Context is nieuw, gedachtegoed gaat ver terug

Case

Context is nieuw, gedachtegoed gaat ver terug

Willem-Alexander na MH17 vergelijkbaar met Lodewijk Napoleon na kruitramp

Bij een onderzoeker die zich bezighoudt met ‘Nederlandse identiteitsvorming’ móet toch het antwoord te vinden zijn op de vraag: wat is er met ons land aan de hand? We buitelen tegenwoordig in de Delta aan de Noordzee over elkaar heen in de race naar ‘het gelijk’, slaan elkaar op allerlei platforms om de oren met gespierde meningen, vooroordelen en aannames, terwijl we ook nog eens haarfijn menen te weten wie wel Nederlander mag zijn en wie niet… Waarom en waar komt het vandaan? Lotte Jensen, geef alsjeblieft het antwoord!

Lotte JensenLotte Jensen. Foto: Thomas Tolstrup

‘Ach,’ sust hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis Lotte Jensen, ‘dat is niet nieuw, hoor. Zo gaat het al eeuwenlang in Nederland. (En niet alleen dáár trouwens.) In de zeventiende eeuw stonden de Orangisten en staatsgezinden elkaar naar het leven, oftewel de voorstanders van de stadhouders uit het huis van Oranje tegenover de republikeinen. Ten tijde van de Franse revolutie stonden de Oranjeklanten weer lijnrecht tegenover de patriotten. Ik geef wel toe: het is de laatste jaren een politiek brisant onderwerp geworden. Waar we ons altijd druk over maken rondom in- en uitsluiting – wie hoort erbij, wie hoort er niet bij – is nu sterk religieus getint. Wij tegen zij. De bestaande bevolking tegenover de Islamitische migrant.’

De landing van Willem Frederik geschilderd door Nicolaas Lodewijk Penning, naar Reinier Vinkeles en een tekening van Jan Willem Pieneman. Zeilboten voor het strand van Scheveningen.De landing van Willem Frederik geschilderd door Nicolaas Lodewijk Penning, naar Reinier Vinkeles en een tekening van Jan Willem Pieneman. Bron: Wiki Commons

Engelsen mores leren

Lotte Jensen is pas sinds enkele weken hoogleraar aan de Radboud Universiteit. De bloemen in knalkleuren met de felicitatiekaartjes staan nog op tafel, in contrast met wat het uitzicht over het Nijmeegse heuvellandschap aan tinten biedt: geel verbleekt tot roestbruin gebladerte aan de bomen. Aan de muur hangen veelzeggende schoolplaten van J.B. Wolters uit Groningen die we uit onze basisschooltijd nog zo goed kennen: de Tocht naar Chatham (1667), waarop heroïsch roeiende mariniers op weg zijn de Engelsen in het hol van de leeuw mores te leren; de landing (1813) van de latere koning Willem I op het strand van Scheveningen, met in de ogen van de man een onmiskenbaar afwezige blik; en dan diens dappere zoon, de Prins van Oranje, aan het hoofd der troepen tijdens de vijandelijkheden bij Quatre-Bras (1815)… 

Jensen: ‘Vormt allemaal onderdeel van de standaardingrediënten sinds het einde van de Tachtigjarige Oorlog in 1648. Het hoort bij heldendom. Bij bejubeling van de Gouden Eeuw. Borstklopperij omtrent de Nederlandse handelsgeest. Standbeelden waaruit nationale roem moet blijken. Maar de vorming van nationale identiteit gaat altijd gepaard met uitsluiting: als iedereen mee kan doen, wat blijft er dan van die identiteit over, zo denken velen. Maar wat nu als helden schurken worden? Meer en meer vat het besef post dat een en ander veel genuanceerder ligt dan je gewend bent te denken.’

Over in- en uitsluiting gesproken: Lotte Jensen zelf, zo doet de naam misschien al vermoeden, is een geboren Deense. Weliswaar vanaf haar eerste levensjaar woonachtig in Nederland maar door haar Deense ouders verder tweetalig opgevoed. ‘Hoewel ik me hier volledig geïntegreerd voel en niemand ook maar een spoor van een accent in mijn Nederlands taalgebruik kan bespeuren – op een hapering bij een uitdrukking of gezegde na – kan ik in mijn werk veelal tóch het perspectief van de buitenstaanders innemen. Je kunt iets makkelijker stellige uitspraken doen.’

Nationale rampen

Van het Vidi-project van Jensen ‘Proud to be Dutch’, waarin de Nederlandse identiteitsvorming tussen 1648 en 1815 in relatie tot oorlog en vrede centraal stond, was het publieksboek Vieren van Vrede onderdeel van de afsluiting. Op 1 september is zij met een team onderzoekers aan haar Vici-project ‘Dealing with Disasters. The Shaping of Local and National Identities in the Netherlands, 1421-1890’ begonnen. Van oorlog en vrede naar nationale rampen dus! Nou, hoewel de tijdsspanne eindigt bij het eind van de negentiende eeuw, weten we over ‘nationale rampen’ en het collectieve en openlijke rouwen – bloemen, knuffels, waxinelichtjes, stille tochten, petities – ook een deuntje mee te blazen. Zou de toegenomen individualisering er een rol in spelen; de behoefte om bij schokkende gebeurtenissen bij elkaar te kruipen en in het openbaar luidkeels te lamenteren?

Individualisering is zo sterk dat bij een ramp extra krachtige gemeenschapszin ontstaat - Lotte Jensen

Jensen: ‘Geen gekke gedachte. Vroeger zocht men, overdekt en afgesloten, bij rampen steun bij de dominee en meneer pastoor in de kerk. Door de secularisatie is die paraplu weggevallen, de kanalisering is weg. Nu zoekt men steun bij elkaar. Individualisering is kennelijk zo sterk dat bij een ramp extra krachtige gemeenschapszin ontstaat. De Bijlmerramp in 1992 en het neerhalen van vlucht MH-17 zijn in het collectief geheugen geëtste voorbeelden van rampen. Kijk eens hoe de koninklijke familie daar haar medeleven toonde: we vergeten Beatrix niet, geheel ontdaan in de puinhoop van de Bijlmer. Willem-Alexander en Máxima manifesteerden zich ook prima rondom die andere vliegramp. Ze deden dat net zo goed als Lodewijk Napoleon…’

Wist u dat? Lodewijk Napoleon spoedt zich na rampen naar de plaats des onheils om steun en medeleven te betonen. Hij zet zijn paleis open voor slachtoffers, deelt geld uit.

Lodewijk Napoleon?! ‘Jazeker. In 1807 speelde zich de buskruitramp in Leiden af, in 1808 stonden na een overstroming grote delen van Zeeland onder water en in 1809 na een soortgelijke watervloed grote delen van Gelderland. Lodewijk Napoleon, de broer van Bonaparte die toen op de troon zat, spoedde zich telkens naar de plaats des onheils om steun en medeleven te betonen. Hij reist bijvoorbeeld spoorslags naar Leiden af, zet zijn paleis open voor slachtoffers, deelt geld uit voor leniging van de hoogste nood. Hij is een voorbeeld voor de latere Oranjes onder soortgelijke omstandigheden.’

Lijst met desastreuze gebeurtenissen

Lotte Jensen heeft, naast de voorbeelden uit het eerste decennium van de negentiende eeuw, inmiddels een kolossale lijst met desastreuze gebeurtenissen van lokale en nationale omvang. Branden. Overstromingen. Pestuitbraken. Aardbevingen. Ontploffingen. Een lange, doorlopende lijst van misère, vanaf de Sint Elisabethsvloed van 19 november 1421. ‘Hoe je die rampen als volk verwerkt zegt iets over de weerbaarheid. De rol van de media is hierin ook belangrijk. Het is berichtgeving die de gemeenschapszin bevordert en sturend is. Je ziet eeuw na eeuw dezelfde illustraties passeren, als stereotypen: huilende kinderen, een ronddrijvend mandje met een baby erin, een hulpeloos gezin op het dak van hun huis. Heel opmerkelijk. Onze ‘nationale deugd’ lijkt dan ook charitas. Beurzen open, dijken dicht! Die houding… ‘

Jensen geeft het grif toe: voor kleine vakgebieden als historische Nederlandse letterkunde is een Vidi- of Vici-beurs ‘een zegen’. ‘Zo’n beurs geeft je vleugels. Zonder dat geld waren we nergens. We zijn verdubbeld dankzij de Vernieuwingsimpuls! En het allerleukste van onderzoek doen? In een archief stuiten op nog niet ontdekte of domweg vergeten geschiedenis. Ik vond in de Koninklijke Bibliotheek bij stom toeval een vroeg 19e-eeuws belastingformulier, dat door belastinginspecteur Cornelius van Marle achterop was ‘verfraaid’ met een opruiend gedichtje tegen Napoleon. Hij moest zeker stoom afblazen! Omdat ik in een opwelling besloot het formulier om te draaien struikelde ik erover. Als je dan in de geschiedenis van die Van Marle duikt, zie je dat hij inderdaad op water en brood is gezet wegens zijn anti-Franse houding. Een dappere daad, dat gedichtje.’

Kortom, er is met ons land niet zo gek veel aan de hand, aldus Jensen. Wat we meemaken is niet nieuw, zegt ze. De context en actualiteit mag dan nieuw zijn, veel van wat wij nu denken heeft diepe wortels in de geschiedenis.

Meer informatie

Lotte Jensen (1972) is hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Faculteit der Letteren, Nederlandse taal en cultuur. Zij ontving van NWO Vidi- en Vici-financiering uit de Vernieuwingsimpuls, naast Aspasia-financiering. Zij verricht momenteel onderzoek naar de Nederlandse cultuurgeschiedenis (1600-1900), met speciale aandacht voor nationale identiteitsvorming en nationalisme.