Inclusief ondernemen

Case

Inclusief ondernemen

voor duurzame voedselsystemen

Inclusief ondernemen heeft de afgelopen jaren veel aandacht gekregen in internationale beleidsdebatten en onderzoek naar duurzame en inclusieve ontwikkeling. Publieke belanghebbenden erkennen een groeiende behoefte aan innovatieve marktoplossingen die inclusie stimuleren en kansen bieden voor gemarginaliseerde en kwetsbare groepen.

Inclusieve bedrijfsbenaderingen worden steeds vaker gezien als een manier om sociale doelstellingen te integreren in de bedrijfsvoering. Maar inclusief ondernemen is ook een omstreden concept, met verschillende opvattingen over twee centrale vragen: wie zijn precies de gemarginaliseerde en kwetsbare groepen die moeten worden opgenomen? En onder welke voorwaarden kan inclusief ondernemen zijn beloften nakomen?

Foto: Shutterstock - Jen Watson

Om met contextspecifieke kennis en inzichten bij te dragen aan het debat, zijn dertien interdisciplinaire onderzoeksprojecten bezien. Deze projecten hadden betrekking op een reeks bedrijfsprocessen en innovaties door en voor kleinschalige producenten en ondernemers in de agribusiness in landen in Sub-Sahara Afrika en Zuidoost-Azië. Belangrijke inzichten zijn hierbij opgedaan over de kansen en beperkingen van duurzame inclusieve bedrijfsinitiatieven om zo bij te dragen aan voedsel- en voedingszekerheid.

Wist u dat? Een inclusief bedrijfsmodel omvat de armen als consumenten, producenten, werknemers en ondernemers. Het is een levensvatbaar bedrijfsmodel voor winst dat profiteert van lage inkomens en gericht is op het aanpakken van maatschappelijke problemen, waaronder armoede en voedsel- en voedingsonzekerheid, en het bevorderen van duurzaam levensonderhoud.

Deze case presenteert de belangrijkste inzichten en resultaten van het paper 'Inclusive business for sustainable food systems: putting the last first' die is gepubliceerd in een reeks artikelen gebaseerd op de synthesestudie van het Food & Business Research-programma. Deze studie is opgezet door Daniëlle de Winter en Ellen Lammers.

Ingrediënten om bedrijven werkelijk inclusief te maken

De synthesestudy beschrijft verschillende aspecten die het inclusieve karakter van bedrijfsmodellen en innovaties beïnvloeden.

Ten eerste benadrukt het dat gemarginaliseerde groepen worden geconfronteerd met veel verborgen kosten. Zij vormen een belangrijke belemmering voor inclusief ondernemen en worden systematisch over het hoofd gezien door formele actoren en instellingen. Dergelijke kosten kunnen multidimensionaal (economisch, sociaal en / of politiek) zijn en hoge drempels creëren voor gemarginaliseerde voedselondernemers om hun bedrijfsactiviteiten te professionaliseren en op te schalen. Ze beïnvloeden hun risicoperceptie, de toewijzing van tijd en middelen en beslissingen over bedrijfsinvesteringen.

Ten tweede benadrukt de studie dat innovaties die inclusief ondernemen ondersteunen, alleen relevant en effectief zijn voor de armen en gemarginaliseerden wanneer ze toepasbaar zijn op een specifiek probleem en context, betaalbaar en voor iedereen toegankelijk zijn. We noemen dit de Triple A: applicability, affordability en accessability (toepasbaarheid, betaalbaarheid en toegankelijkheid). Deze drie aspecten uit het volledige artikel kunnen als volgt worden samengevat:

Applicability: toepasbaarheid en het combineren van sociale oplossingen met technische innovaties

Vrouw die groenten plantFoto: Met dank aan Nicky Pouw

Om ervoor te zorgen dat innovaties toepasbaar zijn voor gemarginaliseerde groepen die bepaalde middelen (bijvoorbeeld kapitaal, (wetenschappelijke) kennis of tijd) niet of beperkt hebben, hebben de onderzoeksprojecten zowel sociale oplossingen geïntroduceerd (bijvoorbeeld het in kaart brengen van behoeften, voortbouwend op lokale en inheemse kennis) en technische innovaties (bijvoorbeeld mobiele fruitdrogers of verbeteringen in diervoeding). Een combinatie van beide bood de beste kansen op toepasbaarheid.

Bovendien bleken kleine veranderingen in de huidige productietechnieken - in plaats van hightech of complexe innovaties - vaak het beste antwoord op de dagelijkse strijd van kleinschalige boeren en ondernemers.

Affordability: betaalbaarheid en verborgen kosten

De betaalbaarheid van innovaties hangt sterk af van de verborgen kosten die kleinschalige voedselproducenten en ondernemers ervaren. Zowel op korte als op lange termijn maken verborgen kosten (bijvoorbeeld gebrek aan transportmiddelen, verplichtingen inzake kinderopvang, beperkte beslissingsbevoegdheid, onzekere zekerheid) veel innovatieve agribusinessoplossingen onbetaalbaar. Om dit aan te pakken, identificeerden projecten de noodzaak van bewustmaking over de werkelijke marktrisico's, terwijl tegelijkertijd de kennis en vaardigheden van de doelgroepen werden opgebouwd. Er moet voor worden gezorgd dat oplossingen die zijn bedoeld om de verborgen kosten te verminderen, de ongelijkheden en uitsluitingsoorzaken niet in stand houden of zelfs verergeren.

Accessibility: toegankelijkheid en de kracht van samenwerking

Foto: Met dank aan Nicky Pouw

Gemarginaliseerde groepen kunnen beter profiteren wanneer innovaties toegankelijk worden gemaakt door samenwerking (om voldoende schaal te bereiken en diverse kennis en vaardigheden te combineren) en door verbindingen tot stand te brengen (om op elkaars kennis voort te bouwen om effectieve toeleveringsketens te creëren en verbinding te maken met markten). Toegang creëren tot en ervoor zorgen dat de stemmen van de armen en gemarginaliseerden worden gehoord op platforms en domeinen waar kennis wordt (mede) gecreëerd en gedeeld, is essentieel voor inclusieve bedrijfsprocessen. De synthese toont aan dat strategische afstemming van coöperaties of producentengroepen een essentiële voorwaarde is om de stemmen van de gemarginaliseerden in marktonderhandelingen te versterken. Wanneer coöperaties of vrouwenverenigingen worden geregistreerd en geformaliseerd, kan dit bovendien nieuwe zakelijke kansen creëren met formele belanghebbenden.

Op naar de toekomst

De synthese toont aan dat inclusieve bedrijfsmodellen levensvatbaar kunnen zijn wanneer innovaties worden aangenomen die op lange termijn betaalbaar zijn, toepasbaar op het probleem en voor iedereen toegankelijk. De criteria en voorwaarden voor deze innovaties moeten worden opgesteld in co-creatie met de armen en gemarginaliseerden. Bovendien moeten de heerdende belemmeringen en de verborgen kosten waarmee kleinschalige voedselondernemers worden geconfronteerd, van tevoren worden aangepakt door beroepsbeoefenaars en beleidsmakers.

De synthese benadrukt dat bij de introductie van nieuwe bedrijfsmodellen aandacht moet worden besteed aan mogelijke afwegingen tussen bedrijfsgroei enerzijds en sociale en milieuwaarden anderzijds. Beleidsmakers en beroepsbeoefenaars moeten op de hoogte worden gebracht van de institutionele en hulpbronnen die deze afwegingen kunnen helpen verzachten, zodat bedrijfsontwikkeling niet met grote maatschappelijke kosten gepaard gaat of leidt tot uitputting van natuurlijke hulpbronnen of vervuiling.

Inclusieve handel kan alleen floreren in een gunstige bestuursomgeving waarin de behoeften, prioriteiten en bevoegdheden van de armen en gemarginaliseerden a priori worden erkend

Inclusief ondernemerschap kan alleen floreren in een stimulerende bestuursomgeving die a priori - en niet als bijzaak - de behoeften, prioriteiten en bevoegdheden van arme en gemarginaliseerde bevolkingsgroepen erkent. De volgende drie overwegingen voor beleidsmakers en praktijkmensen worden verder uitgewerkt in het paper ‘Inclusive business for sustainable food systems: Putting the last first':

  • Er is zeer beperkte informatie beschikbaar over de hoeveelheden, kwaliteiten en stromen van voedsel die door en voor gemarginaliseerde groepen worden geproduceerd en op de markt gebracht. Het is nodig om systematisch in kaart te brengen en te monitoren wie wat produceert en voor wie. Alleen dan kunnen de bijdragen van deze groepen aan lokale voedselsystemen zichtbaar worden en kunnen hun prioriteiten en behoeften worden begrepen en nageleefd.

Foto: Shutterstock

  • Processen om inclusief ondernemen door en voor gemarginaliseerde groepen te vergemakkelijken, verlopen in kleine stapjes. Strategieën en beleid moeten gericht zijn op de voorwaarden van ‘inclusie’ vanuit het oogpunt van de gemarginaliseerden en armen. Dit vereist ex ante aandacht voor eigendomsregelingen, stem en (delen van) risico's en beloningen. Bovendien moeten er meer inspanningen worden geleverd om de ‘verborgen’ kosten waarmee voedselproducenten en agro-ondernemers in zowel de formele als de informele economie worden geconfronteerd, te verminderen. Dit helpt hen om effectiever deel te nemen aan de (lokale) economie als geheel.
  • Uit de projecten bleek dat innovatie uit alle richtingen komt. Investeringen in het valideren van niet alleen wetenschappelijke innovaties, maar ook lokale bottom-up innovaties bieden het meeste potentieel voor het verbeteren van inclusief ondernemen. Door co-creatie kunnen levensvatbare zakelijke kansen voor gemarginaliseerde groepen worden geïdentificeerd en getest. De krachtdynamiek die inherent is aan dergelijke processen moet echter worden aangepakt om ze succesvol te maken. Dit impliceert het stellen van de kritische vragen: wiens kennis domineert de co-creatieprocessen en welke inzichten krijgen prioriteit?

Weblinks (in het Engels)


Vrouwen en kinderen verkopen uienFoto: Shutterstock - Space Krill

Food & Business Research programma

Food & Business Research is gericht op het aanpakken van hardnekkige uitdagingen op het gebied van voedselzekerheid in lage- en middeninkomenslanden. Het richt zich op de dringende en groeiende behoefte aan adequate kennis en oplossingen voor regionale en lokale problemen in verband met voedselzekerheid. Food & Business Research bestaat uit twee financieringsinstrumenten: het Food & Business Global Challenges Program (GCP) en het Food & Business Applied Research Fund (ARF). Beide maken deel uit van de Food & Business Knowledge Agenda van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken (BUZA).

  • Het doel van GCP is het bevorderen van op onderzoek gebaseerd geavanceerd begrip van opkomende sleutelproblemen in de mondiale en regionale voedselzekerheid en hun impact op de lokale voedselzekerheid en de rol van de ontwikkeling van de particuliere sector.
  • Het doel van ARF is het bevorderen van door onderzoek ondersteunde innovaties die bijdragen aan voedselzekerheid en ontwikkeling van de particuliere sector in de partnerlanden van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking.

Food & Business Research wordt gezamenlijk gefinancierd door BUZA en NWO-WOTRO en wordt beheerd door NWO-WOTRO.