Veranderende verf

Case

Veranderende verf

Gevolgen voor conserveren, presenteren en bewaren van Van Eyck tot Mondriaan

Het PAinT-project ontrafelt waarom olieverfschilderijen verkleuren, barsten of op een andere manier slachtoffer zijn van de tand des tijds. Welke chemische processen veroorzaken deze veranderingen? De onderzoekers koppelen voor het eerst de bestudering van meesterwerken aan eigen verfreconstructies en chemische experimenten in het laboratorium. Met computermodellen berekenen ze vervolgens hoe verf zich kan gedragen onder verschillende omstandigheden.

Topje van de ijsberg

Bij elk schilderij is de samenstelling van de verfstoffen anders en daarmee ook de chemische processen die op en onder het oppervlak plaatsvinden. In de onderliggende chemie zijn echter rode lijnen te vinden en daar zijn de onderzoekers naar op zoek. Katrien Keune: 'Je denkt dat als een kunstwerk af is, het ook niet meer verandert. Maar er gebeurt nog van alles in het schilderij, ook na driehonderd jaar. Om de kunstwerken te beschermen willen we deze veranderingen minimaliseren en zoeken we uit waar de risico's liggen. Nu kennen we slechts het topje van de ijsberg.'

‘Zandkorrels’ in de rode dakpannen van 'Gezicht op Delft' van Johannes Vermeer blijken 'loodzeepbolletjes' (A. van Loon, UvA/Mauritshuis)‘Zandkorrels’ in de rode dakpannen van 'Gezicht op Delft' van Johannes Vermeer blijken 'loodzeepbolletjes' (A. van Loon, UvA/Mauritshuis)

Onderzoeker Joen Hermans synthetiseert modelsystemen voor oude olieverf in het laboratorium  ( K. Keune, UvA/PAinT)Onderzoeker Joen Hermans synthetiseert modelsystemen voor oude olieverf in het laboratorium ( K. Keune, UvA/PAinT)

Het onderzoek wordt gevoed door vragen en problemen van restauratoren. Annelies van Loon: 'We bestuderen het effect van een restauratie op schilderijen. Testen op een verse olieverf is niet representatief, omdat die chemisch heel anders is dan olieverf uit de 17e eeuw. Om dit op te lossen hebben we modelsystemen ontwikkeld waarbij we oude olieverf nasynthetiseren. In het lab testen we vervolgens versneld verschillende reacties tussen de pigmenten en het oliebindmiddel. Binnen een half uur zien we reacties waar een schilderij normaal honderd jaar over zou doen. Hierdoor kunnen we heel goed de tussenliggende fases bestuderen en de invloed van bijvoorbeeld temperatuur, vocht en oplosmiddelen.'

Water funest voor schilderij

Een belangrijk element binnen het onderzoek is het schoonmaken van schilderijen. Dit gebeurt vaak nog traditioneel met oplosmiddelen en is niet zonder risico. Van Loon: 'Restauratoren kiezen per kunstwerk het beste reinigingsmiddel. Ze kijken naar de reactie van het middel op het oppervlak van het schilderij, maar dat zegt niets over de reacties onder het verfoppervlak. We weten eigenlijk bar weinig van de chemische effecten van reinigingsmiddelen op de lange termijn.' Keune: 'We onderzoeken bijvoorbeeld hoe schadelijk het is om schoonmaakgels met water te verwijderen. Dat gebeurt veel omdat water geen slechte naam heeft; het staat juist voor zuiver. Op het eerste gezicht werkt deze methode goed, maar op moleculair niveau blijkt het funest te zijn. Zo hebben we ontdekt dat water het zware en giftige metaal arseen, afkomstig uit de gedegradeerde kleurstoffen koningsgeel en emeraldgroen, meeneemt door het hele schilderij.'


Onderzoeker Annelies van Loon analyseert verfmonsters bij Synchrotron-faciliteit Soleil (Parijs) (K. Keune, UvA/PAinT)Onderzoeker Annelies van Loon analyseert verfmonsters bij Synchrotron-faciliteit Soleil (Parijs) (K. Keune, UvA/PAinT)

Kunst in gevaar

Een andere ontdekking van de onderzoekers heeft te maken met loodhoudende pigmenten. Dat ze erg reactief zijn, was al bekend uit eerder onderzoek. Neem bijvoorbeeld de reactie van loodwit met oliebindmiddel in 17e-eeuwse schilderijen: dit zorgt voor uiterlijke veranderingen zoals korstvorming en bolletjes in de verf. Nu blijkt zinkwit nog veel sneller te reageren dan loodwit. Keune: 'In de 19e eeuw gingen schilders zinkwit gebruiken. Van Gogh maakte ook wel mengsels van zinkwit en loodwit, waarbij nu alleen het zinkwit helemaal weggereageerd is. Behalve uiterlijke veranderingen kan dit ook tot hechtingsproblemen van de verf leiden, of zelfs tot verfverlies.'

Testen van nieuwe schoonmaakgels samen met de restauratoren van het Mauritshuis (I. Hoekstra, Mauritshuis)Testen van nieuwe schoonmaakgels samen met de restauratoren van het Mauritshuis (I. Hoekstra, Mauritshuis)

Om effectief in te kunnen grijpen en om erger te voorkomen moeten de onderzoekers begrijpen hoe de loodhoudende pigmenten zich in de verf gedragen. Ze kijken onder andere naar de invloed van temperatuur en relatieve vochtigheid hierop. Dat is nodig aangezien musea de klimaateisen willen versoepelen om kosten te besparen. Van Loon: 'Het zinkwit in moderne kunst gaat echt een groot probleem worden. En de klimaateisen voor moderne kunstmusea, galeries en particuliere collecties zijn al veel minder streng dan voor musea met oude meesters. Ons onderzoek zal aantonen wat voor effect het museale beleid op de kunstwerken zal hebben.'

Meer informatie


Onderzoekers: prof. dr. P.D. (Piet) Iedema, UvA / dr. A. (Annelies) van Loon, UvA & TU Delft / dr. Katrien Keune UvA & Rijksmuseum

Financiële bijdrage: Mauritshuis, Gemeentemuseum Den Haag, Frans Hals Museum, Museum Boymans van Beuningen, Rijksmuseum Amsterdam, Van Gogh Museum

Betrokken partijen: Universiteit van Amsterdam - Van 't Hoff Institute for Molecular Sciences en Master Conservering & Restauratie, IPANEMA Soleil, Royal Institute of Technology (Stockholm), Mauritshuis, Gemeentemuseum Den Haag, Frans Hals Museum, Museum Boymans van Beuningen, Rijksmuseum Amsterdam, Van Gogh Museum, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Jaap Enterprise, Courtauld Institute London, New University of Lisbon, Getty Conservation Institute Los Angeles, Art Institute of Chicago, Northwestern University Chicago, Metropolitan Museum of Art New York.

Tekst: Marjolein Overmeer