Paradox: Brabantse dialecten vervagen én versterken

Case

Paradox: Brabantse dialecten vervagen én versterken

In Brabantse dialecten duiden mensen een koe tegenwoordig weleens als mannelijk aan: unnen koe in plaats van un koe. Geen teken van taalverval, maar juist van trots op je afkomst. Dat ontdekte taalkundige Kristel Doreleijers die promotieonderzoek doet aan Tilburg University en het Meertens Instituut.

Kristel DoreleijersKristel Doreleijers

Brabantse dialecten zijn rijker dan het Standaardnederlands als het gaat om geslachtsaanduiding van woorden. In het Nederlands is er de voor mannelijke én vrouwelijke woorden, het voor onzijdige. In Brabantse dialecten is er een speciale uitgang -e(n) voor mannelijk woordgeslacht. Deze kun je aan bijvoorbeeld lidwoorden of bijvoeglijke naamwoorden plakken. Zo markeren de lidwoorden de(n) en unne(n) mannelijke woorden. De zogenaamde verbindings-n aan het einde van de uitgang verschijnt voor bepaalde klanken: een klinker of een h, b, d of t. Den hond en unnen hond  bijvoorbeeld. In het Standaardnederlands is het verschil in aanduiding voor mannelijke en vrouwelijke woorden verloren gegaan.

Iets heel anders aan de hand

Taalkundige Kristel Doreleijers ontdekte aan de hand van onder andere schriftelijke vragenlijsten en opnamen van gesproken taal hoe de geslachtsmarkeringen in het Brabants zich ontwikkelen. Gaan ze dezelfde kant op als in het Standaardnederlands, oftewel verdwijnt het verschil in aanduiding tussen mannelijke en vrouwelijke woorden?

Tegeltje van Omroep Brabant met de tekst 'Ik zit vandaog als unne koning in munne woning!'

Er is iets heel anders aan de hand, vertelt ze in een podcast op brabantserfgoed.nl. 'Een koe is vrouwelijk, dus zou je in Brabantse dialecten un koe verwachten. Maar ik zag in mijn eerste data dat juist soms de mannelijke vorm unnen koe, of zelfs unnene koe opduikt, ook als mensen wél weten dat een koe vrouwelijk is. Ook een onzijdig woord als koekje is soms unne kuukske in plaats van un kuukske zoals de regel voorschrijft. Dit noemen we ook wel hyperdialectismen.’

Tegeltjes en vlogs

Doreleijers, zelf afkomstig uit Eindhoven, bestudeerde vragenlijsten waarin mensen van verschillende leeftijden zinnen van het Nederlands naar hun Brabants dialect moesten vertalen, en ze maakte opnamen van het taalgebruik van jongeren. Ook sociale media zijn een belangrijke bron in haar onderzoek: op Instagram staan virtuele tegeltjes met Brabantse teksten en ook zijn er vlogs in het Brabants. Ze concludeert dat de mannelijke geslachtsaanduiding die zich onderscheidt van het Standaardnederlands, zoals in unne(n), daarin extra vaak wordt toegepast. Oftewel ook waar dat van oudsher niet gebeurde.

De gedachte is dat we over honderd jaar geen dialecten meer kennen, en je zou verwachten dat alleen algemene regionale kenmerken overblijven. Maar volgens mijn eerste data is het niet zo zwart-wit.
- Kristel Doreleijers

Een opvallende vondst, want de tendens is dat dialecten juist meer toegroeien naar het Standaardnederlands. 'De gedachte is dat we over honderd jaar geen dialecten meer kennen, en je zou verwachten dat alleen algemene regionale kenmerken overblijven. Bijvoorbeeld t-deletie: en nie in plaats van wat en niet. Maar volgens mijn eerste data is het niet zo zwart-wit.'

Laten zien dat je Brabander bent

Eigenlijk bestaat er niet zoiets als hét Brabantse dialect, zegt Doreleijers. 'Het Brabants is een verzameling van verschillende lokale dialecten. Door contact met de standaardtaal en andere dialecten maken lokale dialectkenmerken plaats voor meer regionale taalkenmerken. Die nivellering is verklaarbaar doordat van oudsher besloten gemeenschappen steeds opener worden en lokale dialecten makkelijker met andere talen in contact komen. Daarentegen zien we dat mensen sommige typische dialectkenmerken, zoals geslachtsaanduiding, juist extra gebruiken. Dit zorgt voor meer onderscheid ten opzichte van het Standaardnederlands, dat willen mensen blijkbaar.'Doreleijers denkt dat mensen in sommige contexten, bijvoorbeeld in identiteitsmarkerende genres zoals op sociale media, willen laten zien dat ze Brabander zijn en daarom extra vaak de onderscheidende geslachtsaanduiding gebruiken.

Wannabe Brabants of geloofwaardig?

Uit eerder taalkundig onderzoek blijkt dat dit zogeheten hyperdialect twee oorzaken kan hebben, zegt Doreleijers. 'Aan de ene kant kan het een symptoom zijn van verzet tegen dialectverlies. Door het bewust overgeneraliseren van typisch Brabantse geslachtsaanduiding kunnen sprekers laten zien dat ze zich bewust zijn van hun regionale identiteit of er zelfs trots op zijn. Aan de andere kant kunnen sprekers die niet met dialect zijn opgegroeid, de jongere generaties bijvoorbeeld, ook hyperdialectismen gebruiken omdat ze de precieze dialectregels niet kennen. Ze doen in feite maar wat, maar ze willen wél Brabants klinken.'

Wist u dat? Grammaticaal geslacht is een actueel onderwerp. De huidige generatie Nederlands-sprekers gebruikt opvallend vaak verschillende soorten gender door elkaar: de meisje die, bijvoorbeeld. Volgens Doreleijers geen taalverloedering, maar verandering door een natuurlijk proces. Door globalisering en migratie veranderen talen en dialecten, en dat houdt ze juist levend.

Doreleijers vervolgt: ‘Als we sprekers vragen wat ze van het gebruik van hyperdialectismen vinden, bestempelen moedertaalsprekers het soms als wannabe Brabants, maar toch lijkt het merendeel van de vooral jongere sprekers hyperdialectismen geloofwaardig te vinden. Dat is interessant voor vervolgonderzoek, want het Brabants van de jonge generatie is het Brabants van de toekomst!’

Standaardtaal heeft meer aanzien, maar...

Het gebruik van dialect is in zekere zin domein-gebonden, zegt Doreleijers. 'Je ziet dialectgebruik vooral in gesproken taal en in informele settings. De standaardtaal heeft meer aanzien, mensen denken dat ze die moeten spreken om voor vol te worden aangezien. Aan de andere kant ontstaat op sociale media een nieuw genre, daar wil je juist iets van jezelf laten zien. Dialectgebruik is juist wél aantrekkelijk bij het construeren van een sociale identiteit. Met je taalgebruik laat je zien waar je vandaan komt en dat je je verbonden voelt met de regio. Als je je op een internationaal publiek richt, kies je bijvoorbeeld voor Engels; als je je op je eigen regio richt, kun je voor dialect kiezen.'

Dialect verdwijnt niet

Doreleijers is niet bang dat het dialect verdwijnt en wil mensen die dat wel vrezen graag geruststellen. 'Mensen houden van het dialect en willen het behouden. Traditionele dialectsprekers zien veranderingen als taalfouten, maar verandering kan ook positief zijn. Het is eerder een doorontwikkeling. We zijn mobieler en digitaler; dat doet iets met taal. Globalisering vlakt dialecten enerzijds af, maar anderzijds putten mensen uit het hele regionale repertoire om hun eigen identiteit vorm te geven. Omarm veranderingen in plaats van je ertegen te verzetten. Het is juist interessant om te zien wat eruit komt en hoe de taal van de toekomst eruitziet.'

Tekst: Rianne Lindhout
Foto banner: Erfgoed Brabant

Meer informatie

Taalkundige Kristel Doreleijers doet aan Tilburg University en het Meertens Instituut Amsterdam promotieonderzoek (2019-2023) naar verandering en variatie in geslachtsmarkeringen in Brabantse dialecten. Zij ontvangt hiervoor financiering van NWO vanuit het programma Promoties in de Geesteswetenschappen. In een podcast op brabantserfgoed.nl interviewt Robin Hoeks haar over haar onderzoek. Afgelopen najaar schreef ze voor die website ook dit artikel over woordgeslacht in Brabants dialect.