Rechtsgeleerde kruist pad van bruine beer

Case

Rechtsgeleerde kruist pad van bruine beer

Terugkeer van grote roofdieren vraagt om juridisch onderzoek

Welke rechtsgeleerde brengt beroepshalve in een slaapzak onder de blote hemel de nacht door om wilde beren te bekijken? Onderzoeker Arie Trouwborst deed het in de Sloveense wildernis.

Onderzoeker tuurt door verrekijker in AfrikaArie Trouwborst tuurt naar groot wild in de iMfolozi-wildernis in Zuid-Afrika

Arie Trouwborst draagt tijdens ons bezoek aan de Rechtenfaculteit van de Universiteit van Tilburg een volmaakt bij het onderwerp passende outfit: groen ribfluwelen jasje en wandelschoenen met rubberen profielzolen van de onverwoestbare soort… Deze boomlange jurist met een Vidi op zijn palmares heeft uiterlijk meer weg van een natuurvorser dan een boekenwurm en dat klopt dan ook min of meer wel. Hij wilde eigenlijk bioloog worden.

‘Ik was als kind al bezeten van de natuur, maar had op school te veel moeite met de bètavakken,’ herinnert Trouwborst zich. ‘Tijdens mijn studie rechten keek ik met begerige blikken naar alles wat met milieurecht te maken had. Ik ben afgestudeerd in Internationaal recht. Mijn PhD handelde over het ‘voorzorgbeginsel’ – in geval van onzekerheid over de effecten van de mens op de natuur moeten overheden extra voorzichtigheid betrachten.’

'Predator proof law'

WolfDe Canis lupus in zijn Sloveense habitat. Foto: Miha Krofel

Trouwborst was weliswaar inmiddels ver afgedreven van het beroep van grootwildbeschermer in Afrika dat hij als jongetje eigenlijk ambieerde, maar kon met z’n juridische achtergrond nauwelijks dichterbij komen. Hij windt er geen doekjes om: de Vidi die hij in 2014 kreeg om onderzoek te verrichten naar ‘predator proof law in Europe’ – hoe zorgen we voor Europese wetgeving die een balans vindt tussen belangen van mensen en de bescherming van grote roofdieren? – is niets minder dan ‘de jackpot’. Dankzij de financiering kan hij met zijn eigen onderzoeksgroep Ius Carnivoris werken aan onderzoek dat moet leiden tot broodnodige verheldering en betere toepassing van wet- en regelgeving, die grenzen overstijgt en de groeiende verspreiding van beren, jakhalzen, lynxen, veelvraten en wolven naar het westen van het continent in goede banen leidt. Acceptabel voor de menselijke bewoners, eerlijk voor de dierlijke. Dat is immers de uitdaging: wetgeving die gelijke tred houdt met dynamische biodiversiteit.

Aan de muur van Trouwborsts werkkamer hangen vele kaartjes van Europa, ingekleurd aan de hand van de specifieke aanpak van roofdieren van land tot land. Daar zit nogal wat ‘diversiteit’ in. Ook prijken er kaartjes met stippen die de signalering van een soort aangeven. Men moet bij het beheer van roofdieren niet naar de grenzen van landen kijken maar naar de grenzen van populaties, aldus de onderzoeker. ‘De wolf heeft inmiddels vriend en vijand verrast met zijn aanpassingsvermogen. Overal waar eten is en hij niet wordt afgeknald, kan hij zijn habitat inrichten. Dat geldt ook voor de goudjakhals, die onlangs op de Veluwe is gesignaleerd. Als je dat vijftien jaar geleden had gezegd zou je voor gek verklaard zijn. In het radioprogramma Vroege vogels voorspelde ik een half jaar geleden al dat de terugkeer van deze Canis aureus slechts een kwestie van tijd was. Inmiddels neem ik zelfs over de bruine beer het woord ‘nooit’ niet langer in de mond…’

Wolven weten wel raad met overdaad aan damherten in Zandvoortse duinen
- Arie Trouwborst

Vandaar dat veldwerk – op zoek naar de Canis lupus en de Lynx pardinus (Iberische lynx) in Spanje (gevonden!), en zijn nachtelijk verblijf onder de Sloveense sterrenhemel, alleen in zijn slaapzak, om nu eens mee te maken wat het is om het pad te kruisen van de Ursus arctos (bruine beer) op strooptocht. In dat geval vond de beer hém! Met verdeeld genoegen vertelt Trouwborst het na. ‘Kijk, zo’n beer ziet op zijn vertrouwde pad ineens contouren van iets wat hij niet kent. Dat was ik, languit op de grond in mijn donzen bescherming, met een hartslag van 200. Ik hoorde hem snuffelen en zijn typische keelklank uitstoten die lucht geeft aan angst of verwarring: ‘woofing’ in beer-jargon. Gelukkig maakte hij, na besluitvorming die een eeuwigheid leek te duren, uiteindelijk rechtsomkeert. Ik dacht toen wel even: wat dóe ik hier in vredesnaam?’

De westerse mens is niet langer gewend om met grote roofdieren samen te leven. Door uitroeiing is in het verleden een eind gemaakt aan opgepeuzelde lammetjes, verslonden kippen en andere economische schade, nog afgezien van de argeloze wandelaar of marskramer die tussen de kaken van een hongerig dier het leven liet. De natuur is echter hardnekkig. Op zoek naar voedsel en een ‘veilige woonomgeving’ zijn de laatste decennia wilde roofdieren gesignaleerd op plekken waar ze uitgestorven werden geacht. Het gaat specifiek om de bruine beer, de wolf, twee soorten lynx, de jakhals en de veelvraat.

‘Gunstige staat van instandhouding’

Deze ‘carnivore comeback’ staat niet los van Europese regelgeving. Met name in het Verdrag van Bern (Convention on the Conservation of European Wildlife and Natural Habitats) uit 1979 van de Raad van Europa, en in de EU-Habitatrichtlijn uit 1992, is vastgelegd dat overheden verplicht zijn om dergelijke grote roofdieren binnen hun grenzen de ruimte te geven en in een ‘gunstige staat van instandhouding’ te brengen. Vervolgens is het aan elk land om zelf te bepalen hoe ver ze de populatie boven dat vereiste minimum uit laten komen. Terugkeer van deze dieren zou het biologische evenwicht in de natuur, ook in Nederland, een handje helpen, aldus kenners. ‘Laten we wel zijn,’ zegt Trouwborst met iets van een sardonische grijns, ‘een roedel wolven weet wel raad met een overdaad aan damherten in de Zandvoortse duinen. Daar hoeven we niet aan te twijfelen. En met de mens is co-existentie het toverwoord. Over wilde zwijnen op de Veluwe en ganzen op het weiland hoor je echt wel eens iemand klagen, maar ze horen er wel gewoon bij. Dan kan met de wolf ook.’

Wist u dat? De wolf is nooit verdwenen uit Italië en vanuit dat land ook weer Frankrijk binnengeslopen

Bij de eerste meldingen van de terugkeer van roofdieren op plekken waar je ze niet verwacht zijn de reacties nog positief. Jongens, een wolf! Maar na de eerste foto’s van verscheurde lammetjes op de voorpagina’s van kranten ontstaat er ineens een andere houding. Als natuurbeschermingsjurist (‘let op: ik ben rechtswetenschapper, géén milieuactivist!’) denkt Trouwborst: hoe houden we dit Europese succesverhaal vast? ‘Er worden vinnige debatten gevoerd, bijvoorbeeld in Frankrijk en Zweden. In wezen zie je er de aloude strijd tussen stadsmens en plattelandsmens in terug. Voor de laatsten staan de dieren symbool voor bemoeienis van bovenaf, uit de hoofdstad of uit Brussel (EU) of Straatsburg (Raad van Europa). De terugkeer van de wolf is in Duitsland geordend verlopen, en ook in Frankrijk is de wolf vanuit Italië – waar hij nooit is weggeweest – weer teruggekeerd, wat protest van de schapenboeren tot gevolg had. Maar in Noorwegen en Zwitserland lukt het helemaal niet. Hoe komt dat? Dat staat niet los van de Habitatrichtlijn: die is in Duitsland en Frankrijk wél van toepassing, maar in Noorwegen en Zwitserland niet. Die Europese regels werken dus. De uitdaging is nu om er voor te zorgen dat ze geen slachtoffer worden van hun eigen succes. En dat is precies waar ons onderzoek voor is bedoeld.’

Nederlandse aanpak werpt vruchten af

LynxEen lynx op pad, óók in Slovenië. Foto: Miha Krofel

Nederland is de ultieme testcase voor de ‘hernieuwde kennismaking’ van wolf en mens aan elkaar, aldus Trouwborst. Hoe ver gaat het aanpassingsvermogen van de wolf – en dat van de mens? De proactieve aanpak die in ons land is toegepast is in elk geval uniek en werpt vruchten af. Zo zijn twee jaar geleden alle belanghebbenden onder regie van de overheid bijeen gekomen om een plan van aanpak te maken op basis van mogelijke scenario’s rond de Canis lupus. Vóór de komst van de wolf zelf komt zo’n ‘wolvenplan’ gemakkelijker tot stand. Trouwborst cum suis namen de juridische kant van het plan voor hun rekening.

De Large Carnivore Initiative for Europe waarvan Arie Trouwborst lid is – als enige jurist in een contingent biologen – is een expertgroep rond nationaal en internationaal beleid omtrent grote roofdieren. Zij buigen zich over interessante kwesties als de wonderlijke noord- en westelijke expansie van de goudjakhals, die nota bene geen verleden heeft in deze contreien. Hij ‘hoort’ van oudsher in de Balkan, maar maakt om voor biologen onnaspeurlijke redenen meer en meer uitstapjes te onzent. Hoe ga je met zo’n onverwachte ontwikkeling om? Ook in Oost-Europa valt met een betere toepassing van de internationale regels nog een wereld te winnen. Bijvoorbeeld door te voorkomen dat nieuwe stuwdammen precies in het kerngebied van de Balkan-lynx (een bedreigde lynx-ondersoort) worden gebouwd. En hoe combineer je trofeejacht op beren met een goede bescherming? Om dat goed te regelen zat Trouwborst onlangs in Bosnië mee te schrijven aan een berenbeheerplan.

Juridisch kluifje

Sindskort ook In Nederland te bewonderen: de goudjakhals. Foto: Miha Krofel

Ook boeiend: de nieuwe Europese grenshekken houden niet alleen vluchtelingen tegen, maar onbedoeld ook beren, wolven en lynxen. Met Ius Carnivoris-collega’s Floor Fleurke en Jennifer Dubrulle houdt Trouwborst dit probleem nu onder de juridische loep.

En wat te denken van een interessant juridisch kluifje als de hybride, bijvoorbeeld de regelmatig voorkomende kruising tussen wolf en hond? Wat is daarvan de status? Een biologisch ongewenste voortplantingsvorm wegens verwatering van de soort, dat zeker. Maar juridisch nog complexer: heb je het hier over een beschermde wolf of een ‘vogelvrije’ hond? Trouwborst: ‘Dit is echt juridisch laveren op zijn mooist. Enerzijds wil je overheden zo ver krijgen dat ze wolf-hond kruisingen opsporen en uit het wild verwijderen. Anderzijds wil je ook weer geen vrijbrief afgeven tot afschieten van hybriden, want anders wordt het een schietkraam: hoe moet een jager het verschil zien met een echte wolf, die met een beschermde status? En de schietgrage boer die baalt van zijn dode lammetjes zal gemakkelijk over zijn twijfels over ‘bastaard’ of ‘echte wolf’ heen stappen. En voor je het weet loop je vast bij de strafrechter: als het OM bij elke wolvenstroper moet bewijzen dat het om een honderd procent zuivere wolf ging, krijg je geen stroper meer achter de tralies. In opdracht van de Raad van Europa te Straatsburg heb ik onlangs een rapport en een ontwerpbesluit opgeleverd om deze materie goed te regelen. Dat besluit is inmiddels aangenomen, zodat er nu Europese richtlijnen bestaan voor een effectieve en uniforme aanpak van het hybridenprobleem. Zo’n dossier geeft veel voldoening: in academisch opzicht interessant en, als ik het zo boud mag brengen, een schoolvoorbeeld van valorisatie van wetenschappelijk onderzoek.’

Aan de deur hangt een tekening van een wolf met de tekst eronder: Wolves don’t lose sleep over the opinion of sheep.