis van een reeks van instellingen wordt naast elkaar gelegd om na te gaan wat voor democratische alternatieven er ontstonden, en wat het democratische gehalte ervan was.3, onderzoek van de opkomst van toezichthoudende instanties vanaf de jaren tachtig.

Shared Commitments and Common Knowledge: The Epistemic Dimensions of Deliberative Democracy
Prof. dr. M.V.B.P.M. van Hees (RUG)
De vraag die het onderzoek wil beantwoorden is hoe deliberatieprocessen precies georganiseerd moeten worden om wel aan het waarheidsvindende ideaal te voldoen. Deze vraag zal zowel met empirische methoden uit de politicologie, de bestuurskunde en de communicatiewetenschappen worden beantwoord, als ook filosofisch onderzocht worden.

Short-term media logic and the long-term viability of democracy
Prof. dr. J. Kleinnijenhuis (VU)
Drie klassieke problemen van een democratie, namelijk (1) zwak en wisselvallig beleid, (2) steun voor demagogen en (3) gebrekkige participatie door de bevolking, worden mogelijk versterkt door politici en burgers die zich aanpassen aan verschuivingen in het nieuws en aan nieuwe media 'formats'. In hoeverre was van zo'n aanpassing sprake tussen 1990 en 2007 in Nederland? Kunnen meetinstrumenten ontwikkeld worden om verschijningsvormen van deze drie problemen te traceren in de media, partij-uitingen en internetfora?

Repertoires of Democracy: The Transfer of Democratic Practices and Institutions in 20th-Century Europe
Dr. W.P. van Meurs (RU)
Uitgangspunt van 'Repertoires of Democracy' is de constatering dat veranderingen in de opvattingen over en de inrichting van de democratie niet in nationaal isolement of parallel plaatsvinden, maar zeker in fasen van crisis door 'transfer', positieve en negatieve voorbeeldwerking. Het onderzoek combineert het 'Omstreden Democratie' perspectief met nieuwe benaderingen van transnationalisme en introduceert 'repertoires van democratie' als een heuristisch en als een analytisch instrument voor de vaak impliciete en verschuivende normen van democratie en noties van politieke cultuur.

Interactive metal fatigue. The interpassive transformation of democratic life
Dr. G.H. van Oenen (EUR)
De voortdurende en intensieve interactie die de moderne samenleving vereist, leidt steeds vaker tot verschijnselen van afwending, afsluiting, onthechting, desinteresse en uitbesteding. Niet omdat we een afkeer zouden hebben van emancipatie, democratie en interactie, integendeel. Juist ons enthousiasme voor deze waarden maakt ons, letterlijk en figuurlijk, moe. Beoogd wordt op drie belangrijke maatschappelijke terreinen - politiek en openbaar bestuur, arbeid en economie, en kunst en openbare ruimte – de symptomen van 'interpassiviteit' op te sporen en te analyseren.

Popularization and personalization in the Dutch democracy
Prof. dr. E.A. van Zoonen (UvA)
Dit onderzoeksprogramma is tweeledig. Het eerste deelproject biedt een historische en culturele analyse van de verschijningsvormen van popularisering en personalisering in politieke tv-programma's sinds het begin van de Nederlandse televisiejournalistiek in 1956. Het tweede deelproject onderzoekt de gevolgen van de uit project 1 blijkende vormen van popularisering en personalisering voor het politiek vertrouwen en de politieke opvattingen van burgers. Hierbij wordt mede nagegaan in hoeverre de volgens project 1 onder politici bestaande veronderstellingen over deze gevolgen houdbaar zijn.

Kortlopend onderzoek

Changing Boundaries of the Demos and the Legitimacy of Democracies
Dr. J.K Blatter (EUR)
Welke hedendaagse veranderingen kunnen worden waargenomen in het lidmaatschap van het demos? Recente wijzigingen van wet- en regelgeving in Westerse landen en de debatten daarover worden bestudeerd. Dit materiaal wordt vervolgens gebruikt voor het beantwoorden van de volgende vragen: Wat voor een bevolking zou er kunnen ontstaan? Is dit een bevolking van uitgesproken en ondubbelzinnige loyaliteit aan één politieke gemeenschap? Kan er ook van een niet-exclusief, gradueel en in de tijd begrensd.

Micro-mobilization, resonance through 'old media' and new web technologies
Dr. A.R. Edwards (EUR)
Dit onderzoek kijkt naar deze processen van 'micromobilisatie' van burgers, de manieren waarop burgers de issues die ze naar voren brengen verwoorden ('framing'), naar de combinaties van oude en nieuwe media die hierbij worden gebruikt en naar de manier waarop vanuit het politieke systeem hierop wordt gereageerd. In een historisch en vergelijkend perspectief worden verschillende cases onderzocht. Doelstelling van dit onderzoek is om nieuwe patronen van mobilisatie en agendavorming in kaart te brengen, toegespitst op het gebruik van media, en beleidsmakers en politici aanknopingspunten te bieden om hiermee om te gaan.

Decision making about electoral systems by deliberative democracy arrangements
Dr. H. van der Kolk (UT)
Inzicht in zowel de besluitvorming over kiesstelsels als het betrekken van burgers bij politieke besluitvorming middels burgerjury's is doel van dit onderzoek. Zowel documenten over (voorgenomen) veranderingen in kiesstelsels worden bestudeerd, alsook gegevens die zijn verzameld onder de leden van drie verschillende burgerfora. Duidelijk zal worden gemaakt of burgers die zich met een institutioneel probleem als een kiesstelsel bezig houden, op een andere manier dan experts en (oud-) politici kijken naar dit probleem. Daarmee hopen we ook een dieper inzicht te krijgen in de manier waarop kiesstelsels (niet) veranderen.

Nature conflicts and deliberative democracy. Potentialities and deficits of the deliberative democratic perspective with respect to conflicts on nature
Prof. dr. M.J.A.A. Korthals (WUR)
Vanuit deliberatief democratisch perspectief zullen in dit project een aantal streng geselecteerde casus uit Nederland en Europa worden geanalyseerd waarbij legitimatie en vertrouwen via coöperatieve deliberaties meer of minder een rol spelen. Het onderzoek wordt afgesloten met een goed leesbare gids over hoe het deliberatief democratische gehalte van debatten en beleidsprocessen rond natuur te verhogen.

Democracy without Bureaucracy, A Utopia?
Prof. dr. B.F. van Waarden (UU)
Democratie produceert bureaucratie, maar ze is vervolgens niet gelukkig met dat eigen product. Dit project neemt deze paradoxale relatie tussen democratie en bureaucratie, de tegenstrijdige eisen die de democratie aan de bureaucratie stelt, tot uitgangspunt. De onderzoekers willen met een monografie bijdragen aan een verheldering van het dilemma, en de diverse manieren waarop democratisch toezicht bureaucratie produceert in kaart brengen. Ook worden de kosten en baten van diverse voorgestelde oplossingen tegen het licht gehouden.

Verkennende studies

Democratic imaginations in global perspective: liberal democrarcy and its contenders
Dr. P. Boele van Hensbroek (RUG)
Het voorgesteld onderzoek wil een begin maken met het in kaart brengen van visies op democratie buiten de westerse wereld. Het doet dat door het bestuderen van belangrijke discussies over democratie in Afrika, India en Korea. Daarbij bouwt het voort op eerder werk van de onderzoeker dat een kritisch onderzoek gaf van de belangrijkste Afrikaanse politieke denkers in de afgelopen honderdvijftig jaar. Een aantal wetenschappers uit Afrika en Azië ondersteunt en adviseert het onderzoek.

Diploma democracy: The disappearance of the less educated from political life
Prof. dr. M.A.P. Bovens (UU)
De voorgestelde verkenning brengt de opkomst van de diplomademocratie in Nederland zo nauwkeurig mogelijk in kaart en vergelijkt de situatie in ons land met andere OESOlanden. Daarbij wordt aandacht besteed aan een breed scala van politieke participatievormen. Het tweede onderdeel verkent wat de oorzaken zouden kunnen zijn van het verdwijnen van de laagst opgeleiden uit vrijwel alle politieke arena’s. Het derde onderdeel inventariseert in hoeverre de opkomst van een diplomademocratie op gespannen voet staat met de uitgangspunten van de representatieve democratie.

An Ethnography of the Democratic State
Dr. J.T. Friedman (UU)
Dit onderzoek ontwikkelt een theoretisch en methodologisch kader voor een antropologische benadering van de democratische staat. Meer specifiek gaat het daarbij om het begrip ‘politieke verbeelding’ als prisma waarmee zowel naar de staat als naar democratie gekeken kan worden. De bruikbaarheid hiervan zal worden geïllustreerd aan de hand van empirisch onderzoek in een niet-Westerse setting. Het onderzoek biedt op deze manier nieuwe conceptuele handvatten die het inzicht in de rol van de staat en democratische processen vergroot en levert zo een antropologische bijdrage aan het debat over democratie.

Democracy Contested; The Dutch political essay in the twentieth century
Dr. J.P. Koenis (UM)
In deze studie op het breukvlak van de politieke filosofie en literatuurwetenschap wordt de invloed van het Nederlandse politieke essay op het publieke debat over democratie onderzocht. Er wordt een nieuw corpus van politieke essays samengesteld uit drie perioden: de jaren dertig, de jaren zeventig en tachtig en tenslotte de jaren rondom de millenniumwissel. Uit dit corpus worden per periode van twee essayisten spraakmakende essays onderzocht op hun retorische en stilistische kwaliteiten, en vervolgens geconfronteerd met een conceptuele analyse van het concept van de democratie dat in deze essays naar voren komt.