Slimme symptoombestrijding voor psychische problemen

Case

Slimme symptoombestrijding voor psychische problemen

‘Al meer dan honderd jaar zoeken we naar oorzaken van psychische stoornissen. Maar er is geen gen voor depressie of een neurologisch defect dat een eetstoornis veroorzaakt. Om aanknopingspunten te vinden voor effectievere behandelingen gaan wij de blik verleggen naar symptomen en hun onderlinge samenhang,’ vat Anita Jansen van de Universiteit Maastricht het Zwaartekrachtprogramma ‘New Science of Mental Disorders’ samen.

Anita JansenAnita Jansen

Maar liefst een kwart van alle volwassenen wereldwijd lijdt ooit in zijn leven aan een psychische aandoening, zoals een angststoornis, een depressie, een persoonlijkheidsstoornis of een verslaving. Helaas werken de beste behandelingen slechts bij veertig tot zestig procent van alle patiënten. Onderzoekers van de Universiteit Maastricht, de Universiteit Leiden, en de Universiteit van Amsterdam gaan de komende tien jaar eens niet uit van de stoornis waarmee een patiënt wordt gediagnosticeerd, maar richten zich op de symptomen waar iemand last van heeft.

Wist u dat? Kijkend naar netwerken van symptomen is er geen wezenlijk onderscheid tussen uiteenlopende stoornissen als depressie en anorexia. Verschillende symptomen beïnvloeden elkaar.

Netwerkmodel

‘Binnen ons programma gebruiken we een netwerkmodel dat recent is ontwikkeld door mathematisch psychologen. Dat model laat zien hoe bij een individuele patiënt symptomen in een netwerk met elkaar samenhangen,’ vertelt hoofdaanvrager Jansen. Neem symptomen die voorkomen bij een depressie, zoals slapeloosheid, concentratieproblemen, een negatieve stemming, angsten en vermoeidheid. Die symptomen staan niet op zichzelf: Als je slecht slaapt word je moe. Daardoor kun je je niet concentreren en maak je fouten. Daar voel je je naar over. Wellicht ga je piekeren over de consequenties van die fouten, waardoor je wéér niet kunt slapen…

Jansen: ‘Er bestaan grote verschillen tussen individuen die volgens de standaarddiagnose aan dezelfde stoornis lijden. Daarnaast heeft meer dan zeventig procent van de patiënten meerdere stoornissen tegelijk: de co-morbiditeit voor psychische aandoeningen is dus hoog. Op dit moment behandelen we over het algemeen de meest op de voorgrond tredende stoornis. Maar als je gaat kijken naar netwerken van symptomen, dan is er geen wezenlijk onderscheid tussen uiteenlopende stoornissen als depressie en anorexia. Verschillende symptomen beïnvloeden elkaar. Er is niet echt één oorzaak, maar er zijn per individu wel centrale symptomen aan te wijzen die bij die persoon het hele netwerk in stand houden. Dáár gaan we naar op zoek, om te kunnen bepalen welk symptoom je bij die ene patiënt het beste kunt bestrijden om hem succesvol te behandelen.’

Juiste symptoom

‘Deze studie heeft absoluut niet tot doel bestaande therapieën naar de prullenbak te verwijzen,’ haast Jansen zich te zeggen. ‘In tegendeel, er bestaan prima bewezen behandelingen. Wij willen er alleen voor zorgen dat die behandelingen worden gericht op het juiste symptoom, in de hoop dat ze daarmee de patiënt uiteindelijk beter helpen.’

De onderzoekers gaan zich uitdrukkelijk niet richten op groepen met specifieke stoornissen, maar vragen alle patiënten die zich in een bepaalde periode bij de aangesloten GGZ-instellingen melden om mee te doen aan het onderzoek. Uiteindelijk hopen ze van duizend mensen hun symptoomnetwerken gedetailleerd in kaart te kunnen brengen. ‘We gaan deze mensen in eerste instantie twee weken volgen, nog voordat hun behandeling is begonnen. Via hun telefoon krijgen ze een keer of tien per dag een signaal, waarna ze een aantal vragen moeten beantwoorden. Wat voel je? Waar ben je? Wat denk je? Die gegevens willen we combineren met fysieke metingen, bijvoorbeeld via hartslagmeters en activity trackers. Al die data gaan we analyseren om de netwerken in kaart te brengen. Welke symptomen zijn op welke manier aan welke andere symptomen verbonden? Hoe beïnvloeden ze elkaar? Hoe sterk is die band? Hoe verhoudt zo’n netwerk zich tot de gestelde diagnose? Hoe stabiel is het netwerk zonder behandeling? Welk symptoom neemt een centrale positie in? En zijn er signalen die een terugval voorspellen? Maar ook gaan we experimenteel onderzoek doen naar de causale relaties tussen symptomen: Hoe komt het dat symptoom A leidt tot symptoom B? Op welke manier kun je die interacties remmen?’ Daarbij richten de onderzoekers zich vooral op symptoommechanismen die bij meerdere stoornissen voorkomen en deze zouden kunnen verklaren.

Vrouw krijgt therapie van een psycholoog

Netwerk ontmantelen

Tot slot gaan de onderzoekers een behandelstudie doen. Ze verdelen de patiënten in drie groepen, waarvan er een de traditionele behandeling krijgt, een tweede groep medicijnen, en de laatste een specifiek op zijn of haar netwerk gerichte therapie. Na afloop van de behandeling brengen de wetenschappers het netwerk weer in kaart. ‘We meten hoe mensen zich voelen en of ze nog voldoen aan de criteria voor de gediagnosticeerde stoornis. Daarnaast kijken we of het netwerk als gevolg van de behandeling ontmanteld is, en als dat zo is, of dat het succes van de behandeling op de langere termijn inderdaad verbetert, zoals we nu verwachten.’

Meer inzicht krijgen in je eigen ziekte is altijd winst
- Anita Jansen

Zelfs als dat laatste uiteindelijk niet het geval blijkt te zijn, blijft dit onderzoek zeker nog nuttig, beklemtoont Jansen. ‘Als je toegaat naar een meer individueel diagnose/behandeltraject, levert dat altijd bruikbare informatie op. Met deze netwerkaanpak bieden we patiënten en behandelaars meer inzicht in hoe de patiënt functioneert. Therapeuten kunnen het netwerk met hun cliënt bespreken en samen zoeken naar manieren om bij die persoon veelvoorkomende vicieuze cirkels te doorbreken. En daarnaast is meer inzicht krijgen in je eigen ziekte altijd winst.’

Perspectief voor psychisch lijden

De klinisch psychologe is bijzonder opgetogen over de Zwaartekrachttoekenning: ‘Dit is een unieke kans. We hebben in dit project zes multidisciplinaire onderzoeksteams geformeerd, waarin wetenschappers van verschillende universiteiten met elkaar samenwerken. Dat gaat een enorme impuls geven aan ons vakgebied. Psychische stoornissen zijn helaas minder in beeld bij financiers, die makkelijker geld geven voor onderzoek naar lichamelijke ziektes. Ik hoop dat we met dit programma nu eens de patiënten die psychisch lijden een beter perspectief kunnen bieden.’

New Science of Mental Disorders

Aanvragers: Prof. dr. A.T.M. Jansen (UM), Prof. dr. M. Kindt (UvA), Prof. dr. R.W.H.J. Wiers (UvA), Prof. dr. B.M. Elzinga (UL), Prof. dr. A.J. Roefs (UM), Prof. dr. A. Evers (UL).

Omvang: 19,3 miljoen euro, 19 onderzoekers van 7 universiteiten.

 

Tekst: Sonja Knols
Foto van Anita Jansen: Thom Frijns
Overige afbeeldingen: Shutterstock