Vergelijkende geschiedenis van Euraziatische rijken

Case

Vergelijkende geschiedenis van Euraziatische rijken

Bestaande muren slechten tussen historici en regiospecialisten van Azië en Europa. Dit ambitieuze doel ligt aan de basis van het omvangrijke NWO-Horizonprogramma 'Eurasian Empires' dat loopt van 2011 tot eind 2016. Onlangs verscheen een eerste monografie die resultaten uit de verschillende onderliggende projecten integreert.

Je bent de belangrijkste figuur, maar je hebt vrijwel geen bewegingsvrijheid

'Historici gebruiken meestal talige bronnen en dat maakt het moeilijk om je op verschillende gebieden tegelijk te richten. Want je kunt als historicus nooit alles overzien en je alle talen eigen maken,' vertelt programmaleider Jeroen Duindam van de Universiteit Leiden. De bedoeling van het Eurasian Empires programma was dan ook onderzoek en onderwijs in verschillende vakgebieden dichter bij elkaar te brengen. 'Dat begint ook in de praktijk te lukken,' vertelt Duindam. 'Zo is arabiste Maaike van Berkel onlangs benoemd tot hoogleraar Middeleeuwse geschiedenis in Nijmegen en we experimenteren in het onderwijs met thema's uit ons programma.'

Van macht naar gezag

Binnen het NWO-Horizonprogramma Eurasian Empires kijken negen onderzoekers onder leiding van vier programmaleiders naar vragen als: hoe verkrijgt een machthebber – of dat nou een tsaar, keizer of sultan is – gezag? En waarom gehoorzamen mensen? 'Daar kunnen verschillende redenen voor zijn,' legt Duindam uit. 'Denk aan dwang: je moet gehoorzamen anders volgen er repercussies. Maar vaak volgen mensen zo’n leider ook uit pragmatisme omdat ze er zelf beter van worden, of uit overtuiging, omdat ze de idealen van zo’n figuur delen.'

De Kangxi keizer (1654-1722) van de Qing dynastie op hoge leeftijd. Kangxi's leven eindigde somber door een groot conflict met de door hem aangewezen troonopvolger. Beeld: Palace Museum BeijingDe Kangxi keizer (1654-1722) van de Qing dynastie op hoge leeftijd. Zijn leven eindigde somber door een conflict met zijn troonopvolger. (Palace Museum Beijing)

Alleenheersschappij als model

Het programma richt zich op de periode van 1300 tot 1800, toen de contacten binnen Eurazië versterkten, maar er nog geen sprake was van Europese hegemonie. In veruit de meeste plaatsen lag de macht bij één persoon. Duindam ziet daarvoor wel verklaringen: 'Het idee van een centrale machthebber was nauw verbonden met het religieus-hiërarchische wereldbeeld. Daarnaast dachten tijdgenoten het ook in de dierenwereld bevestigd te zien.'

Verschillende rollen

De rol van die ene machthebber varieerde per rijk en periode. 'Welke rol een leider speelt, is onder andere afhankelijk van zijn persoonlijkheid, maar er zijn ook regionale verschillen.' Overal bestond een spanning tussen de rol van de heerser als actief militair en politiek leider, en zijn passieve rol als moreel voorbeeld. De actieve rol was uitgesprokener in Europa en West-Azië, terwijl de teruggetrokken voorbeeldrol sterker naar voren komt in Oost-Azië. In Japan waren de twee rollen uit elkaar getrokken: 'De keizer droeg daar al eeuwenlang vooral een religieus-rituele functie, terwijl de leiding van het land en het leger lag bij regenten of generaals, en in de eeuwen na 1600 bij de shogun.'

Koningin Nzinga van Ndongo en Matamba (1628-1663). Nzinga baande met haar greep naar de macht de weg voor een vijftal koninginnen in de eeuw volgend op haar dood. Beeld: Museum VolkenkundeKoningin Nzinga van Ndongo en Matamba (1628-1663). Nzinga baande met haar greep naar de macht de weg voor een vijftal koninginnen in de eeuw volgend op haar dood. (Museum Volkenkunde)

Opvolging

Kardinale verschillen zijn er ook in de manier waarop de macht wordt overgedragen. 'In Europa was het monogame dynastieke huwelijk de norm. Zelfs de grote rivalen de Bourbons en de Habsburgers zaten met ontelbare huwelijkse en bloedbanden aan elkaar. Elders was polygynie('veelwijverij') de regel, waardoor opvolging vaker dan in Europa op een strijd tussen verschillende kandidaten uitliep. Daardoor zien we Europa met zijn voorkeur voor opvolging van de oudste zoon vaak als oase van orde en rust, waarbij we vergeten dat bijna alle oorlogen in deze periode verbonden waren met uitsterving en opvolging.'

Ombudsman

De onderzoekers brachten onder andere in kaart hoe machthebbers de sociale cohesie onder hun bevolking probeerden te bewaren. 'Iedereen die macht delegeert, raakt het overzicht kwijt en verliest op den duur greep op de uitvoerders. Allerlei kunstjes werden bedacht om dat te voorkomen. Heersers die de dagelijkse leiding uit handen gaven aan een bestuurselite, konden dubbel voordeel hebben als zij zichzelf als ombudsman opstelden. Zij gaven dan hun onderdanen het recht te komen klagen als ze zich slecht behandeld voelden. Op die manier kon de heerser het functioneren van zijn eigen gezagsdragers controleren, maar zich tegelijk benaderbaar opstellen tegenover de bevolking. Je laat zien dat je rechtvaardig bent, je herstelt fouten en schuift de verantwoordelijkheid af op de uitvoerders.'

Ontvangst van Cornelis Hop als gezant der Staten Generaal aan het hof van kind-koning Lodewijk XV, 24 juli 1719 (Beeld: Rijksmuseum)Ontvangst van Cornelis Hop als gezant der Staten Generaal aan het hof van kind-koning Lodewijk XV, 24 juli 1719 (Beeld: Rijksmuseum)

Koning van het schaakspel

Aan de andere kant van het spectrum zie je dat heersers feitelijk aan de touwtjes van hun elite zitten, en fungeren als koning in het schaakspel, vertelt Duindam beeldend: 'Je bent de belangrijkste figuur, maar je hebt vrijwel geen bewegingsvrijheid. In veel perioden in de geschiedenis zijn elites in staat om hun eigen agenda's te volgen. Het is dan de heerser zelf die dient als kop van Jut, die geslachtofferd kan worden als het mis gaat.' Ondanks de grote verschillen lijkt de terugkerende macht van elites algemeen te zijn: 'Of elites nu worden gerecruteerd als slaven, zoals in West-Azië dikwijls het geval was, op basis van examens zoals in de Chinese traditie, of met een sterke component van erfelijkheid en adellijke status, zoals in Europa: zij weten zich steeds weer meester te maken van sleutelposities rond de machthebber.'

Veranderende verhouding

De verhouding tussen heersers en hun elites kan snel veranderen, vertelt Duindam. 'De eerste Ming-keizer baande zichzelf een weg naar de troon en zat stevig in het zadel. Een paar generaties later waren de keizers echter weer stropoppen geworden van de elite. Volgens veel denkers in Azië en Europa zat die "degeneratie" ingebakken in de dynastieke regeervorm – zoals bij een familiebedrijf waarin opa alles opbouwde, vader het netjes voortzette en zoon de boel verkwanselde.' Daarnaast speelde de levenscyclus van heersers een grote rol: 'Sommige heersers kwamen op de troon toen ze 4, 5 jaar oud waren en bleven daar zitten tot hun tachtigste. Dat betekent dat hun positie in die jaren fors veranderde. Ook de sterkste figuren steunden in jeugd en ouderdom op anderen.'

Variatie binnen het thema

Binnen het programma zijn negen verschillende projecten gedefinieerd. De onderzoeksonderwerpen lopen uiteen van volksverhalen over koningschap in Europa en Azië tot grensbewaking tijdens de Mingdynastie, en de opkomst van de Köprülüviziers in het Osmaanse rijk. Alle projecten kijken uiteindelijk hoe dynastieke heersers zich met hun elites en hun bevolking trachtten te verbinden.

Synthese in boeken

Op dit moment werken de vier programmaleiders aan een boek waarin de projectresultaten samenkomen. Een eerste monografie van de hand van Duindam is dit najaar bij Cambridge University Press verschenen. 'In mijn boek Dynasties. A Global History of Power kijk ik naar de dagelijkse praktijken rond heersers. Wat betekende het om op de troon te zitten? Hoe verhielden heersers zich tot hun partners, familieleden en opvolgers? Welke rol namen vrouwen in en wanneer kwamen zij op de troon terecht? Wat was de rol van persoonlijke bedienden en staatsdienaars? In ons gezamenlijke overzicht richt ik me vooral op het hof; mijn collega Peter Rietbergen van de Radboud Universiteit kijkt naar de rol van religie. Jos Gommans (Leiden) bestudeert de regionale voorbeeldfunctie van de Centraal-Aziatische militaire organisatie, en Maaike van Berkel (Nijmegen) schrijft een brede vergelijking over de positie van schrijvers en bestuurders. Samen trekken we lijnen over alle onderzochte gebieden en periodes heen.'

Over het bannerbeeld: Mughal Keizer Jahangir beschiet de armoede. (Los Angeles County Museum of Art)

Meer informatie