Een blik op sociaal leren

Case

Een blik op sociaal leren

Hoe leren mensen eigenlijk goed met anderen om te gaan, andermans gedrag in te schatten en zich daaraan aan te passen? Anna van Duijvenvoorde onderzoekt deze en andere aspecten van wat we sociaal leren noemen. ‘Als we weten welke factoren sociaal leren beïnvloeden, dan kunnen we trainingen ontwikkelen die zich daarop richten.’

Anna van DuijvenvoordeAnna van Duijvenvoorde

Veel mensen associëren het woord ‘leren’ met school, of met concrete zaken zoals rekenen of fietsen. Maar veel van wat mensen leren tijdens hun kindertijd en adolescentie heeft betrekking op het sociale domein. Hoe zullen mensen reageren als ik dit of dat doe? Wat kan ik doen om iemands vertrouwen te winnen? En hoe kan ik mijn gedrag aanpassen om beter met anderen om te gaan? Dat zijn geen vragen die jongeren zichzelf snel zullen stellen. Toch worden hun sociale vaardigheden met de jaren beter, onder meer door trial and error. Anna van Duijvenvoorde, universitair hoofddocent ontwikkelings- en onderwijspsychologie aan de Universiteit Leiden, doet onderzoek naar dit ‘sociaal leren’. Dat doet ze binnen het Open Research Area (ORA)-programma van NWO.

'Sociaal leren gebeurt op allerlei manieren', vertelt Van Duijvenvoorde. 'Bijvoorbeeld als je het gedrag van anderen voorspelt en erop reageert. Het gebeurt vaak bij alledaagse sociale interacties. Tijdens dit ORA-project proberen we de onderliggende patronen te ontrafelen. Dat helpt ons te begrijpen hoe de ontwikkeling van sociale vaardigheden tijdens de adolescentie verloopt in ‘normale’ en afwijkende gevallen.'

Wist u dat? Vertrouwen speelt een belangrijke rol bij sociaal leren. Maar hoe leren we ons gedrag aan te passen om het vertrouwen van anderen te wekken? Dit aspect van sociaal leren is bij adolescenten nog weinig onderzocht. Hierover levert het onderzoek van Anna van Duijvenvoorde nieuwe kennis op.

Patronen van sociaal leren

Het onderzoek startte in 2016 en loopt nu op zijn einde. Het is een samenwerking tussen de Universiteit Leiden, het University College London (UCL) en het Max Planck Institute for Human Development in Berlijn. De Duitse collega’s werken aan een computermodel dat sociaal gedrag kan kwantificeren en voorspellen. Hoe snel passen jongeren hun gedrag aan? Hoe belangrijk vinden ze samenwerking? De Britse collega’s onderzoeken jongeren met antisociaal gedrag. 'In Leiden kijken we naar een cohort van jongeren met een ‘normale’ ontwikkeling', zegt Van Duijvenvoorde. 'Door die drie aanpakken te combineren hopen we patronen van sociaal leren te kunnen herkennen en voorspellen. We hopen dan ook iets te kunnen zeggen over de verschillen tussen kinderen met en zonder problemen met hun sociale ontwikkeling.' Het experimentele deel is afgerond; het team werkt nu aan het analyseren en publiceren van de resultaten.

Vertrouwen

Een belangrijke factor bij sociaal leren is vertrouwen. Vertrouwen is essentieel voor veel sociale interacties. Maar hoe leren we wie we kunnen vertrouwen? Hoe leren we ons gedrag aan te passen om het vertrouwen van anderen te wekken? 'Dit aspect van sociaal leren is bij adolescenten nog weinig onderzocht”, zegt Van Duijvenvoorde. “Ons onderzoek levert daarom echt nieuwe kennis op.'

 

Het onderzoek richtte zich op kinderen en adolescenten van 9 tot 24 jaar oud. Zij speelden bepaalde beslisspelletjes, waarbij ze een hoeveelheid punten moesten verdelen tussen henzelf en anderen. Ze konden die punten ofwel allemaal zelf houden, of ze delen – met de kans dat je daardoor zelf ook meer kreeg, of juist netto inleverde. Delen bracht dus een risico met zich mee. Ieder spel had meerdere rondes, waarbij jongeren hun beslissingen dus gaandeweg konden bijsturen op basis van ervaringen met de beslissingen van anderen.

'Daar kwam uit dat juist de vroege adolescentie, zo tussen 12 en 15 jaar oud, een belangrijke periode is voor het leren wie je kunt vertrouwen en hoe je je gedrag daarop aanpast', aldus de onderzoeker. 'In deze periode worden adolescenten beter in het omgaan met ongelijkheid en oneerlijkheid. En ze leren op basis van welke signalen bij anderen ze hun gedrag het beste kunnen aanpassen.'

Afkeer van ongelijkheid

Het onderzoek liet een asymmetrisch ontwikkelingspatroon zien: jongeren worden in de loop der tijd niet merkbaar beter in aanpassingen waar negatief gedrag bij komt kijken, zoals je vertrouwen opzeggen of je eigenbelang voorrang geven. Aanpassingen waar positief gedrag voor nodig is, zoals anderen vertrouwen en aan het belang van anderen denken, gaan daarentegen tijdens de adolescentie steeds gemakkelijker. 'We leren tijdens de adolescentie steeds beter onze verwachtingen over anderen te updaten', legt Van Duijvenvoorde uit. 'Daarnaast worden we beter in het omgaan met de ongelijkheid die ontstaat als iemand je vertrouwen schaadt en daardoor beter af is dan jijzelf. Daarentegen worden we tijdens de adolescentie snel onzekerder over of anderen wel te vertrouwen zijn. Daardoor zijn jonge adolescenten relatief veel op zoek naar informatie over anderen.' Samen vormen deze factoren een belangrijke basis voor het samenwerken met anderen en het leren dat mensen verschillen in hun betrouwbaarheid.

Juist dat ontrafelen van onderliggende factoren maakt dit onderzoek vernieuwend, vindt Van Duijvenvoorde. 'Het klinkt als heel fundamenteel onderzoek', merkt ze op. 'Maar dit helpt ons jongeren met bepaalde sociale problemen beter te begrijpen. Als we weten welke factoren het sociale leren beïnvloeden, dan kunnen we bijdragen aan trainingen die zich daarop richten. Dat is de toegevoegde waarde van dit project.'

Vervolgstappen

In de loop van 2020 zullen de onderzoekers hun resultaten publiceren. In de tussentijd denken ze al volop na over vervolgonderzoek. 'We hebben net een studie afgerond waarbij we met scans keken wat er in de hersenen gebeurt terwijl jongeren leren wie ze kunnen vertrouwen', zegt Van Duijvenvoorde. 'Het brein ondergaat grote veranderingen tijdens de adolescentie, vooral op het gebied van zelfsturing en beloningssystemen. Als we weten welke hersengebieden actief zijn tijdens sociaal leren, kunnen we beter begrijpen hoe deze leerprocessen samenhangen met hersengebieden die een rol spelen bij het begrijpen van de intenties van anderen. Ik ben heel benieuwd naar die extra informatielaag.'

De onderzoekers willen ook graag weten in hoeverre sociaal leren onder invloed staat van externe factoren. 'Hoe dynamisch is het leren van vertrouwen? Hangt het af van de omgeving? En van je eerdere ervaringen?'

Ten slotte willen Van Duijvenvoorde en haar collega’s ook naar andere aspecten van sociaal leren gaan kijken, naast het ontwikkelen van vertrouwen. 'Wat is bijvoorbeeld de rol van leren door observatie? Hoe ontwikkelt het sociale leren zich binnen een individu? En welke factoren verklaren in dat opzicht de verschillen tussen individuen? Als we dat weten, dan kunnen we sociaal leren nog beter gaan begrijpen.'

Tekst: Nienke Beintema

Meer informatie: