De Hollandsche Schouwburg als lieu de mémoire

Case

De Hollandsche Schouwburg als lieu de mémoire

Nationale herinnering nieuwe bron voor historisch onderzoek

Hoe ontwikkelt zich onze omgang met een schandvlek in de nationale herinnering? En wat vertelt onze veranderende herdenkingscultuur ons over onszelf en onze geschiedenis?

Herinneringen zijn onderhevig aan voortdurende verandering in interpretatie en betekenis. Niets weerspiegelt dit beter dan de manier waarop een land omgaat met plaatsen die herinneren aan pijnlijke momenten uit zijn geschiedenis. Wat bij het herdenken van de Tweede Wereldoorlog 'done' en ‘not-done’ is, verschuift met de tijd. De ‘toon’ van herdenkingsceremonies wordt anders, de vormgeving van beelden, de media-aandacht, het subsidiebeleid, de afstemming van onderwijsprogramma’s. Dat alles bepaalt onze nationale herinneringscultuur. Voor geesteswetenschappers biedt de aaneenschakeling van discussies waardevolle bronnen van informatie om de dynamiek van een cultuur tot leven te brengen.

Plek van herinnering

Illustratief voor de veranderende omgang met het erfgoed van de oorlog is de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam. Via dit theater werden in de Tweede Wereldoorlog meer dan 45 duizend joden weggevoerd met eindbestemming Auschwitz of een ander vernietigingskamp. UvA-wetenschapper David Duindam doet promotieonderzoek naar de Hollandsche Schouwburg als lieu de mémoire. Dit onderzoek maakt deel uit van de NWO-onderzoekslijn Dynamiek van de herinnering.

De Hollandsche Schouwburg na de tweede wereldoorlog

 

Hollandsche Schouwburg

Direct na de bevrijding was er voor de overlevenden van de concentratie- en vernietigingskampen, noch voor de overledenen, specifieke aandacht. Tegen deze achtergrond speelde de vraag wat er na de Tweede Wereldoorlog met de Hollandsche Schouwburg moest gebeuren. Nadat de bezetter Amsterdam in 1944 ‘judenfrei’ had verklaard, was het gebouw verkocht. De nieuwe eigenaars baatten het theater in de jaren daarna uit onder de naam Piccadilly. Leden uit de joodse gemeenschap vormden een comité om het pand terug te kopen. Met benefietavonden werd twee ton opgehaald. De uitbater vroeg zich openlijk af waarom de Hollandsche Schouwburg zou moeten sluiten. Ook in theater Tuschinski waren immers christenen mishandeld, moest dat dan soms niet dicht? Hij suggereerde dat het comité zijn werkzaamheden beter kon staken. ‘Indien er hiervoor geen interesse bij het Volk is, moet U Uw wil niet verder aan het Volk opdwingen, dit is niet Democratisch en ruikt naar Dictatuur.’

Een anonieme weldoener stortte de laatste ƒl 100.000,- en de verkoop kon doorgaan. Maar ook in bezit van de gemeente Amsterdam, bleef onduidelijk wat er met het gebouw moest gebeuren. Vele voorstellen passeerden de revue. Een joods cultureel centrum, een gedenksteen, een bibliotheek. Er werd zelfs geopperd om het hele gebouw af te breken, de grond te verkopen en de opbrengst ten goede te laten komen aan de bouw van een museum rond het Anne Frankhuis.

 

Behoud van het voorgebouw

Ondertussen was het vooral zaak het theater voor instorten te behoeden; aan onderhoud was al die jaren niets gedaan. En ook dit was aanleiding voor discussie, zeker toen de suggestie werd gewekt dat renovatie van de schouwburg ten koste zou gaan van het onderhoud aan de net aangekochte synagoge. Zou herstel van het joods cultureel erfgoed niet van meer respect getuigen voor de joodse gemeenschap?

De gemeente stelde voor om de theaterzaal af te breken en een herdenkingsplaats in te richten, met behoud van het voorgebouw en de gevel. ‘Men houdt toch ook geen gaskamer in stand?’, aldus de wethouder. Na een emotionele zitting stemde de gemeenteraad met het voorstel in. Op 5 mei 1962, bijna twintig jaar na de bevrijding, onthulde burgemeester Van Hall de herdenkingsplaats ter nagedachtenis aan de joodse slachtoffers die vanuit de schouwburg hun dood tegemoet waren gegaan.

Keerpunt in de Nederlandse herdenkingscultuur

De onthulling van de Hollandsche Schouwburg markeert een keerpunt in de Nederlandse herdenkingscultuur, volgens Duindam. ‘Sinds de jaren zeventig draaien herdenkingen en tentoonstellingen steeds meer om een erkenning van het slachtofferschap van de joden. We zien sinds die tijd ook een sterke groei van het aantal oorlogsmusea en de musealisering van voormalige concentratiekampen.’

Volgens Frank van Vree, initiator van Dynamiek van de herinnering en promotor van Duindam, is de nog altijd toenemende aandacht voor het oorlogserfgoed te beschouwen als een natuurlijke behoefte aan ‘protheses’: culturele producten en praktijken (monumenten, musea, rituelen, romans) die ons helpen de herinneringen in stand te houden.

In de Hollandsche Schouwburg zijn sinds 1993 een museale collectie en een namenwand toegevoegd. ‘Het onderscheid tussen musea als centra voor educatie of esthetische ervaring, en een monument als fysiek punt van herdenking, vervaagt’, verklaart Duindam. ‘De combinatie van een ruimte waar zich iets verschrikkelijks heeft afgespeeld, en de betekenisgeving door middel van namen en historische foto’s, krachtiger kun je de boodschap niet overbrengen. De evocatieve kracht van zo’n plek is niet te evenaren in een willekeurig klaslokaal.’

 

David Duindam doet promotieonderzoek naar de geschiedenis van de herinneringscultuur rond de Hollandsche Schouwburg. Hij is met Frank van Vree en Hetty Berg tevens redacteur en co-auteur van de publieksbundel De Hollandsche Schouwburg. TheaterDeportatieplaatsPlek van herinnering, Amsterdam University Press 2013. Het onderzoek van Duindam valt binnen de NWO-onderzoekslijn Dynamiek van de herinnering, die deel uitmaakt van het NWO-programma Culturele dynamiek. Initiators van de onderzoekslijn Dynamiek van de herinnering zijn Frank van Vree en Rob van der Laarse; Van Vree is tevens de promotor van David Duindam.

Gerelateerd programma