Slimme kleren op weg naar de markt

Je smartphone opladen via je T-shirt? Waarom niet! In het Allard Pierson Museum is vanaf maart een maand lang het spraakmakende 'solar shirt' of zonnecelshirt van de Nederlandse modeontwerpster Pauline van Dongen te zien. Haar onderzoek naar de productie van modieuze technologie wordt medegefinancierd uit het onderzoeksprogramma Creatieve industrie, dat NWO Geesteswetenschappen coördineert.

Het solar shirt van Pauline van Dongen kan op een zonnige dag in anderhalf uur je mobiele telefoon opladen. Dankzij 120 zonnecellen, in sierlijke patronen op de stof gelamineerd. Je kunt ook allerlei andere apparaatjes met usb-aansluiting opladen, zoals een gps-apparaat of camera. Overtollige energie wordt in een batterijtje opgeslagen om 's avonds te gebruiken. 'Ik ben gefascineerd door de energie van de zon', vertelt Pauline van Dongen, die na haar afstuderen aan de kunstacademie ArtEZ in Arnhem in 2010 een eigen modelabel begon. 'Zo kwam ik op het idee om zonnecellen met textiel te verbinden. Als je de deur uitstapt, heb je immers altijd je kleren aan én je telefoon bij je, dus het leek me een slimme combinatie.'

Promovenda en ontwerpster Pauline van Dongen: 'Met kleding communiceren we onze sociale en culturele identiteit.' (Beeld: Liselotte Fleur)Promovenda en ontwerpster Pauline van Dongen: 'Met kleding communiceren we onze sociale en culturele identiteit.' (Beeld: Liselotte Fleur)


Haar solar shirt haalde de wereldpers. 'Maar ik vind het jammer als zulke ontwerpen dan in het stadium van prototype blijven steken', zegt Van Dongen. 'Om mode en technologie te verbinden, moeten nog heel veel ontwerptechnische hobbels worden genomen. Daarom ben ik in 2013 als promovendus aan de slag gegaan bij de afdeling Industrieel Ontwerpen van de TU Eindhoven.' Zij is de eerste modeontwerper die in Eindhoven gaat promoveren.

Bij helder zonlicht kun je met het Solar Shirt binnen twee uur je mobiele telefoon opladen. (Beeld: Ralph Roelse)Bij helder zonlicht kun je met het Solar Shirt binnen twee uur je mobiele telefoon opladen. (Beeld: Ralph Roelse)

Ontwerpend onderzoeken

Haar onderzoek maakt deel uit van het project Crafting Wearables, productie van modieuze technologie (2013 – 2018), geleid door prof. dr. Anneke Smelik van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Andere partners zijn de TU Eindhoven en de kunstacademie ArtEZ in Arnhem. 'We werken interdisciplinair, waarbij elke partner zijn eigen invalshoeken en methoden inbrengt', vertelt Van Dongen. Research through design wil zeggen dat je al ontwerpend onderzoekt. Ik gebruik allerlei case studies, zoals het werken met zonnecellen, maar bijvoorbeeld ook het gebruik van het licht van ledlampjes in hardloopkleding om 's nachts beter zichtbaar te zijn. Via zulke case studies reflecteer ik op mijn vakgebied binnen het grotere geheel van draagbare technologie, zoals die nu wereldwijd ontwikkeld wordt.'

Als modeontwerper heeft ze haar eigen werkwijze en haar eigen kijk op mode ontwikkeld. 'Het is interessant om te zien dat industrieel ontwerpers heel andere onderzoeksmethoden gebruiken. Ze doen daar bijvoorbeeld veel onderzoek naar het gebruik van het menselijk lichaam in het ontwerpproces (embodied design methods) en naar interaction design, wat voor de mode nog relevanter wordt wanneer kleding interactief wordt en bijvoorbeeld allerlei lichaamsgegevens terugkoppelt naar de drager. Zo komt er steeds meer interactieve sportkleding op de markt, met sensoren die bijvoorbeeld je hartslag of bloeddruk meten. Met de meetresultaten kan de drager zijn prestaties verbeteren.'

Sociale en culturele identiteit

'Kleding is een communicatiemiddel', meent Van Dongen. 'Ik onderzoek hoe technologie in kleding jou als drager een nieuw soort ervaring kan geven. Met kleding communiceren we onze sociale en culturele identiteit. Technologie kan nieuwe waarden toevoegen aan het modesysteem. Maar door simpelweg een hartslagmeter of ander stukje elektronica op een shirt te plakken, maak je nog geen mode. Ik zie mezelf als mediator tussen de technologie en de textielwereld. Ik ben op zoek naar functionele én esthetische vormen én naar ideeën die ook echt bruikbaar zijn binnen het productieproces van kledingfabrikanten.'

Het nachtblauwe shirt is gemaakt van een dubbelgebreide stof met een subtiele textuur en glans. Het bestaat uit één groot patroondeel waarop het zonnecelcircuit is geperst. Zo vormen textiel en technologie een naadloze verbinding. (Beeld: Pauline van Dongen)Het nachtblauwe shirt is gemaakt van een dubbelgebreide stof met een subtiele textuur en glans. Het bestaat uit één groot patroondeel waarop het zonnecelcircuit is geperst. Zo vormen textiel en technologie een naadloze verbinding. (Beeld: Pauline van Dongen)

Veel ontwerpers blijven steken in fantastische, maar totaal onpraktische ontwerpen. 'Als die met elektriciteitsdraad in elkaar gesoldeerd moeten worden, zit een traditionele kledingfabrikant daar niet op te wachten. En als kleding niet bij je past, niet mooi is of niet lekker zit, trekt niemand het aan en bereikt jouw ontwerp dus nooit de markt, al zit er nog zulke mooie technologie in. Bovendien loopt de modewereld achter op bijvoorbeeld de architectuur, waar 3D-modelleren en 3D-printen al veel gebruikt wordt. Dat zou je heel goed kunnen toepassen op het menselijk lichaam en zijn bewegingen om patronen in 3D te modelleren en te printen. Met de juiste software kun je in de toekomst je eigen patronen, helemaal op jouw maat laten maken; in de traditie van een kleermaker of schoenmaker, maar met gebruik van moderne gedigitaliseerde productieprocessen. Dit als alternatief voor de huidige, vervuilende massaproductie die met heel veel overproductie gepaard gaat. Zo'n 40 procent van alle geproduceerde kleding wordt nooit verkocht.'

Nieuwe technieken

Ook aan het solar shirt wordt nog steeds gewerkt. 'Er is nooit één oplossing. In dit vakgebied zijn nog geen standaarden. Je kunt problemen waar je tegenaan loopt op allerlei manieren aanvliegen. Een grote stap vooruit was het vervangen van de elektriciteitsdraden door geprinte elektronica. Een printer print heel dunne zilverbaantjes op een flexibele ondergrond, bijvoorbeeld een plastic folie. Dat patroon wordt dan met een hittepers op het textiel gelamineerd. De verbindingen tussen de zonnecellen zijn nu rekbaar en wasbaar. Deze methode, ontwikkeld door het Holst Centre in Eindhoven, is ook veel beter opschaalbaar in de industrie. Ik werk nu aan een jas met zonnecellen, samen met de Waddenvereniging. Een jas hoef je minder vaak te wassen en je draagt hem altijd buiten.'

Om meer inzicht te krijgen in wat mensen wel of niet willen dragen werkt Pauline nauw samen met de groep van cultuurwetenschapper Anneke Smelik van de Radboud Universiteit. 'Zij richten zich op de socioculturele dimensies van wearable technology. We denken dat sporters een belangrijke eerste doelgroep zullen zijn. Maar ook in de medische wereld is veel belangstelling. Denk aan revalidatie, waarbij je kleding je bewegingen monitort. Of je houding, bij fysiotherapie. Of lichaamstemperatuur, glucose, hartritmestoornissen, COPD. Als die metertjes onopvallend in je shirt zitten, is dat voor de drager niet stigmatiserend. Zo werk ik nu samen met een start-up aan een riem die voortdurend meet of je niet dreigt te vallen, in combinatie met airbags, die zorgen dat je je heupen niet breekt.'

Over Creatieve industrie

Het project Crafting Wearables maakt deel uit van het door NWO Geesteswetenschappen gecoördineerde onderzoeksprogramma Creatieve industrie. Creatieve Industrie is de verzamelnaam voor mode- en industrieel ontwerpers, architecten, reclamebureaus, makers van software en games, media, entertainment en evenementen op het gebied van kunst en cultuur. Het is een jonge, snelgroeiende sector. Het is een van de negen topsectoren waarin Nederlandse bedrijven en onderzoeksinstituten wereldwijd uitblinken. Consortiumpartners in het programma Creatieve industrie zijn ArtEZ Hogeschool, Audax, Freedom of Creation, INNTEX, MODINT, Philips, RUN, Solar Fiber, Textiel Museum Tilburg, TU/e, XSENS. NWO vindt het belangrijk dat wetenschappelijke kennis zijn weg vindt in andere wetenschappelijke disciplines en ook buiten de academische wereld wordt benut.

Meer informatie


Tekst: Marion de Boo