Schat aan archeologische vondsten online

Case

Schat aan archeologische vondsten online

Oudheidkundige vondsten van hobbyarcheologen op nieuwe website

Vandaag gaat een nieuwe website met Nederlandse archeologische vondsten, Portable Antiquities of the Netherlands, online. Foto’s en gegevens van spelden, munten, kunstvoorwerpen, onderdelen van kledingstukken en wapens en nog veel meer, allemaal door privépersonen verzameld. En dat maakt het zo bijzonder.

De website Portable Antiquities of the Netherlands, kortweg PAN, is een grote stap voorwaarts voor hoogleraar archeologie Nico Roymans en projectcoördinator Stijn Heeren (Vrije Universiteit Amsterdam). PAN zet de deur wagenwijd open voor de ontsluiting van al die tienduizenden ‘artefacten’ die nu in privéverzamelingen liggen, veelal verzameld door hobbyarcheologen met een metaaldetector.

Duizenden hobbyarcheologen

Naar schatting zijn er in Nederland momenteel enkele duizenden van die hobbyarcheologen met een eigen vondstencollectie. Deze collecties vertegenwoordigen samen grote wetenschappelijke waarde, maar zijn nooit systematisch geïnventariseerd. Daarin komt nu verandering, dankzij PAN. Verzamelaars melden spectaculaire vondsten, zoals gouden sieraden en zilveren munten, maar ook eenvoudige ontdekkingen zoals fragmenten van kledingspelden (‘fibulae’) en wapentuig.

De openbaarmaking van al die vondsten is van onschatbare waarde voor wetenschappers, voor erfgoedspecialisten, voor planologen. Wat anders in duizenden Nederlandse huishoudens in de kast zou liggen of aan de muur hangen, wordt nu voor eenieder toegankelijk. De investering van NWO in dit megaproject is bijna 2 miljoen euro.

Hobbyarcheologen op zoek naar verborgen artefacten met metaaldetectoren. Baak (Gelderland). Beeld: PANHobbyarcheologen op zoek naar verborgen artefacten met metaaldetectoren. Baak (Gelderland). Beeld: PAN

Van de prehistorie tot de Late Middeleeuwen

Het PAN-project richt zich op alle perioden van de prehistorie tot en met de Late Middeleeuwen. ‘In een half jaar tijd zijn meer dan tienduizend vondsten gemeld aan onze organisatie,’ aldus een enthousiaste Roymans, ‘en vanaf vandaag zijn de eerste beschrijvingen en foto’s gereed en op de website te raadplegen. Elke maand komen er honderden bij. Dit is nog maar het begin. Een team van registratoren komt nu nog bij de verzamelaars thuis. Bedoeling is dat mensen in de toekomst hun eigen foto’s, beschrijvingen en vondstlocaties kunnen uploaden. Ik kan je vertellen, we hebben inmiddels heel bijzondere ontdekkingen gedaan.’

Wist u dat? Een fibula (kledingspeld) was voor de uitvinding van de knoop en ritssluiting, dé manier om kleding bijeen te houden. Iedereen droeg ze.

Vergulde fibula (kledingspeld) uit de 4e eeuw n.Chr. gevonden in Groesbeek (Gelderland). Beeld: PANVergulde fibula (kledingspeld) uit de 4e eeuw n.Chr. gevonden in Groesbeek (Gelderland). Beeld: PAN

Roymans: ‘De vondsten van al die hobbyarcheologen hebben niet allemaal museale waarde, laat staan handelswaarde. Onze archeologische depots liggen vol met bijvoorbeeld kledingspelden, op beurzen kun je ze voor een euro kopen – zo’n fibula was nu eenmaal, vóór de uitvinding van de knoop en ritssluiting, dé manier om kleding bijeen te houden. Iedereen droeg ze, dus er waren er talloze van in omloop. De wetenschappelijke waarde is echter groot, vooral als ook de vindplaats van de objecten bekend is. In welk gebied de spelden circuleerden en wáár ze zeldzaam zijn, dat gaat de PAN-website uiteindelijk van al die artefacten openbaren.’

Gouden munten en een haarspeld daterend uit de 4e eeuw n.Chr. Beide gevonden in de Wijhe (Gelderland). Beeld: PANGouden munten en een haarspeld daterend uit de 4e eeuw n.Chr. Beide gevonden in de Wijhe (Gelderland). Beeld: PAN

Het ontstaan van PAN

Hoe zijn Roymans en Heeren op het idee van PAN (Portable Antiquities of the Netherlands) gekomen? Beiden hebben een achtergrond als hobbyist. Roymans was zelf als tiener een betrokken amateurarcheoloog in het Noord-Brabantse Bladel, Heeren stond als jongetje te spitten in een grafheuvel op de Regte Heide bij Goirle. Voor Roymans stond daarna de studie archeologie vast, voor Heeren ging dat eerst via een studie geschiedenis. Roymans: ‘Historici gaan uit van geschreven bronnen; daar komt – zeker voor de oudere perioden – niets meer bij. Wij archeologen kunnen bij de studie van het verleden beschikken over steeds weer nieuwe bronnen. Aardewerk, steen, brons, een landschap, een pijlpunt… Detectors waren er niet in mijn vroege jeugd. Ik vond vuursteen en aardewerk met het blote oog . Mijn belangrijkste schat uit mijn jeugd was een gouden Keltische munt, uit circa 50 voor Christus. Die ligt nu in het Rijksmuseum voor Oudheden.’

Iedere onderzoeker hoopt die spreekwoordelijke pot met gouden Romeinse munten te vinden
- Nico Roymans

De eigendomsrechten van al die oudheidkundige voorwerpen zijn wettelijk geregeld. De vinder en de grondeigenaar verdelen de waarde van vondsten. Maar bijna geen van de vondsten heeft handelswaarde: de wetenschappelijke waarde is vele malen groter dan de commerciële waarde. Bij die enkele uitzondering ligt dit anders en kunnen er problemen ontstaan. Denk hierbij aan de spreekwoordelijke pot met gouden Romeinse munten die iedere zoeker hoopt te vinden. PAN is geen partij in het regelen van de eigendomskwestie maar informeert de hobbyist over de wet en kan eventueel bemiddelen bij een verkoop, bruikleen of schenking van vondsten aan een museum.

Spreiding van vondsten

Heeren: ‘PAN gaat ons inzicht bieden in de massaliteit en de brede verspreiding van allerlei vondsten. Objecten waarvan we tot voor kort dachten dat ze heel speciaal waren, blijken nu wijdverspreid. Een voorbeeld: op verspreidingskaarten waarop het voorkomen van kledingspelden uit de Late IJzertijd is afgebeeld, is Nederland vrijwel leeg. Het lijkt alsof Nederland niet meedeed in de uitwisseling van goederen in die tijd. Uit de nu reeds ontsloten collecties van de hobbyarcheologen zijn inmiddels al zo’n vijftig exemplaren bekend. Met name het Nederlandse rivierengebied blijkt volop mee te doen in de Europese uitwisselingsnetwerken. Alle bestaande kaartbeelden van de vondstverspreidingen zijn in een klap verouderd. Sensationeel.’

Vlakbijl uit 2500 tot 1800 v.Chr. Gevonden in de gemeente Opmeer (Noord-Holland). Beeld: PAN

‘De spreiding van vondsten in Nederland is niet gelijkmatig,’ aldus Roymans. ‘Zandgronden zijn slechter voor metalen objecten – kleigronden bewaren het metaal juist heel goed. Wat nu vooral opvalt is de verbluffende rijkdom aan metaalobjecten van eenvoudige Bataafse nederzettingen in de Romeinse tijd in het Nederlandse rivierengebied. De nederzettingen bestaan in de regel uit enkele eenvoudige houten boerderijen die nogal prehistorisch aandoen, maar de metaalvondsten die daarbij horen duiden op een intense band met het Romeinse leger. Fragmenten van wapentuig wijzen op (afgezwaaide) Romeinse soldaten ter plaatse, en schrijfstiften, inktpotten en zegeldoosjes (gebruikt om brieven te sluiten) zijn een indicatie dat de bewoners vertrouwd waren met de Latijnse schriftcultuur.’   

Erkenning

In de volgende projectfase worden vrijwilligers getraind om zelf collecties in PAN in te voeren. Belangrijk is dat PAN erkenning biedt aan hobbyarcheologen voor hun zoekactiviteiten doordat hun vondsten nu eindelijk serieuze aandacht krijgen. PAN dient ook een educatief doel; zo kan iedere burger kijken wat er in zijn gemeente aan oudheidkundige vondsten is gemeld, hetgeen leidt tot een verdieping van het historisch besef.

De resultaten van PAN zijn relevant voor de ruimtelijke ordening in ons land: bij allerlei beleidsbeslissingen over nieuwbouw of herinrichting van terreinen kan rekening gehouden worden met de vondsten die via PAN zijn aangemeld.

Het project PAN (Portable Antiquities of the Netherlands) wordt gecoördineerd door de Vrije Universiteit Amsterdam. Over vier jaar zal de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) het onderhoud van de website overnemen.


Op de foto in de banner: een vondst van musketkogels in Baak te Gelderland tijdens een detectordag (PAN)