Het ideale duurzame klimaat voor houten panelen

Case

Het ideale duurzame klimaat voor houten panelen

Schade aan objecten ontstaan vóór opname in musea

Kunst kan flink te lijden hebben onder verkeerde klimaatomstandigheden. Het regelen en controleren van het binnenklimaat van tentoonstellingsruimtes is daarom erg belangrijk. Maar het kost veel energie en geld om de luchtvochtigheid tot in detail te beheersen. Het 'Climate4Wood'-project onderzoekt kwetsbare houten meubelen en panelen om te kijken of de huidige strenge eisen wel echt nodig zijn.

Historische panden rotten weg

De bestudeerde objecten zijn bewerkte meubelpanelen en paneelschilderijen. Deze kunstwerken zijn bestempeld als heel gevoelig voor klimaatschommelingen (in temperatuur en luchtvochtigheid) binnen museumcollecties. Henk Schellen: 'Als de klimaateisen voor deze gevoelige objecten zonder risico versoepeld kunnen worden, dan geldt dat waarschijnlijk voor de meeste kunstwerken. Daarnaast lopen de slecht geïsoleerde historische gebouwen, waarin de kunst vaak tentoon wordt gesteld, gevaar door de huidige klimaateisen. Er kan door de relatief hoge vochtigheid schimmel ontstaan op de houten kozijnen en wanden waardoor deze panden onnodig staan weg te rotten. We zijn dus op zoek naar duurzame klimaateisen die zowel voor de kunstwerken als voor de historische gebouwen geschikt zijn.'

Het onderzochte kabinet met op beide deuren een marqueterie van grote bloemenvazen (eikenhout, belijmd met onder andere konings-, ebben-, palissander-, olijf-, hulst-, buxus-, berberis- en esdoornhout. Amsterdam, ongeveer 1695-1710, toegeschreven aan Jan van Mekeren) (F. Boersma/The Getty Conservation Institute)Het onderzochte kabinet met op beide deuren een marqueterie van grote bloemenvazen (eikenhout, belijmd met onder andere konings-, ebben-, palissander-, olijf-, hulst-, buxus-, berberis- en esdoornhout. Amsterdam, ongeveer 1695-1710, toegeschreven aan Jan van Mekeren) (F. Boersma/The Getty Conservation Institute)

De klimaateisen in musea zijn door de jaren heen steeds strenger geworden, maar volgens Paul van Duin is dat meer gebaseerd op angst dan op onderzoek. 'Tot nu toe keken conservatoren alleen bezorgd naar grafieken die lieten zien hoe het klimaat zich gedroeg en minder naar de meubels zelf en het daadwerkelijke effect van die klimaatschommelingen. De schade aan de door ons onderzochte objecten blijkt echter niet veranderd sinds de meubelen in musea staan, maar was daarvoor al opgetreden.' De onderzoekers vergeleken kasten uit het Rijksmuseum met dezelfde soort kasten, maar tentoongesteld onder andere omstandigheden zoals in kasteel Amerongen. Van Duin: 'Met behulp van het computerprogramma "Curtain Viewing" hebben we – soms honderd jaar – oude foto's van de kasten op recentere foto's gelegd. Hieruit blijkt dat scheuren niet langer zijn geworden en er geen nieuwe bij zijn gekomen. We kunnen voorzichtig concluderen dat het eeuwenoude hout is uitgewerkt en dat de hedendaagse vereiste constante luchtvochtigheid minder nodig is.'

Detailfoto's van hetzelfde object, uit 1963 en 1996, waaruit blijkt dat de scheuren niet groter zijn geworden wanneer je ze met elkaar vergelijkt. (Rijksmuseum)Detailfoto's van hetzelfde object, uit 1963 en 1996, waaruit blijkt dat de scheuren niet groter zijn geworden wanneer je ze met elkaar vergelijkt. (Rijksmuseum)

'Rubbish in, rubbish out'

De onderzoekers proberen nu vast te stellen welke condities de vroege scheurvorming verklaren om toekomstige schade te kunnen voorkomen. Schellen: 'Met behulp van kunsthistorici zijn we aan het achterhalen wat de vroege omstandigheden zijn geweest waarin deze meubels als gebruiksvoorwerpen hebben gestaan. Daar ligt volgens ons het antwoord op de vraag hoe ze klimaatgerelateerde schade hebben opgelopen. De stralingshitte van het haardvuur zou bijvoorbeeld effect gehad kunnen hebben. Al deze kasten stonden in kamers waarin grote vuren werden gestookt. Om dit effect te kunnen berekenen moeten we de randvoorwaarden van temperaturen en straling van het vuur weten en verwerken in modellen.'

Het ontwikkelen van modellen, die het gedrag van hout onder allerlei omstandigheden simuleren, is daarom het tweede aspect van Climate4Wood. De onderzoekers willen het hout beter leren begrijpen en vervolgens kunnen voorspellen wat soepelere klimaatcondities doen met hout. Schellen: 'In de modellen zijn nog veel aannames over de historische gegevens verwerkt. We hebben restauratoren en kunsthistorici nodig om onze aannames te controleren, anders maken we modellen die nergens op slaan. Zo moeten ook de eigenschappen van lijm meegenomen worden in de modellen, omdat we hebben vastgesteld dat door het krimpen van het hout juist de lijmnaden in de panelen kapot gaan. Dit onderzoek kan dus niet alleen door ingenieurs uitgevoerd worden, want wat in het verleden is gebeurd met de voorwerpen heeft effect op hout. Als je dat niet meeneemt, klopt je uitkomst niet. Rubbish in, rubbish out.'

Toekomstige uitdagingen

Een ander onverwacht resultaat uit het onderzoek is dat fragiele dunne panelen minder schade hebben opgelopen dan robuuste dikke panelen. Waarom is nog onduidelijk. Misschien omdat dun hout flexibeler is? Schellen: 'We kunnen wel aannames doen maar om te achterhalen wat hier aan de hand is, gaan we de panelen systematisch verdikken in numerieke simulaties. Misschien komt er dan wel iets heel logisch uit. Er zijn nog genoeg uitdagingen voor ons.'

Onderzoekers: dr. ir. H.L. (Henk) Schellen, TU/e / P.H.J.C. (Paul) van Duin, Rijksmuseum

Financiële bijdrage: Rijksmuseum Amsterdam

Betrokken partijen: TU Eindhoven, TU Delft, Rijksmuseum Amsterdam, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Kasteel Amerongen, Vienna University of Technology, Technical University Denmark, Centre for Art Technological Studies and National Gallery Copenhagen, Polish Academy of Sciences, KTH Royal Institute of Technology (Zweden), UCL Centre for Sustainable Heritage (London), Metropolitan Museum NYC, Museum Conservation Institute (Smithsonian Institution Washington), Getty Conservation Institute

Tekst: Marjolein Overmeer