‘Ecologisch ongemak’ kan verrijking opleveren

Case

‘Ecologisch ongemak’ kan verrijking opleveren

Nauw samenleven met ontwrichtend en bedreigend wild kan best

Door grote socio-economische veranderingen en natuurbeschermingsmaatregelen hebben diersoorten hun herintrede gedaan in Europa waarvan we dachten dat we ze alleen nog in natuurfilms op televisie en in dierentuinen zouden tegenkomen. De bruine beer. De wolf. De goudjakhals. De lynx. Binnenkort de veelvraat? Ze verhuizen naar landschappen waar de mens al een tijdje dominant is maar daar hebben de dieren in kwestie geen boodschap aan. Je zult ze maar tegenkomen tijdens een wandeling over de Drentse heide of op de Veluwe. Slik!

En dan hebben we het nog niet over de exotische avifauna (nijlganzen!) die haar plek opeist in de samenleving. Niet alleen natuurbeschermers en juristen doen onderzoek naar dit fenomeen, ook filosofen. Martin Drenthen van de Radboud Universiteit bijvoorbeeld, in zijn Vidi-project ‘Reading the landscape’. Drenthen bewandelt een  hermeneutische – oftewel beschrijvende, verklarende – weg om de milieu-ethiek van de ‘lastige’ aspecten van de natuur te benaderen. Een van Drenthens aio’s, Mateusz Tokarski (1985) promoveert maandag 18 september aan de Radboud Universiteit op ‘Wild at home’ waarin hij een antwoord tracht te vinden op ethische vragen die de terugkeer van wilde dieren en het bijbehorende gevoel van onbehagen bij de mens losmaakt.

Leven naast dieren

Mateusz Tokarski schreef hiermee een filosofische handleiding voor de uitdagingen van leven naast dieren in het wild. ‘Hoe kunnen we met ‘hinderlijke natuur’ omgaan? Wat betekent het, willen we lastige natuur omdat het er nu eenmaal bij hoort wanneer je een gezond ecosysteem wilt – of zit er meer achter? Dat eerste is te simpel gedacht. Lastige natuur draagt immers ook bij aan de betekenis van het leven: het helpt ons te realiseren dat je niet alleen een geest bent, maar ook een lijf bezit dat deel uitmaakt van een ecosysteem – een ecosysteem waarin ook wordt verslonden en niet alleen gegraasd. Dieren eten elkaar op en sommige zelfs mensen zodra de gelegenheid zich voordoet. Trouwens, herbivoren in het wild kunnen kolossaal zijn en alleen door hun omvang al niet ongevaarlijk.’

De terugkeer van grote roofdieren dwingt ons tot de confrontatie met de noodzaak om samen te leven met deze veerkrachtige en fascinerende beesten die ons niet zelden tot last zijn of een bedreiging vormen. Hoe kunnen we een vorm van samenleven ontwikkelen die een rijk en betekenisvol bestaan toelaat, en tegelijkertijd de noodzaak respecteert om deze natuur te beschermen?

Bruine beer scharrelt bij een rivier, gadegeslagen door twee fotografenDe beer zoals we hem kennen: in de natuur. Stel je voor dat dit roofdier de stad bezoekt? Foto: Shutterstock / Evgeniia Ozerkina

Zoogdieren en vogels

Als gevolg van natuurbeschermende maatregelen, het steeds meer vrijkomen van landbouwgrond en grote veranderingen op sociaal, cultureel en economisch vlak, stijgt in Europa het aantal soorten zoogdieren en vogels sterk. Zij betrekken nieuwe territoria. De goudjakhals wandelt over de Veluwe, de wolf snuffelt aan onze landsgrenzen en monomaan grazende nijlganzen bevolken onze weidelanden en stadsparken. Tokarski: ‘Milieubeschermers én het grote publiek zijn er blij mee. Het is een zeldzaam voorbeeld van een succesverhaal op milieugebied, die een mogelijkheid biedt om ons opnieuw te verbinden met natuur. Een nieuwe vorm van samenleven met het dierenrijk staat open, die minder destructief is dan in voorgaande eeuwen.’

Alles goed en wel: de hongerige wolf en vraatzuchtige nijlgans blijken geen gemakkelijke buren. Wilde dieren veroorzaken schade of vormen een bedreiging voor het gedomesticeerde schaap of de scharrelkip, simpelweg doordat ze leven binnen onze infrastructuur en die in hun voordeel gebruiken. Materieel verlies of de dreiging van schade leidt tot onrust, angst en woede. Materiële schade komt lang niet altijd voor maar heeft vooral verontrustende symbolische connotaties. Al deze problematische aspecten van de natuur vat Tokarski met enige zwier samen onder de noemer ‘ecologisch ongemak’.

‘Om met dit ongemak om te gaan,’ aldus Tokarski, ‘is een cultuur nodig waarin we denken over de natuur in termen van samenleven, ook al is deze ontwrichtend en destructief. Vanwege de negatieve gevolgen van de terugkeer van wilde dieren – en de normatieve ideeën over hoe we hierop kunnen reageren –  moeten we aandacht besteden aan ethische vraagstukken. Alleen op deze manier kan er een cultuurverandering plaatsvinden.’

Een nieuwe vorm van samenleven met het dierenrijk staat open, die minder destructief is dan in voorgaande eeuwen

Wist u dat? Gedragingen hebben interpretatie nodig – en zullen altijd aan interpretaties onderhevig zijn.

Boer en wandelaar

De hermeneutische benadering, aldus de filosofie, vertelt ons dat onze betrokkenheid tot de wereld beïnvloed is door onze interpretatie. Confrontaties met ‘storende’ gedragingen van een wild dier zijn nooit vanzelfsprekend onbehaaglijk – omdat ze geen vaste betekenis hebben. Gedragingen hebben interpretatie nodig – en zullen altijd aan interpretaties onderhevig zijn. Tokarski: ‘Een deel hiervan is zó ingesleten dat we ze niet eens als zodanig herkennen; dit is simpelweg hoe de wereld aan ons verschijnt en we nemen deze verschijning voor lief. Ik besef dat het de boer die zijn kippenhok leeg gevreten ziet een zorg zal zijn, of de wandelaar die plots oog in oog staat met Bruintje Beer. Maar toch. Ook in deze evidente gevallen vormen boer en wandelaar een indruk van een gebeurtenis – die altijd op verschillende manieren begrepen kan worden, vanuit verschillende invalshoeken.’

Wolf kijkt tussen struikgewasWolf (Canis lupus lupus) op de terugweg naar West-Europa. Foto: Miha Krofel

Tussen de regels lijkt Tokarski een beetje te gniffelen als hij uitgerekend een muis als voorbeeld opvoert van een ‘wild dier’ dat een plaats opeist in een woonhuis, wat in de bewoner van het huis allerlei bespiegelingen oproept rondom de symbolische kracht van naamgeving, huisvesting en troost, gemeenschapsgevoel, onvrede en oneerbiedigheid voor de ‘wildheid’ van muizen.

Tokarski concludeert uiteindelijk dat mensen wel degelijk in staat zijn nauw samen te leven met zeer ontwrichtend en bedreigend wild. ‘Zo’n leven moeten we niet in hedonistische termen omschrijven - zo'n leven is zeker niet alleen maar aangenaam of plezierig, maar het kan rijk en de moeite waard zijn. Daarnaast moeten we niet in binaire termen over de natuur denken: goed en slecht, wenselijk en ongewenst, positief en negatief. Terugkeer van wilde dieren biedt een zinvolle context voor ons: meer mogelijkheden om een ​​waardevol leven te leiden en een verrijking voor onze relatie met de natuur.’

Meer informatie

M.A. (Mateusz) Tokarski (1985) verdedigt zijn proefschrift ‘Wild at home. The ethics of living with discomforting wildlife’ op maandag 18 september aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij werkte met NWO-financiering uit de Vernieuwingsimpuls (Vidi). Promotores zijn prof. dr. H.A.E. (Hub) Zwart en prof. dr. F.W.J. (Jozef) Keulartz, copromotor is dr. M.A.M. (Martin) Drenthen.