Toen wilde zwijnen varkens werden

Case

Toen wilde zwijnen varkens werden

Het begin van de landbouw in Nederland is nog altijd omgeven door raadsels. Hoe is de veeteelt bijvoorbeeld begonnen? En wanneer precies? Welke rol speelden gedomesticeerde dieren in het Steentijdleven, en in hoeverre kruisten ze nog met wilde dieren? Zoöarcheoloog Canan Çakırlar richt zich op deze vragen in een nieuw NWO-project. Het raakt aan twee thema’s die nu relevanter zijn dan ooit: een veranderend klimaat en de nauwe band tussen menselijke en dierlijke gezondheid.

Canan ÇakırlarCanan Çakırlar

Diep in de sedimenten van de Lage Landen liggen talloze botten van mensen en hun vee. Veel ervan zullen daar altijd blijven liggen. Maar sommige zijn aan de oppervlakte gekomen in plaatsen die nu begrippen zijn in onze geschiedenisboekjes, zoals Swifterbant en Hazendonk. Deze botten liggen in depots en musea, maar hun verhalen zijn vaak nog onbekend. Wat zijn het eigenlijk voor botten? Varken of wild zwijn? Oeros of koe? Hoe oud zijn ze precies? Niemand die het weet.

Deze raadsels zijn koren op de molen van Canan Çakırlar, de Turkse onderzoeker die sinds 2012 de leiding heeft over het Zoöarcheologisch Lab van het Groninger Instituut voor Archeologie. Begin 2020 startte zij samen met Daan Raemaekers, hoogleraar Europese archeologie, een driejarig onderzoeksproject met een NWO-beurs van Sociale en Geesteswetenschappen (SGW). ‘We noemen ons project EDAN: The Emergence of Domesticated Animals in the Netherlands’, zegt Çakırlar. ‘Door botten te bestuderen uit eerdere opgravingen hopen we te ontrafelen hoe mensen in deze regio leefden tijdens de overgang van jagen-verzamelen naar landbouw.’

Deze statistische aanpak legt verbindingen tussen botten, grondlagen en koolstofdatering. Dat levert dan de meest waarschijnlijke en meest nauwkeurige tijdsbepaling op
- Canan Çakırlar

Moderne technieken

Die overgang vond ergens in de Steentijd plaats, maar wanneer precies is nog onduidlijk. Çakırlar: ‘Onze beste inschatting is: tegen het einde van het vijfde millennium voor Christus.’
Voor het dateren van archeologische resten, zoals botten, gebruiken wetenschappers moderne technieken. Koolstofdatering is daar een van. Daarbij kijken ze naar het radioactief verval van koolstofatomen: dat verraadt hoe lang iets al in de grond ligt. Het klinkt exact, maar in werkelijkheid is koolstofdatering een complexe puzzel. Niet alleen de tijd, maar ook variaties in de atmosfeer hebben invloed op de waarden. ‘Daarom gebruiken wij een statistische benadering die nieuw is voor de Nederlandse archeologie’, vertelt Çakırlar. ‘Mijn collega’s Michael Dee, Hans Peeters en promovendus Merita Dreshaj gaan zich daarop richten. Deze statistische aanpak legt verbindingen tussen botten, grondlagen en koolstofdatering. Dat levert dan de meest waarschijnlijke en meest nauwkeurige tijdsbepaling op.’

Wild zwijn en oeros

De mensen die woonden rond de plekken die we nu kennen als Swifterbant en Hazendonk, leefden oorspronkelijk van hun moerassige omgeving. Ze vingen bevers en otters, plukten planten en bessen, vingen vis en watervogels en joegen op zwijnen, herten en oerossen. Maar tussen archeologische resten uit een bepaalde periode duiken specifieke botten steeds vaker op: die van varkens en koeien. ‘Maar die kunnen ook van wild zwijn en oeros zijn geweest’, merkt Çakırlar op. ‘Het verschil is niet te zien.’
Ze hoopt dat DNA-analyse (in dit geval de zogeheten ancient DNA-methode) daar helderheid in zal verschaffen. Promovendus Jolijn Gerven zal zich daarop richten, samen met geneticus Ole Madsen van Wageningen UR.

Jolijn Erven en Dr. Youri van den Hurk zoeken geschikte botten in de zoöarcheologiecollecties van de Faculteit der Letteren, RUGJolijn Erven en Dr. Youri van den Hurk zoeken geschikte botten in de zoöarcheologiecollecties van de Faculteit der Letteren, RUG

‘Hoe beter we naar deze botten kijken, hoe meer tekenen we zien van kruising tussen wilde en gedomesticeerde dieren’, zegt Çakırlar. ‘Domesticatie is een fascinerend proces. Het komt tot uiting in een heel pakket aan genetische veranderingen. Die hebben niet alleen invloed op uiterlijk en gedrag, maar ook op dingen als het immuunsysteem. Echt heel boeiend. Er komt een hoop bioinformatica bij kijken als je dat proces wilt ontrafelen.’

Ronde, roze varkens in een stal

Lang is aangenomen dat domesticatie ofwel ter plekke gebeurde, door het temmen van lokale wilde dieren, of dat tamme dieren werden geïmporteerd vanuit de regio waar de allereerste veeteelt plaatsvond: in het Nabije Oosten. ‘Maar recent onderzoek toont aan dat het ook onderweg gebeurde, langs een slingerende en heel complexe route.’
Gedomesticeerde dieren hebben altijd gekruist met hun wilde soortgenoten. En ‘domesticatie’ is op zichzelf ook al een glijdende schaal: groepen varkens scharrelden vaak vrij rond en aten een mix van voedsel dat ze in het bos vonden en afvalresten aan de rand van nederzettingen. Als ze kruisten met wilde zwijnen, in hoeverre waren ze dan tam? Als je zo nauw samenleeft met dieren uit het bos, wanneer wordt een zwijn dan een varken?
‘Het duurde in elk geval een hele tijd voordat mensen van die ronde, roze varkens in hun stal hadden’, concludeert Çakırlar. ‘Wij willen graag kijken naar de botstructuur, naar de opbouw van de populaties en naar het verval van zogeheten stabiele isotopen in het botweefsel. Daaruit hopen we te kunnen afleiden wat deze varkens aten – en dus hoe die overgang plaatsvond.’

State-of-the–art accelerator waarmee de ouderdom van dierlijke botten wordt gemeten, Centrum voor Isotopen Onderzoek (CIO), RUGState-of-the–art accelerator waarmee de ouderdom van dierlijke botten wordt gemeten, Centrum voor Isotopen Onderzoek (CIO), RUG

Intieme relatie

Wellicht levert dat een nieuw beeld op van mensen en hun leven in de Steentijd. Wie met dieren samenleeft, ontwikkelt namelijk een fundamenteel andere levensstijl. Het maakt ze minder mobiel en minder afhankelijk van hun omgeving, maar dat is lang niet alles. ‘De relatie is heel intiem’, zegt Çakırlar. ‘Een oeros kun je niet melken, om maar wat te noemen. Melken is supermoeilijk: het vereist heel veel vertrouwen en geduld aan beide kanten.’
Nathalie Brusgaard, de postdoc-onderzoeker in het project, gaat de isotopenratio’s in koeientanden bestuderen, op zoek naar de eerste tekenen van melken. Çakırlar: ‘Dit project sluit mooi aan bij ander onderzoek dat al plaatsvindt aan het Groninger Instituut voor Archeologie: naar de vetresten die zijn achtergebleven in het alleroudste Nederlandse keramiek.’

Gezondheid van mensen en dieren

Het project gaat een berg aan complexe data opleveren. ‘Als je het geluk hebt dat je goede mensen hebt, wat bij ons het geval is, dan is het technische gedeelte niet het ingewikkeldste’, zegt Çakırlar. ‘De grootste uitdaging is het interpreteren van de resultaten. We proberen er op een holistische manier naar te kijken: door verbindingen te leggen tussen dieet, omgeving, mobiliteit en het gebruik van levensruimte, bijvoorbeeld.’

Wist u dat? De Steentijd is een fascinerende periode waarin veranderingen zich razendsnel voltrokken.

De Steentijd is een fascinerende periode waarin veranderingen zich razendsnel voltrokken. Het kweken van gewassen en het domesticeren van dieren gingen hand in hand, terwijl er nog altijd uitwisseling plaatsvond met wilde planten en dieren. ‘Dat gecombineerde proces vormt de basis van alles wat we tegenwoordig doen.’
Er is ook een link met de manier waarop we omgaan met de grote uitdagingen van vandaag: klimaatverandering en gezondheid. ‘Dit is de periode waarin de dierlijke gezondheid en die van mensen één werden’, zegt Çakırlar. ‘Alleen al daarom is dit onderzoek vandaag niet alleen fascinerend, maar ook relevant. Onze levens zijn sinds de Steentijd nauw vervlochten met die van andere levende wezens.’

Tekst: Nienke Beintema
Foto’s: Canan Çakırlar

Dit onderzoeksproject is gefinancierd door NWO:
Het begin van de Nederlandse veeteelt: ouderdom, karakter en impact
Prof. dr. Daan Raemaekers (RUG) - The Beginning of Dutch Animal Husbandry: Chronology, Nature, and Impact
Het begin van veeteelt is van groot belang voor de cultuur en natuur van Europa. In dit project wordt het begin van de veeteelt in Nederland onderzocht met verschillende nieuwe technieken. Dat leidt tot een beter begrip van de wijze waarop prehistorische mensen omgingen met hun vee.

Voor meer informatie: