Ontwerpen voor een beter leven

Case

Ontwerpen voor een beter leven

Dankzij de samenwerking tussen filosofen en ontwerpers krijgen vrouwen op het Indiase platteland meer vrije tijd

Producten die voor ontwikkelingslanden worden ontworpen schieten nogal eens hun doel voorbij. Onderzoekers in het NWO-programma Maatschappelijk verantwoord innoveren komen met een 'opportunity detection kit' en een succesmodel. Die maken het makkelijker voor ontwerpers zich grondig in de levens van toekomstige gebruikers te verdiepen. Zo kunnen ze producten uitdenken die echt het verschil maken.

De nieuwe machine was bijna té gebruiksvriendelijk.

Een kleine compacte zijdehaspelmachine die superefficiënt de cocons van zijderupsen afwindt, daarmee studeerde Annemarie Mink negen jaar geleden cum laude af als industrieel ontwerper. Ze wilde met haar machine vrouwen in India meer welvaart en een beter leven geven. Met de nieuwe machine konden ze immers meer zijdedraad produceren, en bovendien vanuit hun eigen huis werken in plaats van naar een centrale werkplaats te gaan waar de grote ouderwetse machines stonden. 'De vrouwen verdubbelden hun productiviteit', zegt Annemarie Mink nu terugkijkend. 'Ze werden dus inderdaad welvarender en kregen daardoor ook een steviger positie in de familie. Maar nadat de machine in gebruik was genomen bleek die ook enkele nadelige gevolgen te hebben, die ik niet had voorzien. De zijdewerksters zaten nu thuis en misten het gezelschap van dertig andere vrouwen in de centrale werkplaats. Sommigen misten de status die het kunnen werken met grote machines hun verschafte. Bovendien was de nieuwe machine zo gebruiksvriendelijk, dat zelfs heel jonge meisjes ermee aan het werk zouden kunnen worden gezet. Dat was natuurlijk nooit mijn bedoeling geweest.'

Niet hebben maar kunnen

Annemarie Mink ging dan ook graag in op een uitnodiging van filosoof Ilse Oosterlaken om samen een project uit te voeren in het NWO-programma Maatschappelijk verantwoord innoveren. Doel van het project was ontwerpers voor ontwikkelingslanden te helpen om vóórdat ze een nieuw product uitwerken een vollediger inzicht te krijgen in hoe het mensenlevens zal beïnvloeden. En dus in de voorwaarden waaraan het product moet voldoen om die levens te verbeteren. Initiatiefnemer Ilse Oosterlaken liet zich voor het project inspireren door de capability approach, een benadering die ontwikkelingseconoom en Nobelprijswinnaar Amartya Sen zo'n dertig jaar geleden lanceerde als alternatief voor de dominante focus op het verhogen van welvaart. In plaats van op wat mensen hébben oriënteert de capability approach zich op wat individuen kúnnen om hun leven op hun eigen manier vorm te geven. Ilse Oosterlaken paste als eerste deze benadering toe op industrieel ontwerpen. 'Nieuwe producten hebben de potentie om bij te dragen aan de levenskwaliteit van de mensen voor wie ze bedoeld zijn,' licht ze toe. 'Juist in arme landen kan een nieuwe machine of huishoudapparaat een groot verschil maken. Maar dat dit daadwerkelijk gebeurt, is niet vanzelfsprekend. Het hangt sterk af van de context, de persoonlijke omstandigheden van de gebruiker. Een fiets kan bijvoorbeeld iemands vermogen vergroten om te bewegen en plekken te bezoeken waar ze naartoe wil. Maar dat gebeurt niet als de eigenaar van de fiets verlamd is, of als ze in een woestijn woont zonder verharde wegen, of in een cultuur waar men het hoogst onfatsoenlijk vindt als vrouwen fietsen.'

Opportunity detection kit

De 'opportunity detection kit helpt ontwerpers' om diep door te dringen in het leven van toekomstige gebruikers.De 'opportunity detection kit helpt ontwerpers' om diep door te dringen in het leven van toekomstige gebruikers.

In het MVI- onderzoeksproject Capability inspired design, dat in 2008 van start ging, wilde Oosterlaken samen met twee promovendi op het gebied van industrieel ontwerpen haar theoretische inzichten vertalen naar de praktijk. Inmiddels lijkt dat goed gelukt. Beide promovendi hebben elk op eigen wijze een concreet instrument ontwikkeld. Annemarie Mink vertaalde de capability approach naar tastbare concepten waar ontwerpers mee uit de voeten kunnen. 'Een andere cultuur met andere gebruiken is voor ontwerpers moeilijk te doorgronden,' licht ze toe. 'Zeker in de korte tijd die ze vaak maar ter plekke zijn kunnen ontwerpers geen uitgebreid etnografisch onderzoek doen. Producten die gemaakt zijn voor ontwikkelingslanden sluiten dan ook vaak niet goed aan op de behoeften van de doelgroep. De wc's die als schuurtje dienst doen of waterpompen die ongebruikt staan weg te roesten zijn helaas niet te tellen. Ik heb een interviewmethodiek ontwikkeld die het makkelijker maakt om diep inzicht te krijgen in hoe de levens van je gesprekspartners eruit zien. Zo ben je als ontwerper beter in staat een product te bedenken dat echt gewenst is.' Om de interviews te structureren ontwikkelde Annemarie Mink de opportunity detection kit.

Succesfactoren voor ontwerp

Om optimaal te kunnen inspelen op plaatselijke omstandigheden is een deel van het onderzoek geheel in India uitgevoerd. Industrieel ontwerper Pramod Khadilkar, verbonden aan het Indian Institute of Science in Bangalore ontwikkelde een model om te kunnen meten in hoeverre nieuwe producten bijdragen aan de ontplooiingsmogelijkheden van mensen die moeten rondkomen van minder dan twee dollar per dag. 'Producten die voor de commerciële markt ontwikkeld worden zijn bedoeld om winst mee te maken,' licht hij toe, per Skype. 'Leveren ze winst op, dan is er blijkbaar vraag naar en zijn ze succesvol. Maar bij producten voor zeer arme mensen is het lastiger te bepalen wanneer ze succesvol zijn en dus waar je je als ontwerper op moet richten. Ze zijn immers niet in de eerste plaats bedoeld om winst mee te maken, maar om het lot van arme mensen te verbeteren. Maar wanneer een nieuw product daarin geslaagd is, daarvoor waren nog geen expliciete criteria.' Dankzij Khadilkar zijn die criteria er nu wel, gevangen in een complex model dat ontwerpers ondersteunt in het ontwerpproces, voor elk product en in elke context. Een succesfactor is bijvoorbeeld of het product gebruikers helpt om – rekening houdend met de lokale en persoonlijke omstandigheden – hun leven in te vullen zoals zij dat willen. Maar het model beperkt zich niet tot de gebruikers; het neemt de gehele gebruikscyclus van een product in acht en betrekt alle stakeholders daarbij: ook producenten, verkopers, kopers, installateurs, reparateurs, hergebruikers en de gemeenschap waarin het product een plek vindt.

Het is lastiger producten te evalueren die niet zijn winstgevend hoeven te zijn.

Dankzij Khadilkar zijn die criteria er nu wel, gevangen in een complex model dat ontwerpers ondersteunt in het ontwerpproces, voor elk product en in elke context. Een succesfactor is bijvoorbeeld of het product gebruikers helpt om – rekening houdend met de lokale en persoonlijke omstandigheden – hun leven in te vullen zoals zij dat willen. Maar het model beperkt zich niet tot de gebruikers; het neemt de gehele gebruikscyclus van een product in acht en betrekt alle stakeholders daarbij: ook producenten, verkopers, kopers, installateurs, reparateurs, hergebruikers en de gemeenschap waarin het product een plek vindt.

Dankzij een mal is er geen professionele metselaar meer nodig om een lemen fornuis te maken.Dankzij een mal is er geen professionele metselaar meer nodig om een lemen fornuis te maken.

Fornuis

Klinkt dat nog wat abstract? Khadilkar toetste zijn model aan een heel concrete casus: het gebruik van een groot lemen fornuis, dertig jaar geleden ontworpen, dat brandt op sprokkelhout en gedroogde koeienmest. Indiaase vrouwen kunnen er voor hun hele familie dal en chapaties op bereiden. Het fornuis heeft als voordeel dat het efficiënter werkt dan de traditionele ovens. Er is dus minder brandstof nodig en het eten is sneller gaar, wat betekent dat de vrouwen meer vrije tijd hebben. Meer dan vier maanden bracht Khadilkar door op het Indiaase platteland, met de beoogde gebruikers, maar ook met de producenten van het fornuis, om zich in hun levens en behoeften te verdiepen. Hij werkte samen met NGO's, overheden en bedrijven die graag het bereik en het succes van de fornuizen zo groot mogelijk willen maken. Door zijn eigen ontwerpmodel toe te passen wist hij een element toe te voegen dat de verspreiding van het fornuis drastisch kan vergroten. Dit is wat hij ontdekte: doordat het oorspronkelijke ontwerp vooral een technische focus had, was één zwakke schakel in de gebruikscyclus onopgemerkt gebleven. Het grote lemen fornuis is weliswaar goedkoop te maken van materiaal dat plaatselijk voorhanden is, maar daarvoor is wel een geschoolde metselaar nodig. En die zijn er niet, in de afgelegen dorpen waarvoor het fornuis nu juist bedoeld was. Khadilkar construeerde een mal waarmee ook ongeschoolde dorpelingen zelf een fornuis kunnen bouwen. 'Met behulp van de mal zijn er nu al driehonderd fornuizen gebouwd zonder dat er een metselaar aan te pas hoefde te komen,' vertelt hij trots. 'En wat belangrijker is: ik heb laten zien dat ontwerpers met behulp van mijn model meer zicht krijgen op de complete gebruikscyclus en dus met meer succes kunnen ontwerpen.'

Het fornuis is klaar.Het fornuis is klaar.

Houvast voor ontwerpers

Het lijkt een lange weg, van een studeerkamer in Delft naar de uithoeken van het Indiaase subcontinent. Maar toch hebben dankzij het NWO-onderzoeksproject van filosoof Ilse Oosterlaken nu Indiaase plattelandsvrouwen iets tijd om vrij te besteden. En door de publicaties in internationale ontwerpersvakbladen van Pramod Khadilkar en Annemarie Mink hebben ontwerpers meer houvast bij het ontwikkelen van producten die arme mensen waar ook ter wereld meer mogelijkheden geven om hun levens in te richten zoals zij dat willen.

Opportunity detection kit

De 'opportunity detection kit' is een set met vragenkaartjes, pictogrammen en een tijdlijn die structuur geven aan de gesprekken die ontwerpers hebben met toekomstige gebruikers voordat ze aan hun ontwerp beginnen.