Geweld tegen psychiatrische patiënten

Case

Geweld tegen psychiatrische patiënten

Onderzoeksuitkomsten werpen ander licht op leven met een psychiatrische stoornis

Psychiatrische patiënten worden in hun leven gemiddeld zes keer vaker slachtoffer van geweld dan mensen zonder psychiatrische stoornis en twee tot zes keer zo vaak slachtoffer van een misdrijf. Dit zijn uitkomsten van het onderzoek dat Astrid Kamperman (Erasmus MC) uitvoerde onder bijna duizend psychiatrische patiënten. 'Dit is zowel voor patiënten als behandelaars een heel belangrijke ontdekking, waar gelukkig ook oplossingen voor bestaan.' Kamperman voerde haar onderzoek uit binnen het NWO-onderzoeksprogramma Geweld tegen psychiatrische patiënten (GTPP).

De Stichting tot Steun VCVGZ en NWO namen het initiatief tot het opzetten van het onderzoeksprogramma Geweld tegen psychiatrische patiënten. Kamperman was één van vier onderzoekers die aan de slag gingen met dit thema. Voor haar onderzoek ondervroeg ze 957 psychiatrische patiënten in Nederland met een depressieve, bipolaire of psychotische stoornis naar hun ervaringen met geweld. Kamperman: 'We hebben het begrip breed neergezet. Behalve naar strafbare feiten hebben we ook geïnformeerd naar niet-strafbare vormen van geweld zoals duwen, schelden, onder druk zetten, en of patiënten stigma en discriminatie ervaren.'

Vrijwel zonder uitzondering waren alle deelnemers enthousiast
- Astrid Kamperman

Daklozen of verslaafden komen, zoals verwacht, het meest in aanraking met geweld, als dader én slachtoffer. Maar uit het onderzoek blijkt dat ook patiënten die een vrij rustig bestaan leiden, drie tot tien keer vaker slachtoffer zijn van een misdrijf. In vergelijking met de gehele bevolking worden psychiatrische patiënten 6,5 keer vaker mishandeld. Bedreiging komt 8 keer, en beroving zelfs 10 keer, vaker voor. Tot slot is gebleken dat hoewel patiënten zelf wel sociale uitsluiting ervaren, de onderzoekers geen aanwijzingen vonden voor hate crimes, dus geweld tegen psychiatrische patiënten door vreemden om het simpele feit dat iemand 'anders' is.

Wat was de aanleiding voor het onderzoek in Nederland?

'De focus lag te veel op psychiatrische patiënten als geweldplegers. Dat eenzijdige beeld vertelde maar de helft van het verhaal, vonden zowel patiënten als behandelaars. Schokkende resultaten uit onderzoek in het buitenland, vooral de Verenigde Staten, Canada en het Verenigd Koninkrijk, waren echt een wake-up-call voor onderzoekers in Nederland om het thema geweld tegen psychiatrische patiënten breder te benaderen,’ vertelt Kamperman.

Waarom komt deze groep zoveel vaker in aanraking met geweld?

Volgens Astrid Kamperman is daar niet één verklaring voor. ‘Een deel van de patiënten in deze groep leeft op straat. Het leven daar, of in sociale pensions, leidt regelmatig tot confrontaties. Deze mensen lijken de vaardigheden te missen die nodig zijn om te de-escaleren. Als de omgeving dan ook niet in staat blijkt om een conflict uit de weg te gaan of te sussen, ontaarden misverstanden makkelijker in fysiek of emotioneel geweld.'

Het geweld doet zich voor het grootste deel voor in de privésfeer; in tweederde van de gevallen gebeurt het thuis, tegen een kwart van de geweldsdelicten bij de Nederlandse bevolking. De geweldpleger is dan ook vaak een bekende van de patiënt, zoals een (ex-)partner of familielid (12%), buurtgenoot (17%), medepatiënt (15%) of andere bekende (22%).

Hoe reageerden patiënten op het onderzoek?

'Vrijwel zonder uitzondering waren alle deelnemers enthousiast. Dat blijkt ook uit het feit dat iedereen bereid was om nog een keer te worden geïnterviewd over dit onderwerp. De verklaring kan zijn dat de samenleving geweld in de psychiatrie meestal associeert met daderschap. Psychiatrische patiënten krijgen dan het gevoel dat ze zich moeten verdedigen. Bijvoorbeeld toen bleek dat Tristan V. een psychiatrische patiënt was.’

De uitkomsten van dit onderzoek werpen ook een ander licht op het leven met een psychiatrische stoornis.
 'De samenleving ziet psychiatrische stoornissen vaak als niet-concreet, als subjectief. Maar geweld tegen patiënten is heel tastbaar en voor iedereen onacceptabel,’ constateert Kamperman.

Hoe reageerden de behandelaars?

'Geweld tegen psychiatrische patiënten en onderling geweld, leeft enorm bij hulpverleners,’ stelt Kamperman vast. ‘Ze hadden wel een vermoeden, maar bij ambulante patiënten is moeilijk vast te stellen waar het aan ligt. Is bijvoorbeeld angst een symptoom van een ziektebeeld, of het gevolg van huiselijk geweld? En in dat laatste geval, is dat structureel of eenmalig, intimidatie of regelrechte mishandeling? Deze onzekerheid blijkt te leiden tot behandelverlegenheid.’

Nu uit de cijfers blijkt dat het echt speelt, is iedereen het erover eens dat slachtofferschap en geweld hoger op de prioriteitenlijst van de hulpverlening moet komen te staan.

‘Om te beginnen moeten behandelaars alert zijn op de signalen. Bij twijfel niet denken dat het wel meevalt, maar juist doorvragen. Ook wordt vaak gedacht dat er toch weinig aan te doen is. Maar er zijn wel degelijk oplossingen. Zolang het niet besproken wordt, blijft deze problematiek in stand, wat weer een negatief effect heeft op het behandelresultaat.'

Welke oplossingen heeft de hulpverlening tot zijn beschikking als een patiënt slachtoffer is van geweld?

‘Iemand die vaak wordt bestolen kun je een locker geven. Een klassiek slachtoffer kan baat hebben bij een weerbaarheidstraining. Risicovol gedrag, zoals ’s nachts op straat rondhangen, zou je kunnen ombuigen. In dit geval door te zoeken naar veilige nachtopvang.’ Astrid Kamperman ziet eindeloos veel mogelijkheden, steeds afhankelijk van de specifieke combinatie patiënt, context en incident.

Meer informatie over Geweld tegen psychiatrische patiënten.