‘Zet in op ondernemende werkenden in plaats van zzp’ers’

Case

‘Zet in op ondernemende werkenden in plaats van zzp’ers’

Innovatie is cruciaal voor de toekomst van de Nederlands economie, maar de motor hapert. Er moet meer aandacht komen voor ondernemende werkenden om het tij te keren, stelt econoom Erik Stam. Dat adviseerde hij ook aan de commissie-Borstlap.

Erik StamErik Stam. Foto Universiteit Utrecht

Ons land heeft een naam hoog te houden als het gaat om  ondernemerschap. Het Brabantse ASML, in 1984 nog een nieuwe joint venture van ASMI en Philips, is een voor de hand liggend voorbeeld. Het groeide razendsnel uit tot wereldspeler in de halfgeleiderindustrie en is zelf inmiddels aanjager voor hightech start-ups op de High Tech Campus in Eindhoven. ‘Maar dat is een totaal andere vorm van ondernemerschap dan de enorme aantallen zelfstandigen die er de laatste decennia bij zijn gekomen’, zegt hoogleraar Erik Stam in zijn werkkamer bij de Utrecht University School of Economics. ‘Wie wil innoveren moet investeren in netwerkontwikkeling, innovatie is teamsport. De meeste zzp’ers doen dat juist buitengewoon weinig. Als ze het wel doen, halen ze er veel minder omzetgroei mee dan ondernemingen.’

Oeganda

Op het eerste gezicht lijken het klinkende cijfers: op 1 januari 2020 telde Nederland ruim twee miljoen ondernemingen. Wat een ondernemend landje. Maar 1,41 miljoen van hen zijn zelfstandigen zonder personeel (zzp’er). ‘En dat is zorgelijk’, zegt Stam. ‘Gaat dit ons niet hinderen om grootschalige innovaties te lanceren?’ We doen nog steeds aardig mee, maar de innovatiekracht in Nederland loopt wel degelijk terug, constateert hij. Ook de groei van de arbeidsproductiviteit kalft af. Dat dit nota bene gebeurt in tijden van hoogconjunctuur is extra reden voor alarm.

In 2014 lanceerde hij een grootschalig, door NWO gesteunde onderzoek naar de Nederlandse innovatiekracht: Intrapreneurship - Enabling Talent for Innovation. De Nederlandse regering doet haar best wel om innovatie te stimuleren, maar laat daarbij steken vallen, constateert hij. Begin deze eeuw lanceerde ze het zogenoemde Topsectoren-beleid, maar dit stimuleringsprogramma was vooral gericht op grote ondernemingen. Gunstige regelingen die tegelijkertijd werden opgezet om het ondernemerschap te stimuleren, zoals zelfstandigenaftrek, zorgden ondertussen voor een groeispurt van het aantal zzp’ers.

Stam had ernstige twijfels of dat een positieve ontwikkeling was. Zijn zorgen werden mede ingegeven door zijn betrokkenheid bij de Global Entrepreneurship Monitor (GEM). Uit deze wereldwijde meting van het zelfstandig ondernemerschap bleek dat Nederland ook wereldwijd steeds meer uit de pas begon te lopen met zijn ongekende aantallen ‘ondernemers’.

Traditioneel is zelfstandig ondernemerschap wereldwijd het hoogst op het Afrikaanse continent, specifiek in de landen onder de Sahara. ‘Niet omdat in Oeganda iedereen zo graag eigen baas is, maar omdat je anders je hoofd niet boven water kunt houden. Er zijn nauwelijks banen in gevestigde bedrijven.’

Mooi natuurlijk als er direct een maatschappelijke vraag is naar de uitkomsten van je onderzoek.
- Erik Stam

Aan de andere kant van het spectrum liggen de Scandinavische landen, met traditioneel een hoog percentage mensen met een vaste baan. Stam: ‘Verontrustend is dat productiviteit en innovatievermogen daar onveranderd hoog zijn, terwijl die in Nederland lijkt af te zwakken.’ Hoe dat kan? Doordat daar binnen bestaande bedrijven volop ruimte is voor ‘intrapreneurship’ – ruimte dus om te innoveren. Er zijn ook meer innovatie-impulsen voor ondernemingen.

Dat plaatst het Nederlandse stimuleringsbeleid voor zelfstandig ondernemerschap in een schril licht. Spannen we het paard niet achter wagen als het leidt tot steeds meer mensen die, met enige overdrijving gezegd , ‘op hun zolderkamer’ zitten te werken of een webwinkeltje beginnen? Het wakkert de tweespalt alleen maar aan. Zou het niet handiger zijn om ‘intrapreneurship’ binnen een bedrijf te stimuleren? Ja, concludeert Stam na zes jaar onderzoek.

Zonder pensioenvoorziening

De voorstellen die de Commissie Regulering van Werk (‘commissie Borstlap’) in januari deed om de arbeidsmarkt te hervormen sluiten daar aardig op aan. Geen wonder, want de Utrechtse econoom was één van de commissieleden. ‘Mooi natuurlijk als er direct een maatschappelijke vraag is naar de uitkomsten van je onderzoek.’

Wist u dat? Volgens het CBS steeg het aantal bedrijven zonder personeel in tien jaar van 69 tot 80 procent in 2019.

De commissie wil het starre Hollandse arbeidsmarktstelsel flink opschudden. De verschillen tussen werknemers, zelfstandigen en flexwerkers moeten veel kleiner worden. Afschaffing van de zelfstandigenaftrek is onvermijdelijk, willen we ‘weinig innovatief en productief ondernemerschap’ een halt toeroepen, zegt Stam. ‘Je kunt veel beter investeringen fiscaal stimuleren.’

Werknemers worden nu op grote schaal vervangen door zelfstandigen. Volgens het CBS steeg het percentage bedrijven zonder personeel in tien jaar van 69 tot 80 procent in 2019. Helaas blijken zij volgens de data wel de helft minder productief dan werkenden in middelgrote bedrijven. Ze dragen ook veel minder bij aan welvaartsstaatarrangementen. ‘De versplintering van het bedrijfsleven tast daardoor het verdienvermogen van de Nederlandse economie en het solidariteitsbeginsel aan’, zegt Stam. ‘Het dreigt ons bovendien op te schepen met grote aantallen mensen zonder pensioenvoorziening en arbeidsongeschiktheidsverzekering.’

Interne wendbaarheid

Met het oog op de innovatiekracht bedacht de commissie een ‘persoonlijk ontwikkelbudget’, om gedurende het hele arbeidzame leven te kunnen blijven leren. Dat is hard nodig in een kenniseconomie, vindt de commissie.
Maar wat moet er nou gebeuren om dat intrapreneurship te stimuleren? Het onderzoek van de Utrecht University School of Economics wijst uit dat qua overheidsbeleid een langere opzegtermijn de kans op intern ondernemerschap verhoogt.

Maar bedrijven hebben vooral zelf een verantwoordelijkheid, onderstreept Stam. Het is belangrijk dat ze innovatieve mensen tijd, ruimte en middelen geven. Het is daarnaast handig als bedrijven personeel selecteren op persoonlijkheidskenmerken zoals openheid en risicotolerantie. ‘Vaardigheden als creativiteit en vermogen tot kennis bemiddelen kunnen ook van pas komen.’ De onderzoekers ontwikkelden zelfs een hulpmiddel voor het detecteren van die aanleg bij (potentiële) werknemers.

Maar waarom zouden die ondernemende werknemers niet gewoon voor zichzelf beginnen? ‘Waarschijnlijk om dezelfde reden waarom ik zelf niet naar het zelfstandig ondernemerschap ben overgestapt’, zegt Stam. ‘Als je in een functie alle ruimte krijgt om je te ontplooien en om te innoveren hoef je helemaal niet voor jezelf te beginnen. Innovatieve werknemers die geen ruimte krijgen, lopen gefrustreerd weg. Interne wendbaarheid en wederzijds vertrouwen tussen werkgevers en werknemers is cruciaal. Dat vergt van ondernemers een heldere innovatiestrategie. Helaas zien we dat nog te weinig.’