Strikte scheiding van kerk en staat is er niet

Case

Strikte scheiding van kerk en staat is er niet

Negentig procent van de financiering van het Leger des Heils komt van de overheid

‘Weet ik genoeg om Nederlanders hun eigen geschiedenis te vertellen?’ Dat is altijd een cruciale vraag geweest, een extra belasting voor zijn werk, aldus hoogleraar geschiedenis James C. Kennedy. Die twijfel lijkt weg.

James C. KennedyJames C. Kennedy

De publicatie vorig jaar van de Concise History of the Netherlands van de hand van deze Amerikaanse geschiedkundige zette een punt achter die relatieve ‘onzekerheid’. Ofschoon zijn wiegje staat in Orange City, Iowa, in het hart van de Mid-West, en hij pas in 2003 een aanstelling kreeg aan de VU Amsterdam, kan hij nu eindelijk verzuchten: ‘Ik ben geen vreemdeling meer in de Nederlandse geschiedenis.’

Inmiddels is Kennedy (1963) decaan van het University College Utrecht, gehuisvest in het betoverende gebouwencomplex van de voormalige Kromhoutkazerne uit 1913. Kennedy’s hoekkamer is er een van de allure van een Britse of Amerikaanse campus: veel hout, krakend parket en uitzicht op honderd jaar oude platanen die stevig in glooiend grasveld staan.

‘Mijn onderzoek naar de wortels en de kern van Nederland werd deels vergemakkelijkt omdat ik een buitenstaander ben,’ zegt Kennedy bedachtzaam, waarna hij weer, typisch voor hem, een lange pauze laat vallen. ‘Ik kwam dit land binnen met een voordeel én een nadeel. Ik heb een breder perspectief: mij vallen dingen op die anderen niet zien. Ik heb echter geen intuïtief gevoel voor wat Nederlanders weten en niet weten.’ Vandaar de voldoening na de voltooiing van het goed ontvangen boek – dat hij in het Engels schreef en dat door zijn echtgenote in het Nederlands werd vertaald.

Zonder religie geen Nederland

De bulk van Kennedy’s onderzoek naar de geschiedenis van ons land heeft een grote religieuze component en dat zal geen verbazing wekken. Zonder religie geen Nederlandse geschiedenis en geen Nederlandse staat. ‘Wat was immers de reden voor de opstand die leidde tot de Tachtigjarige Oorlog? Geloofsvrijheid was een belangrijk thema voor het ontstaan van Nederland. Wat betékent geloofsvrijheid eigenlijk, toen en nu. Een nog steeds hoogst actueel gegeven is: hoe ‘diep en breed’ zou die vrijheid zou moeten zijn?’

Mijn onderzoek naar de kern van Nederland was makkelijker omdat ik een buitenstaander ben
- James C. Kennedy

Begin dit jaar werd het NWO-project Religion Renegotiated: Faith-Based Organizations and the State in the Netherlands since the 1960s, waarvan Kennedy projectleider was, officieel afgerond. En wat blijkt? Ondanks de ontkerkelijking (en ontzuiling) van de laatste decennia is er altijd een constante gebleven tussen overheid en kerken, de behoefte aan contacten en samenwerking. Ook al is er niemand meer die gelooft, dan heeft de overheid toch baat bij kerkelijke instanties die het werk verrichten: opvang van verschoppelingen, daklozen en ander ‘pastoraal’ werk. Tevens ziet de overheid steeds meer toe op religieuze instanties die op hun beurt de rol op zich nemen van beleidsuitvoerder en niet langer een autonoom bestaan leiden binnen hun eigen subcultuur.

Geen strikte scheiding

Kennedy: ‘Die strikte scheiding van kerk en staat is er helemaal niet. Youth for Christ in Amsterdam en het Leger des Heils bijvoorbeeld ontvangen fondsen van de overheid voor de uitvoering van taken waar zij zelf niet aan toekomt. Onmisbaar? In zekere zin wel ja. Het Leger des Heils bereikt veel mensen in de marges van de samenleving waar anders niemand komt. De andere kant op is eveneens waar: de overheid is cruciaal voor het Leger. Negentig procent van de financiering van het Leger des Heils komt van de overheid en dat is internationaal gezien erg veel.’

Het Leger des Heils deelt voedsel uit.Het Leger des Heils deelt voedsel uit. Foto: Hollandse Hoogte/Joris van Gennip

Ook het toezicht op onderwijs op bijzondere scholen is strakker geworden, constateert Kennedy, daar waar vroeger onderwijs een burgeraangelegenheid was. ‘Er is langzaam aan meer grip en sturing. Kijk naar de omroepen! Netmanagers vervullen er een steeds grotere rol, waarbij de publieke taak belangrijker is geworden dan de levensbeschouwelijke dimensies van de omroep. Dat is een ontwikkeling van de laatste tien jaar.’

James C. Kennedy begon zich vanaf zijn ‘late twenties’ te concentreren op Nederland als onderzoeksobject. Een heel eind weg voor iemand uit Iowa, dat zeker; evenwel zijn moeder was Nederlandse en zijn geboorteplaats Orange City – de naam suggereert het al – is een echt Nederlands migrantendorp. De Nederlandse geschiedenis en cultuur was hem dus van jongs af aan niet vreemd. ‘De Nederlandse gemeenschap heeft daar een diverse economie opgebouwd, dankbaar gebruik makend van de zeer vruchtbare grond aldaar. De familie die op bezoek kwam,’ herinnert hij zich, ‘zag ik veranderen in de jaren zestig en zeventig ten gevolge van de maatschappelijke omwentelingen in Europa in die tijd. Heel opmerkelijk en fascinerend. Mijn nieuwsgierigheid werd gevoed.’

Zoals gezegd, een studie van Nederland kan niet plaatshebben zonder religie daarbij te betrekken. De nationale historie en cultuur is ervan doordesemd. ‘Religie is iets van het alledaagse. Je vindt er de rituelen van het leven in, een kijk op de toekomst, een kijk op andere mensen. Ook al ben je niet gelovig heb je als burger toch te maken met een samenleving die wat betreft ethiek en normen bepaald is door religie. Een rode draad gedurende de afgelopen eeuwen.’

Wist u dat? In de Republiek der Verenigde Nederlanden bestond geen censuur maar sommige dingen kon je niet zeggen of opschrijven, laat staan publiceren

Hoewel er in de Republiek der Verenigde Nederlanden geen censuur vooraf bestond – hetgeen ten principale onmogelijk was in de ontstane staatsvorm – kon je sommige dingen niet zeggen of opschrijven, laat staan publiceren. Wie en plein public de Heilige Drie-eenheid in twijfel trok rookte een zware pijp.

Echo van het verleden

Kennedy ziet een parallel met het heden. ‘Wat we nu meemaken is een echo van het verleden. In de negentiende eeuw brak het van staatswege protestante Nederland zich het hoofd over de plaats van de katholieken: mogen zij overal hun kerken neerzetten en processies uitvoeren? Nu vragen we ons af: wat mag een orthodoxe salafist zeggen over bijvoorbeeld vrouwen en niet-gelovigen? De religieuze gemeenschap kalft weliswaar af, maar alle minderheden die overblijven verdienen ook hun plek onder de zon. Ook al is de meerderheid in ons land niet belijdend gelovig blijft de vraag overeind hoe religieuze minderheden – hoe ze ook haaks lijken te staan op ons idee van tolerantie en respect – in onze samenleving passen.’

Ook dit past, volgens Kennedy, in de eeuwenoude golfbeweging rondom de onenigheid over de plaats van religie in een moderne samenleving. Dat fel gevoerde debat had in Nederland zijn hoogtepunt tussen 2006 en 2010. Topics waren toen vooral het misbruik in de katholieke kerk en het al dan niet gewenste staatsingrijpen, naast de toename van orthodoxe religie in de wereld en hoe daarop te reageren. Die discussie lijkt allang over haar zenit heen.

Kennedy onderzoekt nu de geschiedenis van het Nederlandse drugsbeleid en probeert de ‘moral geography’ van ons land in kaart te brengen, zoals hij dat noemt. ‘Ik hoef aan Amerikanen ‘thuis’ niet uit te leggen hoe belangrijk dit land is. Van de sociale experimenteerdrang tot aan haar rol in de wereldeconomie en als handelspartner van de VS... Nederland is geen kleine speler. Amerikanen zijn zich daar vaak meer van bewust dan de Nederlanders zelf, gek genoeg.’

  • Foto in de banner: Hollandse Hoogte/Joris van Gennip