Bronzen emmer met ‘gouden’ inhoud

Case

Bronzen emmer met ‘gouden’ inhoud

Het Vorstengraf te Oss stuurt generaties archeologen op ontdekkingsreis

Je zou er zó voorbijlopen. Een vitrine met daarin een bronzen pot van een halve meter hoog. Een kromgebogen zwaard. Een paar stukjes hout. Wat ondefinieerbare stukken metaal. Dat was het? Niets ervan! Over deze ontdekking, in 1933 in de Brabantse klei aangetroffen en nu tentoongesteld in het Rijksmuseum van Oudheden – heeft zich inmiddels de vierde generatie archeoloog gebogen. Sterker, Sasja van der Vaart-Verschoof heeft zich er compleet in vastgebeten en promoveert er donderdag 14 december op.

Inhoud van het Vorstengraf van Oss. Foto: P.J. Bomhof, RMOInhoud van het Vorstengraf van Oss. Foto: P.J. Bomhof, RMO

Het gaat hier om de spectaculaire vondst van het zogenoemde Vorstengraf te Oss, nu meer dan tachtig jaar geleden. Dat zijn de restanten van het begrafenisritueel van een reus van een kerel, die toentertijd (800 tot 600 voor Christus) een plaatselijke heerser geweest moet zijn. Van wat er in de bij toeval opgediepte bronzen emmer zat gaat het hart van menige archeoloog terstond harder bonzen – er zijn vele publicaties aan gewijd, aan welke hoeveelheid door Sasja twee dikke boeken zijn toegevoegd: Fragmenting the Chieftain. A practice-based study of Early Iron Age Hallstatt C elite burials in the Low Countries, de handelseditie van Van der Vaart-Verschoof’s proefschrift en de uitgebreide catalogus Late Bronze and Early Iron Age elite burials in the Low Countries. Het onderzoek behelst niet alleen dít specifieke graf. Het speelt er evenwel een prominente rol in.

Resten van een crematie

Dus de eenvoudige veronderstelling dat een bezoeker van het RMO aan het Leidse Rapenburg aan de vitrine met inhoud voorbij zou lopen is anathema voor Sasja van der Vaart-Verschoof: ‘Ik loop er nooit voorbij. Ik loop er voor om. Zelfs al heb ik in het museum niets te zoeken, ga ik tóch even naar de grafrestanten kijken.’

Glazen kist in grote ruimte in het RMOVitrine: je zou er zo voorbijlopen…

Wat maakt de inhoud van de begraafplaats van de overleden chieftain uit de omgeving van het Noord-Brabantse Oss zo interessant dat archeologen er niet op uitgekeken raken? Kort door de bocht gezegd: in de bronzen situla (emmer) vond men resten van een crematie, naast giften van een rijk versierd zwaard, een houten schaal, stof, werktuigen, kledingspelden, jukonderdelen en stukken paardentuig. Die laatste stukken, evenals het sierzwaard, zijn geïmporteerd uit Midden-Europa.

Er was kennelijk intensief en direct contact tussen bewoners van de Noordwest-Europese delta – als enige! – en de fascinerende cultuur die tezelfdertijd in Zuid-Duitsland en Oostenrijk hoogtij vierde. Die werd gekenmerkt door rijke begravingen in grote houten grafkamers, waarin archeologen diezelfde objecten – dus bronzen vaatwerk, wapens, wagen en paardentuig – aantroffen. Die ‘Hallstatt-cultuur’ onderhield regelmatige contacten met andere gebieden, maar alleen in Nederland en België lijkt dit op direct contact, over een heel lange afstand. Er is immers niks vergelijkbaars tussen deze gebieden in gevonden. Hoe was dát toch mogelijk? Helaas een nog goeddeels onbegrepen raadsel.

Wist u dat? De ‘verbeende’ botresten van de overledene suggereren een persoon van standing die een eiwitrijk dieet nuttigde.

Onherkenbare frummeltjes

Sasja van der Vaart-Verschoof: ‘De botresten van de overledene laten ‘verbening’ van de wervels zien, een kwaal die geassocieerd wordt met personen van standing die een eiwitrijk dieet nuttigen. De luxe van de giften en de aanwezigheid van het bronzen vaatwerk, het zwaard en het paardentuig wijzen op het graf van een vorst. Het met goud ingelegde zwaard was oorspronkelijk verpakt in een kleed. Een dergelijke rijke vondst is zo’n zeldzaamheid in ons land, dat we het kunnen blíjven onderzoeken, telkens met nieuw ontwikkelde technieken.’

Sasja van der Vaart-Verschoof heeft jarenlang rondleidingen gegeven in het RMO en wikkelt met zo’n aanstekelijke bedrevenheid haar kennis over de tentoongestelde schatten af, dat je er vanzelf enthousiast van wordt. Een half uur met haar door het RMO wandelen en je kijkt met dezelfde verlekkerde gretigheid naar wat je eerst als onherkenbare frummeltjes passeerde. ‘Archeologie leeft bij iedereen: mensen vinden het leuk om mijn verhaal aan te horen. Niet iedereen vindt het verhaal van een ICT-man interessant, toch?’

Man, vrouw en baby kijken naar een vitrine met het kromme zwaardSasja en Wouter Verschoof-van der Vaart met dochter Leena op de Nationale Archeologiedagen in Oss in 2016 met het zwaard uit het Vorstengraf van Oss

Hoe is Sasja zo gefascineerd geraakt? ‘Ik ben zo bezeten van archeologie dat ik zelfs met een vakgenoot getrouwd ben,’ schaterlacht ze. ‘Hij begint overigens nét aan z’n promotietraject terwijl ik het afrond, grappig toeval. Ik was als tiener op vakantie in Boyne Valley, Ierland, en bezocht de prehistorische grafheuvel in Newgrange, die ouder is dan de piramides van Giza en Stonehenge. Zonsopkomst tijdens de kortste dag was een magisch moment, het licht dat ingenieus dwars door de tunnel in die immense heuvel schijnt… 5200 jaar geleden gebouwd door mensen zonder theoretische kennis van wiskunde, bouwkunde of sterrenkunde. Ik was volstrekt gegrepen.’

Geheimzinnige wijnemmer

Inmiddels is Sasja zover dat de conservator Nederlandse prehistorie van het RMO Luc Amkreutz grootmoedig toegeeft dat zij veel meer van die geheimzinnige bronzen wijnemmer en zijn inhoud afweet dan hij. Die situla in kwestie – overigens helemaal ‘als nieuw’ gerestaureerd – stamt naar alle waarschijnlijkheid uit het westelijke Alpengebied. Dankzij intensief onderzoek geeft de vijftig centimeter hoge emmer steeds meer geheimen prijs, óók van zijn inhoud.

Zelfs al heb ik in het museum niets te zoeken, ga ik tóch even naar die vitrine
- Sasja van der Vaart-Verschoof

Het gebogen zwaard – anders paste het er niet in – in de bronzen emmer was het pronkstuk. Het wapen is circa 115 cm lang en moet een sierzwaard geweest zijn. De kling is uitzonderlijk lang en het gevest is versierd met bliksemschichten in bladgoud. Gesmeed in Zuid-Duitsland of Oostenrijk was zo’n zwaard – ‘type Mindelheim’,  een plaats in Zuidwest Beieren – door zijn weelderige uitvoering en decoratieve functie een belangrijk en kostbaar stuk. Een waarlijk vorstelijk attribuut.

Van der Vaart-Verschoof: ‘Toen de eerste onderzoekers in de emmer enkele brokken roest aantroffen die ze niet konden thuisbrengen, zijn ze er wijselijk en zeer gelukkig voor ons van afgebleven. Ze hebben ze goed gedocumenteerd en veilig opgeborgen. Veel later hebben we met moderne technieken de stukken metaal kunnen herleiden tot paardentuig. Kortom, rijk gedecoreerd zwaard, paardenbezitter, wijnemmer, enkele haarspelden, acht verschillende soorten stof en weefsel, waarschijnlijk in lappen ingepakt voedsel… Hier was koninklijke elite te grave gedragen.’

Reconstructie van de grafurnReconstructie van de grafurn van de Vorst van Oss, geschilderd door Raf Timmermans op aanwijzing van Sasja. Zo moeten de giften in hun oorspronkelijke staat er waarschijnlijk in zijn gestopt...

Hoe de leden uit de Hallstatt-cultuur en de ver weg gesitueerde ‘vroege Brabanders’ in contact kwamen en intensieve banden smeedden is nog goeddeels onduidelijk. Sasja van der Vaart-Verschoof blijft zich voorlopig nog wel het hoofd breken over dat geheim.

Meer informatie

Promotie op donderdag 14 december aan de Universiteit Leiden, met NWO-financiering uit het programma Promoties in de geesteswetenschappen. Promotores zijn prof. dr. D.R. (David) Fontijn en prof. dr. H. (Harry) Fokkens.

In de banner: Het pronkstuk: het kromme Mindelheim-zwaard uit het Vorstengraf van Oss. Foto: R.J. Looman, RMO