Taal is geen code maar een systeem van signalen

Case

Taal is geen code maar een systeem van signalen

Taal is geen code, zoals lang gedacht is, maar een systeem van signalen. Tot deze conclusie kwam taalkundige Petra Hendriks. Ze onderzocht hoe het komt dat kinderen bepaalde zinnen wél kunnen produceren, maar die niet goed begrijpen als iemand anders ze uitspreekt. Hendriks: 'De grammatica van een taal is asymmetrisch.'

Hoezo actief en passief taalgebruik? Luisteren is keihard werken!
- Petra Hendriks

'Toen ik merkte dat dezelfde kinderen die fouten maakten in taalbegrip geen fouten maakten in hun eigen zinnen, was ik heel verbaasd,' vertelt Hendriks. 'Volgens de gangbare taaltheorieën is dit namelijk niet mogelijk.' Hendriks vermoedde dat dergelijke gevallen, waarbij taalproductie voorloopt op taalbegrip, ons meer kunnen leren over hoe de grammatica in elkaar zit. Voor het onderzoek naar deze asymmetrieën ontving Hendriks in 2007 een Vici-financiering.

Wie slaat de olifant?Wie slaat de olifant?

Asymmetrie

Het lijkt zo logisch: kinderen moeten zinnen eerst leren begrijpen, voordat ze die zelf kunnen produceren. Toch gaat dit niet altijd op. In tegenstelling tot volwassenen vinden vijfjarige kinderen de zin 'De olifant slaat hem' een goede beschrijving van een plaatje waarop de olifant zichzelf slaat. Maar als ze zelf dat plaatje beschrijven, dan gebruiken ze net als volwassenen 'zichzelf'.

Dit is een voorbeeld van een asymmetrie in de taal die Petra Hendriks, hoogleraar semantiek en cognitie aan de Rijksuniversiteit Groningen, samen met haar onderzoeksgroep wil verklaren. Dit onderzoek werpt een heel nieuw licht op taal en hoe wij onze moedertaal leren. Die fundamentele kennis kan weer bruikbaar zijn bij de diagnose en aanpak van taalstoornissen, bijvoorbeeld bij kinderen met ADHD.

 

Terwijl de proefpersoon de zin hoort, worden zijn oogbewegingen gemeten. De nummers geven de volgorde van de kijkbewegingen aan, de grootte van de cirkel laat zien hoe lang de proefpersoon ergens naar kijkt.Terwijl de proefpersoon de zin hoort, worden zijn oogbewegingen gemeten. De nummers geven de volgorde van de kijkbewegingen aan, de grootte van de cirkel laat zien hoe lang de proefpersoon ergens naar kijkt.

Wist u dat? Taalproductie en taalbegrip lang niet altijd hand in hand gaan tijdens het leren van de moedertaal?

Eye-tracking

Bij taalproductie zijn deels andere regels werkzaam dan bij taalbegrip. Dat was de hypothese waarmee Petra Hendriks en haar onderzoeksteam aan de slag gingen. Sommige regels zouden vooral betrekking hebben op het produceren van zinnen, terwijl andere regels voornamelijk relevant zijn voor het begrijpen ervan. Om deze aanname te testen, maakten de onderzoekers gebruik van eye-tracking. Met een eye-tracker worden de oogbewegingen van een kind gemeten terwijl het een zin hoort en tegelijkertijd naar een afbeelding op het scherm kijkt. Aan de hand van de oogbewegingen kun je vaststellen welke interpretatie het kind kiest en op welk moment.

Peuters

Uit het onderzoek van Hendriks en haar team blijkt inderdaad dat bij het spreken en het begrijpen van taal andere regels gelden. In één van de onderzoeken kregen twee- en driejarige peuters twee filmpjes naast elkaar te zien: één waarop een auto een koe duwt en één waarop een koe een auto duwt. Bij het horen van de zin De auto duwt de koe keken veel kinderen naar de duwende koe, hoewel de auto het onderwerp van de zin is. 'Kinderen gaan er namelijk vanuit dat het onderwerp levend moet zijn,' legt Hendriks uit. 'Dat is een heel sterke regel in taalbegrip, maar niet in taalproductie. Als de peuters zelf beschrijven wat er in het filmpje gebeurt, doen ze het wel goed.'

De auto duwt de koeDe auto duwt de koe

Kwestie van context

Volgens de gangbare taalkundige theorieën is taal een code. Een spreker codeert de betekenis die hij wil uitdrukken in de vorm van een zin en de luisteraar vertaalt die zin in omgekeerde richting weer terug naar een betekenis. Volgens Hendriks tonen de foutjes van jonge taalgebruikers aan dat er geen sprake is van een één-op-één relatie tussen vorm en betekenis; je kunt taal daarom beter zien als een systeem van signalen dan als een code. Een spreker signaleert een betekenis door een bepaald woord of een bepaalde zin te kiezen en een luisteraar interpreteert dat signaal met behulp van de context. Een signaal kan in de ene context iets anders betekenen dan in de andere. 'Denk aan een fietser die zijn arm uitsteekt. Daarmee signaleert hij iets anders dan een politieagent op een kruispunt die zijn arm uitsteekt. Zonder de context weet je niet wat dit signaal betekent.'

Hard werken

In haar boek Asymmetries between Language Production and Comprehension werkt Hendriks haar theorie van taal als een systeem van signalen verder uit. Haar onderzoek laat zien dat luisteraars heel veel moeten doen om een zin goed te begrijpen: ze moeten de betekenis en de volgorde van de woorden begrijpen, daarbij dienen ze de context mee te wegen en tot slot moeten ze zich verplaatsen in de spreker om de intentie van de zin te achterhalen. 'Hoezo actief en passief taalgebruik?' stelt Hendriks, 'Luisteren is keihard werken!'

Taalsysteem

Hendriks' onderzoek beweegt zich op het grensvlak van theoretische taalkunde en psychologie. Mogelijke toepassingen zijn de diagnose en aanpak van taalstoornissen zoals bij autisme of ADHD, en de automatische verwerking van taal door zoekmachines. Ze werkt samen met collega's uit de psychologie, medische wetenschappen en kunstmatige intelligentie. Zelf ziet ze zich toch in de eerste plaats als cognitiewetenschapper. 'Ik ben geïnteresseerd in het gebruik omdat het me iets leert over hoe het systeem in elkaar zit, niet andersom.'

Meer informatie over het Vici-onderzoek van Petra Hendriks is te vinden op de publiekswebsite van haar project.