Lijmproductie: hoe flikten neanderthalers dat toch?

Case

Lijmproductie: hoe flikten neanderthalers dat toch?

Drie methodes, van simpel tot complex

Neanderthalers maakten 200 duizend jaar geleden al lijm uit berkenteer. Maar hoe deden ze dat? Archeologen van de Universiteit Leiden hebben aangetoond dat, ook als neanderthalers tijdens de productie maar een beetje aanrommelden, zij bruikbare hoeveelheden teer uit de bast van berken konden halen. Het regelen van de temperatuur luistert veel minder nauw dan tot nu toe altijd werd aangenomen.

Dat neanderthalers teer konden maken wisten we al. Maar archeologen dachten dat ze hiervoor technisch erg ingewikkelde methoden gebruikten waarbij zij de temperatuur tussen de 340 en 370 graden Celsius moesten houden. Onderzoek van de Leidse onderzoekers Kozowyk, Soressi, Pomstra en Langejans heeft nu aangetoond dat strikte temperatuurcontrole niet nodig is om de productie op een acceptabel peil van bruikbaarheid te krijgen. En dat is nieuw.

Goed passende verbinding

Scientific Reports van Nature publiceerde vandaag een artikel hierover van de hand van onder meer experimenteel archeologen Paul Kozowyk (promovendus van Archon) en Geeske Langejans (Vernieuwingsimpuls Veni): ‘Experimental methods for the Palaeolithic dry distillation of birch bark: implications for the origin and development of Neandertal adhesive technology’.

Replica van een vuurstenen speerpunt, vastgemaakt met berkenteer aan een houten schachtReplica van een vuurstenen speerpunt, vastgemaakt met berkenteer aan een houten schacht. Foto: D. Pomstra

Waarvoor gebruikten mensen uit de oude steentijd berkenteer? Het goedje bleek een belangrijke verbetering om bijvoorbeeld een speerpunt aan een speer te plakken. Vergeleken met voorgaande technologie waarbij dierenpees gebruikt werd, was het makkelijker om met teer een goed passende verbinding te maken. Door de berkenteer erop te smeren zat de pijlpunt muurvast. Ook bijlen en andere hak- en schraapwerktuigen, waarbij hout met steen of bot was verbonden, ondergingen door gebruik van teer een kwaliteitsimpuls.

Druppeltjes kleefmateriaal

Paul Kozowyk: ‘Je moet niet denken dat tweehonderd millennia geleden ‘iemand’ plotseling een lumineus idee had: weet je wat, we gaan het voortaan zó doen. Nee, men zag verschillende aspecten van de montage van werktuigen die niet goed werkten. Er waren berken in overvloed beschikbaar: doorgaans goed brandhout en de bast is prachtige tondel. De berkenbast rolt zichzelf op zodra je het van de boom aftrekt. Tussen die opgerolde laagjes bast zag men in het vuur druppeltjes kleefmateriaal ontstaan die ze vervolgens gebruikten voor plakwerkzaamheden. Van lieverlee ontstond de behoefte aan constante beschikbaarheid van dergelijk materiaal. Daar gaan vele tienduizenden jaren overheen.’

Druipende teerlijm.Druipende teerlijm. Credit P. Kozowyk

Op een archeologische vindplaats in het Italiaanse Campitello, iets ten zuiden van Florence, zijn resten van tweehonderdduizend jaar oude teerlijmen gevonden. Die vondst beschouwt men als bewijsmateriaal voor een van de eerste ‘transformatietechnologieën’ die de vroegste mens verwierf. Bij dit soort technologieën is sprake van een complete transformatie van de ingrediënten; denk bijvoorbeeld aan het bakken van een cake, waarbij het baksel nooit meer kan terug veranderen naar eieren, boter, bloem en suiker. Door berkenbast op zo’n specifieke manier te manipuleren ontstond er een geheel nieuw materiaal.

Wist u dat? Naast Campitello is er slechts één vindplaats met soortgelijke lijmresten in heel Europa: het Duitse Königsaue.

Bewaarde lijmen uit zo’n ver verwijderde tijdsperiode zijn uiterst zeldzaam – er is nog maar één vindplaats naast Campitello met chemisch geïdentificeerde macroscopische hoeveelheden lijmresten in heel Europa, het Duitse Königsaue – en direct archeologisch bewijs ontbreekt voor de manier waarop het is gemaakt.

Geeske Langejans: ‘In dergelijke situaties opent experimentele archeologie een venster op neanderthaler-technologie. Onze neanderthaler-verwanten uit de Oude Steentijd verhitten berkenbast, zónder zuurstof ter voorkoming van verbranding, waarna een kleverige zwarte teer ontstond. In deze experimentele studie hebben wij alleen materialen en technieken gebruikt die ook in de Steentijd beschikbaar waren om de uitvinding beter te begrijpen: berkenbast en vuur. Verder hebben we ons gezonde verstand gebruikt over wat neanderthalers gedaan zouden kunnen hebben.’

Teerproductie uit een kuil in een container van opgerolde berkenbastTeerproductie uit een kuil in een container van opgerolde berkenbast. Credit P. Kozowyk

Eerdere pogingen door andere onderzoekers om experimenteel berkenteer te maken met behulp van aceramische technologie (lees: zónder aardewerk –red.) leverden slechts kleine hoeveelheden teerresten op, of er ging iets anders mis. Vervolgens is men ervan uitgegaan dat die teerproductie kennelijk zeer moeilijk moet zijn geweest, met name wat betreft de temperatuurbeheersing. Paul Kozowyk: ‘Wij hebben aangetoond dat er meer dan één manier is om teer te maken, en dat voor elke methode een grote temperatuurvariatie mogelijk was. In een notendop: teer wordt geproduceerd bij  300 graden Celsius, maar ook bij 600. Dat betekent dat neanderthalers niet zo nauwkeurig hoefden te opereren als voorheen gedacht.’

Er is meer dan één manier om teer te maken, met telkens grote variaties in temperatuur
- Paul Kozowyk

In een experimentele setting in Zeewolde, in een nagebouwd huis van de eerste Nederlandse boeren, gebruikten onderzoekers Kozowyk en Langejans allerlei bak-, rooster- en opvangtechnieken om te kijken wat het beste werkte. Daarbij wogen en maten ze alle variabelen, bijvoorbeeld de kilo’s stookhout, de temperatuur van het vuur en van de berkenbast, de hoeveelheid berkenbast en de lokale windsnelheid. Verschillende methoden bleken te werken. Sommige zijn best eenvoudig, waarbij je weinig meer gebruikt dan een rol berkenbast en een paar gloeiende stukjes houtskool. Andere methoden zijn complexer, waarin containers, gegraven putten en kleine ovens van aarde een rol spelen.

Langejans: ‘Het is niet ondenkbaar dat de neanderthaler, wanneer hij groot onderhoud pleegde aan zijn wapenrusting en werktuigen, een andere methode gebruikte dan als hij onderweg op jacht even snel enkele speren moest herstellen. Hoe ingewikkelder de methode hoe hoger de opbrengst, maar onze belangrijkste vondst daarbij is dat temperatuur geen showstopper is. Vernuftige controle op hitte was klaarblijkelijk onnodig.´

Meer informatie

 

Teerproductie onder de grond in time lapse op Youtube

Teerproductie onder de grond in time lapse op Youtube

Teerproductie met een ‘raised structure’ in time lapse op Youtube

Teerproductie met een ‘raised structure’ in time lapse op Youtube