Voedsel voor de vele monden van Afrika

Case

Voedsel voor de vele monden van Afrika

Intellectueel eigendom op plantenrassen kan voedselzekerheid ondersteunen

Hoe kunnen Afrikaanse landen intellectueel eigendom inzetten om plantenveredeling te stimuleren, zonder de grote massa kleine boeren het recht te ontnemen zaden te ruilen zoals ze dat al duizenden jaren doen? NWO-onderzoeker Bram de Jonge zoekt behoedzaam naar een uitweg uit een politiek mijnenveld.

In Afrika is de bevolkingsaanwas groter dan waar ook ter wereld. Volgens recente cijfers zal het aantal bewoners van het continent voor het eind van de eeuw verviervoudigd zijn. Hoe kunnen al die monden in snel uitdijende metropolen als Lagos, Khartoum of Accra worden gevuld? Lastiger nog: hoe kunnen ze worden voorzien van gezonde verse groenten en fruit? Intensieve tuinbouw in de periferie van steden lijkt het enige antwoord en zon is er in elk geval genoeg. Maar om de productie op te stuwen heeft Afrika ook het allerbeste zaad nodig: nieuwe rassen met een grote kiemkracht en bestand tegen droogte, hitte, schimmels, ongedierte of wat voor uitdagende omstandigheden zich ter plekke mogen voordoen. Dit is waar Nederland om de hoek komt kijken, nummer 1 op de wereldranglijst van zaadexporteurs en expert bij uitstek op het gebied van tuinbouwinnovatie.

Nieuwe rassen

Niels Louwaars is directeur van Plantum, de branchevereniging van Nederlandse handelaren in zaden, bollen, knollen en stekken; samen goed voor een jaaromzet van meer dan 2 miljard euro. Zijn achterban heeft Afrika veel te bieden, stelt Louwaars, en omgekeerd is het continent voor Nederlandse ondernemers een markt met enorme groeipotentie. 'Maar vergis je niet; er komt heel wat bij kijken om met alle technologie die nu beschikbaar is een nieuw plantenras te ontwikkelen. Daar moet zeker tien tot vijftien jaar in worden geïnvesteerd. En of de ondernemer die investering ooit terugverdient is maar de vraag, zeker in politiek instabiel Afrika, waar de ondernemersrisico's extra hoog zijn.'

Er komt heel veel bij kijken om een nieuw plantenras te ontwikkelen.

Wat zo'n investering ook ontmoedigt, is dat nieuw ontwikkelde plantenrassen in de meeste Afrikaanse landen niet door intellectueel eigendom kunnen worden beschermd. Heeft een Nederlandse teler miljoenen uitgegeven om een superieur tomaten- of okra-ras in de markt te zetten, dan kan een ander daar ongestraft mee aan de haal gaan. 'Dat is geen duurzaam bedrijfsmodel’, aldus Louwaars. ‘Op die manier is plantenveredeling voor Afrika een kwestie van liefdadigheid.' 

Om de voedselproductie op te stuwen heeft Afrika het allerbeste zaad nodig, ontwikkeld met de nieuwste technologie.Om de voedselproductie op te stuwen heeft Afrika het allerbeste zaad nodig, ontwikkeld met de nieuwste technologie.

Onrust

Afrikaanse overheden zien dat zelf ook. Ze proberen voorwaarden te scheppen om tuinbouwinnovatie wél aantrekkelijk te maken voor bedrijven, zodat hun boeren beter zaad krijgen. Kenya, Ethiopië, Tanzania, Ghana en Oeganda hervormen hun landbouwsysteem. In verschillende stadia zijn ze allemaal bezig een regime in te voeren voor intellectueel eigendom op plantenrassen. Zaden mogen dan niet langer zomaar worden verhandeld of geruild; voor elke nieuwe zaadoogst moet iets worden afgedragen aan de ontwikkelaar van het ras, zodat deze zijn investering terugverdient. Dat is een stimulans voor plantenveredelaars, maar zorgt ook voor onrust. Actiegroepen als de Alliance for Food Sovereignty in Africa verzetten zich fel. Zij vinden dat plantenrassen principieel niemands 'eigendom' kunnen zijn en vrezen dat duizenden jaren oude tradities van het onderling ruilen van zaad nu plotseling illegaal zullen worden. Grote zaadbedrijven daarentegen menen dat als Afrikaanse landen willen meedoen, ze zich gewoon moeten aanpassen aan de wereldwijd geldende regels zoals die zijn vastgelegd door de in Genève gebaseerde UPOV (Union Internationale pour la Protection des Obtentions Végétales).

Twee visies op landbouw

Een uitweg vinden uit deze impasse, dat is het hoofddoel van Intellectual Property Regimes for pro-poor innovation in agriculture, een onderzoeksproject in het NWO-programma Maatschappelijk verantwoord innoveren. Bram de Jonge, met een achtergrond in bio-ethiek en cultuurwetenschappen, is projectleider. Pendelend tussen de University of Cape Town en Wageningen Universiteit probeert hij twee visies op landbouw met elkaar te verzoenen. 'De Afrikaanse zaadsector heeft een boost nodig', onderkent hij. 'Zonder een vorm van intellectueel eigendom blijft alles bij het oude en laten we Afrikaanse boeren in de kou staan, ook de armste en de meest hongerige. Maar het westerse landbouwmodel zoals dat weerspiegeld wordt door UPOV laat zich niet één op één overplanten naar Afrika. We zullen een manier moeten vinden om én innovatie te stimuleren, én al die boeren te helpen die slechts een kleine akker bezitten, maar intussen verantwoordelijk zijn voor 80 tot 90 procent van de voedselproductie in Afrika. Zij kunnen geen dure zaden betalen en het zou absurd zijn hun te verbieden zaden te ruilen, ook al zit daar genetisch materiaal in van een door intellectueel eigendom beschermd ras.' 

Kleine boeren zijn verantwoordelijk voor 80 tot 90 procent van de voedselproductie in Afrika.Kleine boeren zijn verantwoordelijk voor 80 tot 90 procent van de voedselproductie in Afrika.



Keuterboertjes

Research in action noemt De Jonge zijn onderzoek, wat zoveel betekent als dat zijn werkterrein zich niet beperkt tot de vier muren van zijn studeerkamer. Actief probeert hij de argumenten van alle belanghebbenden in kaart te brengen. Hij loopt conferenties af, zoekt tastend naar een oplossing, schrijft position papers en probeert met zijn analyse de politieke agenda te beïnvloeden. De Jonge werkt samen met de van oorsprong Kenyaanse promovendus Peter Munyi , die opereert vanuit Nairobi. Munyi is jurist gespecialiseerd in kwekersrechten. In Kenya interviewde hij vele kleine boeren, kwekers, beleidsmakers en actievoerders over de implicaties van invoering van intellectueel eigendom op plantenrassen waarmee het land nu experimenteert. Hij is er niet van overtuigd dat het land op de goede weg is. 'Al vijftig jaar probeert men de informele landbouw in een formeel keurslijf te dwingen', zegt hij. 'Ook nu weer. Maar kleine boeren zullen niet plotseling veel geld neertellen voor een superieur nieuw tomatenras. Niet alleen hebben ze dat geld niet, ze kunnen zich ook weinig voorstellen bij de hogere opbrengst die dat dure zaad hun oplevert. Bovendien zijn ze gewend alleen voor hun eigen gezin te produceren en hebben ze niet één twee drie een afzetmarkt voor al die heerlijke dure tomaten.' Het zou een belangrijke stap zijn, volgens Munyi, als Afrikaanse regeringen onderkennen dat hun landbouwsector een breed spectrum is: van commerciële bedrijven tot kleine keuterboertjes. De eerste help je met goed, duur, juridisch beschermd zaad. Voor de laatste moet er voorlopig een andere oplossing komen, bijvoorbeeld lokale innovatie, kwaliteitscontrole, of vrijstelling van het betalen van eigendomsrechten.

Hoe commercieel Nederlandse telers ook zijn, ze zien ook wel dat kleine boeren in Afrika geen dure zaden kunnen kopen.

De onderzoekers-in-action boekten onlangs een succes. UPOV heeft een nieuwe interpretatie gegeven aan de 'uitzondering voor privé- en niet-commercieel gebruik' in haar internationale raamverdrag. Voortaan is het kleine boeren toegestaan zaaigoed dat ze verzameld en bewaard hebben op hun eigen land – ook als dat door intellectueel eigendom is beschermd – binnen hun eigen gemeenschap met elkaar te ruilen. Bram de Jonge wil dit succes niet claimen, zegt hij. Maar het is geen toeval dat het voorstel voor de nieuwe interpretatie door Nederland is ingediend. Evenmin is het toeval dat De Jonge regelmatig te gast is bij het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken.

Spannende bijeenkomst

Eind november bereikte het 'Afrikaanse' NWO-project een voorlopig hoogtepunt. Bram de Jonge organiseerde een – mede door EZ gefinancierde – rondetafelbijeenkomst op een van de mooiste plekken aan de Zuidkaap: het Monkey Valley Resort, met een adembenemend uitzicht over bossen, strand en oceaan. Een spannende bijeenkomst. Voor het eerst zaten zo’n twintig sleutelspelers in het zaaddebat – onder wie felle tegenstanders – aan één tafel: Afrikaanse overheden, actiegroepen, boerenorganisaties, bedrijfsleven en ook de Nederlandse tuinbouw waren op hoog niveau vertegenwoordigd. Daags na afloop toont De Jonge zich via Skype vanuit Kaapstad opgelucht. 'Ik was bang dat er mensen boos zouden weglopen. Dat is gelukkig niet gebeurd; mede dankzij die prachtige setting was de sfeer goed. De grootste kemphanen zaten rustig naast elkaar. Aan hun mimiek kon je zien dat ze elkaar beter gingen begrijpen. Dat is al heel wat, als een eerste stap. En ons leverde de bijeenkomst waardevolle inzichten die we kunnen gebruiken voor wetenschappelijke publicaties over een uitweg uit de impasse.' 

In Kaapstad kwamen de sleutelspelers in het zaaddebat voor het eerst bij elkaar.In Kaapstad kwamen de sleutelspelers in het zaaddebat voor het eerst bij elkaar.

Gemeenschappelijke koers

Is dit de Hollandse koopmansgeest, actief aan de Zuidkaap? Wordt de weg geplaveid voor Nederlandse plantenveredelaars? De Jonge ontkent het niet. 'Het Nederlandse beleid heeft twee doelen: voedselzekerheid voor Afrika én een bloeiende Nederlandse zaadsector. Als we eraan kunnen bijdragen dat het intellectueel eigendom in Afrika zo geregeld wordt dat ook kleine boeren er beter van worden, dienen we beide doelen.' Niels Louwaars van Plantum onderschrijft dit: 'Hoe commercieel mijn achterban ook is, zij zien ook wel in dat straatarme boeren in Afrika hun dure zaden niet kunnen kopen. Wij zijn er vóór om in de wetgeving onderscheid te maken naar type bedrijf: wie kan moet meebetalen aan de investering in zaadinnovatie, wie niet kan hoeft dat voorlopig niet. De Nederlandse wetenschappers helpen om dat ideaal dichterbij te brengen. Ze kunnen dat ook, omdat ze zelf geen direct belang hebben; voor hen gaan deuren open die voor anderen gesloten blijven. Zo zorgen ze ervoor dat iedereen gehoord wordt en weten ze tegenstanders uit de loopgraven te halen. Dat is een enorme bijdrage.' 

De Afrikaanse landbouwsector heeft een breed spectrum: van grote, commerciële bedrijven tot kleine lokale ondernemingen.De Afrikaanse landbouwsector heeft een breed spectrum: van grote, commerciële bedrijven tot kleine lokale ondernemingen.

Zonder een vorm van intellectueel eigendom laten we Afrikaanse boeren in de kou staan.

Het lijkt bijna alsof de onderzoekers zich laten gebruiken. Dat is niet zo, aldus de Jonge. 'Natuurlijk behouden we onze onafhankelijkheid als wetenschapper. Maar om ervoor te zorgen dat er ook iets gebeurt met je onderzoeksresultaten, zul je moeten overleggen met belanghebbenden. We zijn dan ook al geruime tijd in gesprek met zowel EZ als Plantum en dat heeft geleid tot een gemeenschappelijke koers waar we ons alle drie op grote lijnen in kunnen vinden. Dat de Nederlandse plantenveredelaars nu oog hebben voor de belangen van arme boeren in Afrika vind ik fantastisch. Ook dat is het resultaat van onze samenwerking.'