Kennismaken met de Vernieuwings- impuls

Case

Kennismaken met de Vernieuwings- impuls

Twee keer per jaar organiseert NWO een voorlichtingsdag over de Vernieuwingsimpuls, het programma waaronder de Veni, Vidi en Vici-beurzen vallen. Afgelopen juni bezochten tientallen wetenschappers NWO in Den Haag voor een voorproefje van wat hen te wachten staat als ze besluiten een aanvraag voor een van de beurzen in te dienen.

Ernstig en vastberaden, zo zitten de ongeveer honderd, veelal jonge, alfa- en gammawetenschappers in de grote zaal van het NWO-gebouw. ’s Ochtends zijn hun collega’s van de bèta, technische en levenswetenschappen hen al voorgegaan. Met aandacht luisteren ze naar de do’s en don’ts in de selectieprocedure voor een Veni (voor beginnende wetenschappers), Vidi (voor wetenschappers in het midden van hun carrière, of Vici (voor senior wetenschappers). Hun aandacht is verklaarbaar, want de Vernieuwingsimpuls is een belangrijke financiering voor wie door wil in de wetenschap. En de selectie is zwaar.

Helder voorstel

‘Kristalhelder’, dat woord valt herhaaldelijk in het panelgesprek met leden van de selectiecommissie en onderzoekers die in eerdere rondes succesvol waren. Kristalhelder moet je hypothese zijn geformuleerd, het theoretisch raamwerk en de mogelijke uitkomsten. Zodat zowel de geraadpleegde experts uit je eigen specifieke vakgebied als de breder samengestelde beoordelingsen adviescommissie snappen waarom juist jouw voorstel gehonoreerd moet worden.

Kristalhelder moet ook zijn dat je voorstel avontuurlijk en vernieuwend is, maar toch uitvoerbaar. Dat je geworteld bent in een wetenschappelijke gemeenschap, maar ook daarbuiten bewezen contacten hebt met mogelijke ‘stakeholders’. En kristalhelder moet het zijn dat jíj de aangewezen persoon bent om het onderzoek uit te voeren. ‘Je hoeft je cv niet vooruit te plannen, maar leg wel achteraf uit wat je gedaan hebt en waarom dat relevant was’, zegt een van de panelleden.

 
‘ Ik kreeg terechte kritiek. Dat is even slikken, maar het hoort erbij’

Na het plenaire gedeelte kunnen de onderzoekers hun specifieke vragen voorleggen in korte één-op-ééngesprekken met commissieleden en beleidsmedewerkers. NWO hoopt zo mogelijke misverstanden uit de wereld te helpen en de drempel te verlagen om ook verderop in de procedure contact met NWO te zoeken en eventuele twijfels te bespreken.

Vertrouwen

De gesprekken hebben historica Marion Pluskota meer vertrouwen gegeven, zegt ze na af loop. Ze heeft nu bijvoorbeeld een beter idee hoe ze haar cv het beste kan vormgeven. Pluskota is Frans, gepromoveerd in het Britse Leicester en werkzaam als postdoc in Leiden. Ze mikt op een Vidi om ook na af loop van haar contract onderzoek te kunnen blijven doen, naar misdaad en gender in de negentiende eeuw. ‘Ik ben dol op dit werk en kan me niet voorstellen dat ik ooit iets anders zou doen.’

Taalwetenschapper Willemijn Heeren heeft meer gevoel gekregen hoe ze een goede focus kan aanbrengen in haar voorstel. Heeren werkt als universitair docent aan de Universiteit Utrecht en hoopt op een Vidi voor onderzoek naar forensische fonetiek, oftewel de analyse van stemmen en spraakgebruik, onder andere in afgetapte telefoongesprekken.

Ze heeft eerder al goede ervaringen opgedaan met de procedure, toen ze met succes een Veni aanvroeg. ‘Ik kreeg toen terechte kritiek’, vertelt ze. ‘Dat is even slikken, maar het hoort erbij. Daarna had ik een goed interview, dat de commissie blijkbaar overtuigde. Het honoreringsbesluit bevatte een realistische evaluatie. Ik begon mijn onderzoek met vertrouwen, juist omdat ik wist dat er geen overspannen verwachtingen waren.’

Honoreringspercentage

Een probleempunt binnen de Vernieuwingsimpuls is het lage honoreringspercentage: van alle aanvragen wordt gemiddeld zo’n 15 procent gehonoreerd. ‘Dat is erg laag’, vindt Kas Maessen, hoofd granting en procedures bij NWO. ‘Het kost onderzoekers veel tijd om een goed voorstel te schrijven, en dan vist 85 procent achter het net. Helaas is er onvoldoende geld beschikbaar om alle goede voorstellen te honoreren, waardoor we soms ook heel goede aanvragen moeten afwijzen. Dat is pijnlijk.’

Onderzoekers op de Vernieuwingsimpuls-voorlichtingsdag

Financieel econoom Teodor Dyakov maakt zich hierover desondanks niet al te veel zorgen. ‘Vijftien procent is eigenlijk best goed. In elk geval beter dan de kans op een publicatie in een wetenschappelijk toptijdschrift, want die ligt rond de 5 procent.’ Dyakov komt uit Bulgarije en is via Duitsland, Frankrijk en Singapore als universitair docent bij de VU terechtgekomen. Hij hoopt op een Veni voor een onderzoek naar een nieuwe, meer transparante vorm van toezicht op institutioneel beleggen.

Een lage succeskans is niet bemoedigend, vindt econoom Giulia Piccillo. Maar áls het lukt, kun je wel meteen enkele jaren volop aan de slag met je eigen onderzoek. Dat maakt de tijdsinvestering toch de moeite waard. De Italiaanse promoveerde in België, is nu universitair docent aan de Universiteit Utrecht en hoopt op een Veni voor modelvorming over verwachtingen in de economie, waarmee ze ook economische crises kan verklaren. ‘Ik probeer dit niet te zien als een kwestie van winnen of verliezen, maar als een leerproces.’

Wetenschappelijke nomaden

Het grote aantal buitenlanders op de bijeenkomst, die als wetenschappelijke nomaden van land naar land trekken, is opvallend. Kas Maessen ziet hierin een teken van succes. ‘Onderzoek is een internationaal gebeuren. Als je als land op wetenschapsgebied goed wilt presteren, moet je aantrekkelijk zijn voor buitenlands talent. Blijkbaar zijn we dat.’

De jonge onderzoekers staan allemaal pal voor hun eigen onderzoeksidee. Maar tijdens de borrel heeft de ernst van het begin van de dag plaatsgemaakt voor wat meer relativeringszin. De toekomstige concurrenten drinken gemoedelijk een biertje met elkaar, en met de beoordelaars. De procedure is weliswaar zwaar en langdurig, merkt een van de onderzoekers op, maar dat is juist goed. ‘It shows they care.’

Tekst: Mariette Huisjes
Beeld: Kick Smeets

Dit artikel verscheen eerder in NWO-magazine Hypothese (oktober 2015)

Meer informatie