Zoektocht naar muzikaliteit voert langs dansende kaketoe

Case

Zoektocht naar muzikaliteit voert langs dansende kaketoe

Apen staan genetisch dichtbij de mens, toch missen ze onze muzikaliteit. Terwijl sommige vogels feilloos de maat houden. Rara hoe kan dat? Misschien is ons maatgevoel ontwikkeld als alternatief voor vlooien, denkt hoogleraar muziekcognitie Henkjan Honing. Hij wil onze capaciteit voor muziek tot in de genen in kaart brengen.

Henkjan Honing (foto: Bob Bronshoff)Henkjan Honing (foto: Bob Bronshoff)

Een jaar of tien geleden behoorden de capriolen van kaketoe Snowball tot de meest bekeken filmpjes op Youtube. In de video danst de witte papegaaiachtige alsof zijn leven ervan afhangt op de maat van de Backstreet Boys. Zijn kop – met opgezette kuif – gaat op en neer en heen en weer en zijn poten steekt hij ritmisch de lucht in. Hoogleraar muziekcognitie Henkjan Honing van de Universiteit van Amsterdam bekeek het in opperste verbazing. ‘Ik vroeg me af waar dit vandaan kwam. Is het aangeleerd of is het een biologische aanleg?’, zegt Honing. ‘Zou Darwin gelijk hebben, dat alle dieren melodie en ritme waarderen?’

Wat dat laatste betreft kunnen we kort zijn: nee, niet alle dieren hebben gevoel voor muziek. Althans niet volgens de strenge maatstaven die Honing hanteert. Een dier moet ten eerste maatgevoel hebben en ten tweede een relatief gehoor. Zonder dat kun je geen ritmes en melodieën uit elkaar houden en heb je geen “capaciteit voor muziek” – het onderwerp waarom het allemaal draait in zijn onderzoek. Een prachtig zingende kanarie valt af. Kaketoe Snowball kan het wel, evenals zeeleeuw Ronan. Die laat op een filmpje zien dat hij zijn kop perfect kan schudden op muziek van Earth, Wind & Fire. Het maakt niet uit hoe snel of langzaam het wordt afgespeeld, Ronan past zijn “danssnelheid” aan. Maar waarom kan hij dat wel en anderen niet? In zijn boek ‘Aap slaat maat’ gaat Honing op zoek naar het antwoord. NWO financierde mee aan het Horizon project dat bijdroeg aan het schrijven van het boek.

Wist u dat? Biologisch zijn onze hersenen en die van sommige dieren kennelijk bij de geboorte al klaar voor maatgevoel, het fundament voor muzikaliteit.

Motorische cortex

De ontdekking van maatgevoel bij dieren kwam kort na Honings onderzoek bij pasgeboren baby’s. Daarin liet hij met Hongaarse onderzoekers veertien zuigelingen luisteren naar een ritme waarin af en toe een tel werd weggelaten. Uit meting van de hersensignalen werd duidelijk dat ze verrast werden door onverwachte stiltes in een herhalend ritme. Conclusie: mensen hebben een aangeboren maatgevoel.

Het eeuwen verkondigde dogma dat muziek een cultureel verschijnsel is, kon daarmee de prullenbak in. De prestaties van Snowball en Ronan maken ook een einde aan de mythe dat muzikaliteit uniek menselijk is. ‘Biologisch zijn onze hersenen en die van sommige dieren kennelijk bij de geboorte al klaar voor maatgevoel, het fundament voor muzikaliteit’, zegt Honing. ‘Mensen hebben sterke verbindingen tussen de auditieve en de motorische hersenschors. Bij proefpersonen die in de functionele MRI scanner naar muziek luisteren kun je zien dat ze sterke activiteit ontwikkelen in de motorische gebieden, terwijl ze onbeweeglijk stil liggen.’ Nog een wetenschappelijk feitje is dat de hersenen dopamine aanmaken enkele seconden voordat een sleutelakkoord in een muziekstuk wordt aangeslagen. Onze verwachtingen én het genotscentrum spelen dus een rol in het dagelijkse luisteren naar muziek.

Interessant, maar wat is nou de biologische functie van die hang naar muzikaliteit? Daarover zijn de meningen verdeeld. Volgens Darwin heeft het bij dieren vooral te maken met seksuele selectie – het mannetje dat het mooist zingt of het hardst brult krijgt de meeste vrouwtjes. Is dat ook niet de reden voor veel menselijke zangers om op een podium te klimmen? Niks ervan, zegt Honing. ‘Je zou het niet denken, maar uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat muzikanten minder kinderen hebben en minder succesvolle seksuele relaties.’

Wist u dat? Enkele seconden voordat een sleutelakkoord in een muziekstuk wordt aangeslagen, maken hersenen dopamine aan. Onze verwachtingen én het genotscentrum spelen dus een rol in het dagelijkse luisteren naar muziek.

Plausibeler vindt hij de theorie dat muziek belangrijk is voor de sociale cohesie binnen een groep. Naarmate de mens in steeds grotere groepen ging leven, werd vlooien steeds lastiger. Gezellig met elkaar dansen of in een concertzaal meeblèren met een smartlappenzanger is volgens die theorie een alternatieve methodiek voor versterking van het groepsgevoel.

Matthieu

Helaas ontbreekt hard bewijs voor dergelijke stellingen. Daarom richt Honings interdisciplinaire onderzoek zich vooralsnog op zaken die wél meetbaar zijn. Daarvoor onderzoekt hij zowel dieren als mensen. Tijdens zijn zoektocht reisde hij langs laboratoria in California, Mexico en Japan waar ‘dierproeven’ worden uitgevoerd. Klinkt eng, maar gezien de strenge ethische eisen bestaan die vooral uit spelletjes die dieren leuk vinden. Daaruit blijkt dat chimpansees – vooral mannetjes – wat meer swingen dan bijvoorbeeld resusapen. Maar een maatgevoel zoals bij ons ontbreekt.

Duidelijk is dat dieren met vocaal leervermogen het best de maat houden. Daarom krijgen zij extra aandacht in het onderzoek. Het gaat daarbij niet alleen om pratende papegaaien en kaketoes. Honing zit ook met zangvogels, zebravinkjes, kolibries, vleermuizen, zeehonden in de dierendisco. En natuurlijk blijft hij menselijke muzikaliteit onderzoeken. Klopt het eigenlijk wel dat ‘iedereen muzikaal is’, zoals de titel van een van zijn andere boeken beweert? ‘Nee’, bekent hij. ‘In Canada werkt een onderzoeksinstituut aan amusia of a-muzikaliteit. Dat team heeft na lang zoeken een maatdove man en vrouw gevonden: Matthieu en Marjorie. Die kunnen nog geen wals van een tango onderscheiden. Maar goed, de uitzonderingen bevestigen de regel.’

Zelf is Honing stiekem heel muzikaal, maar rond zijn twintigste verkocht hij al zijn instrumenten, om zich te wijden aan de muziekwetenschap. Daarmee is hij nog lang niet klaar. Vorig jaar startte hij een onderzoeksnetwerk met een internationale groep genetici met de ambitie het ‘muzikaliteitsgenoom’ in kaart te brengen. Collega’s hebben inmiddels 68 genen gelokaliseerd die te maken hebben met ritmeperceptie en maatgevoel [doi: 10.1101/836197]. ‘Maar we zijn zeker nog jaren, zo niet tientallen jaren bezig.’ Honing probeert daarnaast het muziekgevoel van zoveel mogelijk mensen in kaart te brengen. Daartoe ontwikkelde hij online spelletjes zoals 'Hooked on music' dat meer dan een miljoen keer gespeeld werd. Spelers moeten zo snel mogelijk liedjes herkennen, en zo geeft het spel inzicht in ons muzikale geheugen. De spelletjes die momenteel verder ontwikkeld worden in het onderzoeksnetwerk helpen inzicht te verwerven in onze luistervaardigheden, maar ook in de beperkingen van ons cognitieve en biologische systeem. ‘Kennelijk zijn die er, want hoewel je een toonladder op een oneindig aantal manieren kunt indelen, gebeurt dat wereldwijd maar op een beperkt aantal manieren’, zegt Honing. ‘Er moet ook een biologische verklaring zijn waarom bepaalde deuntjes makkelijker blijven hangen dan andere.’

Er moet ook een biologische verklaring zijn waarom bepaalde deuntjes makkelijker blijven hangen dan andere
- Henkjan Honing

Zijn droom is de informatie van de fervente muziekspelletje-spelers te koppelen aan genetische informatie. Dat kan, want steeds meer mensen laten hun genoom analyseren. ‘Als dat lukt hebben we een prachtig nieuw gereedschap en kunnen we wellicht beter begrijpen waarom we maatgevoel wel met kaketoes maar niet met apen delen. En of we onze muzikaliteit misschien hebben geërfd van Neanderthalers. Er is nog zoveel uit te zoeken!’

Door Edo Beerda

In 2018 verschenen twee boeken van Henkjan Honing: ‘The Origins of Musicality’ (MIT Press) en ‘Aap slaat maat. Op zoek naar de oorsprong van muzikaliteit bij mens en dier.’ (Nieuw Amsterdam). Beide boeken werden gesteund door NWO (Horizon subsidie 317-70-010)

Relevante links