Meepraten over innovatie en de slimme stad

Case

Meepraten over innovatie en de slimme stad

Burgers willen meepraten over innovaties in hun stad. Dat geldt ook voor diegenen die niet naar georganiseerde debatten komen. Het project Catalyst bracht de visie van mensen in Amsterdam-Noord en die van experts en beleidsmakers bij elkaar. Dat leidt tot indrukwekkende nieuwe inzichten, vertelt projectleider Frank Kupper (VU).

Camera's en sensoren kunnen een stad 'slimmer' en duurzamer maken. Vanuit lantaarnpalen kunnen ze luchtkwaliteit en geluidsoverlast monitoren of toezicht houden over veiligheid en doorstroming. Een slimme prullenbak screent het afval dat je erin gooit en zegt: 'Goed gedaan', of: 'Dit moet in een andere afvalbak.'

Realiteit in de wijk

Toch kan ook een slimme prullenbak een negatief effect hebben. 'Het is verleidelijk om technologen te laten beslissen welke normen je hanteert en welke waarden je voorrang geeft’, zegt Frank Kupper, bioloog, filosoof en theatermaker van het Athena Instituut aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Maar technologie mist zijn uitwerking als mensen zich er niet in kunnen vinden. De realiteit in de wijk is vaak dat mensen zich ergeren aan afval dat naast de container gezet wordt, of dat ze in hun kleine keuken geen plek hebben voor vier afvalbakken. Sommigen vinden afval scheiden iets voor de rijken. Zij ergeren zich aan een slimme prullenbak op straat en voelen zich erdoor gecontroleerd. Dat is een heel andere realiteit dan die van technologie-ontwikkelaars en beleidsmakers.'

Wist u dat? De technologie rond de 'slimme stad' is nogal complex, dus koos de projectgroep een kunstzinnige manier om mensen in de wijk ermee in aanraking te brengen.

Kunstzinnig op straat

Daarom bracht Kupper de realiteiten van de wijk en die van beleidsmakers en technologen bij elkaar in het project Catalyst. Samen met Giovanni Stijnen van NEMO vormde hij een projectgroep met het MuseumFutures Lab van de TU Delft en AMS-Institute. Alles rond de ‘slimme stad’ en de bijbehorende technologie is nogal complex en abstract, dus koos de projectgroep voor een kunstzinnige manier om mensen op straat en in de wijk ermee in aanraking te brengen. Dat deed ze in drie stappen.

Installatie over afval

Stap 1: Op straat in Amsterdam-Noord

Kupper: ‘In september 2018 gingen we naar drie pleinen in Amsterdam-Noord met een installatie over afval (zie foto) en straattheatersketches over het verzamelen van gegevens in de publieke ruimte. Na een tijdje doorbraken we het spel en vroegen of we of we met mensen mochten praten. Dat leidde tot 160 een-op-een-interviews. Het was vrolijk en laagdrempelig, mensen waren enthousiast en zeer bereid om mee te doen.'

Stap 2: Spel in het buurthuis

‘Met de resultaten uit stap 1 ontwikkelden we een spel voor in buurthuizen. Het buurthuis is een plek waar mensen zelf naar toe gaan, die van hen is, en waar ze zich veilig voelen om mee te doen en zich uit te spreken’, vervolgt Kupper. De onderzoekers sloten aan bij bestaande activiteiten: zo deden mensen die toch al naar het buurthuis kwamen, als vanzelf mee. ‘Ze bouwden hun eigen slimme stad, bedachten waar die slimme lantaarnpaal moest staan. Het leidde tot enthousiaste reacties, als "We hebben het hier normaal nooit over met elkaar, maar ik ben blij dat we dat nu wel doen."

Spel in het buurthuis

Stap 3: Theaterdialoog in NEMO Science Museum

De uitkomsten van de stappen 1 en 2 moesten ten slotte nog bij beleidsmakers, tech-bedrijven, intermediairs en adviesbureaus terechtkomen. Dat gebeurde tijdens een bijeenkomst in NEMO. Kupper: 'Acteurs speelden scènes, bijvoorbeeld over de invoering van een (stereotype) slimme afvalbak in Noord, waarna we aan het publiek vroegen wat ze nu zagen gebeuren en wat er volgens hen moest veranderen. De acteurs lieten dat vervolgens zien.’ Dat maakte indruk op de aanwezigen en leidde tot nieuwe inzichten.

De Catalyst-methode werkt uitstekend, maar doe het in een vroege fase, wanneer er nog veel beslisruimte is

Indrukwekkend, maar te laat

Tot zover het succesverhaal. 'Na een paar weken belden we de bezoekers van de NEMO-bijeenkomst om te vragen wat ze met de nieuwe inzichten deden. Dat bleek tegen te vallen: er was al zo veel afgesproken en vastgelegd, dat ze de nieuwe inzichten niet goed meer konden inpassen.'

Daaruit trekt Kupper de les dat de Catalyst-methode uitstekend werkt, maar alleen in een vroege fase, wanneer er nog veel beslisruimte is. In een vervolgproject met de gemeente Amsterdam probeert Kupper dat nu te doen. Wetenschapsmuseum NEMO wil inzichten en gespreksmodellen uit het Catalyst project gebruiken als basis voor nieuwe NEMO publieksprogramma's, gericht op volwassenen en met aandacht voor de impact van technologie. Juist wetenschapsmusea kunnen een veilige en open plek bieden voor het democratische gesprek over nieuwe technologie.

Meer informatie

Binnen het project Catalyst ontwikkelden vier partijen de methode Catalyst: het Athena Instituut van de Vrije Universiteit − met Frank Kupper als projectleider − NEMO Kennislink (Giovanni Stijnen), de TU Delft (Experience Design, betrokken bij het ontwikkelen van de participatiemethodiek) en AMS: Amsterdam Institute for Metropolitan Solutions. De laatste partner heeft een groot netwerk in het proces dat leidt naar een steeds slimmere stad.

Bekijk ook de video

Video Catalyst-projectKlik op de afbeelding om de video te bekijken

Tekst: Rianne Lindhout