ODISSEI staat voor samenwerken en verrijken

Case

ODISSEI staat voor samenwerken en verrijken

Nationaal dataplatform voor mens- en maatschappijwetenschappen van start

Pearl Dykstra kan nauwelijks wachten op de volgende stappen van het nationale dataplatform voor de mens- en maatschappijwetenschappen ODISSEI. Met de officiële lancering eind oktober is een eind gekomen aan de dreumesjaren van het geesteskind, nu moet het op eigen benen staan en bij voorkeur snel een groeispurt maken.

Pearl Dykstra is hoogleraar Empirische Sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en wetenschappelijk trekker van het samenwerkingsverband. ‘We gaan nú doorpakken. Op korte termijn moeten we een paar zaken voor elkaar boksen: uitwerking van de governance, de projecten starten (nieuwe waves in gang zetten), een platform voor bestaande dataverzamelingen realiseren en de aanvraag voor de nationale roadmap grootschalige wetenschappelijke infrastructuur vervolmaken.’

Pieter Hooimeijer, Huib van de Stadt en Pearl Dykstra verrichtten de symbolische openingshandeling van ODISSEI op 27 oktober 2016 in het Centraal Museum te UtrechtPieter Hooimeijer, Huib van de Stadt en Pearl Dykstra verrichtten de symbolische openingshandeling van ODISSEI op 27 oktober 2016 in het Centraal Museum te Utrecht. Foto: Arend Jan Hermsen, Par-pa

Binnen het dataplatform voor de mens- en maatschappijwetenschappen werken de Nederlandse universiteiten, projectleiders van dataverzamelingen, NWO, CBS, DANS, Rijkskennisinstellingen, Hogescholen, overheden en bedrijven samen ten behoeve van één gezamenlijke data-infrastructuur. Versnippering van losstaande databestanden speelde empirisch onderzoek voor de sociale wetenschappen en economie parten. Met de start van ODISSEI (Open Data Infrastructure for Social Science and Economic Innovations) zal dat verleden tijd zijn. Extra fondsen uit de nationale roadmap moeten het dataplatform een vliegende start geven.

Een geïntegreerde, flexibele data-infrastructuur als groeimodel
- Pearl Dykstra

Dykstra: ‘Wat we willen bereiken is een geïntegreerde, flexibele data-infrastructuur die als een groeimodel functioneert. De synergie van de enthousiaste deelnemers moet borg staan voor een som die meer is dan de opgetelde delen.’

ODISSEI is de ‘definitieve’ vormgeving van de nationale data-infrastructuur voor de sociale wetenschappen (NDSW) onder welke werktitel het initiatief voorheen bekend was. ODISSEI moet een eind maken aan de werkwijze van dataverzamelingen die voor één specifiek doeleinde en voor één project worden aangelegd en ingezet.

All-inclusive aanpak

Wat vinden de gebruikers ervan? Waar zien zij mogelijkheden dan wel voetangels en klemmen?

Dorret Boomsma, hoogleraar biologische psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en grondlegger van het Nederlands Tweelingen Register: ‘Samenwerken in surveys en dataverzamelingen is de norm. Individuele onderzoeksgroepen ontberen de ‘power’ om het in hun eentje te doen. Fondsen verdampen in kleine projecten. En dat is doodzonde. Met een all-inclusive aanpak die ODISSEI mogelijk maakt gaat er een wereld aan mogelijkheden voor vernieuwend onderzoek open.’

Ruben van Gaalen is bijzonder hoogleraar Registeranalyses van levensloopdynamiek aan de Universiteit van Amsterdam en daarnaast onderzoeker bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS, met zijn immense, dynamische datavoorraad, is een kernpartner in de vorming van ODISSEI. Van Gaalen: ‘Door breed gebruik van dataverzamelingen liggen gemakkelijker bereikbare mogelijkheden voor het oprapen. Stel je voor dat je de invloed onderzoekt van de kwaliteit van schoolbesturen op de prestaties van leerlingen: wat een impuls voor beter begrip zou de koppeling van data rond zowel bestuursleden als leerlingen en scholen betekenen.’

Dorret Boomsma is een warm pleitbezorger voor de uiteindelijke vorming van een toekomstig portal, via welk ‘iedereen’ kan meedoen aan onderzoek door regelmatig vragenlijsten in te vullen, op welk terrein dan ook. ‘Door slimme algoritmen kunnen deelnemers bepalen op welke vragen zij antwoord willen geven en welke instanties hun bijdragen mogen inzien.’

Marcel Das is directeur van CentERdata en hoogleraar statistiek aan Tilburg University. Hij onderschrijft de noodzakelijkheid en problematiek van nauwkeurige privacycontrole. ‘Wij hebben goedkeuring van elke respondent nodig om gegevens te kunnen gebruiken alvorens wij de data gaan verzamelen. In een platform als dit moeten we de privacy goed regelen.’

Rolf van der Velden, hoogleraar aan Maastricht University en coördinator van het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs (NCO): ‘We hebben inderdaad een vertrouwenwekkende infrastructuur nodig. Van meet af aan moeten we bij de respondenten het angstbeeld wegnemen dat ‘iemand’ met hun ingevulde gegevens aan de haal gaat die er niets mee te maken heeft. Dus niet van alles en nog wat aan elkaar koppelen! Geen medische gegevens bijvoorbeeld; onder speciale omstandigheden wel, maar dan moet de onderzoeker toch echt eerst nadrukkelijk om toestemming vragen. Overigens getroosten aio’s tijdens hun promotietijd zich aanzienlijke moeite om data te verzamelen, vaak in hun eentje, en staan dan ook niet te trappelen om dat werk met anderen te delen. Daar ligt nog wel wat werk.’

Ineke Stoop is wetenschappelijk medewerker Onderwijs, Minderheden en Methodologie bij het Sociaal-Cultureel Planbureau (SCP). Ook Stoop benadrukt de ‘opvoedende rol’ die er van het toekomstige platform jegens aio’s en andere jonge onderzoekers kan uitgaan. ‘Zij moeten data uit verschillende bronnen en hun samenhang goed leren begrijpen. ODISSEI kan hen bijstaan om weging van data en meetfouten te herkennen en te duiden.’

Het brave deel van Nederland

Stoop zou tevens bevolkingsgroepen betrokken willen zien die buiten het reguliere onderzoek vallen, soms simpelweg omdat zij niet of nauwelijks toegang hebben tot computergebruik op het internet. ‘Denk aan landgenoten die onvoldoende de taal beheersen. Die ongeletterd zijn. De ouderen in verpleeg- en verzorgingstehuizen. Zodra wij onderzoeken richten we ons op het brave, meest gereguleerde deel van Nederland. We moeten juist de diepte in!’

Wist u dat? Ouder-kindrelaties kun je onderzoeken met inzet van gps-trackers; dan weet je zeker of kind en ouder elkaar ontmoeten zoals de kwalitatieve data suggereren.

Ruben van Gaalen: ‘De huidige staat van de techniek maakt het ons mogelijk de kwaliteit en reikwijdte van de data enorm uit breiden. In een onderzoek naar ouder-kindrelaties kun je denken aan inzet van gps-trackers, waarmee je kunt vastleggen of het kind en de ouder elkaar inderdaad ontmoeten – en waar en hoe lang – zoals de kwalitatieve data kunnen suggereren. Een verrijking van de gegevens!’

Sandra van Thiel is hoogleraar Publiek Management aan de Radboud Universiteit. ‘Koppeling van allerlei databestanden vergemakkelijkt multidisciplinair onderzoek aanzienlijk. Dat moeten we ons voor ogen houden.´

Mede-initiatiefnemer Pieter Hooimeijer, voorzitter van het gebiedsbestuur NWO Maatschappij- en Gedragswetenschappen, is dolblij met de stap voorwaarts die de officiële start van ODISSEI inhoudt: ‘De urgentie én de wenselijkheid van ODISSEI zijn voelbaar.´

Huib van de Stadt, hoofddirecteur Sociaal-economische en Ruimtelijke Statistieken van het CBS, beaamt dat volmondig. 'De wetenschap staat in steeds grotere mate in het teken van samenwerken, tussen universiteiten én disciplines.’