Protesteren of emigreren: van idee tot daad

Case

Protesteren of emigreren: van idee tot daad

Iedereen demonstreert, zo lijkt het. Van Hong Kong tot Bolivia tot, dichter bij huis, boeren op het Malieveld en verpleegkundigen op het Binnenhof. Wat hebben die demonstraties met elkaar te maken? En waarom is er een nieuwe protestgolf gaande? We vroegen het aan Jacquelien van Stekelenburg, hoogleraar Sociale Verandering en Conflict aan de VU in Amsterdam en veelgevraagd expert.

Jacquelien van StekelenburgJacquelien van Stekelenburg

Demonstraties zijn er niet spontaan. Ze ontstaan op de breuklijnen van de maatschappij: altijd is er wel sprake van een politieke of sociale kloof die tot onvrede leidt. De protesten in Catalonië zijn gericht tegen Madrid, het centrum van de macht; in Hongkong is het de kloof tussen de olifant (China) en de mier (Hongkong), in Chili is het de ongelijkheidskloof tussen arm en rijk. Bij de protesten van boeren in Den Haag lijkt het onderscheid tussen de Randstad en de rest van Nederland een rol te spelen. In Irak en Libanon is de motor de grote groep jongeren, landen waar het opleidingsniveau is gestegen en jongeren ambities hebben die ze niet in het land van herkomst kunnen vervullen.

Wist u dat? Social media hebben een 'supersize effect': binnen korte tijd en met weinig geld kun je een grote groep aanspreken.

Zien demonstreren doet demonstreren

Maar onvrede alleen leidt niet direct tot een demonstratie. Het gaat erom dat er ook iemand moet zijn die zo’n demonstratie organiseert, legt Van Stekelenburg uit. ‘In de jaren zestig kostte het meer moeite om een protest te organiseren dan nu. Of denk aan de vele demonstranten tegen kruisraketten in de jaren tachtig. Dat was een enorme organisatie, een groot platform, dat zeven jaar lang campagne heeft gevoerd. Het IKV speelde daarin een belangrijke rol.’ Sinds 2008 hebben social media de organisatie van het protest gemakkelijker gemaakt. Van Stekelenburg spreekt van het ‘supersize effect’: ‘Binnen korte tijd en met weinig geld kun je een grote groep aanspreken. Ook kun je tot de verbeelding sprekende beelden rondsturen, zoals de filmpjes uit Hongkong.’ Of denk aan de filmpjes van de flashmobs van Chileense vrouwen die het machismo en het geweld tegen vrouwen niet meer accepteren. Hun protesten werken aanstekelijk: de flashmobs en dansen zijn overgenomen door vrouwen in heel Latijns-Amerika, en later ook door vrouwen in Spanje en Frankrijk. Bovendien moet er een gemeenschap, een community zijn die grieven met elkaar deelt. Dat kunnen organisaties in de wijk of in de stad zijn, maar uiteraard ook groepen op internet en social media. Al brengen die laatste ook onzekerheid met zich mee: een organisatie zoals een vakbond kent iedereen, die is vertrouwd. Maar hoe betrouwbaar is een onbekende die een oproep doet op Facebook?

Wij denken dat netwerken van doorslaggevend belang zijn: in het netwerk van familie of vrienden kan de balans omslaan naar emigreren of protesteren.
- Jacquelien van Stekelenburg

Juist over die netwerken of communities gaat het in MOBILISE, het onderzoek waar Jacquelien van Stekelenburg nu aan werkt. In dit driejarige internationale ORA-onderzoek gaat het niet alleen om protest, maar ook om migratie. Onderzoekers uit Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk willen ontdekken wat mensen aanzet om daadwerkelijk te gaan migreren of protesteren: welke drivers zet hen aan om die intentie om te zetten in een daad? ‘Dat is nog nooit op die manier in één onderzoek opgenomen’, zegt Van Stekelenburg. ‘Vanaf 2016 protesteren én migreren jongeren steeds meer. Wij denken dat netwerken van doorslaggevend belang zijn: in het netwerk van familie of vrienden kan de balans omslaan naar emigreren of protesteren.’ Van Nederlandse zijde zijn twee onderzoekers betrokken: Evelyn Ersanilli (UvA) en een aio die haar Master of Arts in Middle Eastern Studies op de Universiteit Leiden deed.

Relaties opbouwen

Het is een spannend onderzoek, aldus Van Stekelenburg. ‘We hebben het over protest én migratie. Dat zijn twee boekenkasten bij elkaar. En omdat we vanuit diverse culturen met elkaar werken, is er altijd de vraag of we het over hetzelfde hebben. Er ontstaan makkelijker miscommunicaties. Daarom moet je veel tijd besteden aan de communicatie en een goede relatie met elkaar opbouwen. Dat kost tijd. Het internationale en interdisciplinaire karakter maakt dat je erg moet nadenken over de assumpties binnen je eigen discipline en je eigen cultuur. Maar dat maakt het juist zo ontzettend leuk en interessant.’

Meer informatie

Determinants of ‘Mobilisation’ at Home and Abroad: Analysing the Micro-Foundations of Out-Migration & Mass Protest

Olga Onuch, University of Manchester (GB); Gwendolyn Sasse, Centre for East European and International Studies (D); Jacquelien van Stekelenburg, Free University Amsterdam (NL); Sorana Toma, Université Paris Saclay (F)

Disciplines: Political Science and Empirical Social Research

Zie ook:


Tekst: Marianne ten Hoedt
Bannerbeeld: Pixabay