Middeleeuwers gebruikten oude muziek al slim

Case

Middeleeuwers gebruikten oude muziek al slim

Je muziekkeuze vertelt wie je bent, en dat snapten mensen al in de late middeleeuwen. Religieuze en politieke stromingen maakten handig gebruik van oude muziek. Hoogleraar Muziekwetenschap Karl Kügle leidde een studie in vijf Europese landen. 'Verbazend hoe dicht het netwerk was tussen verschillende landen.'

Karl KügleKarl Kügle

In het Amsterdamse Begijnhof waren rond 1600 privéhuizen in gebruik als schuilkerk. Het Begijnhof was de enige plek in Amsterdam waar katholieken nog officieel werden getolereerd toen het protestantisme verplicht geworden was. Ulrike Hascher-Burger, lid van het Utrechtse team, onderzocht de muziek en liturgie. Haar collega Karl Kügle (ook Universiteit Utrecht): 'De dames uit het Begijnhof hoefden weliswaar niet te hervormen, maar het verlies van hun eigen kerk dwong hen  tot aanpassingen in de liturgie. Ze bleven toen  hun oude muziek gebruiken, daaruit blijkt hun bewustzijn van hun verleden. We vonden uitgebreide handschriften uit de 17e eeuw, waarin oude liederen met rond 200 jaar oude melodieën, maar nieuwe zettingen zijn opgeschreven. Het kostte veel tijd en geld om zulke handschriften te maken, dus die maakte je niet zomaar. Dit toont aan hoe belangrijk deze ‘ouderwetse’ muziek was voor de Amsterdamse begijnen van de Gouden Eeuw.'

Mythe uit de late 15e eeuw

Tot nu toe dachten wetenschappers dat mensen pas in de 19e eeuw begonnen oude muziek te waarderen en strategisch te gebruiken. Kügle: 'De gedachte was dat muziek voor mensen uit vroegere tijden maar maximaal één generatie interessant was. Die opvatting komt voort uit een stelling van een beroemde muziektheoreticus, Johannes Tinctoris, rond 1480. Wij hebben met onze studie in vijf Europese landen laten zien dat dit niet helemaal klopt.' Kügle en zijn team werkten samen met tien wetenschappers uit Cambridge, Heidelberg (later Zürich), Praag en Warschau. En: met zes muziekensembles en muzikale instellingen uit heel Europa, waaronder het Nederlandse Trigon Ensemble, die de middeleeuwse muziek tot leven brachten (bekijk de filmpjes).

Wist u dat? Door het verzamelen van geschreven muziek in kostbare handschriften ontstond een nieuw bewustzijn: muziek kent een verleden.

Vernieuwd notenschrift vanaf 1200

Rond 1200 kwamen er nieuwe technieken om muziek op te schrijven, essentieel om ingewikkeldere vormen van muziek vast te leggen en later nog te kunnen waarderen. Kügle: 'Vanaf toen kon men ritme opschrijven in het notenschrift en daardoor verschillende stemmen duidelijk van elkaar onderscheiden. Ook begon men dit nieuwe soort muziek in kostbare handschriften te verzamelen. Zo ontstond een nieuw bewustzijn: muziek kent een verleden. Het is vanuit hedendaags perspectief verbazend hoe snel die nieuwe technieken zich door Europa hebben verspreid. Adellijke families en leden van de kerk waren op allerlei manieren met elkaar verbonden, men reisde en trouwde veel over en weer. Daardoor was er veel communicatie en culturele uitwisseling.'

Ook konden mensen zo teruggrijpen op oudere  manieren van zingen als teken van religieuze vernieuwing, zoals muziekwetenschapper Manon Louviot laat zien in haar onderzoek naar de liturgische en spirituele praktijken van de congregatie van Windesheim in de late middeleeuwen. Op 18 december promoveert zij op dit onderzoek aan de Universiteit Utrecht.

Nu we beter begrijpen hoe oud de identiteitsfunctie van muziek is, verandert het beeld van wat muziek kan betekenen
- Karl Kügle

Subsidie voor muziek

Volgens Kügle is het belangrijk dat we nu weten dat muziek al zo vroeg werd gebruikt om je identiteit uit te stralen. 'Een voorbeeld: bij de vraag of bepaalde muziek subsidie moet krijgen of niet, gebruikt men nauwelijks argumenten. Nu we beter begrijpen hoe belangrijk de identiteitsfunctie van muziek in de maatschappij is en hoe oud dit fenomeen is, verandert het hele beeld van wat muziek kan betekenen. Voor de mensen toen en voor ons vandaag. Van welke muziek je houdt, zegt enorm veel over hoe je bent of hoe je wilt worden gezien, toch?’

Meer informatie

Manon LouviotManon Louviot

Karl Kügle is hoogleraar Muziekgeschiedenis tot 1800 aan de Universiteit Utrecht en Senior Research Fellow aan de Universiteit Oxford. Zijn team, bestaande uit mede-onderzoeksleider Ulrike Hascher-Burger, post-doc Ruxandra Marinescu, projectassistente Frieda van der Heijden en promovenda Manon Louviot, werkte samen met tien wetenschappers uit Cambridge, Heidelberg/Zürich, Praag en Warschau.

Het project Sound Memories: The Musical Past in Late-Medieval and Early-Modern Europe (SoundMe) maakte deel uit van het HERA Joint Research Programme “Uses of the Past”. HERA (Humanities in the European Research Area) is een samenwerkingsverband van Europese onderzoeksfinanciers in de geesteswetenschappen, waaronder NWO.


Tekst: Rianne Lindhout