Gevluchte Iraanse wetenschapper over islam en homoseksualiteit

Case

Gevluchte Iraanse wetenschapper over islam en homoseksualiteit

De Iraanse filosoof en theoloog Mehrdad Alipour doet onderzoek naar islam en homoseksualiteit. Sinds 1 september 2015 is hij Scholars at Risk fellow bij het NIAS, en als affiliate researcher betrokken bij het NWO-onderzoek naar religie en homoseksualiteit aan de Vrije Universiteit. Waar gaat zijn werk over en wat wil hij bereiken met zijn onderzoek?

U ontvluchtte Iran in 2013. Waarom moest u weg?

'Ik moest wel weggaan, omdat ik enkele kritische artikelen heb gepubliceerd over de repressie van academische vrijheid door de regering. Daardoor kon ik mijn werk als assistent-professor in islamologie en filosofie van sociale wetenschappen daar niet meer doen. Ook ben ik al heel lang geïnteresseerd in het onderwerp islam en homoseksualiteit, maar omdat je daar in Iran aan de academie niet over mag spreken heb ik altijd in het geheim onderzoek ernaar gedaan. Voor mijn werk aan de universiteit gaf ik dan les over onderwerpen die wel toegestaan zijn. Nadat ik was ontslagen werd de situatie onhoudbaar en kon ik gelukkig in Nederland terecht.'

Scholars at Risk is een internationaal netwerk van universiteiten en instellingen die academische vrijheid ondersteunen. Onderzoekers in de knel van over de hele wereld kunnen via dit netwerk op een veilige plek hun werk voortzetten. Mehrdad Alipour heeft nu een fellowship voor één jaar bij het NIAS (Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences). Hij heeft een meerjarig projectvoorstel geschreven in samenwerking met mede-onderzoekers aan de Vrije Universiteit, dat hij zal indienen bij NWO. Zo wil hij zijn werk voortzetten.

Mehrdad AlipourMehrdad Alipour

Waar gaat uw onderzoek over?

Het onderzoek waarvoor ik een voorstel zal indienen gaat over islam en homoseksualiteit in Iran, Nederland en Indonesië, onder de titel Negotiating same-sex desires and acts in Islam: an empirical-hermeneutical analysis of Islamic sources, public discourse, and Muslim youth. Zolang het niet is goedgekeurd houd ik mij als NIAS-fellow bezig met het theoretische gedeelte, waarbij ik een nieuwe opvatting van homoseksualiteit in islam probeer te onderbouwen.

Hoe denkt men dan nu over homoseksualiteit in de islam?

De traditionele school in de islam heeft altijd gesteld dat islam en homoseksualiteit niet samen gaan. Er is ook een andere stroming: geleerden die menen dat homoseksualiteit wel is toegestaan omdat het een aangeboren eigenschap is. Dit zijn de essentialisten, die ervan uitgaan dat homoseksualiteit natuurlijk is, en daarom niet in strijd met de islam. Dit lijkt erg tolerant, maar het dwingt mensen om 'kleur te bekennen', waardoor biseksuelen of mensen die zich niet identificeren als homo maar wel 'homoseksuele' gedragingen vertonen nog steeds niet worden geaccepteerd.

Alipour spreekt in zijn werk dan ook liever van 'same sex desires and acts' dan van homoseksualiteit, precies om die redenen van inclusiviteit.

Voor welke visie pleit u?

'Ik vind aanwijzingen in islamitische bronnen en wetgeving voor een bredere interpretatie: God is een voorstander van seksuele diversiteit. Dat is academisch gezien een nieuw theologisch standpunt, waarvan ik overtuigd ben dat ik het kan onderbouwen vanuit islamitische bronnen. Homo-activisten uit bijvoorbeeld Iran zijn het hier zeer mee eens, in tegenstelling tot de patriarchische cultuur en de bredere islamitische gemeenschap. Mijn doel is om het gesprek hierover te openen.'

God is een voorstander van seksuele diversiteit.

Hoe waarschijnlijk is het dat de islamitische gemeenschap gevoelig zal zijn voor de argumenten en van gedachten verandert ten opzichte van homoseksualiteit?

'De echte fundamentalisten zal ik niet overtuigen, want die staan er niet open voor. Maar voor meer gematigde moslims geldt dat ze de argumenten gewoon niet kennen.

Een voorbeeld daarvan heb ik meegemaakt op een conferentie in Indonesië afgelopen zomer. Ik presenteerde er een paper over twee fatwa's (islamitische jurisprudentie), die geslachtsveranderende operaties legaliseren, afgegeven in Iran in 1987 en in Egypte in 1988. De toehoorders waren bijna allemaal Indonesische moslims en ze vielen van hun stoel van verbazing. Ze reageerden heel positief, en het opende meteen een de discussie over de positie van seksuele minderheden in Indonesië.'

Waarom is het belangrijk om dit onderzoek in Iran en Indonesië te doen?

'Simpel gezegd: omdat er heel veel te winnen is. Kijk, in Iran is er nu, 36 jaar na de revolutie, een nieuwe generatie opgestaan. Het zijn moderne, jonge mensen die hun geloof niet zo streng praktiseren. Die generatie is heel vatbaar voor nieuwe en tolerante ideeën. Bovendien heeft het beleid in Iran grote invloed op sjiietische moslims over de hele wereld. Indonesië echter staat op een heel ander punt in haar ontwikkeling. Het is het land met het grootste aantal islamitische inwoners ter wereld, en het komende decennium kan het twee kanten op gaan: óf het wordt een heel conservatief land voor seksuele minderheden, óf ze zullen een meer gematigde islam aanhangen. Het is heel belangrijk om hen te motiveren het laatste te kiezen en ik denk dat ik met mijn onderzoek in elk geval op academisch gebied daaraan kan bijdragen.'

Meer informatie