De mailboot als microversie van het koloniale leven

Case

De mailboot als microversie van het koloniale leven

De zeeschepen die tussen 1850 en 1940 voeren tussen Nederland en Indië vormden een kolonie in het klein. De verhoudingen tussen witte nieuwkomers, ervaren reizigers en inheems (scheeps)personeel stonden in de varende notendop vaak op scherp. Coen van ’t Veer schetst aan de hand van over de zeereis geschreven fictie een levendig beeld van de koloniale identiteit. Die bewoog mee op de golven van het politieke tij.

Coen van 't VeerCoen van 't Veer

Nieuwkomers hadden vaak nauwelijks een idee van wat hen te wachten stond, maar voor “oudgasten” was de reis routine. Zodra het schip het Suezkanaal door was, kwam de hagelwitte tropenkleding uit de scheepskoffer en werd de eerste rijsttafel geserveerd. ‘Het Suezkanaal fungeerde als een soort geboortekanaal’, vertelt Van ’t Veer (51) op de Schiedamse school waar hij Nederlandse doceert. ‘Erboven golden Europese verhoudingen, eronder koloniale. Een witte nieuweling kwam er aan de andere kant als koloniaal in spe uit.’

Emotionele taferelen

In zijn proefschrift “Kolonie op Drift. De representatie en constructie van koloniale identiteit in fictie over de zeereis (1850-1940)” laat Van ‘t Veer zien dat het leven aan boord een “microkolonie” was. Het was natuurlijk een rare situatie: een paar honderd mensen die gedurende weken tot maanden letterlijk met elkaar opgescheept zaten in een krappe ruimte. Wat ze deden aan boord? Niet veel. Na de eerste opwinding van het vertrek begonnen de opvarenden zich meestal stierlijk te vervelen. En dan richtte de aandacht zich al gauw op de medereiziger. ‘Je ziet ruzies en complotten ontstaan, maar ook onlogische verliefdheden. Vrouwen die “met de handschoen getrouwd waren” – waarbij de handschoen de huwelijkspartner in het verre Indië representeerde – vielen aan boord soms pardoes voor een planter.’ Districtsambtenaren, militairen, gouvernantes, vrijwel iedereen deed mee aan de vaak emotionele taferelen aan boord. Leuk voor een verhaal, moeten veel schrijvers hebben gedacht.

Varend schip van bovenaf gezien

Ongeschreven regels

Leverde dat hoogstaande literatuur op? Lang niet altijd. Maar de teksten geven wel boeiende facetten prijs van het koloniale leven. In boeken en verhalen ontdekte Van ’t Veer ook de ongeschreven regels van het koloniale leven. Wie niet in de pas liep in de microkosmos van het scheepsleven, had weinig kans in het echte leven in de kolonie te slagen. Sterker, sommigen haalden Indië niet eens. Van ’t Veer lepelt het voorbeeld op van een Zweedse baron die aan boord gokschulden maakt en liaisons aanknoopt met de verkeerde vrouwen. ‘Hij springt uiteindelijk uit wanhoop overboord. Wie zich niet aan de codes hield, werd uit de gemeenschap gestoten.’

Niche

Van ’t Veer verdiept zich al een kwart eeuw in de niche van de koloniale literatuur – zelfs zijn afstudeerscriptie was al aan de overtocht gewijd. De NWO-Promotiebeurs voor Leraren stelde hem in staat die oude passie verder uit te diepen en zelfs op reis te gaan. Zijn interesse begon ooit met het lezen van werk van auteurs zoals F. Springer, Hella Haasse en Eduard du Perron, maar strekte zich al snel uit naar obscure pennenvruchten van onbekende landgenoten. Wie had er bijvoorbeeld ooit gehoord van “Zoutwaterliefde” (1929) van Melis Stoke? Van ’t Veer bezorgde in 2006 een nieuwe druk van dit pareltje over een zeereis naar Indië.

Het superioriteitsdenken van toen zie je nog steeds in onze samenleving terug.
- Coen van 't Veer

Overeenkomst bij alle 43 geselecteerde werkjes die hij uit archieven, boekwinkeltjes en uitdragerijen opdiepte, is dat de auteur ooit belandde aan boord van een mailboot én daarover schreef. De schepen vervoerden post en passagiers tussen Nederland en zijn koloniën. In de eerste periode (1850-1895) ging het vooral om zeilschepen die via Kaap de Goede Hoop naar Nederlands-Indië voeren. “Conservatieve Europeanen” bleven ook na de opening van het Suezkanaal (1869) gebruik maken van deze route, constateert Van ’t Veer. “Moderne kolonialen” kozen juist graag voor een snel stoomschip via Egypte. De opkomst van deze nieuwe groep had deels te maken met de afschaffing van het cultuurstelsel (1870) en invoering van de Suikerwet. Particulieren konden vanaf dat moment makkelijker een bedrijf vestigen in Nederlands-Indië.

Wist u dat? Gaandeweg gaat de mailboot steeds meer lijken op de “Love Boat”. Met luxe, drank, gokken en erotiek aan boord.

Verschillende mensen lopen van de loopplank de boot af

Love Boat

Het is de opmaat naar een kentering. Gaandeweg gaat de mailboot steeds meer lijken op de “Love Boat”. Met luxe, drank, gokken en erotiek aan boord. Mogelijk heeft de omslag die Van ’t Veer vanaf 1895 ziet in het koloniale denken daar mee te maken. De kleurschakering van voor die tijd – witte westerlingen, Indo-Europeanen en inheems personeel die zich in hetzelfde schuitje weten – verdwijnt. De lijnen tussen de verschillende bevolkingsgroepen worden hard. ‘Het idee komt rond die tijd op dat witte mensen een beschavingsmissie hebben in de koloniën’, constateert Van ’t Veer. ‘Puur het land zien als een wingewest, zoals voorheen, kon niet meer, mede door boeken als de Max Havelaar. Het bestaan als koloniaal en de drang om inheemsen te overheersen werd omstreeks de eeuwwisseling gerechtvaardigd onder de vlag van het “opheffen” van de inheemse bevolking naar een “hoger” niveau. Daarin past geen gelijkwaardigheid.’

In zijn onderzoek constateert hij dat die koloniale ideologie actief wordt uitgevent in aan boord geschreven fictie. Van ‘t Veer: ‘Het superioriteitsdenken van toen zie je nog steeds in onze samenleving terug.’

Stand en status

Door elke tekst te onderwerpen aan dezelfde vragen, legt Van ‘t Veer de mechanismes achter het kolonialisme bloot. Er ontstaat bijvoorbeeld een helder beeld van stand en status in de koloniale gemeenschap. De verhalen zijn vrijwel altijd geschreven vanuit het perspectief van de witte, christelijke, heteroseksuele man. Inheemsen waren minderwaardig, afstand bewaren was vereist. Wee de witte man of vrouw die dat niet begreep. Doorbreken van de ongeschreven regels maakte iemand al gauw tot een outcast.

Een schrijnend voorbeeld is wat dat betreft het verhaal “Man en Aap”. Daarin komt een Nederlandse man van Franse afkomst voor die op een verre buitenpost volledig “verindischt” is. Delabar spreekt Alfoers (een Indonesische taal), loopt blootsvoets rond en snapt niets meer van Europese gewoontes. Op een schip naar Nederland ondervindt hij de consequenties. ‘De witte opvarenden steken de draak met hem, de enige vriend die hij maakt is een Alfoerse aap, bestemd voor Artis. Die aap is een onhandelbaar beest, een baarlijke duivel, maar Delabar weet hem tot rust te brengen en haalt hem tijdens een zware storm zelfs met gevaar voor eigen leven uit de mast na een uitbraak. Uiteindelijk beseft hij dat hij niets meer heeft met zijn Europese medemensen. Hij springt ter hoogte van de Azoren met de aap in zijn armen overboord. Om kippenvel van te krijgen!’

Meer informatie

Coen van ’t Veer, Universiteit Leiden, Faculteit der Geesteswetenschappen, Leiden University Centre for the Arts in Society (LUCAS)
Laureaat Promotiebeurs voor leraren
Promotie: 18 februari

Kolonie op drift. De representatie en constructie van koloniale identiteit in fictie over de zeereis (1850-1940) is verkrijgbaar in de boekhandel.

Van ’t Veer publiceerde samen met Gerard Termorshuizen ook een biografie over Dominique Berretty, ooit de rijkste man van Nederlands-Indië.

Tekst: Edo Beerda

Meer informatie over het cultuurstelsel en de Suikerwet.

Coen van ’t Veer is bereikbaar op c.b.van.t.veer@hum.leidenuniv.nl.