Geschiedenis van de wereld door bril van malaria

Case

Geschiedenis van de wereld door bril van malaria

Schatgravers in Tanzania zoeken nog steeds naar mythische Duitse schatten

Het is nauwelijks te bevatten, maar Nederland was in 1948 pas officieel ‘vrij van malaria’. Malaria? Is toch een ziekte die je alleen met de tropen associeert, zou je denken. Geenszins!

CinchonaboomCinchonaboom: Tanzanianen oogsten bast voor kinine zoals wij bramen plukken in het bos

De ziekte malaria én haar niet-resistent makend medicijn kinine uit de bast van de kinaboom hebben een niet te onderschatten invloed gehad op de wereldgeschiedenis, betoogt onderzoeker René Gerrets, óók in West-Europa. ‘Door de bril van malaria kun je de ontwikkeling van wereldbelangen traceren. Ook in delen van de globe waar je de ziekte niet verwacht. In 1802 landde een Brits expeditieleger op het Zeeuwse eiland Walcheren met als doel Napoleon uit de lage landen te verdrijven. Na een uitbraak van malaria, die 30.000 doden kostte, moest het gedecimeerde leger afdruipen. En Napoleon bleef zitten waar hij zat. Ik bedoel maar.’

Via zijn fascinatie voor de dodelijke en verlammende ziekte kwam René Gerrets de ene na de andere spannende aftakking van zijn onderwerp op het spoor. De wereldreis van de kinaboom, van Zuid-Amerika via Nederlands-Indië en India naar Afrika. Het kininekartel, stevig in handen van de Nederlanders. Hun voortreffelijke botanische onderzoeksinstituut Buitenzorg op Java, dat een wereldwijde hoofdrol speelde in de wetenschap. De pogingen van Duitse kolonisten om in toenmalig Duits Oost-Afrika een concurrerende kinaplantage op te zetten… Recht naar de in Tanzania actieve schatgravers, tot op de dag van vandaag koortsachtig op zoek naar de mythische schatten die Duitse plantagehouders na de Britse inval in 1916 zouden hebben moeten achterlaten (zie o.a. grote foto boven: geen gebouw is veilig).

Wist u dat? Nederlanders zorgden op Java voor de beste kwaliteit kinine

Voormalig Duits treinstationVoormalig Duits treinstation

Gerrets verbindt vanuit de Universiteit van Amsterdam met gemak antropologie, medische geschiedenis, etnografie en geopolitieke historie, diep in de dichtbeboste heuvels van het huidige Tanzania, langs dat ene lijntje: malaria. Een wonderlijk relaas van een mondiale ziekte en haar invloed op de wereldgeschiedenis. En de jacht op het enige medicijn.

Gerrets: ‘Kinabomen werden vanuit Zuid-Amerika door de Nederlanders geïmporteerd naar Indië en door de Britten naar India. Nabij het botanisch instituut Buitenzorg op Java verbouwden landgenoten extreem goede kwaliteit bomen dankzij verfijnde kweektechnieken. Klimatologische omstandigheden waren er ideaal. De opbrengst aan kinine – met zijn typische, bittere smaak die wij terugvinden in de frisdrank tonic – was er fabelachtig. Dat deden de Britten in India ons niet na. Zij bezaten de techniek niet.’

Koffieplantages geen succes

Een Duitse 'Heller' uit 1907De enige 'schat' door de onderzoeker aangetroffen: een Duits muntje uit 1907

Tussen 1890 en 1940 zorgde Java voor het leeuwendeel van de wereldvoorraad aan kinine. In de kersverse Duitse kolonie aan de Afrikaanse oostkust, die de Koloniale Conferentie van Berlijn (1884-5) het land had opgeleverd, trachtte de befaamde botanicus Albrecht Zimmermann vanaf 1902 in het Kaiserliche Biologisch-Landwirtschaftliches Institut ‘Amani’ de concurrentie het hoofd te bieden. De koffieplantages waren er geen succes gebleken. Ook de ‘onderhands’ van collega-wetenschappers op Buitenzorg ontvangen kinazaden, buiten het kartel om, sloegen in eerste instantie maar matigjes aan. Vanwege vermeende slechte zaden, waarvan de meeste niet ontkiemden, mislukte de eerste poging, maar van de tweede zending uit Java bleken de planten veel levenskrachtiger.

Op de Britse kinaplantages in India liep het minder: men kreeg de verfijnde ent- en kruisbestuivingstechnieken die noodzakelijk zijn om een kwaliteitsboom voort te brengen onvoldoende onder de knie – botanische wetenschap die de Nederlanders angstvallig geheim hielden. Zimmermann kende ze wél en paste deze principes onmiddellijk toe op de nieuw aangelegde plantages in Duits Oost-Afrika.

Man kijkt omhoog uit meters diepe kuilEen medewerker van Gerrets in een kolossale schatgraverskuil: wéér niets!

Zonder rijkdommen vertrokken

Gerrets: ‘Voordat je van de bast van een kinaboom kunt oogsten moet je tien jaar engelengeduld hebben, zelfs onder ideale omstandigheden. Het medicijn was dus goud waard. Je kunt het militaire en geopolitieke belang van kinine niet bagatelliseren. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog stierven bijna meer Amerikanen aan malaria dan op het slagveld, om maar een idee te geven. Een malariaepidemie speelde een cruciale rol in de totale ineenstorting van de Oostenrijk-Hongaarse troepen aan het Griekse front tijdens de Eerste Wereldoorlog. En ga zo maar door. Niet zo’n gek idee van de nieuwe koloniale mogendheid Duitsland om haar eigen voorraad te willen aanleggen.’

De opening van plantage Amani (Swahili voor ‘vrede’) kwam nog geen elf jaar voor het noodgedwongen vertrek van de Duitse wetenschappers na de Britse inval: het waren er niet zo veel, tien wetenschappers en zo’n 300 lokale stafmedewerkers. De Duitsers werden in 1916 met medeneming van hun familie en de kleding die ze droegen halsoverkop geïnterneerd. Omdat de kolonisten hun gebouwen met materiaal van topkwaliteit hadden opgetrokken – met het oogmerk er nog enkele eeuwen te verblijven –, staan zij ook nu nog, ofschoon niet altijd in gebruik, intact overeind. Gebouwen die in de Britse tijd en vooral die na de onafhankelijkheid gebouwd zijn staan bekend als minder robuust. Men staat er dus niet van te kijken dat die gebouwen sneller instorten, gebeurtenissen die het contrast met de solide gebouwen uit de Duitse periode immer vergroten. En daar komt het lokale bijgeloof om de hoek kijken... en de ‘schatgravers’.

Portret van Albrecht Zimmermann uit een boekEen Duitse 'superman': professor Albrecht Zimmermann

Gerrets: ‘In de ogen van de plaatselijke bevolking waren de Duitsers supermensen – steenrijke overheersers, die het land in dertig jaar hadden geüpgraded van ondoordringbare natuur naar ‘moderne, ontsloten kolonie’. En nu waren ze zonder hun rijkdommen vertrokken… waar was dus het mythische Duitse goud verborgen? Rondom Amani is het landschap inmiddels gatenkaas vanwege ‘schatgravers’ die niet van ophouden weten. Het goud onder de grond wordt in hun ogen bewaakt door geesten van Afrikaanse voorouders maar ook door Duitse geesten, die je alleen met de juiste bezweringsformules en het plengen van offerbloed kunt verjagen. Het feit dat er nog niet zo lang geleden daadwerkelijk alluviaal goud is gevonden helpt mee aan het in stand houden van de mythe. En als er na eindeloos graven niets is gevonden op een plek waar succes verzekerd leek, heeft men daar een logische verklaring voor: de geest was zo sterk en schrander dat hij de schat heeft verplaatst.’

Amani-onderzoekers waren 'vampiers' vanwege de bloedmonsters die ze namen
- René Gerrets

Het onderzoek ter plekke is niet zonder gevaar. Tijdens zijn laatste bezoek aan Amani – nu een natuurpark – werd Gerrets achterhaald door een plaatselijke bestuurder op zijn motorfiets. Die verdacht hem ervan als ‘Duitser’ met de Duitse geesten onder één hoedje te spelen. Het kostte hem de nodige moeite om de chief ervan te overtuigen dat hij geen bezweringsformule bezat. Gerrets: ‘Je bent als onderzoeker in een lastige positie. Je moet een vertrouwensband kweken, anders kom je gegarandeerd in de problemen. Een informant van mij is daar al dertig jaar aan het graven en vindt niets. Ik trof ergens een gat aan van vijftien meter doorsnee en vele meters diep… Gekkenwerk, maar je moet mensen respecteren om hun denkwijze te kunnen achterhalen. In de lokale folklore hebben Amani-onderzoekers het aura van ‘vampiers’ gekregen, gebaseerd op het nemen van bloedmonsters voor wetenschappelijk onderzoek. Het is niet mijn taak om hen van de onzinnigheid ervan te overtuigen, ik verzamel data en maak er een duidende beschrijving van. Toch blijft het op eieren lopen.’

Bericht uit een oude krant over grote kansen voor de Tanzaniaanse kinineproducentenEen bericht uit de Tanganyika Standard in 1936: grote kansen voor de plaatselijke kinineproducenten

Na de Eerste Wereldoorlog nam de druk op koloniale rijken vanuit de Volkerenbond (vooral de Verenigde Staten) toe om de plaatselijke bevolking beter te verzorgen. In een gemiddeld jaar stierven drie tot vier miljoen Indiërs aan malaria, simpelweg omdat kinine, het kostbare goedje, voor de overheerser was bestemd. De Duitse chemische industrie ontwikkelde in rap tempo synthetische kinine nadat ze uit hun kolonie gewipt waren. Pas toen in 1942, met de Japanse verovering van Nederlands-Indië, alle kinine in de wereld in handen bleek van de Asmogendheden, werden in versneld tempo in Geallieerde landen plantages geëxploiteerd en uitgebouwd. Amani bleek succesvol, waardoor zij een belangrijke rol kon innemen in de Britse koloniale malariacontrole.

Multidisciplinaire geschiedenis van Amani-plantage

De kininevoorraad was cruciaal voor de Pacifische oorlog, maar vanwege problemen rond herbevoorrading zetten de Verenigde Staten vooral in op synthetische malariamedicijnen. Ondanks vervelende bijwerkingen bleken deze afdoende vervanging van kinine. Deze ontwikkelingen betekenden zowel het einde van kinine als strategisch belangrijk medicijn, als van de mogelijkheid tot kartelvorming rondom kinine en de daarvoor benodigde kinaplantages.

Gerrets: ‘Zo ben ik bezig vanuit multidisciplinair oogpunt de geschiedenis van de Amani-plantage in kaart te brengen en de restanten – wegen, boomaanplant, gebouwen, ruïnes – in het huidige landschap te ontdekken. Het project levert een beschrijving op van de ziekte en haar medicijn, zowel in de geheugens van de lokale bevolking als in de landschappelijk zichtbare geschiedenis.’

Het project ‘Memorials and remains of medical research in Africa: An anthropology of scientific landscapes, ruins and artefacts’ maakt deel uit van een samenwerking tussen onderzoekers uit Groot-Brittannië en Frankrijk, die met soortgelijke activiteiten bezig zijn in Kameroen en Senegal.

Meer informatie

R.P.M. (René) Gerrets (1960) startte zijn project ‘Memorials and remains of medical research in Africa: An anthropology of scientific landscapes, ruins and artefacts’ in 2011, binnen het programma Open Research Area (ORA) van NWO, DFG, ESRC en ANR. Hij is onderzoeker aan het Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR) van de Universiteit van Amsterdam. Hoofdaanvrager was Spinozalaureaat prof. dr. A. (Annemarie) Mol.

  • Fotografie: René Gerrets