Wetenschappelijk onderzoek naar leesbaarheid – een praktisch perspectief

Stichting Makkelijk Lezen beoordeelt teksten op leesbaarheid voor zwakke lezers. Maar welke criteria gelden voor een begrijpelijke tekst? In een MeerWaarde-project namen de stichting en de Universiteit Utrecht (UU) dat samen onder de loep. Een visie vanuit de praktijk, op het onderzoek naar schrijfadviezen.

Logo Stichting Makkelijk Lezen

Als een informatieve tekst voldoende leesbaar is, kent de stichting het Keurmerk Gewone Taal daaraan toe. Het oordeel houdt rekening met groepen in de samenleving die moeite hebben met lezen. Aan die groepen wordt lang niet altijd gedacht door tekstschrijvers. Denk bijvoorbeeld aan mensen die laaggeletterd zijn, mensen met dyslexie en/of een stoornis in de mondelinge taal, mensen die het Nederlands als tweede taal leren en nog niet zo ver zijn, ouderen die tijdens hun leven weinig gelezen hebben. Veel informatie die voor iedereen belangrijk is – bij voorbeeld van de overheid, van zorginstellingen, van banken – wordt nog gepresenteerd in nodeloos complex proza dat veel lezers uitsluit. Dat vormt een groot obstakel voor de zojuist genoemde groepen lezers (en niet alleen voor hen), die zo'n tekst dan terzijde leggen of niet goed interpreteren.

Bij de beoordeling van teksten gebruikt de stichting een vaste set criteria; op het niveau van woordgebruik en zinsformulering, voor de tekstopbouw en ook voor de uiterlijke vormgeving. Alle beoordelaars van de stichting zijn taalkundigen en de criteria vinden dan ook hun oorsprong in hun taalkundige kennis over wat een tekst meer of minder ingewikkeld maakt. Wetenschappelijke kennis is echter geen statisch gegeven. Er worden voortdurend nieuwe studies naar leesbaarheid uitgevoerd.

Aandacht voor laaggeletterden

Het MeerWaarde-project gaf ons de gelegenheid om onze criteria te toetsen aan empirisch onderzoek en zo onze aanbevelingen aan te passen aan de nieuwste wetenschappelijke inzichten. In het project met de groep van de Universiteit Utrecht (die een degelijke traditie heeft in onderzoek naar tekstkenmerken) bleek dat geen eenvoudige exercitie. Niet alle factoren die de complexiteit van een tekst beïnvloeden zijn al voldoende wetenschappelijk onderzocht (aanleiding genoeg voor nuttig vervolgonderzoek!). Bovendien wordt veel onderzoek gedaan met niet-representatieve proefpersonen, zoals universitaire studenten. Dat diskwalificeert het onderzoek niet, maar het voorspelt niet altijd correct wat laaggeletterden moeilijk vinden aan een tekst. Het geeft immers aan dat de onderzoekstraditie naar leesbaarheid nog te veel uitgaat van 'vlotte' lezers en te weinig aandacht schenkt aan mensen met leesproblemen.

Praktijkervaring met zwakke lezers voegt essentiële informatie toe aan de evidentie uit wetenschappelijk onderzoek.

In het project leggen we twee soorten informatie naast elkaar: de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en de praktijkervaring van onze beoordelaars. Die blijken niet altijd congruent. Een verklaring voor mogelijke discrepanties werd hierboven al aangegeven: een tekst die goed leesbaar is voor een academisch geschoolde lezer is dat niet vanzelf voor iemand met weinig leeservaring. Precies daar ligt de expertise van onze beoordelaars: zij kennen de problemen van jongeren met een taalstoornis of van dyslectici en weten over welke zinnen zij struikelen. Deze ervaring met zulke lezers voegt essentiële informatie toe aan de evidentie uit wetenschappelijk onderzoek. Aan de andere kant bleken veel uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek ook wél congruent te zijn met de adviezen van Stichting Makkelijk Lezen.

Brug naar de praktijk

In het project worden tekstkenmerken bestudeerd, met als doel informatie in de literatuur te vinden waaruit blijkt of en hoe ze een rol spelen in het (gemakkelijk) lezen van teksten. De rol van de Stichting Makkelijk Lezen is hierbij tweeledig: we toetsen de schrijfadviezen aan onze praktijkervaring en we vragen ons voor elk van de kenmerken af of de schrijfadviezen ook voldoen voor onze doelgroepen.

De UU-onderzoekers Carla van Rooijen en Jacqueline Evers-Verheul stellen uiteindelijk wetenschappelijk onderbouwde schrijfadviezen op. In het artikel Schrijfadviezen gebaseerd op onderzoek beschrijven zij hoe ze deze adviezen presenteren op een website. Daarop is nu al informatie te vinden over de rol van typografie, ontkenningen en verbindingswoorden in teksten. Meer adviezen zullen naderhand aan de site worden toegevoegd. De website geeft per tekstkenmerk schrijfadviezen. Toepassing van die adviezen in informatieve teksten zal niet alleen laaggeletterden, maar álle lezers helpen.

In retrospectief was het programma MeerWaarde bij uitstek geschikt voor een samenwerking als die tussen de stichting en de UU. De stichting heeft gekwalificeerde mensen in dienst, maar beschikt niet over de middelen om onderzoek te financieren. Een verbintenis met een universiteit, die onderzoek als haar kerntaak heeft, is dus een heel natuurlijke.

We hebben de samenwerking met de Universiteit van Utrecht als plezierig en nuttig ervaren, maar we zijn nog niet klaar. We hopen dan ook op een mooi vervolg in 2016 van het samenwerkingsproject. Dat zal vooral de vele zwakke lezers in de samenleving ten goede komen.

Marian Hoefnagel en Jan de Jong
Stichting Makkelijk Lezen

Meer informatie