Onderzoekers en bedrijven vinden elkaar rond 'DBM-II'

'DBM-II', de tweede call van het programma 'Duurzame businessmodellen', biedt consortia van wetenschappers en praktijkpartijen de mogelijkheid om gezamenlijk interdisciplinair onderzoek te doen naar de bijdrage die duurzame businessmodellen kunnen leveren aan een circulaire economie. Daarvoor moeten wetenschappers de juiste praktijkvragen en -partners vinden. En omgekeerd moeten bedrijven de wetenschappelijke wereld voor hun specifieke probleem of kans interesseren. Om de verschillende werelden dichter bij elkaar te brengen, organiseerde NWO 31 augustus 2017 een matchmaking in Utrecht.

Prof. Jan Jonker, hoogleraar Duurzaam Ondernemen, is voorzitter van de programmacommissie Duurzame businessmodellen. Hij opende de middag. 'Zoals de naam al zegt, is DBM-II een vervolg op iets dat al bestaat: DBM-I. Dat is het lopende programma waarin momenteel vijf grote, langlopende projecten worden uitgevoerd die nu halverwege hun looptijd van vier jaar zijn. Anderhalf jaar geleden dachten we al: "dit smaakt naar meer". Vanaf dat moment hebben we gewerkt aan het opnieuw bij elkaar brengen van middelen en wel voor een serie van kortlopende – tweejarige –  projecten met een iets andere inhoudelijke scope. Bovendien hebben we nu ook een flinke bijdrage van TNO erbij: zij kunnen in verschillende projecten onderzoeksuren inzetten. Het bedrag dat we in nieuw onderzoek kunnen steken, is daarmee verdubbeld. En natuurlijk denken we nu alweer aan een DBM-III, al staat daarover nog niets op papier.'

Jan Jonker aan het woordJan Jonker aan het woord

Andere accenten dan DBM-I

Jonker vertelt verder dat nieuwe onderzoeksvoorstellen in zowel nationale als internationale ontwikkelingen moeten zijn ingebed. 'Denk bij nationaal aan het Rijksbrede programma Circulaire Economie en bij international bijvoorbeeld aan de bekende Sustainable Development Goals.' Bovendien moeten projecten niet gaan over één bedrijf, zoals in DBM-I, maar over een keten of groep van bedrijven binnen één sector of sectoroverstijgend. 'Het gaat ons juist om het meer inzicht krijgen in wat samenwerking oplevert.' En uiteraard blijft interdisciplinariteit ook in deze tweede ronde weer een conditio sine qua non. Dat punt levert ook direct vragen op uit de zaal: hoe kun je bij kleinere projecten waarin alleen geld lijkt te zijn voor één postdc-onderzoeker interdisciplinair te werk gaan? Jonker: 'Door in een slim samengesteld consortium samen te werken, en misschien niet al het geld in één onderzoeker te steken, maar te verdelen over parttimers, zou je al heel ver kunnen komen.' Als voordeel van de kortere, postdoconderzoeksprojecten noemt Jonker dat de onderzoeken sneller en mogelijk ook meer toepasbaar resultaat zullen opleveren. De toepasbaarheid is naast de wetenschappelijke kwaliteit een zeer belangrijk beoordelingscriterium voor de onderzoeksvoorstellen.

Antoine HeideveldAntoine Heideveld

Formele kanten

Antoine Heideveld is directeur van Het Groene Brein, het netwerk van 'duurzame' wetenschappers dat het DBM-programma mede-organiseert. Hij voegt toe dat de cases in deze ronde ook iets breder zullen zijn dan in de eerste ronde. 'Het gaat om vraagstukken waarin diverse partijen samenwerken, juist ook over de grenzen van de eigen sector heen.'

Wendie Kingma, werkzaam bij NWO en kersverse secretaris van Duurzame businessmodellen, licht verder in een presentatie de meer formele aspecten van de call for proposals toe. Na afloop zijn er verschillende vragen uit de zaal, waaruit het volgende blijkt:

  • Inzet van een TO2 (in dit geval TNO) is niet verplicht.
  • De in de call bedoelde cofinanciering moet altijd afkomstig zijn van een privaat bedrijf, maar er kunnen ook publieke partijen of NGO's in het consortium zitten.
  • Bij twee private partners in het consortium moet de co-financiering niet minimaal 15% maar minimaal 20% zijn.
  • Inhoudelijk is er geen directe relatie met DBM-I; het is niet zo dat er moet worden voortgebouwd op de inzichten en resultaten van dit programma; de globale voortgang van de projecten staat overigens op de website.
  • Als je mogelijkheden ziet om onderzoeksinitiatieven te verbinden en middelen te stapelen, dan moet je het zeker niet laten, maar dat telt niet mee als de formeel verplichte co-financiering. Een onderzoek volledig in het buitenland doen met buitenlandse onderzoekers kan in dit geval niet.
  • Bij een aantal topsectoren bestaat de mogelijkheid om een zogenaamde TKI-toeslag te krijgen op basis van de bijdrage van private partijen voor het onderzoek. Geïnteresseerden kunnen daarvoor contact opnemen met Antoine Heideveld.

Wendie Kingma aan het woordWendie Kingma aan het woord

Pitches en speeddates

Vervolgens was het tijd voor de eerste ronde pitches.

  • Remko Zuidema van de stichting BRIQS en private partners wil een project opzetten rond de juridische aspecten van het door fabrikanten in eigendom houden van keukens, badkamers en andere onderdelen in woningen en kantoren met het oog op circulariteit. Op dit moment valt voor de wetgeving alles wat vast zit in een woning of kantoor automatisch onder het eigenaarschap van de eigenaar van de woning of kantoor. Deze regelgeving kan circulariteit in de weg staan. Hoe kan dit worden opgelost?
  • Bartjan Pennink van de RUG wil onderzoek doen naar samenwerking tussen verschillende actoren bij gezamenlijke waardecreatie en de relatie hierbij met leiderschap.
  • Mirjam Groote Schaarsberg van TNO geeft enkele voorbeelden van samenwerkingsprogramma's met universiteiten waarin TNO graag wil samenwerken.

Daarna verspreiden de pitchers zich over de ruimte en gaan ze in gesprek met de andere aanwezigen.

Eerste ronde speeddatesEerste ronde speeddates

In de tweede ronde pitches kwamen drie andere deelnemers aan het woord met hun ideeën:

  • Erick Wuestman van Cirkelstad is actief met de bouwsector en circulaire economie. Hij zoekt wetenschappers rond de uitdaging om de bouwsector meer circulair te laten functioneren conform het principe product as a service. Het gaat hem onder meer om verdienmodellen voor de aannemerij en de opschaalbaarheid van initiatieven rond products as a service in weg- en waterbouw utiliteitsbouw en uiteindelijk ook woningbouw.
  • John Elenbaas is agrarisch en recreatie-ondernemer in Zeeland en houdt zich momenteel onder andere bezig met het kweken van wormen. Hij heeft 20 hectare grond beschikbaar om in te zetten als 'etalage' voor circulaire economie (the open globe). Hij nodigt onderzoeksconsortia uit hiervan gebruik te maken.
  • Judith Semijn, Open Universiteit, is hoogleraar op het terrein van duurzaam loopbaanmanagement. Zij wil vooral invulling geven aan de 'P' van 'people' (duurzaamheid als People – Planet – Profit) en is daarvoor op zoek naar andere kennispartijen. Haar kernvraag is wat de transitie van baanzekerheid naar werkzekerheid betekent op het niveau van het individu, de organisatie en de maatschappij.

Aansluitend vindt er weer een netwerk-/speeddate-ronde plaats.

Tweede ronde speeddatesTweede ronde speeddates

Van jongensboek naar handboek

De afsluiter van de dag wordt verzorgd door ondernemer Ruud Koornstra die een gloedvol en spannend verhaal vertelt over de periode waarin het bedrijf Tendris een aantal duurzame producten lanceerde in Nederland. Zijn casuïstiek wordt bestudeerd in een van de vijf langlopende projecten in  DBM-I. 'Ik heb daarmee mijn bedrijf als het ware ter beschikking gesteld aan de wetenschap. Wat ik wil, is dat wetenschappers bestuderen hoe wij het indertijd – bijvoorbeeld met de introductie van de LED-lamp – hebben gedaan; is die werkwijze om te zetten naar een soort handboek voor ondernemers die duurzaamheid willen bevorderen? Is die werkwijze opschaalbaar en hoe precies? Aan welke knoppen moet je draaien om dingen voor elkaar te krijgen? Ik had er zelf eerlijk gezegd een romantisch beeld van. De dingen die ik heb meegemaakt – inclusief de tegenwerking die ik heb ervaren van gevestigde partijen en de corrigerende interventies op ministerieel niveau in die tijd – lezen als een jongensboek. Het is nu aan de wetenschap om dat verhaal om te zetten naar iets waar andere bedrijven iets aan hebben. Ik ben ontzettend blij met de samenwerking met de promovendus in het project, Niels Sprong aan de Radboud Universiteit. Met hem klikt het goed, het is een topper! Hij heeft eerst dagenlang geluisterd naar mijn verhaal en onderzoekt dat nu kritisch, bekijkt het van alle kanten.'

Antoine Heideveld vraagt Koornstra ten slotte naar de vraag die wat Koornstra betreft op dit moment het meest prangend is, onder meer voor onderzoek in DBM-II. Waar zouden onderzoeksconsortia zich nu mee bezig moeten houden volgens hem? ‘Er komen enorme veranderingen aan, de technologie staat klaar. Maar wie durft het om een beeld te schetsen van de toekomst die we willen? Waar werken we nu precies naar toe? Hoe bepalen we dat zonder direct achter alle beschikbare technologie aan te hollen?’

Wie vragen of ondersteuning nodig heeft, kan terecht bij:

Ruud Koornstra aan het woordRuud Koornstra aan het woord