Achtergrond

Het Nationaal Programma Zee- en Kustonderzoek (ZKO) bundelt het onderzoek naar factoren die kusten en het zeewater beïnvloeden.

Achtergrond

In 2005 werd geconstateerd dat het Nederlandse zee- en kust onderzoek versnipperd was. Eén nationaal programma voor zee- en kust onderzoek zou daarom de samenhang in het onderzoek ten goede moeten komen. Daarop ontstond het Nationaal programma Zee- en Kust Onderzoek, een gemeenschappelijk initiatief van NWO Aard- en Levenswetenschappen, de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Economie, Landbouw en Innovatie (EL&I), Infrastructuur en Milieu (I&M), en de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM).
Deze organisaties willen de integratie en synergie bevorderen tussen kennisinstellingen (universiteiten, academische onderzoeksinstituten, IMARES, Deltares, KNMI), de overheid en bedrijven op het gebied van zee- en kust onderzoek. Samen streven ze naar duurzaam behoud en gebruik van zee en kust. Voor specifieke onderdelen van het programma ontstonden samenwerkingen met andere partners en sponsoren, waaronder de KNAW-Waddenacademie, Rijkswaterstaat Dienst Noordzee, het Duitse Bundesministerium für Bildung und Forschung (BMBF) en de brancheorganisaties NOGEPA en IRO.

Probleemstelling

Als maritiem land heeft Nederland grote economische en maatschappelijke belangen op het gebied van zee en kust. De Nederlandse overheid ontwikkelt beleid voor de bijbehorende kansen en problemen, zoals natuurbeheer, de mosselcultuur, visserij, scheepvaart, windmolenparken nabij de kust, verzilting van landbouwgrond en kustverdediging. Dit beleid wortelt echter onvoldoende in wetenschappelijke kennis. ZKO wil hieraan bijdragen door excellent wetenschappelijk onderzoek te stimuleren en te faciliteren.

Deelprogramma's

Er zijn zes subsidierondes geweest, verdeeld over:

  • Veranderende draagkracht (Wadden)
  • Oceanen
  • Noordzee
  • Transnationaal Waddenzeeonderzoek

 

Veranderende draagkracht

Onderzoek uit dit deelprogramma zoekt antwoord op actuele beleidsvragen door analyse en monitoring van de draagkracht van de Nederlandse Waddenzee.

Oceanen

Dit onderzoek richt zich op de rol die oceanen spelen op het klimaat, de biogeochemie en ecosystemen, en de biodiversiteit in relatie tot exploitatie.

Noordzee

Het deelprogramma Noordzee stimuleert onderzoek naar multifunctioneel gebruik, duurzaam beheer en de impact van veranderingen op de Noordzee. In het onderzoek staan de relatie met het Nederlands continentaal plat en de impact op de Noordzee centraal.

Transnationaal Waddenzeeonderzoek

Bijzonder is een gezamenlijke internationale subsidieronde uit 2011 met het Duitse Ministerie voor Onderwijs en Wetenschap (BMBF) over sedimentdynamiek en invasieve soorten. Dat zijn immers kwesties die niet gebonden zijn aan landsgrenzen, terwijl hetzelfde onderzoek vaak wel door meerdere landen apart wordt gedaan. Dit initiatief stimuleert onderzoek op het gebied van de Wadden, wat landen over de grenzen heen met elkaar verbindt. Het BMBF is programmaleider via de uitvoerende instantie in Duitsland: Projektträger Jülich (PTJ). Meer informatie vindt u op de website van PTJ.

Looptijd tot 2013

Het Nationaal Programma Zee- en Kustonderzoek loopt van 2008 tot 2013. Het budget bedroeg bij de start van het programma ongeveer 21 mln euro. Financiers zijn OCW, EL&I, I&M, de NAM, en NWO Aard- en Levenswetenschappen.

Documenten