Onderzoeksprojecten binnen het programma Maatschappelijk verantwoord innoveren

Index


Voorjaar 2017

In februari 2017 is aan de volgende projecten financiering toegekend:

Menselijke controle over automatische voertuigen
Prof. dr. Bart van Arem, Technische Universiteit Delft, projectduur 3 jaar
Consortiumpartners: Toyota Motors Europe, Royal HaskoningDHV, ANWB, Achmea, Nationale Nederlanden, AMS, SWOV, Langerak/van Roest, Connekt, TRANSDEV Nederland, Ministerie I&M, RDW, CBR                                             
(Semi-)automatische voertuigen staan volop in de belangstelling. Volgens velen is het eerder een zaak van hoe en wanneer we automatisch gaan rijden dan wanneer. Maar hoeveel taken kan een voertuig veilig van een bestuurder overnemen? En wie is er verantwoordelijk als het misgaat? Dit project geeft richting aan een maatschappelijk verantwoorde transitie naar automatische voertuigen en ontwikkelt daar richtlijnen voor. De ontwikkeling van een theorie van 'meaningful human control' van automatische voertuigen staat daarbij centraal.

Boeren zijn nodig voor een Biobased Economy
Dr. Lotte Asveld, Technische Universiteit Delft, projectduur 3 jaar
Consortiumpartners: DSM, BioRefineryDevelopment, GoodFuels Marine, SkyNRG, CarbonAgro, Havenbedrijf Rotterdam, Rodenburg Biopolymers, Sunchem South-Africa

Boeren en andere producenten van biomassa (zoals bos) moeten worden betrokken in de waardeketen voor biobased producten. Zij hebben immers een grote rol bij het productieproces. Dit project richt zich op de waarden, zorgen en wensen van biomassaproducenten. Op basis daarvan wordt een ontwerp van een duurzame biobased waardeketen gemaakt. Zo'n breed gedragen ontwerp kan de omschakeling naar duurzaam gebruik van biomassa voor producten als bioplastics en biobrandstoffen bevorderen.

Governance van verantwoorde crowd-based initiatieven
Dr. Eefje Cuppen, Technische Universiteit Delft, projectduur 4 jaar
Consortiumpartners: Enexis, Waterschap de Dommel, Hoogheemraadschap Delfland, Brabant Water, EVO, TLN, Dinalog, Nelen & Schuurmans, KWR

In steeds meer sectoren zien we crowd-based innovaties: burgers die zich collectief organiseren om producten of diensten te leveren die voorheen door de overheid of het bedrijfsleven werden geleverd. Een goede verdeling van verantwoordelijkheden bij crowd-based initiatieven is nodig om te komen tot maatschappelijk verantwoorde innovaties. Dit project is erop gericht meer inzicht te krijgen in de wijze waarop 'crowd-based innovaties' (CBI's) op een goede manier kunnen worden georganiseerd. Het onderzoek zal leiden tot een raamwerk voor de governance van maatschappelijk verantwoorde CBI's en voor specifieke governance interventies voor een aantal concrete CBI's.

Acceptabel design voor warmtevoorzieningssystemen
Prof. dr. ir. Pauline Herder, Technische Universiteit Delft, projectduur 4 jaar
Consortiumpartners: BodemenergieNL, Decisio, Ecorys, Eigen Haard, Eneco, EnNatuurlijk, Inventum, Nuon, Platform Geothermie, Twynstra Gudde, Waternet, Alliander, AMS Institute, Gemeente Utrecht, Warmtestad Groningen, TU Delft

Het komende decennium moeten er vergaande beslissingen genomen worden over systemen om Nederlandse woningen, kantoren en andere gebouwen duurzaam te verwarmen. Dit project zal richtlijnen opstellen voor het ontwerp van maatschappelijk verantwoorde, duurzame warmtevoorzieningssystemen die op een breed draagvlak kunnen rekenen.

Mobiele systemen voor gedragsverandering
Prof. dr. Anthonie Meijers, Technische Universiteit Eindhoven, projectduur 4 jaar
Consortiumpartners: Philips Research
De snelle ontwikkeling van smartphones schept grote mogelijkheden voor het ondersteunen van een gezonder leven. Dit project ontwikkelt manieren waardoor gebruikers gezondheidsondersteunende systemen kunnen vertrouwen en bereid zijn om deze te gebruiken, zonder dat de intrinsieke motivatie om gezond te leven wordt ondermijnd.

Reizende feiten en onzekerheden: een digitaal dashboard voor gebalanceerde beelden over innovaties
Dr. Tamara Metze, Wageningen University & Research, projectduur 4 jaar
Consortiumpartners: Triquanta, Wing, RIVM
In beelden verpakte feiten en fabels zijn van grote invloed op het publieke debat en de besluitvorming over technologische innovaties. Voor- en tegenstanders gebruiken ze om de publieke opinie, politici en beleidsmakers aan hun kant te krijgen. Vaak zijn enkele beelden dominant en niet per se juist. Meer kennis en betere communicatie door experts helpen niet altijd. Dit project ontwikkelt een dashboard om betere beelden over technologieën te ontwikkelen.

Afvalwater zuiveren met algen
Prof. dr. Annemarie Mol, Universiteit van Amsterdam, projectduur 3 jaar
Consortiumpartners: Waterschap Aa en Maas, Waterschap De Dommel, Brabant Water, Ecovillage Boekel
Dit project ontwerpt een decentraal waterzuiveringssysteem, dat weinig water vereist, schadelijke stoffen verwijdert en nuttige stoffen terugwint voor hergebruik als mest. Dit systeem wordt in gebruik genomen in Ecodorp Boekel om te onderzoeken hoe het uitwerkt in de alledaagse praktijk. Daarbij wordt zowel op technische als op sociaal-ethische aspecten onderzocht en zo nodig bijgesteld.

Humanitaire logistiek voor vluchtelingenopvang
Mr. dr. ir. ir. Lamber Royakkers, Technische Universiteit Eindhoven, projectduur 2 jaar
Consortiumpartners: Prisma, Gunilla Bradley Centre for Digital Business Sweden, ARP, NOVA Instituut, North-West University South Africa
Nieuwe digitale technologieën bieden maatschappelijke en economische kansen voor de logistiek rondom de opvang van vluchtelingen. De onderzoekers ontwikkelen een expertsysteem om het logistieke proces maatschappelijk verantwoord te optimaliseren. Daarbij houden zij rekening met ethische en maatschappelijke aspecten en met de belangen van alle stakeholders.

Maatschappelijk verantwoord besluiten over gas
Prof. dr. Linda Steg, Rijksuniversiteit Groningen, projectduur 4 jaar
Consortiumpartners: N.V. Nederlandse Gasunie, Energie Beheer Nederland EBN B.V., Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie
Welke institutionele en bestuurlijke veranderingen zijn nodig in de gassector om een maatschappelijk verantwoord energiesysteem te realiseren? Welke factoren bepalen het draagvlak voor gasoplossingen die bijdragen aan een duurzame energietransitie? Dit project onderzoekt hoe mensen en stakeholders over gas oordelen en welke factoren deze oordelen beïnvloeden. Op basis van de resultaten van het onderzoek ontwikkelen de onderzoekers concrete inzichten voor een maatschappelijk verantwoorde besluitvorming over gas. Dat kan ook betekenen dat bepaalde ontwikkelingen in de gassector zouden moeten worden stopgezet.


2015

In februari 2015 is aan de volgende projecten financiering toegekend:

Topsector Energie

Het nut van controverses
Dr. ir. Eefje Cuppen, Technische Universiteit Delft, projectduur vier jaar
Consortiumpartners: Alliander, Eneco, Gasunie, Royal HaskoningDHV, NOGEPA, Arcadis, CE Delft
Nieuwe, maatschappelijk verantwoorde energieprojecten zoals windparken roepen vaak weerstand op. Controverses die hieruit voorkomen zijn echter óók een bron van informatie voor beoordeling van energieprojecten. Ze laten immers zien welke waarden er in de knel dreigen te komen. Bijvoorbeeld milieu en veiligheid, of economische aspecten ten koste van het behoud van een rustige leefomgeving. Dit onderzoek richt zich op zowel recente energieprojecten waarbij juist wel of geen controverses optraden, als op lopende projecten van de betrokken partners. Doel is om deze bronnen van informatie te gebruiken om nieuwe manieren voor beoordeling in de dagelijkse praktijk van projectontwikkelaars uit te proberen en te evalueren. Hiermee beoogt het project een concrete bijdrage te leveren aan het verbeteren van besluitvorming rondom maatschappelijk verantwoorde energieprojecten.

Proeftuin voor intelligente energiesystemen
Prof. dr. Rolf Künneke, Technische Universiteit Delft, projectduur vier jaar
Consortiumpartners: Advanced Metropolitan Solutions, TFECo BV
Intelligente energiesystemen (denk aan energienetten en -meters) zijn cruciaal voor duurzame productie en gebruik van energie. Ze maken het mogelijk om decentraal opgewekte energie, bijvoorbeeld uit zon of wind, veilig en betrouwbaar te verdelen. Maar ze brengen ook ethische vragen met zich mee, bijvoorbeeld rond privacy of een eerlijke verdeling van kosten en baten. Op deze vragen zouden we een antwoord moeten hebben voordat intelligente energiesystemen op grote schaal worden aangelegd. Uitgaande van een proeftuin voor intelligente energiesystemen in de regio Amsterdam wordt naar mogelijkheden gezocht om innovatieve business- en organisatiemodellen te ontwikkelen die rekening houden met de maatschappelijke waardering van intelligente energiesystemen. Dit komt ten goede aan de maatschappelijke acceptatie die belangrijk is voor de ontwikkeling van duurzame energiesystemen.

Een nieuw ontwerp voor de elektriciteitsmarkt
Prof. dr. Machiel Mulder, Rijksuniversiteit Groningen, projectduur één jaar
Consortiumpartners: TenneT TSO BV, Consumentenbond, Energy Academy Europe
Elektriciteitsmarkten in Europa ondergaan grote veranderingen door de groei van stroom van windmolens en zonnepanelen. Hoewel deze toename bedoeld is om de elektriciteitsvoorziening schoner te maken, heeft zij mogelijk negatieve effecten op de betrouwbaarheid en betaalbaarheid van de stroomvoorziening en daardoor op de maatschappelijke acceptie van duurzame energie. Dit project onderzoekt de effecten van verschillende aanpassingen van de elektriciteitsmarkt op deze punten. Via de betrokken stakeholders uit de energiehoek (producenten, consumenten, netwerkoperatoren, agentschappen) zullen de resultaten van het onderzoek zowel in het Nederlandse als het Europese energiedebat worden ingebracht.

Smart grids in India
Prof. dr. ir. Geert Verbong, Technische Universiteit Eindhoven, projectduur vier jaar
Consortiumpartners: Power Research Electronics BV, Rural Spark Energy India Pvt. Ltd
India kampt met een groeiende vraag naar elektriciteit, terwijl het systeem de huidige vraag al nauwelijks aan kan. Bovendien hebben ruim 400 miljoen mensen in het geheel geen toegang tot het centrale elektriciteitsnet. Dit project onderzoekt in hoeverre smart grids een antwoord zijn op beide uitdagingen tegelijk. Meer specifiek: hoe smart grids op verantwoorde wijze kunnen worden ontwikkeld, geïmplementeerd en opgeschaald voor een duurzame energievoorziening in India. Het onderzoeksteam werkt nauw samen met lokale partners, die actief (geweest) zijn bij de nationale overheid, een energie-NGO en als sociaal entrepreneur. De resultaten hebben een bredere impact en zullen ook gebruikt worden voor het verbeteren van (energie)innovaties in Nederland.

Lokale energiecollectieven
Dr. Henny van der Windt, Rijksuniversiteit Groningen, projectduur vier jaar
Consortiumpartners: Ecovat Werk BV, Dr. Ten BV, Cogas Duurzaam BV, PvDijk IMC, Fudura BV, Tim de Klerk Media, Focal Point BV

Hoe kunnen lokale energiecollectieven bijdragen aan de transitie naar een maatschappelijk verantwoord, duurzaam energiesysteem? En welke innovatieve vormen van ondersteuning, zoals lokale opslag en smart microgrids, sluiten het beste aan bij de behoeften van lokale initiatieven? Dit project beoogt bouwstenen te leveren voor een duurzame samenleving waarin meer ruimte is voor lokale (burger)initiatieven. Het leidt tot een nauwkeurig overzicht van beperkingen en mogelijkheden van lokale energiesystemen en daarbij betrokken technologie. Ook zal het resulteren in een routekaart voor duurzame energiesystemen op lokaal niveau.

Topsectoren Agri & Food en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen

Duurzame energie uit rijststro
Prof. dr. ir. Wiebe Bijker, Universiteit Maastricht, projectduur 1,5 jaar
Consortiumpartner: DSM India
In India is het verbranden van stro dat na de rijstoogst overblijft onderdeel van de traditionele landbouwpraktijk. De verbranding is illegaal en zorgt voor milieu- en gezondheidsproblemen. Daarnaast heeft India te maken met energieschaarste.Dit project ontwikkelt een alternatief. Het onderzoekt de mogelijkheid van maatschappelijk verantwoord innoveren door rijststro te gebruiken voor de productie van duurzame energie. Ethische en maatschappelijke overwegingen van alle stakeholders worden meegenomen in het ontwerpen van dit alternatief. Een van de beoogde uitkomsten is een ontwerp- en implementatieplan waarmee geanticipeerd en gereageerd kan worden op toekomstige veranderingen binnen het socio-technisch biogassysteem.

Naar een optimaal effect van voedingslogo's
Dr. Vincent Blok, Wageningen University, projectduur vier jaar
Consortiumpartner: Schuttelaar & Partners
Logo's voor gezonde voeding zoals het 'Ik kies bewust'-logo helpen consumenten om gezondere keuzen te maken. Mensen met lagere inkomens en lagere opleiding laten zich er echter minder door leiden. Indirect kunnen de logo's echter wel degelijk effect hebben, ook op het eetgedrag van deze moeilijk bereikbare groep. Ze werken namelijk twee kanten op: ze beïnvloeden de consument, maar ook de producent. Informerende logo's kunnen de voedingsindustrie aanzetten tot innovatie en daardoor het totale voedingsaanbod gezonder maken. Dit project maakt voor deelnemende bedrijven en gezondheidsfondsen inzichtelijk welke factoren verantwoorde innovatie in de voedingsindustrie bevorderen of juist in de weg staan. Het helpt de logo's aan te scherpen en zo de impact op innovatie richting een gezonder voedingsaanbod te optimaliseren.

Een gezonde toekomst voor de aardappel
Prof. dr. Frans Brom, Rathenau Instituut, projectduur vijf jaar
Consortiumpartner: Solynta

De aardappel is wereldwijd een van de belangrijkste voedselgewassen. Door de nieuwe veredelingsmethode van de Wageningse firma Solynta ziet de toekomst van de aardappel er een stuk gezonder uit, zeker als we bedenken dat de huidige aardappelteelt nog steeds veel te kampen heeft met de beruchte 'aardappelziekte'. Toch roept deze ontwikkeling ook vragen op. Hoe zou die nieuwe veredelingsmethode de huidige aardappelteelt kunnen gaan veranderen, en welke toekomst is er voor de aardappel en de boeren weggelegd? Op die vragen probeert dit project antwoorden te vinden. Hierbij worden zoveel mogelijk partijen uit de sector en de samenleving betrokken in een discussie over welk toekomstbeeld het meest wenselijk is en wat we zouden moeten doen om zo’n toekomst dichterbij te brengen.

Topsector High Tech Systemen en Materialen  

De slimme stad
Prof. dr. Tsjalling Swierstra, Universiteit Maastricht, projectduur drie jaar
Consortiumpartner: Alliander
Het gebruik van informatietechnologie in de slimme stad van de toekomst biedt tal van kansen voor beter vervoer, energiezuinigheid, betere zorg, meer veiligheid etc. Deze beloften worden alleen werkelijkheid wanneer overheid, bedrijven en burgers elkaar kunnen vertrouwen. Maar het pad omhoog blijkt stekelig. Misbruik of commerciële toe-eigening van de verzamelde informatie ligt op de loer. Dit project helpt de voorwaarden te scheppen waaronder partijen met elkaar kunnen samenwerken. Samen met technici zullen belangrijke waarden als privacy, participatie en eigendomsrechten in de techniek worden verankerd. Ook zal er een app worden ontwikkeld waarmee burgers kunnen zien op welke ethische overwegingen het systeem is gebaseerd, en hoe ze daarover kunnen meepraten wanneer het systeem zich ontwikkelt. De resultaten dragen tevens bij aan de vormgeving van randvoorwaarden binnen andere high tech-systemen zoals het internet of things en open data-platforms.

Responsible Design of Drones and Drone Services
Prof. dr. Peter-Paul Verbeek, Universiteit Twente, projectduur één jaar
Consortiumpartners: UAV international, Clear Flight Solutions

Drones spelen een steeds grotere rol in de samenleving, van goederentransport tot aardobservatie en van rampenbestrijding tot oorlogsvoering. Hieraan kleven veel ethische en juridische aspecten. Dit project over drone-technologie en drone-gebruik beoogt een instrument te ontwikkelen om te anticiperen op beide aspecten, om ze vervolgens te integreren in de ontwikkeling en het gebruik van drones.

Enabling Personalized Medicine
Prof. dr. Ellen Moors, Universiteit Utrecht, projectduur anderhalf jaar
Consortiumpartner: TATE Inkoop BV

Dit project draagt bij aan de verdere ontwikkeling van medicijnen-op-maat. Het huidige farmaceutische systeem belemmert de mogelijkheden die personalized medicine biedt. De huidige regelgeving is gericht op lange termijn ontwikkelingstrajecten en is niet geschikt voor de beoordeling en toelating van innovatieve middelen gericht op individuele behandeling. In dit project wordt onderzoek gedaan naar institutionele en ethische aspecten rondom magistrale bereiding (individueel gemaakte producten). De onderzoekers zullen een systeem ontwerpen waarin op een verantwoorde manier wordt omgegaan met de magistrale bereiding van medicijnen-op-maat.

Topsector Life Sciences & Health 

Doorbehandelen, of niet?
Dr. Marianne Boenink, Universiteit Twente, projectduur vier jaar
Consortiumpartners: Hersenstichting Nederland, Clinical Science Systems Twente Medical Systems International

Prognostische tests zijn cruciaal om te bepalen of patiënten die na een hartstilstand in coma liggen, doorbehandeld moeten worden. EEG-metingen kunnen mogelijk binnen 24 uur een prognose geven van iemands vooruitzichten. Deze techniek roept echter veel vragen op. Wanneer is iemands vooruitzicht zo slecht dat stoppen met behandelen gerechtvaardigd is? Weegt respect voor de wens van de familie op tegen de kosten van doorbehandelen? Dit project onderzoekt of, en zo ja hoe EEG-metingen kunnen bijdragen aan goede zorg voor comateuze patiënten. Het onderzoek zal onder meer voorwaarden formuleren waaraan EEG-metingen moeten voldoen om bij te dragen aan goede zorg. Die voorwaarden zullen zoveel mogelijk in de zorgpraktijk worden geïmplementeerd. Ook resulteert het onderzoek in een handleiding voor gezamenlijke besluitvorming over de patiënt door familie en zorgverleners. Tenslotte zullen verzekeraars en ontwikkelaars van medische richtlijnen ondersteund worden bij het opstellen van passende regels voor het gebruik en de vergoeding van EEG-metingen.

Innovatief dieronderzoek
Dr. Franck Meijboom, Universiteit Utrecht, projectduur vier jaar
Consortiumpartners: BioXpert BV, ProQR Therapeutics BV

Dierproeven hebben de afgelopen decennia bijgedragen aan een beter inzicht in ziektes en een betere behandeling, maar waren ook aanleiding voor discussies over ethische aanvaardbaarheid en betrouwbaarheid. Dit maatschappelijke debat heeft geleid tot nieuwe, betere onderzoeksmodellen. Maar innovaties in dieronderzoek leiden niet altijd tot de gewenste gezondheidswinst. Dit project onderzoekt de achtergronden van dit probleem en stelt een nieuwe aanpak voor: het formuleren van 'translationele strategieën'. Hierbij wordt de hele onderzoeksketen (zowel dieren als mensen) betrokken bij het bepalen van de ideale onderzoeksstrategie en staat de patiënt centraal. Aan de hand van casestudies rond taaislijmziekte en reuma zal het onderzoeksteam de mogelijkheden van goede translationele strategieën verkennen. De resultaten worden onder meer gebruikt voor het onderwijs en voor een bijdrage aan standaardprotocollen voor onderzoek en ethische toetsing.

Experimentele medicijnen voor uitbehandelde patiënten
Prof. dr. Suzanne van de Vathorst, Erasmus Medisch Centrum, projectduur twee jaar
Consortiumpartner: myTomorrows
Patiënten die zijn uitbehandeld kunnen baat hebben bij behandeling met niet-geregistreerde experimentele medicijnen. Door praktische, institutionele en financiële beperkingen vinden deze behandelingen in Nederland nog maar op zeer kleine schaal plaats. Het innovatieve online platform myTomorrows poogt hier verandering in te brengen. Het brengt patiënten en hun artsen in contact met biotechbedrijven die veelbelovende experimentele medicijnen aanbieden. Het initiatief roept zowel positieve als negatieve reacties op onder beleidsmakers, artsen, patiëntenverenigingen en andere belanghebbenden. In dit onderzoek wordt gekeken of en op welke voorwaarden een veilig en verantwoord aanbod van innovatieve diensten zoals die van myTomorrows mogelijk is. Uitkomst van het project is een ethisch kader voor een veilig en ethisch aanvaardbaar (commercieel) aanbod aan diensten die de toegang tot experimentele medicijnen vergemakkelijken. Hierin is niet alleen aandacht voor de voordelen en risico's voor de individuele patiënt, maar ook voor maatschappelijke implicaties zoals gelijke toegang tot gezondheidszorg en lange termijneffecten op bestaande systemen.


Topsector Water  

Waarden voor water
Dr. Virginia Dignum, Technische Universiteit Delft, projectduur vier jaar
Consortiumpartners: Deltares, Essence knowledge management, Royal HaskoningDHV, Waterschap De Dommel
Voor goed waterbeheer moeten verschillende, vaak conflicterende belangen worden samengebracht, van bijvoorbeeld burgers, boeren, drinkwaterbedrijven en de industrie. Hoewel deze belangen op het eerste gezicht onverzoenbaar lijken, liggen hieraan vaak onbewust gedeelde waarden ten grondslag, zoals eerlijke verdeling, of veiligheid. De vraag is niet voor welke belang gekozen moet worden, maar op basis van welke waarden we die afweging willen maken. Dit Values4Water-project ontwerpt een methode om tijdens zo’n proces ethische waarden te identificeren en te gebruiken in het besluitvormingsproces. Binnen het project zullen onder meer multi-stakeholder casussen van de private en publieke partners uit de watersector worden bestudeerd. Ten slotte zal een concreet framework worden ontwikkeld dat in Nederland en in Mozambique getest wordt.

Topsectordoorsnijdend

Frugal innovaties inclusief en winstgevend ontwikkelen in Afrika
Prof. dr. Cees van Beers, Technische Universiteit Delft, projectduur vier jaar
Consortiumpartners: OASEN NV, Philips Research, Hatenboer-Water BV
Dit onderzoek laat zien hoe Nederlandse bedrijven door samenwerking met lokale ondernemers in Afrika zogenoemde frugal innovaties – eenvoudige versies van bestaande producten – winstgevend kunnen ontwikkelen. Vanwege de prijsgevoeligheid van de grote aantallen consumenten in lage inkomensgroepen kan de omzet alleen toenemen door herontwerp van producten en diensten, waarbij lokale (ethische en maatschappelijke) waarden expliciet in het ontwerp en de productie worden meegenomen. Via bestudering van een aantal concrete casussen van private partners uit de water- en de gezondheidssector, zal een nieuw model worden ontwikkeld waarin ethische en maatschappelijke waarden van ontwerp tot productie worden meegenomen in het ontwerp en engineeringproces en waarin tevens nieuwe businessmodellen zijn geïntegreerd. De verwachte resultaten ondersteunen zowel Nederlandse bedrijven als lokale Afrikaanse ondernemers en zullen nieuwe inzichten verschaffen die belangrijk zijn bij het heruitvinden van innovaties in Nederland, zoals de (drink)watervoorziening.

Duidelijkheid over data-analyse
Dr. Bibi van den Berg, Universiteit Leiden, projectduur vier jaar
Consortiumpartners: Alliander, Target Holding

Het samenvoegen van databases en het toepassen van dataminingstechnieken (data analytics) heeft een enorm maatschappelijk, wetenschappelijk en commercieel potentieel. Maar er is nog veel onduidelijkheid. De politie weet niet precies welke bevoegdheden zij heeft en ook (energie)bedrijven weten niet wat ze precies met data analytics kunnen en mogen. Dit project richt zich op het in kaart brengen van ethische en maatschappelijke kansen en uitdagingen van data analytics op het gebied van opsporing (politie), slimme netwerken (energie) en social media. Op basis van de bevindingen wordt een concreet ontwerp gemaakt van het regulerend en institutioneel kader, waarbij oog is voor de belangen van alle betrokkenen. Met dit kader als basis kan op een ethisch en juridisch verantwoorde wijze worden omgegaan met data analytics, zonder dat daarbij de innovatieve kracht en het maatschappelijk potentieel van deze technologie geschaad wordt.

Responsible Innovation Practices of Sustainable Entrepreneurs in Making the Transition towards Sustainable Agricultural, Water and Energy Systems
Dr. Vincent Blok, Wageningen University, projectduur twee jaar
Consortiumpartner: Climate KIC Holding BV

Dit project onderzoekt hoe duurzame ondernemers (i.h.b. New Technology Based Firms) die een bijdrage leveren aan de mitigatie en adaptatie aan klimaatverandering, voordeel kunnen halen uit maatschappelijk verantwoord innoveren en welke rol technologische innovatiesystemen spelen bij de adoptie en exploitatie ervan. De duurzame ondernemers zijn onder meer afkomstig uit de agri&food-, water- en energiesector.

Innoveren met emoties
Prof. dr. Linda Steg, Rijksuniversiteit Groningen, projectduur 3,5 jaar
Consortiumpartners: Royal HaskoningDHV, IHC Offshore & Marine, Cuadrilla, Nogepa, Ballast Nedam Concessies, Waterbedrijf Groningen, De Breed & Partners, HollandBIO, De Gemeynt

Innovaties roepen vaak sterke emotionele reacties op bij burgers. Negatieve emoties kunnen leiden tot fel verzet, positieve emoties kunnen juist bijdragen aan een succesvolle introductie. Dit project onderzoekt de rol van emoties en de daaronder liggende waarden en overwegingen in publieke meningsvorming over innovaties. Aan de hand van een innovatieve methode waarin ethische reflectie gecombineerd wordt met sociaal-psychologisch onderzoek, zullen richtlijnen ontwikkeld worden voor bedrijven, overheden en andere betrokkenen. De richtlijnen geven aan hoe de inzichten uit het project geïmplementeerd kunnen worden in maatschappelijk verantwoorde innovatieprocessen. Zo stellen ze bedrijven en overheden in staat om innovaties te ontwikkelen die kunnen rekenen op een breed maatschappelijk draagvlak. Mede hierom wordt het onderzoek uitgevoerd in nauwe samenwerking met Nederlandse private en publieke partijen, en met partners die betrokken zijn bij onderzoek in lage- en middeninkomenslanden.


Big data, je gegevens op straat?
Prof. dr. Ronald Stolk, Rijksuniversiteit Groningen, projectduur vier jaar
Consortiumpartner: IBM

De verzameling van big data, het combineren van bestanden met persoonlijke gegevens op uiteenlopende terreinen (consumptiegedrag, internet zoekgedrag etc.), biedt zowel maatschappelijke als individuele voordelen. Maar veel mensen hebben het idee dat hun gegevens 'gewoon op straat' liggen en voelen zich daardoor kwetsbaar. Dit project onderzoekt hoe ethische en psychologische aspecten (zoals vertrouwelijkheid, toegang en gevoelens van dreiging) samenhangen met de perceptie van deze zogeheten big data. Via onderzoek onder deelnemers van de LifeLines Biobank krijgen de onderzoekers meer inzicht in hoe (technische) innovaties de perceptie van big data positief kunnen beïnvloeden – in het bijzonder op het terrein van de gezondheidszorg.


2012

In 2012 zijn binnen dit programma de volgende projecten van start gegaan:

Topsector Energie, thema Gas

(Hoe) willen we schaliegas?
Dr. A. (Aad) Correljé, TU Delft
Schaliegas is aardgas dat wordt gewonnen uit kleisteen. Er zijn voor- en tegenstanders van deze nieuwe vorm van gaswinning. Dit onderzoek kijkt naar de aard van die meningsverschillen. En hoe nieuwe technologieën, organisaties, informatie, inspraak en regelgeving oplossingen kunnen bieden.

Topsector Energie, thema Smart Grids

Strijd om aanvaardbare smart grid standaarden
Prof. dr. M.J. (Jeroen) Van den Hoven, TU Delft
Om smart grids ('slimme electriciteitsnetten') te realiseren zijn standaarden noodzakelijk. Deze worden ontwikkeld binnen constant veranderende netwerken van organisaties. Zij concurreren om de positie van dominante standaard. De onderzoekers analyseren hoe ethische en sociale wensen van gebruikers kunnen worden gewaarborgd op dit strijdtoneel.

Topsector Energie, thema Wind op zee

Maatschappelijke acceptatie van windmolens op zee
Prof. dr. R.W. (Rolf) Künneke, TU Delft
Schone energie is aantrekkelijk, zolang men er zelf geen last van heeft. Ook bij het ontwikkelen van offshore wind energiesystemen is maatschappelijke acceptatie vaak een issue. Doel van dit onderzoek is de ontwikkeling van een methode om maatschappelijk draagvlak onderdeel te maken van het ontwerp van deze energiesystemen. Daarmee kan worden voorkomen dat nieuwe systemen om schone energie te genereren in een later stadium op maatschappelijke bezwaren stuiten.


Topsector Energie, thema Energiebesparing in de bebouwde omgeving

Moreel verantwoorde beïnvloeding door technologie
Dr. A. (Andreas) Spahn, TU Eindhoven
Technologie kan mensen beïnvloeden: een display met energieverbruiksinformatie kan leiden tot minder verbruik. Moet die technologie daarbij melden wat het doel is? Dit onderzoek bestudeert de effectiviteit van moreel-verantwoorde beïnvloedende technologie, die zo min mogelijk misleidend of manipulatief is.

Topsector Energie, thema Bio-energie

'Groen' produceren als maatschappelijke uitdaging
Prof. dr. P. Osseweijer, TU Delft
Het is om verschillende redenen wenselijk om te komen tot een duurzame productie van bijvoorbeeld voedsel en energie. Maar het ontwikkelen van duurzame productiesystemen is niet alleen een techno-wetenschappelijke uitdaging; innovaties moeten ook op maatschappelijk draagvlak kunnen rekenen. In dit onderzoek wordt een methode ontwikkeld om te komen tot duurzame productiesystemen met oog voor maatschappelijke waarden.

Topsector Life Sciences & Health

Vertrouwen in zorg op afstand
Dr. P.J. (Philip) Nickel, TU Eindhoven
Door zorg op afstand kunnen mensen hun ziektes thuis monitoren met behulp van informatiesystemen. De onderzoekers bestuderen welke factoren bijdragen aan het vertrouwen van patiënten in zorg op afstand. Er wordt ook onderzocht hoe deze systemen betrouwbaarder gemaakt kunnen worden.

Ethische vragen bij telemonitoring voor ouderen
Prof. dr. ir. J.C. (Hans) Wortmann, Rijksuniversiteit Groningen
Ouderen kunnen thuis in beweging blijven en trainen met behulp van speciale bewegingsapparatuur. Dit onderzoek voegt hieraan de mogelijkheid toe om op afstand zorg te verlenen: via telemonitoring worden gegevens verzameld en gedeeld over het gebruik van de apparatuur. In dit project zal onderzoek worden gedaan naar deze toepassing van telemonitoring en de ethische vraagstukken die hierbij een rol spelen.

Topsectoren Agri&Food en Tuinbouw

Terug naar de natuur: optimale kansen voor een duurzame voedselketen
Prof. dr. H.A.E. (Hub) Zwart, Radboud Universiteit Nijmegen
In het licht van bevolkingsgroei, roofbouw op natuurlijke hulpbronnen, verlies van biodiversiteit, mondiale mobiliteit en klimaatverandering vormt de overgang naar een duurzame, meer natuurlijke productiewijze in landbouw en industrie een belangrijke uitdaging. Dit project beoogt de slaagkans van een betere samenwerking met de natuur te optimaliseren door mogelijke maatschappelijke tegenstellingen en conflicten tijdig te signaleren en oplossingen aan te dragen.

Op zoek naar alternatieven voor het doden van eendagshaantjes
Prof. dr. H.G.J. (Bart) Gremmen, Wageningen Universiteit
Het is in veel landen praktijk om bij het fokken van leghennen de haantjes die geboren worden (de zgn. eendagshaantjes) onmiddellijk na geboorte te doden; ze zijn ongeschikt als leghen maar ook als vleeskip. Omdat de maatschappelijke weerstand hiertegen toeneemt, wordt gezocht naar andere oplossingen. Binnen dit project zal onderzocht worden welke technische, maatschappelijke en ethische vraagstukken spelen bij mogelijke alternatieve werkwijzen.

Sociaal leren voor maatschappelijk verantwoorde innovatie
Dr. B.C. (Barbara) van Mierlo, Wageningen Universiteit
Private partijen nemen steeds meer zelf initiatief voor maatschappelijk verantwoorde innovatie. De onderzoekers gebruiken en verbeteren een methodologie voor sociaal leren. Zo worden groeiende landbouw-innovatienetwerken geholpen om economische vitaliteit te koppelen aan verbeteringen voor het milieu en dierenwelzijn.


Voor 2012

De onderzoeksprojecten die in eerdere jaren van start zijn gegaan staan beschreven in twee publicaties: