Bij de Joekagieren

Case

Bij de Joekagieren

Taalkundige Cecilia Odé leefde bij het oudste toendravolk van Noordoost-Siberië

In 2004 besloot taalwetenschapper Cecilia Odé (Universiteit van Amsterdam) de unieke, uitstervende taal en de bijhorende gebruiken van de Siberische Joekagieren te redden voor het nageslacht. Ze diende een onderzoeksvoorstel in bij NWO. Dat kreeg een hoge beoordeling, maar er was niet genoeg geld. Ze probeerde het in 2008 nog eens en mocht op pad. Nu, tien jaar later, maakt ze de balans op met een fotoboek, een documentaire en een wetenschappelijk archief.

Het dorp Androesjkino ligt geïsoleerd in de toendra van Noordoost-Siberië. Er wonen ongeveer zevenhonderd Joekagieren van wie er nog zo'n zestig de taal beheersen. Afbeelding via Google Maps.Het dorp Androesjkino ligt geïsoleerd in de toendra van Noordoost-Siberië. Er wonen ongeveer zevenhonderd Joekagieren van wie er nog zo'n zestig de taal beheersen. Afbeelding via Google Maps.

Allereerst, wat heeft u gedaan nadat uw oorspronkelijke onderzoeksvoorstel in 2004 werd afgewezen?

"Ik heb subsidie aangevraagd en gekregen om een website te bouwen over Russische intonatie. Daar ben ik vooral mee bezig geweest tussen 2004 en 2007. En ik heb ook nog voor NWO in vijf talen een website met lespakket gebouwd over bedreigde talen."

Waarom is het eigenlijk erg als een taal ophoudt met bestaan?

"Ten eerste, als een taal ophoudt, gaan er culturele gebruiken verloren. Cultureel erfgoed dus. En ten tweede is er het wetenschappelijk belang. Daar is het Joekagier een goed voorbeeld van. Het is een uitzonderlijke taal met een bijzondere grammatica die niet direct in een taalfamilie te plaatsen is."

Wat gaat er bij de Joekagieren verloren aan cultureel erfgoed?

"De Joekagieren hebben bijvoorbeeld een heel bijzondere manier van zingen. Het is eigenlijk niet zingen, maar iets tussen zingen en spreken in. Ze gebruiken het bij het uiten van emoties rond ingrijpende gebeurtenissen. Ik vroeg bijvoorbeeld aan een weduwe van tachtig of ze iets over het leven van haar man kon vertellen. Dan gaat ze zingen. De zang heeft specifieke ritmes en intervallen. Dat hebben die andere talen in dat gebied niet. Ik heb ook een zangfragment op mijn website gezet."

Waarom past het Joekagier in geen enkele taalfamilie?

"Mark Schmalz, een promovendus van mij, heeft de grammatica van het Joekagier beschreven. En zelf heb ik me verdiept in de vertelkunst, de uitspraak en de intonatie. Bij het beschrijven van de grammatica ontdekten we dat het Joekagier wel een aantal verschijnselen gemeen heeft met andere talen in de regio, maar het heeft amper verwantschap."

Hoe zou dat komen?

"Ja, dat is een heel goede vraag. Dat weten we dus niet."

Cecilia Odé in een traditionele Joekagierenjas van rendierenbont. Credit: Anna Pomogaeva.Cecilia Odé in een traditionele Joekagierenjas van rendierenbont. Credit: Anna Pomogaeva.

Waren er bijvoorbeeld talen in de buurt die er wel op leken, maar al zijn uitgestorven?

"Dat denken we niet. Je moet je voorstellen dat de Joekagieren eeuwen geleden op een enorm uitgestrekt gebied in Siberië woonden. Ze zijn in de loop der eeuwen door oorlogen, honger en ziekte, gereduceerd tot bijna niks. Er zijn nu nog maar een stuk of zevenhonderd Joekagieren. De meesten wonen in en rond het dorp Androesjkino. Een klein deel leeft als herders van rendierkuddes in het uitgestrekte gebied eromheen. Er zijn nog maar zo'n zestig Joekagieren die de taal beheersen. Maar zelfs toen ze het uitgestrekte gebied bewoonden, hadden ze weinig contact met andere volkeren. We vermoeden dat er wat verwantschap met andere talen in de buurt is. Maar dat zouden ook zogeheten contactverschijnselen kunnen zijn. Daarbij nemen talen, sommige woorden en constructies van elkaar over."

Waarom bent u zo voorzichtig in uw uitspraken?

"Nou, het is heel moeilijk na te gaan. Het schrift is voor de Joekagieren pas in de jaren 1980 ontwikkeld. Er is van de Joekagieren uit het verleden niets bewaard gebleven. Daardoor kunnen we de taal niet reconstrueren zoals we dat bij andere talen wel kunnen doen."

Welke vraag hebben interviewers tot nu toe vergeten te stellen?

"Niemand vraagt eigenlijk hoe ik kon fotograferen en filmen in die ijskou zonder dat er condens in mijn camera kwam als ik weer naar binnen ging. De foto op het omslag van mijn boek heb ik genomen bij onder de min veertig."

Nou, daar komt ie dan: hoe heeft u daar weten te fotograferen en filmen?

"Ik had meerdere camera's. Ik had een geavanceerde buitencamera en een compacte binnencamera. Als ik buiten was, hield ik de binnencamera warm op mijn blote buik, onder mijn kleren. Als ik een tent van de herders in ging, liet ik de buitencamera dik ingepakt buiten staan."

Uiteindelijk moet u toch af en toe met uw buitencamera naar binnen?

"Ja, als we in het dorp met huizen terugkwamen, liet ik mijn buitencamera acclimatiseren. Ik liet hem eerst een uurtje buiten op de gang staan waar het meestal rond de nul graden was. Daarna haalde ik hem naar binnen in de gang waar het een graad of vijftien was. En dan twee uur later kon de camera helemaal naar binnen. En dan zette ik onmiddellijk alle foto's op mijn harde schijf."

Wist u dat? Cecilia Odé is elk seizoen bij de Joekagieren geweest en nam steeds fotoboeken en cd's met filmpjes voor ze mee terug die ze het jaar ervoor had opgenomen.

En de video's, had u ook een filmcamera op uw buik?

"Nee. Ik filmde eerst alles binnen. En daarna maakte ik de shots buiten. Dat vereist natuurlijk wel wat planning, want je kunt niet even terug naar binnen. Die video's zijn voor het onderzoek overigens essentieel. Daar staan de verhalen op die de mensen vertellen. Daar zie je hoe het huishouden gaat in hun tent."

Voorkant van het boek dat Cecilia Odé schreef over haar verblijf bij de Joekagieren. Odé nam deze foto bij een temperatuur onder de min veertig graden Celsius. Credit: Cecilia Odé.Voorkant van het boek dat Cecilia Odé schreef over haar verblijf bij de Joekagieren. Odé nam deze foto bij een temperatuur onder de min veertig graden Celsius. Credit: Cecilia Odé.

Heeft u de documentaire op YouTube ook zelf gefilmd?
"Nee, de documentaire is gefilmd door Paul Enkelaar. En de regisseur is Edwin Trommelen. Paul had wel een kleine binnencamera onder zijn kleren en een grote camera voor buiten op zijn schouder. Die grote camera zat in een gepolsterde tas met van die warmhoudzakjes die mensen met wintersport ook wel gebruiken in hun schoenen en handschoenen."

Hoe gaat het nu verder met het onderzoek?

"We hebben dus nu de grammatica beschreven, we hebben een documentaire, en we hebben bergen met wetenschappelijke geluidsopnamen en filmmateriaal. In Jakoetsk, op 1500 kilometer afstand van Androesjkino, bestuderen studenten de taal. En Dejan Matić, een collega van mij, die het voorwoord van mijn boek heeft geschreven, is hoogleraar geworden aan de universiteit van Münster in Duitsland. Hij krijgt mijn hele archief en gaat enkele promovendi aanstellen die zich onder andere in het Joekagier gaan verdiepen."

Ik doe het voor hen
- Cecilia Odé

Tot slot, waarom doet u al die moeite voor een kleine taal?
"Voor mij is het allerbelangrijkste van al mijn werk en publicaties dat er aandacht komt voor zo'n klein, bijzonder volk dat met uitsterven wordt bedreigd en over wie ze ook in Rusland vaak helemaal niets weten. Ik doe het voor hen, en stel hen daarmee ook als voorbeeld voor zovele andere kleine volkeren. Natuurlijk kunnen we niet verhinderen dat talen en culturen verdwijnen door de globalisatie, maar er zijn volkeren die nou eenmaal niet onopgemerkt mogen blijven."

Meer informatie