Parlement en Wetenschap

Case

Parlement en Wetenschap

Over de concurrentiepositie van de Rotterdamse haven

Hoe houdt de Rotterdamse haven zijn wereldwijde concurrentiepositie? Hoe kan Nederlands overheidsbeleid die kansen vergroten of verkleinen? Leden van de Tweede Kamer staan regelmatig voor complexe vragen waar ook tal van wetenschappers dagelijks mee bezig zijn. Het project ‘Parlement en Wetenschap’ brengt deze twee partijen bij elkaar. Zo kan het parlement zich beter informeren en kunnen wetenschappers helpen politieke besluiten op meer kennis te baseren.

Tekst: Peter Vermij

'De Kamerleden hadden hele goede vragen,' zegt prof. dr. Hercules Haralambides, hoogleraar Maritieme economie en logistiek aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam, direct na afloop van het ‘rondetafelgesprek’ met Kamerleden waaraan hij zojuist heeft deelgenomen. Vanwege zijn expertise was hij, samen met een aantal andere wetenschappers, meegenomen in een overzicht van wetenschappers met relevante kennis voor het beantwoorden van de vraag hoe de concurrentiepositie van de Rotterdamse haven bewaakt kan worden.

Op basis van deze zogenoemde ‘netwerkverkenning’ is hij, samen met drie andere wetenschappers, door de Vaste Kamercommissie voor Infrastructuur en Milieu uitgenodigd om zijn visie te geven op deze vraag tijdens het rondetafelgesprek. 'De Kamerleden gingen direct in op wat wij als wetenschappers hadden gezegd, dus ik denk dat onze informatie goed is overgekomen.'

Voor Haralambides was de parlementaire hoorzitting, in maart 2016, niet zijn eerste: in diverse landen toonden parlementariërs zich al benieuwd naar zijn visie. Haralambides bestudeert de continu veranderende transportstromen in de wereld, en de strategieën die havens en havenbedrijven kunnen voeren om in die dynamiek een plaats te veroveren of te behouden.

Wist u dat? Voor Parlement en Wetenschap werkt NWO samen met de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), de Vereniging van Universiteiten (VSNU) en De Jonge Akademie

Zijn boodschap aan de Nederlandse Tweede Kamer was: de Rotterdamse haven draait uitstekend, maar de risico’s zijn groot, en waakzaamheid is permanent geboden. Nu China bijvoorbeeld bouwt aan een eigen transportnetwerk, met nieuwe spoorverbindingen naar Oost-Europa en de recent gekochte Griekse haven van Piraeus als knooppunt van een nieuw Chinees maritiem netwerk, zouden grote transportstromen straks zomaar opeens anders kunnen gaan lopen.

Langetermijnvisies

Dr. Larissa van der Lugt, ook van de Erasmusuniversiteit, gaf de Kamercommissie een overzicht van de grote ontwikkelingen die gaande zijn in wereldwijd transport — zoals de trage maar gestage overschakeling naar duurzame energie. Voor een haven die vorig jaar 135 miljoen ton olie, kolen en vloeibaar gas verwerkte, zal die omschakeling zonder twijfel grote gevolgen hebben.

Dr. Abdel El Makhloufi, onderzoeker Mainportlogistiek bij de Hogeschool van Amsterdam, analyseerde onder meer de concurrentie van nabijgelegen havens zoals Hamburg en Antwerpen. Hij adviseerde de Nederlandse overheid om zowel in Rotterdam als in Amsterdam te focussen op kwaliteit en duurzaamheid.

Prof. dr. Rob Zuidwijk, bijzonder hoogleraar Havens in wereldwijde netwerken in Rotterdam, bepaalde tot slot de aandacht van de acht aanwezige Kamerleden bij de allesoverheersende rol die informatie en informatietechnologie gaan spelen in toekomstige logistieke ketens. Nu al ondersteunt informatietechnologie wereldwijde ketens. En dit zal alleen verder toenemen: businessmodellen die op de digitale wereld zijn geënt sturen steeds meer de fysieke ketens aan, zoals dat bij e-commerce het geval is.

Alle vier de wetenschappers keken in hun bijdragen naar ontwikkelingen op de langere termijn. Dit was een goede aanvulling op de bijdrage van direct belanghebbende organisaties, die het gesprek met de Kamer deze keer meer aangrepen om acute kwesties zoals staatssteun voor concurrenten, toename van vennootschapsbelasting en relatief hoge inspectietarieven aan de orde te stellen.

'Ook van hen kun je langetermijnvisies verwachten,' merkte Van der Lugt na afloop op, 'maar zij hebben ook dringende kwesties die op korte termijn al problemen geven en laten de kans niet voorbijgaan die bij Kamerleden op tafel te leggen.'

Het rondetafelgesprek illustreerde zo treffend hoe, zelfs op een heel praktisch onderwerp als de concurrentiepositie van de Rotterdamse haven, wetenschappers in het parlement een unieke rol kunnen vervullen.

Kennis benutten

De vier havendeskundigen vormden deze dag de praktische uitwerking van één activiteit van het project Parlement en Wetenschap. In dat project werken vier organisatie sinds 2011 met de Kamer samen: de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), de Vereniging van Universiteiten (VSNU) en De Jonge Akademie.

Samen proberen ze parlementariërs met kennisvragen in contact te brengen met onderzoekers die passende kennis aan kunnen bieden. Voor de kennisorganisaties is het uiteindelijke doel te bevorderen dat Nederlandse kennis meer en beter wordt benut, in dit geval ook in besluitvorming van de Tweede Kamer.

Om dat doel te bereiken ontplooit het project Parlement en Wetenschap een drietal activiteiten: een ontbijtbijeenkomst, een wetenschappelijke factsheet of een netwerkverkenning.

Kennis op maat

Meestal ligt het initiatief voor activiteiten van het project bij de Kamer, in de praktijk bij Vaste Kamercommissies. Die kunnen, bijvoorbeeld in de aanloop naar een belangrijk debat, besluiten dat het goed is als ze ook worden bijgepraat vanuit een wetenschappelijk perspectief. Veel kennis komt bij de Kamer binnen via ministeries. Dat maakt de Kamer afhankelijk en laat specifieke kennisvragen van parlementariërs soms onbeantwoord. De Kamer heeft dus veel baat bij rechtstreeks contact met goed gekozen wetenschappers.

 

Het kan helpen even uit de waan van de dag te treden, de blik te verruimen

Wat is bijvoorbeeld de stand van onze kennis over een bepaalde kwestie of op een bepaald beleidsgebied? Welke kennis staat grotendeels vast, waarover leven nog serieuze wetenschappelijke vragen? Waar of bij wie kan de beste kennis worden gevonden? En kunnen de jongste wetenschappelijke inzichten misschien een heel nieuw licht werpen op een al lang lopend politiek debat?

In antwoord op verzoeken van de Kamer gaat ‘Parlement en Wetenschap’ op zoek naar deskundigen die maatwerk kunnen bieden. Soms volstaat een ‘netwerkverkenning’, een lijst met instituten of individuele experts die de Kamer vervolgens zelf kan benaderen; soms kunnen zulke experts snel verwijzen naar goed bruikbare literatuur.

Soms zetten ze via Parlement en Wetenschap de belangrijkste feiten en visies op een rij in bondig geformuleerde ‘wetenschappelijke factsheets’. Deze kan dan eventueel door de Kamer weer gebruikt worden, zoals in het geval van de Rotterdamse haven, om de betreffende wetenschappers uit te nodigen voor een rondetafelgesprek. En soms organiseert Parlement en Wetenschap een ontbijtbijeenkomst waar Kamerleden en wetenschappers informeel en persoonlijk met elkaar kunnen kennismaken terwijl ze een ‘ontbijtbijeenkomst’ gebruiken.

De contacten die zo tot stand komen, kunnen het begin zijn van een waardevolle relatie.

Podium voor kennisbenutting

Voor Rob Zuidwijk was het zijn eerste rondetafelgesprek, en de ervaring smaakte naar meer. 'Ik had er bewust voor gekozen wat meer naar de toekomst te kijken dan naar specifieke beleidspunten die op dit moment spelen,' zei hij na afloop, 'en ik vond dat de dialoog met de Kamerleden leuk verliep.'

Zuidwijk denkt dat het voor Kamerleden interessant en nuttig kan zijn om niet alleen te spreken met belangenorganisaties maar ook feiten en visies te horen vanuit een onafhankelijker en breder perspectief. 'Het kan helpen even uit de waan van de dag te treden, de blik te verruimen.'

Zelf gebruikte hij het podium ook even om meer in het algemeen het belang van kennisontwikkeling en innovatie bij de Kamer te promoten. 'Het kan nooit kwaad om dat te herhalen.'

Een project als Parlement en Wetenschap past in een maatschappelijke trend waarin de diverse partijen in de samenleving dichter bij elkaar komen, denkt Haralambides. 'Zeker rond vraagstukken als havens, scheepvaart en de transportsector kunnen wetenschappers, bedrijven, overheid en wetgevers niet gescheiden optrekken. Als wetenschappers kunnen we ons niet opsluiten in een studeerkamer en achter gesloten deuren met getallen spelen. We moeten zulke interacties aangaan, al was het maar om beter te begrijpen wat er in de samenleving gebeurt.'