Systematisch kijken naar schrift

Case

Systematisch kijken naar schrift

Objectieve maat om handschriften te dateren

In de twaalfde eeuw na Christus vindt in Europa een Renaissance plaats, een bloeiperiode op cultureel, politiek en economisch vlak. De exacte wetenschappen vinden hun weg vanuit de Arabische gebieden naar het continent, de eerste Europese universiteiten worden gesticht. In diezelfde tijd veranderen boeken ingrijpend van vorm. In zijn Vidi-onderzoek 'Turning over a new leaf' zocht Erik Kwakkel naar de relatie tussen de veranderingen in de vorm van het boek en die in de maatschappij.

De behoefte om informatie uit een boek terug te kunnen vinden, was een van de drijvende krachten achter technische innovaties in boeken.

Erik Kwakkel is een enthousiast ambassadeur van het twaalfde-eeuwse boek. Gevraagd naar zijn Vidi-onderzoek naar de innovaties in die boeken, reageert hij dan ook met een waterval van woorden: 'Voorafgaand aan de twaalfde eeuw zagen boeken er heel anders uit dan nu. Teksten werden bij wijze van spreken zomaar op de bladzijden gezet. Je wist vaak niet wie de schrijver was, en waar en wanneer het boek was gemaakt, want titelpagina's waren nog niet uitgevonden. De bladzijden bestonden uit vierkante tekstblokken met daaromheen een kleine marge.'

In de dertiende eeuw zie je dat die marge veel groter is geworden en dat er om de tekstblokken heen instrumenten zijn aangebracht om de lezer te leiden. Denk aan paginanummering, hoofdstuktitels en tussenkopjes, voetnoten. Het boek lijkt dan heel erg op wat we nu kennen: een gestructureerd document waarin je iets kunt opzoeken.'

Leiden, Universiteitsbibliotheek, ABL 15: tekening gemaakt door een lezer, 13e eeuw (beeld Erik Kwakkel)Leiden, Universiteitsbibliotheek, ABL 15: tekening gemaakt door een lezer, 13e eeuw (beeld Erik Kwakkel)

Wist u dat? Vanaf het einde van de twaalfde eeuw wilde men boeken niet alleen meer gebruiken om kennis letterlijk over te dragen, maar juist om discussies uit te lokken.

Voer voor discussies

De Leidse universitair docent Boekwetenschappen ontdekte dat de behoefte om informatie uit een boek terug te kunnen vinden, een van de drijvende krachten was achter technische innovaties in boeken. Vanaf het einde van de twaalfde eeuw wilde men boeken niet alleen meer gebruiken om kennis letterlijk over te dragen, maar juist om discussies uit te lokken. 'Voorheen werden de lezers, veelal monniken, geacht om zich een boek van kaft tot kaft eigen te maken. Maar in de dertiende eeuw zie je een object waarin je vooral snel terug kunt zoeken wat een schrijver ook alweer precies beweert over een bepaald onderwerp. Probeer maar eens in de lange werken van Aristoteles iets specifieks terug te vinden. Dat is niet snel te doen, onder andere omdat er geen duidelijke hoofdstuktitels in staan.'

Monniken drijven verandering

Verrassend genoeg bleken het juist monniken te zijn die als eersten systematisch hulpmiddelen gingen opnemen in de handschriften, vertelt Kwakkel. 'Ik was ervan uitgegaan dat die verandering gedreven werd door de universiteiten, waar studenten op een andere manier naar teksten keken dan de monniken gewend waren. Maar blijkbaar zagen die laatsten ook het nut in van structuurelementen in een tekst, zoals de promovendus in het project goed heeft kunnen laten zien.' Daarnaast bleken hulpmiddelen als koppen, paginanummers en brede marges om eigen aantekeningen te maken, niet zozeer uitgevonden te zijn in die elfde en twaalfde eeuw. 'Ze bestonden al eerder, maar werden in de twaalfde eeuw ineens binnen heel Europa meer systematisch en gebundeld gebruikt.'

Leiden, Universiteitsbibliotheek, VLQ 92: verluchting in een astronomisch handschrift, 12e eeuw (beeld Erik Kwakkel)Leiden, Universiteitsbibliotheek, VLQ 92: verluchting in een astronomisch handschrift, 12e eeuw (beeld Erik Kwakkel)

Objectieve dateringsmethode

Voordat hij kon reconstrueren hoe de handgeschreven boeken door de tijd geëvolueerd waren, moest Kwakkel eerst een instrument ontwikkelen om die handschriften nauwkeurig te kunnen dateren. 'Ik zocht naar een systematische methode om de veranderingen in die handschriften te meten en registreren, want die bestond nog niet. Daarbij heb ik een aantal kenmerken van letters geïdentificeerd, en die ben ik heel nauwgezet, op objectieve wijze, gaan beschrijven in een database.'

Grafieken voor letters

Neem bijvoorbeeld de letter n. Middeleeuwse pennen konden alleen naar beneden schrijven, waardoor een n bestond uit aan aantal haaltjes naar beneden. 'Ik heb gekeken naar de richting van die haaltjes, en het aantal streepjes dat nodig is om de letter te maken. Er blijkt een enorme verandering in de bouw van die letter te zijn, die je heel precies kunt plaatsen in de tijd.'

Leiden, Universiteitsbibliotheek, BPL 191 BD: uitbeelding van getallen, 12e eeuw (beeld Erik Kwakkel)Leiden, Universiteitsbibliotheek, BPL 191 BD: uitbeelding van getallen, 12e eeuw (beeld Erik Kwakkel)

Daarnaast legde hij onder meer vast of een letter op of door de regel werd geschreven, en hoe dicht de letters bij elkaar werden gezet. 'Dat is verrassend goed gegaan,' vertelt Kwakkel. 'We hebben nu grafieken voor alle letters van het alfabet, waarin je heel nauwkeurig kunt zien hoe de vorm van de letter zich heeft ontwikkeld door de tijd. Het helpt ons om overgeleverde boeken uit deze tijd en hun inhoud plotseling heel nauwkeurig en met onderbouwing te dateren.'

Handschriftkunde naar digitaal tijdperk

Hoewel het ontwikkelen van de nieuwe dateringsmethode voor handschriften een eenentwintigste-eeuws monnikenwerk was, is Kwakkel bijzonder tevreden met het resultaat. 'Deze dateringsmethode brengt de handschriftkunde het digitale tijdperk in. Tot nu toe was het dateren van Middeleeuwse handgeschreven boeken vooral een ambacht, iets wat je leert van je meester terwijl je je niet altijd bewust realiseert waarom iets is zoals het is. Met deze nieuwe methode is er een objectieve maat, die naast de traditionele aanpak gelegd kan worden. Daarmee is de kennis uit de hoofden van de meesters gekomen, en beschikbaar voor iedereen. Het helpt de theoloog of de filosoof bronnen uit die tijd beter te plaatsen.'

Leiden, Universiteitsbibliotheek, BUR Q 1: gat in perkament met haar van kalf zichtbaar, c. 1100 (beeld Erik Kwakkel)Leiden, Universiteitsbibliotheek, BUR Q 1: gat in perkament met haar van kalf zichtbaar, c. 1100 (beeld Erik Kwakkel)

Moeilijker te schrijven en te lezen

In tegenstelling tot wat eerder werd gedacht, is het schrift in de twaalfde eeuw niet plotseling van de ene vorm (het Karolingisch) overgegaan op de andere (het Gotisch), zag Kwakkel met behulp van zijn methode. 'Uit onze studies blijkt dat die overgang een heel geleidelijke is geweest, die zo'n 150 jaar omspande. Ook opmerkelijk is dat Europa na al die tijd weliswaar op hetzelfde schrift uitkomt, maar dat de landen niet in de pas lopen. In Frankrijk gaat alles veel sneller dan in Duitsland, hoewel die verschillen aan het einde van de rit dus wel zijn bijgetrokken.'

Zoenende letters

Die overgang van schrifttype is voor een leek een vrij opvallende: 'Het nieuwe Gotische schrift is veel minder efficiënt te schrijven en lastiger te lezen dan het oude Karolingisch. Maar je kunt er wel veel meer letters mee kwijt in dezelfde ruimte. Die ontwikkeling naar een onhandiger letter lijkt dus deels te zijn gedreven door zuinigheid. Er was een beperkte hoeveelheid koeienhuiden om perkament van te maken, terwijl er in de twaalfde eeuw juist heel veel nieuwe teksten ontstonden die opgeschreven moesten worden. Het was dus zaak efficiënt met de ruimte om te gaan. De letters kwamen zo steeds dichter op elkaar te staan, totdat ze elkaar zelfs aanraken en overlappen. Zoenende letters, heb ik die genoemd.'

Leiden, Universiteitsbibliotheek, VLQ 33: openingsafbeelding van Cicero’s Retorica, 12e eeuw (beeld Erik Kwakkel)Leiden, Universiteitsbibliotheek, VLQ 33: openingsafbeelding van Cicero’s Retorica, 12e eeuw (beeld Erik Kwakkel)

Brede belangstelling

Kwakkel besteedt veel tijd en aandacht aan kennisbenutting. Hij heeft een veelgelezen blog, een Twitteraccount met meer dan veertienduizend volgers en een vaste column in Quest Historie. Daarnaast probeert hij een aantal maal per jaar in de krant te komen met zijn onderzoek en geeft hij met grote regelmaat lezingen voor een breed publiek. 'Een nieuwsbericht over kriebels in de kantlijn van Middeleeuwse boeken werd zelfs opgepikt door CNN. En toen had ik ineens miljoenen belangstellenden via hun website,' vertelt hij enthousiast. 'Toen ik aan mijn project begon, was er bij het grote publiek in Nederland waarschijnlijk niet veel bekend over het Middeleeuwse boek. Dat vond ik een lacune, want dit object verdient een veel breder podium. De kleine letterenstudies mogen wel meer in de schijnwerpers worden gezet. En ik vind dat persoonlijk erg leuk om te doen.'

Beeld banner: Erik Kwakkel/Universiteitsbibliotheek Leiden

 

Meer informatie