Innoveren met mkb: KIEM

Case

Innoveren met mkb: KIEM

Dankzij samenwerking onderzoeker en ondernemer komt nieuwe technologie snel naar de markt

Lekvrij hechtmateriaal voor medici, simpele productie van stoffen voor hersenonderzoek, en zware metalen uit vervuild water halen... Onderzoekers en ondernemers werken er eendrachtig aan via KIEM.

Kiemplantjes

Het doel is om wetenschappelijk onderzoek toegankelijk te maken voor kleine bedrijven en start-ups. Het mkb kan zo innoveren en de wetenschappers kunnen hun onderzoeksresultaten snel in de praktijk brengen. KIEM-projecten zijn kleine onderzoeksprojecten van ongeveer 20.000 euro. De aanvraagtijd is kort, maximaal zes weken. Het gaat om projecten waarbij de aanvragers samen proberen in een paar maanden een helder, haalbaar onderzoeksdoel te realiseren. Een vijfde van het onderzoeksgeld komt van het bedrijf, NWO legt de rest bij. De huidige KIEM-projecten zijn een initiatief binnen de topsector Chemie. Indienen kan doorlopend, NWO breidt dat nu uit naar twee andere topsectoren. Vanaf januari kunnen ondernemers en onderzoekers uit de ICT en de topsector Creatieve Industrie ook een aanvraag doen voor een KIEM-project. 

Case 1: Waarom zit de medische wereld te springen om lekvrij hechtmateriaal?

‘Soms wil je een wond lekvrij afdekken. Bijvoorbeeld een wond in het hersenvlies, na een operatie, om infecties te voorkomen. Of je wilt een wond in de darm afdichten omdat lekken ook hier voor ontstekingen zorgen.’ Chemicus Jan van Hest van de Radboud Universiteit legt uit waarom de medische wereld zit te springen om lekvrij hechtmateriaal, als aanvulling op de traditionele nietjes en draadjes. Het bedrijf GATT Technologies (General Adhesive Tissue Tape) ziet er wel markt in en wil een lekvrije, wondhelende tape ontwikkelen. Er is dus wel een markt en er is een bedrijf; nu alleen de tape zelf nog. Van Hest is al een tijdje samen met Johan Bender van GATT op zoek naar geschikte materialen voor een wondhelende tape.

Er is een markt voor lekvrij hechtmateriaal
- Jan van Hest

De heren hebben nu een nieuw type polymeer op het oog dat zeer geschikt lijkt. Het polymeer is biocompatibel. Dat betekent dat het in het menselijk lichaam kan worden gebruikt. Pluspunt is ook dat het lichaam het materiaal afbreekt. De tape lost dus na verloop van tijd op. Maar er is ook een groot nadee: het polymeer wordt nu alleen nog maar in laboratoria gemaakt. Het is niet commercieel verkrijgbaar. En dat is natuurlijk wel een vereiste om er op commerciële schaal wondhechtende tape van te kunnen maken. Bender en Van Hest hebben nu KIEM-financiering gekregen. Het doel van het project is te onderzoeken of GATT zelf de productie van het polymeer op kan schalen.

Wat Materiaal voor wondhelende tape Bedrijf GATT Technologies Universiteit Radboud Universiteit Nijmegen

Wist u dat? Aminozuren: ze zijn nodig voor onderzoek, maar notoir lastig te maken

Case 2: ‘Met hulp van enzymen versimpelen wij de productiemethode van elf naar drie stappen’ 

‘Wij hebben verstand van enzymen, zij van productiemethoden.’ Gerrit Poelarends van de Rijksuniversiteit Groningen is blij dat zijn KIEM-project met het bedrijf INTEGREX Research doorgaat. De twee partijen delen eenzelfde interesse: de ontwikkeling van stoffen voor hersenonderzoek. Poelarends heeft net een nieuwe methode ontwikkeld om twee aminozuren te maken, met de roepnamen L-TBA en L-TBOA. De chemicus geeft een snelle biologieles: ‘De stof glutamaat zorgt voor de communicatie tussen hersencellen. Bij ziekten als alzheimer en huntington is er een overschot aan glutamaat, bij schizofrenie juist een tekort. De mogelijke boosdoener is een transporteiwit dat het glutamaat normaal gesproken tussen de zenuwuiteinden “uitpeutert”. Dat eitwit werkt niet goed, of juist te fanatiek. En dat transporteiwit kun je remmen met L-TBA en L-TBOA.’

 

Hersenwetenschappers hebben de aminozuren dus nodig voor onderzoek, maar ze zijn notoir lastig te maken. Poelarends: ‘Met hulp van enzymen versimpelen wij de productiemethode van elf naar drie stappen.’ Alleen de hoeveelheden zijn nog niet om over naar huis te schrijven. Samen met INTEGREX Research wil Poelarends de productie verder opschroeven. En – als er tijd is - kijken of ze met enzymen nog andere mooie aminozuren kunnen maken die ook geschikt zijn voor hersenonderzoek. Poelarends: ‘Dankzij KIEM kunnen we kennismaken. Het zou mooi zijn als het in een structurele samenwerking uitmondt.’

Wat Productiemethode voor stoffen hersenonderzoek Bedrijf INTEGRE X Research Universiteit Rijksuniversiteit Groningen 

 

Zware metalen uit vervuild water

Case 3: Poeder kan onder meer efficiënt zware metalen uit vervuild water vissen 

Een zwart poeder; het materiaal uit het KIEMproject van Leo Jenneskens (Universiteit Utrecht) en Virginie Heidweiller (Geochem Research) ziet er doodgewoon uit. Maar Jenneskens, hoogleraar Fysisch-organische chemie, vertelt er buitengewoon enthousiast over. Hij verwacht dat dit materiaal zijn weg naar de industrie vindt. Het poeder kan onder meer efficiënt zware metalen uit vervuild water vissen. De basis van het zwarte poeder is cellulose, een natuurlijk materiaal. Het heeft de vorm van sponsachtige balletjes. De kleine holtes zijn met fijne ijzerdeeltjes geïmpregneerd. Die zorgen dat het poeder met een magneet uit het water te filteren is. In vervuild water wisselt het poeder stuivertje: een deel van het onschadelijke ijzer komt in het water terecht, terwijl de schadelijke zware metalen in het koolstofpoeder worden opgenomen. Daarnaast is er nog welkome ‘bijvangst’: het poeder vist ook andere stoffen uit het water, zoals fosfaten en resten van geneesmiddelen. Het poeder lijkt al met al uitstekend geschikt om in de waterzuivering dienst te doen of bij de winning van opgeloste metalen uit de afvalverwerking. Jenneskens: ‘Maar de industrie wil eerst exact weten wat je er allemaal mee kan. Dat vereist aanvullende experimenten.’ Die experimenten voert Jenneskens nu samen uit met postdoc Jacco Hoekstra en Geochem Research – met de verwachting dat er een mooie toekomst voor het zuiverend poeder gloort.

Wat Metaalvanger voor afvalwater Bedrijf Geochem Research Universiteit Universiteit Utrecht 

  • Auteur: Anouck Vrouwe
  • Fotografie: shutterstock
  • Dit artikel verscheen eerder in Hypothese, jaargang 20 nummer 4 (november 2013)

Meer informatie en filmmateriaal