Samen een dijk én vertrouwen versterken

Case

Samen een dijk én vertrouwen versterken

Kort na het opstarten van het onderzoeksproject SoSEAL konden onderzoekers al het veld in voor de eerste proeven. En met resultaat. Zowel deelnemende bedrijven als de onderzoekers zijn positief over de onderlinge samenwerking. Wat zijn de redenen achter het succes van dit consortium? ‘Hier ging echt iedereen uit z’n comfortzone.’

‘Het ziet er naar uit dat onze PhD het in vier jaar gaat redden en dat komt mede door dit consortium. De samenwerking heeft hem enorm geholpen.’ Met die woorden opent Timo Heimovaara, hoogleraar Geo-Environmental Engineering aan de Technische Universiteit Delft en projectleider, de gebruikerscommissie van het onderzoek SoSEAL. Een bijeenkomst met alle bij dit project betrokken partijen, die plaatsvindt midden in natuurgebied De Biesbosch, op een locatie van Evides Waterbedrijf. In dit gebied bevinden zich drie spaarbekkens van het drinkwaterbedrijf. Bekken De Gijster vormt een testlocatie voor de proeven binnen het onderzoek, gericht op een natuurlijke methode om de doorlatendheid van de bodem te verlagen. Dit moet het lekken van kwelwater voorkomen en de omliggende dijken stabieler maken.

Lekkende dijk

Voor Evides Waterbedrijf was vanaf het begin af aan duidelijk dat toepassing van het onderzoek voor hen interessant zou kunnen zijn. Per jaar gaat ongeveer 10 procent van het water uit het spaarbekken verloren, doordat het door de dijk heen sijpelt, vertelt Daan Spitzers, regiohoofd Petrusplaat. Stroomt er ook nog eens materiaal mee, dan wordt de dijk instabieler. Vaak werd de oplossing gezocht in drainage, maar dit is een onderhoudsgevoelige en kostbare oplossing. Spitzers: ‘Ik hoorde via een aannemer dat de TU Delft onderzoek ging doen om dijklichamen via een natuurlijke weg minder doorlatend te maken. Ik had direct interesse om deel te nemen.’

De onderzoekers in het project injecteren twee stoffen in de diepere lagen van de dijk die het spaarbekken omringt: water met daarin opgelost een stof bestaande uit afgebroken plantenresten en aluminium. Het idee is dat er vlokken ontstaan, die samenklonteren en zo de ruimtes opvullen tussen de zanddeeltjes. Het water kan zo niet langer wegstromen. Uiteindelijk slagen de onderzoekers erin om een blijvende barrière aan te leggen en zo de doorlaatbaarheid te verkleinen met een factor dertien. De methode heeft de potentie goedkoper te zijn dan bestaande technieken en is bovendien milieuvriendelijk.

Onderzoekers tijdens het uitvoeren van tests in het veldFoto: TU Delft

Snel het veld in

‘Dat de samenwerking zo goed verliep maakte dat we al een half jaar na de start van het onderzoek het veld in konden gaan’, zegt Susanne Laumann, als post-doc namens de Technische Universiteit Delft én als consultant bij Tauw betrokken bij het onderzoek. Het project is gezamenlijk gefinancierd door NWO-domein Toegepaste en Technische Wetenschappen en de deelnemende organisaties en bedrijven. Onderzoekers van de TU Delft en de Universiteit van Amsterdam werken naast Evides samen met onder andere een onderzoeksbureau, bouw- en aannemingsbedrijven, ingenieursbureaus, waterschappen en de gemeente Rotterdam. Het is de werkwijze van TTW om academici en onderzoekers samen te brengen binnen onderzoek dat moet leiden tot een toepassing en impact voor mens en maatschappij. Tijdens  gebruikerscommissies voorzien bedrijven en maatschappelijke organisaties de onderzoekers van input en bespreken de mogelijkheden die er liggen voor toepassing van het onderzoek.

De snelle gang naar het veld is een voordeel, want hierdoor komen veel eerder allerlei problemen aan het licht. Om te beginnen gaat het bij dit soort onderzoek om de bodem: ‘Wanneer de resultaten van labonderzoek mee naar buiten worden genomen, vormt de bodem altijd een probleem’, zegt Dick van den Heuvel, namens Heijmans Infra betrokken. ‘De heterogeniteit van de bodem is in het lab nooit na te bootsen. Daar lopen we altijd tegenaan. Dus moeten we wel het veld in.’

Klik op de afbeelding om een video te bekijkenKlik op de afbeelding om een video over het project te bekijken

Onderling vertrouwen

Toch is het traditioneel zo dat er vaak veel langer labonderzoek wordt gedaan voordat onderzoekers ermee “naar buiten” gaan, zeggen zowel Laumann als Van den Heuvel. ‘De onderzoekers willen dan eerst in het lab een soort vertrouwen kweken voordat ze denken over toepassing. Het probleem daarbij is dat je aan de onderzoekkant weliswaar vertrouwen opbouwt, maar dat het voor de praktijkkant langer duurt. Het gevaar is dat je uit elkaar gaat lopen’, zegt Van den Heuvel.

In dit project zag hij constant heel veel ruimte voor de vraag hoe het onderzoek toegepast kan worden. ‘Aan de theoretische kant werk je met bepaalde veronderstellingen die anders kunnen blijken te liggen. Maar dit geldt evengoed voor de toepassingenkant. Zo hebben we in een eerste proef de twee soorten stoffen apart geïnjecteerd. Dat bleek moeilijk te gaan. In het lab zijn toen testen gedaan om te onderzoeken of we de stoffen konden samenbrengen tot één vlok. Die stof hebben we bij Evides getest. En ook dan loop je weer tegen nieuwe problemen aan. Dat leidt weer tot nieuwe proeven.’

Als onderzoek te fundamenteel is, herkent de markt het niet direct meer als oplossing voor een probleem

Zo werd er snel geleerd, zegt Frank Volkering van advies- en ingenieursbureau Tauw. ‘Terugkijkend kun je zeggen dat die eerste proef zo vroeg in het onderzoek een kleine slagingskans heeft gehad. Maar zonder dat onderzoek was er niet de volle overtuiging gekomen dat we iets moesten vinden om de twee stoffen samen te injecteren. Iedereen wist dat we op zoek moesten naar een alternatief.’

Was men aan de start van het project vooral op het fundamentele pad gegaan, dan was het belang van dit werk voor de gebruikers minder duidelijk geweest, zegt Volkering. Het constant vragen van feedback aan gebruikers helpt je om bij het probleem te blijven, vindt Van den Heuvel. ‘Als het onderzoek te fundamenteel is, dan herkent de markt het niet direct meer als een oplossing voor een probleem.’ Laumann: ‘Wat dat betreft ging hier echt iedereen uit z’n comfortzone.’

Onderzoekers en gebruikers tijdens de Gebruikerscommissie bij EvidesOnderzoekers en gebruikers tijdens de Gebruikerscommissie bij Evides

Blijvend contact

Van zowel onderzoekers als gebruikers klinken positieve geluiden. Maar wat als de belangen verschillen, niet ondenkbaar bij een project met verscheidene partijen. Volgens Laumann speelde dit vooral rondom de verwachtingen over het tempo waarin het onderzoek zich voltrok: ‘We merkten dat snel na het aflopen van de pilot de bedrijven zaten te springen om resultaten. Maar wij werken daar met slechts drie mensen aan. Bovendien ben je als wetenschapper kritisch; je wilt niet zomaar iets publiceren en soms iets nog eens nalopen.’ Het is een punt dat Van den Heuvel beaamt. ‘Het analyseren van de resultaten duurt zomaar een jaar. De kans bestaat dat de aandacht van een gebruiker naar iets anders getrokken wordt. Daarom is blijvend onderlinge validatie nodig.’

De oplossing lag in communicatie en helder verwachtingsmanagement, vertelt Laumann. De onderzoekers bleven ook tijdens deze periode communiceren met de gebruikers. ‘We kregen op een A4 de voorlopige resultaten, die we aan geïnteresseerde partijen konden tonen’, zegt Van den Heuvel. ‘Dat heeft zeker geholpen. Bereikbaar blijven voor elkaar is een belangrijke voorwaarde.’ Spitzers noemt het contact met de onderzoekers ‘laagdrempelig en eenvoudig’. Laumann maakte in het begin heel duidelijk afspraken over wat iedere partij zou gaan doen, vertelt ze. ‘Het was mijn rol om dit project goed te laten verlopen. Ik moest één taal vinden die iedereen sprak.’

Foto: TU Delft

Brugfunctie

Gevraagd naar de verdere voorwaarden voor succes noemt Van den Heuvel juist de rol van Laumann. ‘Zij is betrokken bij de onderzoekers én de gebruikers.’ Op deze manier vormde Laumann een brug tussen beide kanten. Een belangrijke maar ook een lastige rol, denkt haar collega Frank Volkering. ‘Je kunt in conflicten komen.’ Het is een positie die niet bewust gekozen werd. Lauman was net gepromoveerd en kortgeleden begonnen bij Tauw toen SoSEAL werd gehonoreerd, zegt Volkering. ‘Toen hebben we bekeken of ze die post-doc-positie in deeltijd kon vervullen. Dat heeft goed uitgepakt. Ze praat op haar werk met mij en in Delft met de onderzoekers. Daardoor praat iedereen met elkaar.’ ‘Beiden kanten zijn vertegenwoordigd’, vult Van den Heuvel aan.

Ook het feit dat het project goed liep speelde mee. De betrokkenheid van de partijen was vanaf het begin af aan groot, zegt Volkering. ‘Maar naarmate er meer succes was, groeide de betrokkenheid onder de deelnemers verder. Dat gold voor mijzelf ook. Ik ben er steeds meer in gaan geloven. Dan ga je er vanzelf ook steeds harder aan sleuren.’

Verdere tests

De eerste resultaten zijn dan ook met enthousiasme door de industrie begroet, vertelt Heimovaara. Onderzoekers en gebruikers willen graag verder met het onderzoek. ‘Nu is het zaak partijen in de markt te benaderen om vervolg-pilots op te zetten’, zegt de projectleider. Laumann is samen met de leden van de gebruikerscommissie op zoek naar eindgebruikers waarmee verder getest kan worden. Zo hebben ze presentaties gegeven bij waterschappen. Spitzers van Evides Waterbedrijf hoopt dat er een vervolg komt: ‘We hebben van de pilot een heleboel geleerd. Ik hoop dat we de techniek in de toekomst verder kunnen gaan toepassen. De dijken rond de bekkens zijn vijftig jaar oud. Ze moeten tenminste nog eens vijftig jaar mee. Het zou mooi zijn als deze methode daaraan bij kan dragen.’

Meer informatie