Baby Brein & Cognitie Netwerk

Case

Baby Brein & Cognitie Netwerk

Krachtenbundeling versterkt Nederlandse brein- en cognitieonderzoek

NWO bevordert de kwaliteit en vernieuwing van het wetenschappelijke onderzoek aan universiteiten en nationale onderzoeksinstituten. Een belangrijk aspect daarvan is het bevorderen van samenwerking; tussen onderzoekers, tussen disciplines, tussen universiteiten en kennisinstellingen onderling, tussen nationaal en internationaal onderzoek en tussen wetenschappers en belanghebbenden in de samenleving. Dat doet zij door partijen samen te brengen, zoals binnen het Baby, Brein & Cognitie Netwerk, een samenwerkingsverband dat door het NWO-onderdeel Nationaal Initiatief Hersenen en Cognitie wordt mogelijk gemaakt.

Wist u dat? Testresultaten uit babyonderzoek met de fNIRS classificeren is nog pionieren. Monnikenwerk voor onderzoekers die daarmee bezig zijn.

Het Baby, Brein & Cognitie Netwerk (BB&C) is in 2012 ontstaan vanuit de wens van een groep babyonderzoekers om kennis uit te wisselen en van elkaars onderzoek te leren. Een belangrijk aspect van de samenwerking bestaat intussen ook uit het vormen van een gemeenschappelijke onderzoeksagenda en het gezamenlijk schrijven van financieringsvoorstellen. Bij het netwerk zijn zes universiteiten met ‘babylabs’ aangesloten, te weten die van Nijmegen, Amsterdam, Rotterdam, Leiden, Utrecht en Tilburg.

Het Nationaal Initiatief Hersenen en Cognitie (NIHC) ondersteunt het samenwerkingsverband, financieel en organisatorisch, omdat het krachtenbundeling als essentieel beschouwt voor de ontwikkeling van het onderzoek. Zo stelt prof. dr. Leon Kenemans, voormalig wetenschappelijk directeur van het NIHC en initiator van het netwerk: 'BB&C is heel informeel ontstaan, maar mede dankzij de ondersteuning van het NIHC razendsnel gegroeid. Bedoeling was hoofdonderzoekers van de universiteiten bij elkaar te brengen en dat is gelukt. De krachtenbundeling versterkt het babyonderzoek, dat al van hoog niveau is in Nederland, in kwalitatieve zin.'

BB&C is informeel ontstaan, maar mede dankzij het NIHC razendsnel gegroeid...
- prof. dr. Leon Kenemans

De leden van het Baby, Brein & Cognitienetwerk komen tweemaal per jaar bijeen voor kennisuitwisseling. Eind april werd de bijeenkomst georganiseerd door Dr. Stephan Huijbregts, neuropsycholoog aan het Leiden Institute for Brain and Cognition (LIBC). Huijbregts: 'Wat op dit moment voorop staat is het standaardiseren van testresultaten die uit het babyonderzoek met de fNIRS komen. Een eenduidige manier om die data te classificeren staat nog in de kinderschoenen. Dat kun je echt beschouwen als pionieren. Monnikenwerk voor de onderzoekers die daarmee bezig zijn. Daarom is dit netwerk ook zo van betekenis: voor dataclassificatie zijn afspraken nodig.'

'Nog veel onbeantwoorde vragen' 

Dr. Sabine Hunnius, voorzitter van het BB&C en directeur van het Baby Research Center van de Radboud Universiteit, onderstreept de kwaliteit van het onderzoek. 'De afgelopen twintig jaar is de interesse voor en vooruitgang binnen het brein- en cognitieonderzoek bij baby’s en jonge kinderen sterk toegenomen. Spinozawinnaars als taalpsychologe Anne Cutler en cognitief neurowetenschapper Peter Hagoort hebben het omarmd. Met de ontwikkeling en toepassing van nieuwe onderzoekstechnieken zoals op baby’s afgestemde eye-trackers, EEG en fNIRS (functional near-infrared spectroscopy) heeft het onderzoeksveld een nieuwe impuls gekregen en komt gedetailleerde kennis nu binnen handbereik. Natuurlijk zijn er nog tal van uitdagingen in de toepassing van de nieuwe onderzoekstechnieken en veel onbeantwoorde vragen. Deze willen we samen aanpakken en zo ervoor zorgen dat het Nederlandse babyonderzoek bij de internationale top blijft horen.'

Het netwerk functioneert ook buiten de fysieke samenkomsten om. Hunnius: 'Er is voortdurend contact, maar een meeting waarbij je elkaar ziet en spreekt, vind ik van essentieel belang. Ik neem zo vaak mogelijk mijn aio’s en postdocs mee, zodat zij kunnen leren waar collega’s bij andere babylabs mee bezig zijn. En juist doordat je elkaar daadwerkelijk hebt gezien en gesproken neem je daarna makkelijker contact met elkaar op.'

'Je kúnt dit niet meer in je eentje'

Niet alleen babyonderzoekers wonen de bijeenkomsten van het netwerk bij. Voor de recente bijeenkomst in Leiden toonden vertegenwoordigers van zorginstellingen, adviesbureaus en zelfs een voedingsfabrikant hun interesse. Ook prof. dr. Serge Rombouts, neuroloog en directeur van het LIBC, was aanwezig, ofschoon zijn specialisatie ligt op het terrein van dementie en geneesmiddelen. Volgens hem is dit netwerk een uitgelezen manier om contacten tussen wetenschappers te onderhouden en door uitwisseling van ideeën de discipline verder te helpen. 'Onderzoek op dit terrein, zoals op zoveel andere, is steeds meer multidisciplinair geworden. De sociale wetenschappen, geneeskunde, taalonderzoek en zo meer komen in ons werk bij elkaar. Je kúnt dit niet meer in je eentje. Samenwerking in netwerken is dé manier om het hersenonderzoek verder te ontwikkelen.'